De tweehonderd jaar oude rijkswacht zag nooit in zo'n korte tijd zoveel veranderen als de jongste jaren. Niet alleen de demilitarisering, maar ook het grootste deel van de interne hervormingen mag op rekening worden geschreven van generaal Willy Deridder. Hij omringde zich met officieren-managers, liet zijn volk harder dan ooit werken en probeerde hen het begrip klantvriendelijkheid bij te brengen. Toen Marc Dutroux ontsnapte, mocht Deridder inpakken. Als hij nu omkijkt, voelt hij geen wrok, maar ziet een onafgewerkte taak.
...

De tweehonderd jaar oude rijkswacht zag nooit in zo'n korte tijd zoveel veranderen als de jongste jaren. Niet alleen de demilitarisering, maar ook het grootste deel van de interne hervormingen mag op rekening worden geschreven van generaal Willy Deridder. Hij omringde zich met officieren-managers, liet zijn volk harder dan ooit werken en probeerde hen het begrip klantvriendelijkheid bij te brengen. Toen Marc Dutroux ontsnapte, mocht Deridder inpakken. Als hij nu omkijkt, voelt hij geen wrok, maar ziet een onafgewerkte taak. In uw afscheidsbrief had u het over een afspraak met Tobback en een onderhoud met Vande Lanotte. Wat is het verschil?WILLY DERIDDER: Johan Vande Lanotte kon mij niks meer vragen omdat hij zelf ontslag had genomen. Hij zei: Doe wat ge denkt te moeten doen. Mijn afspraak met Louis Tobback bestond erin dat ik bedenktijd vroeg. Ik zat met een persoonlijk probleem, ook omdat ik zowel intern als extern veel steun ondervond om toch te blijven. Wat gaf dan de doorslag?DERIDDER: Je kunt maar op twee manieren uit zo'n situatie geraken: blijven zitten of weggaan. De eerste leek mij niet aangewezen, gezien al de kritiek op de rijkswacht en op mijzelf. Ik zou de overheden en de politici met wie ik jaren samenwerkte, in een spanningsveld heben gebracht. Of anderen zouden dat spanningsveld wel hebben opgeroepen. Telkens wanneer ik dan iets voorstelde, zou de hele affaire terugkomen. Dat is niet werkzaam; tussen een korpschef en zijn ministers hoort een ongeschonden vertrouwen te bestaan. Heeft u de politiek een dienst bewezen?DERIDDER: Als chef van een politiedienst hoor je te functioneren in gemoedsrust, je moet kunnen uitkomen voor wat je echt denkt. Als die vrijheid er niet meer is, zit je met een hypotheek zowel op het eigen korps als op het ganse systeem. Zou ik bijvoorbeeld in volle vrijheid naar onderhandelingen kunnen gaan over de hervormingen van de politiediensten? Ik denk van niet. U zorgde voor een politieke depannage, u nam een stuk druk weg.DERIDDER: Ik ga weg en hoop dat in de eerste plaats de rijkswacht er beter van wordt, dat het korps kan functioneren in een meer serene atmosfeer. Door de kritiek die gericht was op mijn persoon, kon ik de rijkswacht weinig diensten meer bewijzen. Als de regering door mijn weggaan tegelijkertijd is geholpen, lijkt mij dat meegenomen. U stapt op, maar vooralsnog volgt niemand, ook niet uit de magistratuur. Stemt u dat bitter?DERIDDER: Neen, iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid opnemen. Ik heb gedaan wat ik nodig achtte. Als anderen daar niet hetzelfde over denken, moet ik me toch niet ongelukkig voelen? Die kritiek is toch voor een stuk terecht?DERIDDER: Die kwam vooral van sommige magistraten, sommige politiemensen, sommige media en die speelden ad hominem. Ik geef slechts één voorbeeld: het mislukken van de onderzoeken in Charleroi is toegeschreven aan mijn beleid. Dit is gewoon crazy, want in ons Belgisch systeem mag ik als chef van de rijkswacht geen onderzoeken leiden of organiseren, ik mag mij daar wettelijk niet mee moeien. Diegenen die mij deze mislukkingen verwijten, weten dat ook. Je kunt dus volgens mij spreken van een destabilisatiepoging om te verhinderen dat ik verder zou gaan met de hervormingen waar ik mee bezig was bij de