Tahar Ben Jelloun over schrijven in de Arabische wereld, op gevaar van het eigen leven af maar gestimuleerd door alle beperkingen.
...

Tahar Ben Jelloun over schrijven in de Arabische wereld, op gevaar van het eigen leven af maar gestimuleerd door alle beperkingen.DE Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun kwam vorige maand in Antwerpen deelnemen aan de poëziemanifestatie ?Dichters in 't Elzenveld?, en had het daar onder meer over de situatie van de schrijver in de Arabische wereld. Tahar Ben Jelloun is geboren in Fes in 1944 en woont al jaren in Parijs. Hij schrijft zijn boeken in het Frans, en kreeg voor de roman ?La nuit sacrée? in 1987 de Prix Goncourt. Zijn romans wortelen diep in de Marokkaanse maatschappij, gaan over corruptie, vrouwenemancipatie, machtsmisbruik, enzovoort. Bij de islamisten in Marokko is hij dan ook niet geliefd. TAHAR BEN JELLOUN : De situatie van de schrijver in de Arabische wereld is tegelijk erg moeilijk én zeer interessant. Hij heeft rechtstreeks te maken met censuur, met repressie, met politieke systemen die niet altijd democratisch zijn. Zodoende wordt hij bijna automatisch een woordvoerder, iemand die met invalshoeken afkomt die het politieke regime niet graag ziet. Dat maakt zijn situatie interessant. Als je die vergelijkt met de problemen waarmee schrijvers tegenwoordig in de democratieën geconfronteerd worden... Dat zijn problemen van werkloosheid, van economie : een schrijver in de democratie heeft geen echte problemen van persoonlijke vrijheid meer, die kan zich uitdrukken en riskeert daar zijn leven niet mee. Er is geen enkele schrijver meer in Europa die de gevangenis in zal gaan, of wiens leven in gevaar komt omwille van wat hij schrijft. Als Günter Grass zijn boek tegen de Duitse hereniging schrijft, krijgt hij wel een schandalig offensief van de kritiek over zich heen, maar hij wordt niet bedreigd met een geweer of met een mes. Maar in de Arabische wereld kunnen veel ernstige en belangrijke schrijvers vandaag de dag niet schrijven zonder risico te lopen. Dat is interessant, omdat het stimulerend werkt. Kijk naar Alexander Solzjenitsyn of Jean Genet : achter grote literatuur schuilt vaak een noodsituatie die de schrijver uit zijn comfort haalt. De grote kans van de schrijver is in een maatschappij te leven waar alles in beweging is. Temeer omdat een schrijver in de Arabische wereld iemand is die het geluk heeft dat hij zich kan uitdrukken. Het publiek neemt aan dat hij voor hén zal spreken. Zodat hij een soort advocaat of syndicalist wordt, een raadgever, een genezer en tegelijk een verhalenverteller. Het is natuurlijk stimulerend voor een schrijver te weten dat hij zo ernstig wordt opgenomen, zowel door het publiek als door het leger, de politie en de integristen. Maar hij riskeert er wel zijn leven mee. Waarom is het dan ?een geluk? voor hem zich te kunnen uitdrukken ? BEN JELLOUN : Hij is als iemand die er uitspringt. In Marokko bijvoorbeeld is de helft van de mensen analfabeet : kunnen schrijven in zo'n land is een privilege. Het is een beetje zoals met de Latijns-Amerikaanse schrijvers in de jaren veertig, vijftig, die zich rekenschap gaven van het feit dat hun boeken niet gelezen werden door de mensen voor wie ze bestemd waren : ze schreven voor het volk dat niet kon lezen. Carlos Fuentes zei daarop : Het volk kan ons niet lezen, maar hun kinderen zullen het lezen. En dat is ook gebeurd. Welk verschil ziet u tussen die situatie, waar het volk niet kan lezen omdat het analfabeet is, en onze situatie, waar tachtig procent van het volk niet leest omdat het niet wil lezen, maar alleen tv-kijken ? BEN JELLOUN : Ten eerste denk ik dat het Europese publiek veel leest, wat men daar ook van zegt. Alleen zijn het vooral de vrouwen die lezen. Maar de echte bedreiging komt niet van de tv. Veel meer van verstrooiing via de informatica, Internet en zo, dingen die echt verslavend zijn. Slechte tv is vermoeiend, dat heb je gauw bekeken, maar dingen als Internet zijn nieuw, dat verveelt nog niet. Dat is gevaarlijk. En ook gevaarlijk is dat de schrijvende media zo weinig plaats inruimen voor literatuur. Men heeft het veel over Boris Jeltsin, futiele dingen, maar niet over