Bijna de helft van de Vlaamse overheidsmiddelen gaat naar onderwijs. Maar kinderen uit gezinnen die het sociaal en economisch moeilijk hebben en kinderen van allochtone ouders profiteren daar veel te weinig van. Verhoudingsgewijs drijft het beruchte watervalsysteem hen meer dan andere kinderen naar studierichtingen zonder uitzicht op een hogere opleiding. Ze halen minder de eindstreep - een diploma of getuigschrift - in het secundair onderwijs. Ze worden meer doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs.
...

Bijna de helft van de Vlaamse overheidsmiddelen gaat naar onderwijs. Maar kinderen uit gezinnen die het sociaal en economisch moeilijk hebben en kinderen van allochtone ouders profiteren daar veel te weinig van. Verhoudingsgewijs drijft het beruchte watervalsysteem hen meer dan andere kinderen naar studierichtingen zonder uitzicht op een hogere opleiding. Ze halen minder de eindstreep - een diploma of getuigschrift - in het secundair onderwijs. Ze worden meer doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) probeert het tij te keren met een gelijkekansendecreet. Meest in het oog springt een algemeen inschrijvingsrecht van de ouders. Scholen mogen vanaf volgend schooljaar nog uitzonderlijk kinderen weigeren of doorverwijzen. Tegelijkertijd verwacht Vanderpoorten van hen een bijzondere inspanning voor allochtone en kansarme Vlaamse kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld over het wegwerken van leerachterstanden, de verbetering van de taalvaardigheid, de aanpak van gedragsproblemen en het betrekken van de ouders. Daarvoor wordt dit schooljaar in totaal ongeveer 50 miljoen euro uitgetrokken. De minister wil de versnippering stopzetten.NON-DISCRIMINATIEHaar ambities zijn niet nieuw. In 1991 startte wijlen Daniël Coens (toen CVP) een 'onderwijsvoorrangsbeleid' om de Nederlandse taalvaardigheid van migrantenkinderen te verbeteren en om iets te doen aan hun leer- en ontwikkelingsproblemen. Zijn opvolger Luc Van den Bossche (SP.A) voegde daar in 1993 het project 'zorgverbreding' aan toe om de leermoeilijkheden van Vlaamse, kansarme kinderen aan te pakken. Voor deze twee projecten kwamen er extra lesuren en leerkrachten. Dit schooljaar hebben 1069 basisscholen ingetekend voor zorgverbreding. In 293 basisscholen zijn er onderwijsvoorrangsactiviteiten. In het secundair onderwijs kunnen 96 scholen bijkomende mankracht inschakelen voor hun allochtone leerlingen, terwijl 70 andere scholen extra middelen putten uit een onderwijs-cao die Vanderpoorten in 2000 sloot.In juli 1993 ondertekenden Van den Bossche en de koepelorganisaties van de inrichtende machten ook een non-discriminatieverklaring. De totstandkoming had veel voeten in de aarde, maar uiteindelijk engageerden alle onderwijsnetten zich om migrantenkinderen en -jongeren gelijke kansen te geven. Ze zouden beter worden gespreid over de scholen. Hun herkomst mocht geen rol spelen bij de inschrijving. Voor het basisonderwijs werd dit netoverschrijdend opzet uitgeprobeerd in 28 steden en gemeenten. Voor het secundair onderwijs gebeurde dat op 22 plaatsen. In de praktijk viel het allemaal nogal tegen. Een aantal scholen bleef 'wit' door nauwelijks allochtone leerlingen in te schrijven in een omgeving met heel veel migrantenkinderen. Andere scholen met 30 procent en meer allochtone leerlingen kwamen feller onder druk te staan of evolueerden naar echte 'concentratiescholen' met haast alleen allochtone leerlingen. De migrantenorganisaties voelden zich niet betrokken. Klachten van ouders in de betrokken steden en gemeenten bleven beperkt tot een dertigtal per jaar. Het ging dan bijvoorbeeld over het dragen van een hoofddoek of over vermeende discriminatie