rijkswacht. Destabilisatie, is dat niet wat overtrokken?DERIDDER: Neen. Bepaalde - ik zeg dus altijd bepaalde - media, politiediensten en magistraten zetten een echte desinformatiecampagne op. Als je een dossier kent en je ziet dan wat er van naar buiten komt en hoe, dan weet je dat het niet om gewone vergissingen gaat. De manschappen volgen de media op de voet, wij zetten die foute berichten intern weliswaar recht, maar zij blijven dan zeggen: Als het zo zit, doen wij het niet meer, doe het zelf. Nu, ze doen het toch, want ze voeren hun opdrachten nog altijd uit. Het enig doel van de critici en de criticasters was de ontmanteling van de rijkswacht, hoewel zij geen alternatief hadden dat in de plaats moest komen. Blijkbaar stoorden wij met de hervormingen, met de weg die de rijkswacht insloeg, te veel mensen. U spreekt bijna van een samenzwering tegen uw korps. Over wie heeft u het dan?DERIDDER: Van een samenzwering heb ik geen bewijzen. Maar neem de magistraten, daar was het duidelijk de Association Syndicale des Magistrats die de meest onzinnige dingen vertelde, wellicht uit eigenbelang. Die club vond een spreekbuis in een aantal kranten. Kijk bijvoorbeeld ook eens naar de periode toen de regering het Pinksterplan uitwerkte. Plots verschenen in de media allerhande gegevens, details over lopende financiële onderzoeken die volledig onjuist waren. Dat komt niet zomaar in de pers. Dat neemt niet weg dat er een en ander misliep bij onderzoeken waar de rijkswacht rechtstreeks bij was vertrokken.DERIDDER: Zo kunt u het uitdrukken. Vaak komt dezelfde structurele fout terug. Ik heb altijd gepleit voor een zogenaamde driehoeksverhouding tussen de magistraat die de leiding heeft, de onderzoeker die de enquête doet en de chef van de politie - bijvoorbeeld de districtscommandant - die instaat voor de organisatie van het politionele luik. Een dergelijke werking impliceert dat de magistraat afspraken moet maken met de twee anderen, maar een aantal magistraten ziet dit niet zitten en houdt koppig vast aan een rechtstreekse lijn tussen magistraat en onderzoeker in de plaats van de driehoeksverhouding. Je krijgt dus permanent spanningen; één partij wordt in de hoek gedrumd, de onderzoeker probeert de politiechef tegen de magistraat uit te spelen of omgekeerd... Vanzelfsprekend moet dit leiden tot allerhande ontsporingen. We hadden veel vroeger al degelijke afspraken moeten maken. Zo pleit ik ook al jaren voor een zogenaamd recherche-management. Dat komt er evenmin, hoewel ik nu lees dat het parket-generaal van Gent nu stilaan een onderzoeksplan wil maken, gaat bepalen hoe lang en met hoeveel mensen er aan dossiers gewerkt moet worden. Dat klinkt mij als muziek in de oren. Hoe kunt u in de beginfase van een onderzoek weten welke richting het zal uitgaan?DERIDDER: Als de eerste vaststellingen gedaan zijn, moeten de drie partijen in overleg de objectieven vastleggen, de middelen bepalen die ze willen inzetten, de organisatie, de logistiek, de opvolging regelen.... Kijk naar het onderzoek naar de verdwenen kinderen dat onderzoeksrechter Martine Doutrèwe leidde. Daar had je maandelijkse vergaderingen voor de opvolging waarvan geen procesverbaal is opgemaakt. In een goed gestructureerd onderzoek kan dit niet. Regelmatig moeten de speurders, de magistraat en de politiechef de stand van zaken opmaken en hun ingezette mensen en middelen eventueel aanpassen. In de loop van een onderzoek kan de situatie inderdaad grondig veranderen, maar in een goed werkende driehoeksverhouding heb je dan een planning om te evalueren of de doelstellingen nog gelden, of je de zaak niet moet bijsturen. Vandaag kan dat allemaal niet. Individuele speurders bepalen zelf hun agenda en prioriteiten; soms loopt dat prima af, in andere gevallen catastrofaal. Laat hen hun werk doen, maar stuur hen. Onderzoeken