Hommels doen het goed in de Leuvense stadsrand. Hans Verboven van de Afdeling Bos, Natuur en Landschap van de KU Leuven meldt in Perspectives in Plant Ecology, Evolution and Systematics dat vooral parken en tuinen met veel witte klaver aantrekkelijk zijn voor de hommels, die op hun beurt zorgen voor de bevruchting van de planten. De klaverbloemen worden in stadsomstandigheden zelfs meer bezocht dan op het platteland, maar dat kan te wijten zijn aan een concentratie van hommels op een kleiner aantal plaatsen. Een stad hoeft dus niet homme...

Hommels doen het goed in de Leuvense stadsrand. Hans Verboven van de Afdeling Bos, Natuur en Landschap van de KU Leuven meldt in Perspectives in Plant Ecology, Evolution and Systematics dat vooral parken en tuinen met veel witte klaver aantrekkelijk zijn voor de hommels, die op hun beurt zorgen voor de bevruchting van de planten. De klaverbloemen worden in stadsomstandigheden zelfs meer bezocht dan op het platteland, maar dat kan te wijten zijn aan een concentratie van hommels op een kleiner aantal plaatsen. Een stad hoeft dus niet hommelarm te zijn. Volgens een studie in Plant Biology kunnen bijen en andere insecten belangrijker zijn voor gewassen dan meststoffen. Een tekort aan bijen voor de bevruchting heeft een groter effect op de opbrengst van een veld dan een tekort aan meststoffen of water. Goed bevruchte planten dragen meer vruchten, die bovendien voedzamer zijn voor de mens dan planten die minder aan hun trekken zijn gekomen. De opbrengstverschillen tussen planten die wel of niet bevrucht zijn door bijen, kunnen oplopen tot 200 procent. De studie steunde op goed wetenschappelijk werk: planten die zo geplaatst waren dat ze niet bevrucht konden worden, werden vergeleken met planten in normale omstandigheden. Bijen en andere bestuivers krijgen echter steeds meer af te rekenen met negatieve effecten van een nieuwe klasse insectenbestrijders: de neonicotinoïden, die intussen wereldwijd zijn uitgegroeid tot de belangrijkste pesticiden in de landbouw. Voorzitter Piet Vanthemsche van de Boerenbond viel recent in een artikel van Boer & Tuinder de milieubeweging nog aan, omdat ze een verbod op deze producten eist op basis van '(pseudo)wetenschappelijke hocus pocus'. Vanthemsche heeft gelijk: niemand is gebaat met slechte wetenschap. Maar in deze context hoeft hij zich geen zorgen te maken, want de harde wetenschap levert overdonderend bewijsmateriaal dat een negatief effect van de stoffen bevestigt. In Nature - geen enkel wetenschappelijk blad heeft een grotere reputatie - tonen Nederlandse wetenschappers zelfs aan dat effecten van neonicotinoïden doordringen in de voedselketen, net als destijds DDT, dat een ramp was voor vogels en andere dieren. Volgens de wetenschappers zouden de neonicotinoïden mee verantwoordelijk zijn voor de afname van onder meer leeuweriken en boerenzwaluwen in landbouwgebieden. Veel insecten die als voedsel voor deze vogels fungeren, brengen een deel van hun leven in water door, en vooral langs watergebieden met een hoge concentratie aan neonicotinoïden is de daling van het aantal vogels groot. De pesticiden komen via drainage van landbouwgebieden in het water terecht. Bijen en andere insecten zijn belangrijker voor gewassen dan meststoffen.