Waarom was Jef Lambrecht niet in Iran voor de presidentsverkiezingen? Hij gaf wel zijn als steeds scherpe analyses, maar telkens vanuit de veilige studio in Brussel. De gevaarlijke veldreportages vooraf liet hij over aan Barbara Debeuckelaere, die met haar bandrecordertje een Perzische markt bezocht en de mensen vroeg: 'Leeft ge hier naar eigen wens, wat denkt ge van de ayatollahs, en zoudt ge niet liever meer seks op televisie zien?' De dag van de stembusgang hoorden wij zowaar Rudi Vranckx op de radio.
...

Waarom was Jef Lambrecht niet in Iran voor de presidentsverkiezingen? Hij gaf wel zijn als steeds scherpe analyses, maar telkens vanuit de veilige studio in Brussel. De gevaarlijke veldreportages vooraf liet hij over aan Barbara Debeuckelaere, die met haar bandrecordertje een Perzische markt bezocht en de mensen vroeg: 'Leeft ge hier naar eigen wens, wat denkt ge van de ayatollahs, en zoudt ge niet liever meer seks op televisie zien?' De dag van de stembusgang hoorden wij zowaar Rudi Vranckx op de radio. Dat Jef er niet was, heeft, zoals alles bij Jef, een voorgeschiedenis. Jef was er namelijk wél, in Iran, toen begin jaren tachtig aan de Sjatt al-Arabrivier de eerste Iraans-Iraakse oorlog uitbrak. Zijn rol in die gebeurtenissen is nooit helemaal uitgeklaard. Meer bepaald tot welk kamp hij eigenlijk behoorde. Dat was trouwens van wel meer betrokken partijen niet duidelijk. Naderhand is gebleken dat niemand minder dan de Amerikanen de Iraniërs van wapens voorzagen. Vast staat dat door het gestook van Jef, aan beide zijden van de grens, de laatste kansen op een vredevolle oplossing in kanonnenrook opgingen. Lambrecht was in die dagen met zijn Belgian Institute for World Affairs in een felle juridische strijd gewikkeld met tabaksgigant British American Tobacco. Het Belgian Institute, bestaande uit Jef en een vriend, eiste twee miljoen dollar morele schadevergoeding, omdat Peter Stuyvesant op de verpakking van zijn sigaretten de 'Stichter van New York' werd genoemd. Terwijl we allen weten dat dat de Belg Pierre Minuit was. Lambrecht kreeg van een Amerikaanse rechter over de hele lijn ongelijk, en moest bovendien opdraaien voor de proceskosten: drie en een half miljoen dollar. Collega's van de BRT organiseerden een steuncollecte, die vierhonderd tweeëndertig frank opleverde. Net genoeg om een aangetekende brief naar het Amerikaanse Hooggerechtshof te kunnen betalen, waarin Jef meldde dat ze die proceskosten, en wij citeren: '... in hun gat mochten steken'. Getekend: Belgian Institute for World Affairs. Dat was jaren vóór André Flahaut de Amerikaanse luchtmacht het gebruik van ons luchtruim wou ontzeggen. De Amerikanen hebben intussen zo hun gedacht over de Belgen. Het hem aangedane onrecht verleidde Jef tot een plechtige eed: waar en wanneer hij kon, zou hij de Amerikanen de voet dwarszetten. Sindsdien heeft hij nu eens de zijde van de soennieten gekozen, dan weer die van de sjiieten, van tijd een keer die van de Koerden of de Taliban, maar achter elke keuze schuilde slechts één bedoeling: het treiteren van de Verenigde Staten van Amerika. Hij werd er zelfs van verdacht de fatwa tegen Salman Rushdie te hebben geschreven. De argwaan van de exegeten werd gewekt door het in islamitische teksten ongebruikelijke slot: 'Dood, dat moet 'm. Ayatollah Khomeiny, radionieuws, Teheran.' Bij de islamitische leiders steeg de ster van Jef toen hij op een dag kwam melden dat hij hen een atoombom kon bezorgen. Jef beschikte als lid van de gevreesde Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België over een perskaart die alle deuren opende. Ook die van de meest geheime nucleaire laboratoria. Hij schreef zich in voor een avondcursus kernfysica in Leuven, en liep stage in het Atoomcentrum van Mol. Samen met de beruchte Pakistaanse spion Abdul Khan. Na twee jaar voelde hij zich klaar voor het ernstige werk, en ging op het kabinet van Defensie in Teheran een demonstratie geven. Jef maakte een tafel vrij, liet zich door de kok van het ministerie een hakmes brengen, haalde een klein doosje uit zijn zak, en splitste voor de verwonderde ogen van vier ayatollahs een atoom! Die vier ayatollahs waren er op slag zestien, en een hele stadswijk werd van de kaart geveegd. Sindsdien durft Jef zich in Iran niet meer te vertonen. En zo dook vorige week Rudi Vranckx in het radionieuws op. Vranckx had het rijk voor zich alleen. Niet alleen was Jef er niet, Johan Depoortere zat bij Michael Jackson in Neverland ('Wát hebde gij met die kleine gedaan!?'), en de Tsunami doolde door de Congo voor een nieuwe roadmovie rondom zijn eigen persoon. Zo een kans liet Vranckx niet liggen. Herinnert u zich de Amerikaanse ambassade, waar eind jaren zeventig het personeel 444 dagen werd gegijzeld? Nu huist er de Iraanse geheime politie. Waag je als westerling bij dat gebouw, en je wordt terstond doodgeschoten. Vranckx ging er een stand-up doen! Met de angst in zijn ogen een statement van hooguit vijf bijzonder opgejaagde seconden, daarna zette hij het op een lopen. Een dag later sprak hij ons toe van tussen een winkelende menigte verbaasde gesluierden, die niet onterecht meenden dat er ene uit het gesticht was ontsnapt. Vranckx werd driester en driester. Klom tijdens het vrijdaggebed in de grote moskee op de preekstoel, en las daar de uitval van Benedictus de Zestiende tegen homohuwelijk en kunstmatige inseminatie voor. Dat kon op heel wat bijval rekenen, en de populariteit van Rudi groeide zienderogen. Deed zijn volgende stand-up vanuit het hoofdkwartier van de sjiitische partij, ging op de koffie bij ayatollah Santi, en hield op een circuit in Qom een wedstrijdje tegen de enige vrouwelijke autocoureur van Iran. De dag van de verkiezingen dook hij mee in het stemhokje met uittredend president Mohammed Khatami! Als enige buitenlandse cameraploeg. 'Van waar komt gij?' vroeg een sympathiek lachende Khatami in vlekkeloos Engels. 'From Belgium, your reverence', piepte Vranckx. 'From Belgium', floot Khatami verwonderd. 'Kent gij Jef Lambrecht?' Koen Meulenaere