gebeuren nu ondoordacht en ongestructureerd. Er bestaan nochtans genoeg buitenlandse voorbeelden hoe het moet: Canada, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten... Ik vind dus niks nieuws uit, alleen begrijp ik niet waarom daar bij ons zoveel weerstand tegen bestaat. Aan speurders ontbreekt het toch niet?DERIDDER: Wij hebben afgerond 1000 man in de Bijzondere Opsporingsbrigade plus nog eens 1200 binnen de Gerechtelijke Politie. Als je dat niet in de hand houdt, is het natuurlijk niet genoeg. Zet er morgen 1000 bij en je zit - zonder planning - nog altijd met een tekort. Ondanks alle heisa liepen de onderzoeken naar X1 op niks uit. Zijn de X-dossiers een voorbeeld van hoe - ondanks alle mankracht - een onderzoek fout kan lopen?DERIDDER: Volgens mij wel. Dit gebeurt wanneer de derde poot in het onderzoek geen recht heeft om er zich van te gewissen wat er echt aan de hand is. Als men bij mij, als chef van de rijkswacht, een verzoek indient, moet ik dat inwilligen. Ik kan niet vragen: Leg mij eerst eens uit waarom dat nodig is? Doe ik dat wel, dan meng ik mij in een gerechtelijk onderzoek. Ik mag dus volgens de wet mijn speurders niet vragen waar ze concreet mee bezig zijn. U probeerde binnen de rijkswacht een soort culturele revolutie op gang te brengen. Die lijkt niet te zijn doorgedrongen tot in de 427 brigades.DERIDDER: Toen wij in 1991 aan de hervormingen begonnen, hebben wij tegen iedereen - ook aan de basis - gezegd: Voilà, jùllie zullen het moeten doen. Laat nu maar eens horen wat jullie ervan denken. Zoek oplossingen die tegemoetkomen aan de wensen van de burger, van de klant. Daarbij stond ons voor ogen dat je beter probleemgerichte oplossingen bedenkt dan het principe te hanteren dura lex sed lex. Wij wilden vooral de mentaliteit veranderen, geen te strikte methodologie opleggen. De mentaliteitsverandering is wellicht nog niet tot bij elke rijkswachter doorgedrongen, maar toch kijkt de bevolking nu anders tegen de rijkswacht aan. Ik had gehoopt de zaak te kunnen afronden als ik met pensioen zou gaan. Correctie: als ik normaliter op pensioen was gegaan, dus in 2003. Die filosofie blijkt niet altijd uit het optreden van de rijkswacht.DERIDDER: Wij zaten op het goede spoor, maar de dynamiek is enigszins afgeremd door de Dutroux-affaire en vooral door de georkestreerde kritiek, de hetze die daarop volgde. Daardoor kropen sommigen van onze mensen terug in hun schulp. Veel rijkswachters zeggen nu: Laat ons de regels maar weer toepassen. Stay out of trouble, dat is veel gemakkelijker. Mijn opvolger zal dit moeten rechttrekken. Als u "wij" zegt, bedoelt u vier mensen aan de top van de rijkswacht. Een anonieme officier noemde dit gezelschap in het Belang van Limburg de Bende van Vier, de Vlerick-boys die autoritair optreden en de demilitarisering te snel doorvoerden. Ging het te snel?DERIDDER: Als je een cultuur verandert, betaal je leergeld. Vraag eens: Jongens en meisjes, willen jullie je mentaliteit eens aanpassen? Dat werkt niet, je moet een aantal dingen opleggen. Tussen 1992 en 1994 hebben wij onze opvattingen over de zogenaamde community policing inderdaad sterk van bovenuit gestuurd. Waarom? Om er zeker van te zijn, dat er effectief iets gebeurde. Gewoonten opgeven, is voor sommigen niet zo aangenaam. Als die officier zijn beklag maakt, is het wellicht omdat hij zijn prerogatieven als chef ancien régime kwijt is. Hij moet uit zijn ivoren toren komen en praten met zijn personeel. Hij heeft ons dus iets te verwijten, namelijk dat wij hem daartoe dwongen. Bovendien: als wij hem niet kunnen veranderen, zal op termijn zijn personeel dat zeker doen. Community policing, moet dat een centraal begrip worden bij de hervormingen van de politiediensten ?DERIDDER: Voor mij wel. De politie is een dienst, een dienst aan de bevolking. Dit betekent