JA

Opgetekend door Wim Schalenbourg
...

Opgetekend door Wim Schalenbourg'Een hervorming van de Europese suikersector is noodzakelijk, we kunnen onmogelijk verder met dit niet-duurzame systeem. Bij uitstel zullen de gevolgen veel drastischer zijn. Nu hebben we de middelen en de mogelijkheden om vrijwillige uitstap met compensatie mogelijk te maken. We geven de meer competitieve producenten op die manier een kans om te rationaliseren. In een later stadium zou door onvermijdelijke productiebeperking iedereen slachtoffer worden van quotavermindering, zowel de competitieve als de niet-competitieve producenten. We opteren voor een prijsdaling van 39 procent, die ervoor moet zorgen dat de productie daalt met ruim 5 miljoen ton. Op deze manier wordt er een prijsevenwicht bereikt. Het herstructureringsfonds stimuleert niet-competitieve producenten om de markt vrijwillig te verlaten en te stoppen met produceren. De gegarandeerde interventieprijs wordt vervangen door een meer marktgerichte referentieprijs. Als de marktprijs daalt tot beneden de referentieprijs, dan treden regulerende mechanismen in werking zoals private opslag - een systeem dat zijn nut al bewezen heeft in de varkensvlees- en zuivelsector. Na vier jaar loopt de herstructureringsperiode af. Als de interne productie dan nog te hoog blijkt, dan zullen we een lineaire quotavermindering moeten toepassen. Dit willen we vermijden, want het brengt zowel schade toe aan competitieve en niet-competitieve producenten. We voorzien daarom genereuze compensaties voor de producenten die de markt verlaten. Zonder de voorgestelde prijsdaling zal de invoer uit ontwikkelingslanden nog veel meer toenemen, waardoor het interventiesysteem nog meer onder druk komt te staan. Deze landen krijgen aangepaste bijstand om hun suikersector te moderniseren of om te diversifiëren. De uitvoer van Europese suiker zal in de toekomst hoe dan ook zonder subsidies moeten gebeuren. De Belgische suikerindustrie is echter erg competitief en moet zich weinig zorgen maken.''Het voorstel van de Europese Commissie vervangt de gegarandeerde interventieprijs door een referentieprijs. De reële prijs zal echter het resultaat zijn van het marktevenwicht via vraag en aanbod. Maar het voorgestelde referentieniveau is geen evenwichtsniveau. Er bestaat namelijk een risico dat er te veel suiker op de markt komt waardoor de prijzen tot ver onder het referentieniveau dalen. Dit brengt zelfs de meest competitieve producenten in Europa in gevaar. Een dergelijk overaanbod kan tot stand komen als het herstructureringsfonds niet voldoende werkt en er dus te weinig niet-competitieve producenten stoppen met produceren. De invoer uit ontwikkelingslanden is ook een factor van onzekerheid. Door de systematische afbouw van de invoertarieven zal het volume van deze import sterk stijgen. Volgens ons zijn maatregelen zoals private opslag nauwelijks opgewassen tegen een overaanbod. Kleine prijsschommelingen zijn op zich niet erg, maar een te lage prijs maakt de hele sector onleefbaar. Daarom ijveren wij voor de invoering van een bodemprijs gelijk aan de voorgestelde referentieprijs. Door de lagere prijzen zal de sector zware rationaliseringen moeten doorvoeren. Dit wordt allesbehalve gemakkelijk en vereist schaalvergroting en vermindering van het aantal fabrieken. Dat opent natuurlijk ook perspectieven. Een verdere specialisatie leidt tot een concentratie van de suikerproductie in de meest competitieve regio's, waaronder België. De hevige syndicale reacties van de boeren zijn begrijpbaar. We steunen hen dan ook in hun kritiek. Dergelijke ingrijpende veranderingen kunnen ze niet zomaar over zich heen laten gaan. Als suikerfabrikanten zijn we innig verbonden met de bietenplanters. De fabriek is niets zonder bieten en de bieten zijn niets zonder fabriek. Ook de federale en de regionale overheid delen ons standpunt. Een hervorming met bodemprijs is een belangrijke stap om de toekomst van de Belgische suikersector te verzekeren.''De Belgische suikerindustrie moet zich weinig zorgen maken.''Dit systeem kan zelfs de meest competitieve producenten in gevaar brengen.'