essentiële zaken. Beschouwt u zichzelf als een Arabische of als een Franse schrijver ? BEN JELLOUN : Ik ben een Marokkaanse schrijver die in het Frans schrijft, maar de Arabische schrijvers tellen mij niet bij hun repertorium. De Franse klasseren me bij de francofone schrijvers. Dat is een identiteitskwestie. De vraag is misschien of wat ik schrijf, meer Marokkaanse tonen heeft of meer Franse. Maar in Marokko word ik veel gelezen, ja. Een pocketboek wordt gelezen door tien of vijftien mensen. De armoede maakt dat de mensen lectuur nodig hebben. Wat ik gewoonlijk doe als ik een nieuw boek uitgeef, is beginnen met een speciale uitgave, als pocketboek, voor Marokko. Omdat de mensen daar geen geld hebben. Ik word wel in het Arabisch vertaald, maar de mensen lezen dat liever in het Frans. In het Arabisch heb je een ander probleem : als een Marokkaanse uitgever een boek uitgeeft in het Arabisch, verschijnen daar heel gauw roofdrukken van in Beiroet of in Caïro. Dat is een groot probleem, heb je met China en Vietnam ook. Voor het prestige is dat natuurlijk goed maar... Natuurlijk ben ik een geëngageerd schrijver. Vrijblijvende schrijvers bestaan trouwens niet. In mijn geschriften geef ik ook een ethisch standpunt weer. Ik geloof dat de schrijver ook schrijft om de maatschappij te doen evolueren. Ik ben dus niet geëngageerd in een politieke partij, maar in de literatuur. Ik let een beetje op alles wat er rondom mij gebeurt in de plaats van alleen mijn navel te bestuderen, zoals sommige anderen , en ik heb het geluk uit de Marokkaanse maatschappij te komen, een heel inventief volk met een rijke verbeeldingskracht : ik schrijf nu al 25 jaar, en ik schrijf nog altijd over Marokko. Ik geloof dat ik daardoor ook met Marokko meeleef, en er zelfs een zekere invloed heb. Dit boek, Een gebroken man, over de corruptie (het jongst vertaalde boek van Tahar Ben Jelloun, red.), heb ik aan de politieke kopstukken van het land gestuurd, en daar is enorm veel om te doen geweest. Veel mensen hebben die geschiedenis herkend, en ik was blij te vernemen dat er twee jaar nadien een zeer grote schoonmaakactie gehouden is in Marokko, tegen het smokkelen, de drugs, de corruptie... Niet dit boek alléén heeft dat bereikt, maar samen met andere boeken heeft het wellicht een beetje geholpen. Dàt is formidabel : dat de literatuur in de Derde Wereld nog doeltreffend kan zijn. Dat geloof ik vast. Niet rechtstreeks, maar je kan er dingen mee doen bewegen. Hier kan dat niet meer. In de Arabische wereld tegenwoordig kan een poëzierecital van een groot dichter tot rellen leiden, want iedereen wil daarbij zijn, duizenden mensen komen daar naartoe. In Parijs... vijftien man. Literatuur wordt ook door de islamisten heel ernstig opgenomen. Ook door de Marokkaanse. Zullen de schrijvers mogen blijven schrijven wat ze willen ? BEN JELLOUN : Tot op heden wel, ja. Ze zien dat natuurlijk niet graag, ik ben al vaak beschuldigd in de moskee, en ik niet alleen. Ze vinden dat ik het beeld van de islam vervorm, dat ik een beeld ophang van een maatschappij die hen niet aanstaat. En het feit dat ik in het Frans schrijf en gepubliceerd word in het Westen is voor hen verraad. Maar ik ben niet met hen. Als ze me aanvallen, antwoord ik niet. En het blijft bij een soort literaire kritiek ? BEN JELLOUN : Ja en nee. Ik moet wel oppassen. Ze niet provoceren, geen spreekbeurten gaan houden op hun terrein, niet gaan antwoorden in de moskee... Nee, ik ben discreet. En ik doe al aan onbewuste zelfcensuur. Als ik dingen herlees die ik twintig jaar geleden geschreven heb, zeg ik oei, dat zou ik vandaag niet meer kunnen schrijven. Er is de angst en de zelfcensuur. Ik vaar vaak uit tegen mensen die de godsdienst gebruiken voor hun eigen winstbejag. Ik noem dat hypocrieten. Daar houden ze niet van. En dan de erotiek, willen ze ook niet. Maar als je de seks en de godsdienst uit mijn romans haalt, dan blijft er niet veel over. Sus van Elzen De boeken van Tahar Ben Jelloun verschijnen in Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Geus. In Beiroet was Librairie Antoine de tempel van de literatuur : de situatie is moeilijk en interessant.Tahar Ben Jelloun : een woordvoerder voor zijn volk.