dat om de problemen te kennen, je het vertrouwen moet winnen van de bevolking. Politiediensten moeten dus goede relaties uitbouwen met alle groepen binnen een samenleving. De oude stelling luidde: Een politiedienst doet de wet naleven en weet zelf het best wat er goed is voor de mensen. Dit is een slechte aanpak. Bouw een politie met wortels in de maatschappij. Dat helpt, zelfs bij zware criminaliteit. De man op de straat is misschien niet onmiddellijk het slachtoffer van witwaspraktijken, maar door de verhalen errond, door de smet die kan gaan kleven op bepaalde diensten van de overheid, verhoogt zijn gevoel van onveiligheid. Of neem mensenhandel. Wie heeft daar last van? Maar morgen kan naast u een bepaald iemand komen wonen die wel voor last zorgt. Community policing is een filosofie en voor mij de basis van het hele systeem. Splits de politie uit in allemaal specialismen, onafhankelijke celletjes en je krijgt jagers die afspraken maken met wild; het worden clubjes op zich die los van alles staan.Dat klinkt democratisch, is dit de Rode Ridder die spreekt?DERIDDER: Zeg dat het de democraat-generaal is. Is dat socialistisch etiket de jongste jaren niet veeleer hinderlijk voor u geweest? De rijkswacht werd erdoor op één lijn gezet met de SP van Tobback.DERIDDER: Je wordt niet zus of zo in de wieg gelegd - bij mij was dat tenminste niet het geval -, maar op een bepaald ogenblik vind je jezelf terug in een bepaalde maatschappelijke opvatting. Voor mij is dat nooit hinderlijk geweest. Ik heb bijvoorbeeld ook goed samengewerkt met ministers van Justitie of met - weer eens - bepaalde magistraten. Mijn politieke opvatting is nooit openlijk ter sprake gekomen, noch intern, noch extern. Was de Schaarbeekse commissaris Johan Demol een goede politieman?DERIDDER: Neen en wel om één duidelijke reden: hij was helemaal niet gewonnen voor het principe van de community policing. U beweert dat het imago van de rijkswacht verbeterde. Waar haalt u dat? Sinds de Bende van Nijvel is de rijkswacht nagenoeg elke week in het nieuws. Rellen na het voetbal, de commissie-Dutroux, noem maar op...DERIDDER: De imagoverbetering blijkt onder meer uit een kleine studie met 350 ondervraagden. Sommige media hangen een zeer negatief imago op van de rijkswacht, maar als je naar mensen luistert die dagelijks met de rijkswacht te maken hebben, hoor je een heel andere klok. De rijkswacht is de voorbije vijf jaar een stuk klantvriendelijker geworden en het stuurse, afstandelijke imago raken wij langzaam maar zeker kwijt. De feiten zijn natuurlijk wat ze zijn. Binnen een korps van 18.000 mensen krijg je altijd incidenten. Twee: alles wat verkeerd loopt bij de rijkswacht, komt in de media, a-l-l-e-s. Goed nieuws bij ons, is gegarandeerd géén nieuws. De kansen die ik bijvoorbeeld kreeg om mijn concept over community policing in de media uiteen te zetten, waren zéér beperkt. Je krijgt dus een scheeftrekking, waarbij de negatieve informatie primeert. Drie: ik ben er niet zeker van of alles in de andere korpsen zo goed verloopt, hoewel ik daarmee onze fouten geenszins wil goedpraten. Incidenten zoals na de match Anderlecht - Brugge, dit kan niet. De betrokken officier is al overgeplaatst en krijgt ook nog een tuchtstraf. U zegt: Dutroux. Twee keer hebben wij in rapporten schriftelijk bevestigd dat wij geen parallel onderzoek voerden, wij bewezen dat er géén documenten zijn vernietigd, dat er niet geprutst is aan de harde schijf van het Centraal Bureau voor Opsporingen, maar dat is allemaal géén nieuws. Ik heb indertijd tegen commissievoorzitter Marc Verwilghen gezegd: Als u de CBO-schijf had opgevraagd, had u ze zo gekregen. Maar neen, er is een spektakel rond opgevoerd met een zeer mediatieke huiszoeking. Dat was totaal overbodig. Je leest koppen: Michaux dient een klacht in tegen Bourlet. Neen, hij heeft klacht ingediend bij Bourlet, maar niemand zet dat recht. Hoeveel tuchtonderzoeken lopen er op dit ogenblik tegen rijkswachters of hoeveel strafzaken?DERIDDER: Op het aantal strafzaken hebben wij geen zicht. Tuchtonderzoeken weet ik niet omdat de districtscommandanten die dikwijls opstarten. Per jaar hebben wij wel een twintigtal mensen die de zwaarste sanctie krijgen: ontslag of pensionering om ambtsredenen. Vindt u dat veel?DERIDDER: Heel veel. Politieman is een gevaarlijk beroep; het risico op normvervaging en -overschrijding blijft elke dag groot. Een van onze grootste problemen was vroeger het drankmisbruik. Er bestond net als in andere overheidsdiensten een zekere cultuur: Je bent geen man als je geen pint kan verzetten. Daarom hebben wij de rijkswacht volledig drooggelegd; er mag geen pint meer geschonken worden in de kazerne. Geen enkele burger aanvaardt - zeer terecht - dat een rijkswachter naar bier ruikt en een automobilist bekeurt omwille van gevaarlijk rijgedrag. Wie in diensttijd een ongeval krijgt en te veel promille in zijn bloed heeft: ontslag. Gebeurt het buiten de diensturen, dan stellen wij onmiddellijk de non-activiteit voor. Wij zitten hier met een passief uit het verleden en proberen dat bijvoorbeeld ook op te vangen met een begeleidingsprogramma. Voor flagrante normoverschrijdingen zoals omkoping geldt overigens ook maar één sanctie: onmiddellijk buiten. Hebben de problemen binnen de rijkswacht iets te maken met de salariëring?DERIDDER: Neen. Geef de mensen drie keer méér en er verandert niet veel. De rijkswacht verschilt in niks van de rest van de samenleving. Er zijn nu eenmaal méér echtscheidingen, mensen met serieuze schulden. Binnen het korps bouwden wij daarom aanspreekpunten uit, er is specifieke hulp voor vrouwen of er bestaat zelfs een anonieme lijn voor probleemgevallen. Uw mensen - ze geven het zelf toe - zijn gedemoraliseerd. Speelt de laksheid van justitie daarbij een rol?DERIDDER: Heel zeker. Door de band doet iedereen zijn best, maar naast de aanhoudende kritiek, is dit een bron van frustratie. Ik zeg niet: Ons hele korps is gedemoraliseerd. Sommigen zijn dat. Rijkswachters op het terrein krijgen heel wat "administratieve" gerechtelijke taken opgedragen die op helemaal niks uitlopen, terwijl veel belangrijker werk blijft liggen. Natuurlijk spelen ook andere factoren. Als wij naar 200 interpolitiezones gaan, moeten 227 van de 427 brigadecommandanten een stap terugzetten. Wij hebben hen altijd gevraagd het scharnier te zijn tussen de lokale politiediensten en nu zitten zij in hun hoofd met: Wat gebeurt er morgen met mij?Hoe ziet u die hervorming waar regering en oppositie zich nu over buigen?DERIDDER: Volgens de regeringsplannen komt er binnen de interpolitiezones een rijkswachteenheid naast een gemeentelijk politiekorps en die twee kunnen eventueel fuseren. Na zo'n fusie heb je twee mogelijkheden: ofwel een lokale dienst die compleet los staat van de nationale politie, ofwel blijft er tussen de lokale, gefuseerde politie en de nationale dienst een hiërarchische band. De oppositie stelt voor om de rijkswachtbrigades en de gemeentepolitie gewoon samen te voegen en de band met de nationale politie door te knippen. De rijkswacht wordt als het ware overal in lokale diensten geschoven. Dat is vragen om problemen van coördinatie en van concurrentie, plus dan krijg je financiële moeilijkheden. Je gaat zo'n 8000 rijkswachters "binnenschuiven" en je moet dus de statuten gelijkschakelen. Wie gaat dat betalen? De federale overheid? De gemeenten?Waarom zou de coördinatie een probleem vormen?DERIDDER: Als bijvoorbeeld een verdachte in verschillende zones opereert, wie gaat de opsporing of de achtervolging coördineren? U vindt dus het voorstel van de oppositie maar niks?DERIDDER: Dat is zo. Ook omdat je een federale politie krijgt die geen enkele voeling heeft met de bevolking, die dus blind werkt. In zo'n schema blijven de opsporingsdiensten van de lokale politie concurreren met de gerechtelijke eenheden van de federale. Je bant dus de bestaande concurrentie en organiseert een andere. Ik heb in de Verenigde Staten gezien wat er gebeurt wanneer het FBI ergens landt. De lokale politie houdt het FBI zoveel mogelijk buiten alles. Lokale politiemannen willen niet dat iemand hen zegt: Kijk, zo gaan we dat nu een keer doen. Je bouwt dus al meteen een disfunctie in het systeem in. Het eindmodel waar deze hervorming naartoe moet, leunt nauw aan bij wat de commissie- Huybrechts voorstelde. De weg ernaartoe, dat is het regeringsontwerp. Ik pleit ervoor dat de drie politiediensten - rijkswacht, gerechtelijke en gemeentepolitie - op termijn zoveel mogelijk in één structuur opgaan, maar met het behoud van twee beleidsniveaus: lokaal en nationaal. Lokaal staat de burgemeester in voor de prioriteiten en de controle, maar hij moet niet beslissen over de aankoop van auto's of van een communicatienet. De korpsleiding is voor het invullen van die taken verantwoordelijk, maar dient nationaal gestuurd te worden. Als men het eens geraakt over een dergelijke oplossing, moeten we zo snel mogelijk de statuten gelijkschakelen, de opleiding, bewapening, communicatie... anders haal je het eindmodel nooit zonder kleerscheuren. De oppositie en een deel van de CVP wil geen hiërarchische band, wel een functionele; een soort contract tussen de nationale politie en de lokale, gefuseerde eenheden. Waarom kan dit niet?DERIDDER: Je verwerpt het idee dat politiediensten kunnen samenwerken - nationaal - maar tegelijkertijd voer je een andere samenwerking in - lokaal. Dat lijkt mij niet erg logisch. Als je bepaalde dingen gedaan wil krijgen, moet je desnoods via een hoger niveau druk op de ketel zetten. Een fusie zonder hiërarchische band, betekent dat de lokale korpsen te allen prijze interventies van de nationale politie gaan vermijden. Dit is een zware hypotheek op het systeem. Vorder vrijdagsavonds om tien uur honderd politiemensen voor 's anderendaags 's morgens vier uur en ik wil wel eens zien of je daar niet alleen zal staan. Bovendien zit je met deze structuur heel snel bij een soort ordestrijdkrachten zoals de Franse CRS, die bij rellen uit de kazerne gejaagd wordt om erop los te kloppen. Dat kan niet. Na de reorganisatie van 1994 hielden wij onze reserves in Brussel juist zo beperkt mogelijk. Als deze mensen op het terrrein werken, staan ze onder bevel van een lokale rijkswachtchef die de plaatselijke situatie echt kan inschatten. Wat heeft de oppositie dan voor ogen? Opnieuw de ontmanteling van de rijkswacht?DERIDDER: Dat is misschien voor sommigen de drijfveer, anderen definiëren de structuur van de politie op basis van lokale gevoeligheden. De openbare orde is niet alleen een belang van de gemeenten, maar ook van de hogere overheid. Bestaat de kans dat uw opvolger een Franstalige officier wordt met een andere kleur, kwestie van iedereen te sussen?DERIDDER: Mijn ervaring met deze regering leert mij dat ze niet zomaar om het even wat doet. Bovendien dienen er zich twee problemen aan: nu mijn opvolging en later het benoemen van een chef van de nationale politie. Is u daar kandidaat voor?DERIDDER: Neen. De redenen waarom ik nu wegga, zullen dan niet uit de wereld zijn. Wat gaat u dan doen?DERIDDER: Om het even wat, als er maar een zekere uitdaging in zit. Ik wil bijvoorbeeld ook hongerlijdenden in Afrika helpen. Ik ga in elk geval alles doen om niet met pensioen te moeten gaan. "De kritiek van sommigen was gewoon crazy." "Jagers maken afspraken met het wild." "De plannen van de oppositie vragen om problemen." "Ik wil ook hongerlijdenden in Afrika gaan helpen."Frank De Moor Jos Grobben