bij het uitreiken van schoolattesten. Klachten over geweigerde inschrijvingen keerden zich tegen scholen die een concentratie van allochtone leerlingen wilden vermijden. In acht jaar lag slechts één 'witte school' onder vuur.Zorgverbreding en onderwijsvoorrang hadden nog een ander neveneffect. Scholen hebben meer oog gekregen voor de specifieke leerproblemen van kansarme en migrantenkinderen, maar vaak weten ze er geen raad mee. Ze verwijzen dan maar door naar het buitengewoon onderwijs. In het buitengewoon basisonderwijs werd vorig jaar net niet de kaap van 28.000 leerlingen overschreden. In twee decennia steeg dat aantal met meer dan 40 procent. Uit onderzoek blijkt dat een op de vier kinderen uit kansarme Vlaamse gezinnen in een buitengewone basisschool zit. Ook migrantenkinderen zijn oververtegenwoordigd. Allochtone jongeren met gedragsproblemen en taalachterstand verzeilen sneller in het buitengewoon secundair onderwijs. BATTERIJ ALTERNATIEVENMinister Vanderpoorten brengt een batterij alternatieven in stelling. Daarbij hoort inmiddels ook een plan om kinderen met een licht mentale handicap, een gedragsprobleem of een leerstoornis zoveel mogelijk in het gewoon onderwijs te houden. Het gelijkekansendecreet, dat zal worden aangevuld met een nieuwe regeling over de rechten van leerlingen en een participatiedecreet, ruilt een spreidingspolitiek voor een 'actief toelatingsbeleid'. Het belangrijkste instrument is een algemeen inschrijvingsrecht. Vrije scholen hebben nu nog een weigeringsrecht, maar ze moeten dat motiveren. Door het gelijkekansendecreet valt die regel weg en kunnen ouders hun kind inschrijven in de school van hun keuze. Ze moeten wel instemmen met het schoolreglement en het pedagogisch project. Vanderpoorten ziet dat als een aansporing voor de scholen om de inhoud van hun reglement en project op punt te stellen. Een school moet een inschrijving hoe dan ook noteren. Pas nadien kan ze beslissen om een leerling toch te weigeren, maar dan alleen als er echt geen plaats meer in de school is of indien de leerling in het vorige schooljaar werd weggestuurd.In twee gevallen kan een school ouders en leerling doorverwijzen. Voor een zwaar gehandicapt kind kan een uitweg worden gezocht met een buitengewone school. De andere uitzondering moet verhinderen dat scholen met minstens 30 procent anderstalige leerlingen 'concentratiescholen' worden. Die scholen moeten bovendien taalvaardigheidsonderwijs aanbieden en activiteiten organiseren voor ouders van anderstalige en kansarme leerlingen. Over deze kwesties spreken lokale overlegplatforms zich uit. Alle scholen moeten aan dat overleg deelnemen. Ze ontmoeten er onder meer vertegenwoordigers van lokale overheden, sociaal-economische organisaties, ouder- en leerlingenverenigingen, organisaties van migranten en kansarmen. Hoog op de agenda staan de opvang en oriëntering van anderstalige en kansarme kinderen. Dat kan ook leiden tot overeenkomsten tussen 'witte' en 'concentratiescholen'. Voorts moet het platform voor een geweigerde of doorverwezen leerling een andere school zoeken. Slaagt het daar niet in, dan hakt een nieuwe Commissie voor leerlingenrechten de knoop door. Een school die van geen gelijke kansen wil weten, kan 10 procent van de werkingsmiddelen verliezen.Nieuw is dat niet langer de nationaliteit maar de thuistaal een beslissende factor is. Dat geldt ook in grote mate voor de toewijzing van de middelen die Vanderpoorten in één grote pot stopt. Het geld (13,7 miljoen euro dit schooljaar) voor 'anderstalige nieuwkomers' (kinderen van nieuwe migranten en asielzoekers) wordt wel apart gehouden. Het gelijkekansenbudget zelf wordt tegen 2004 opgetrokken naar 75 miljoen euro.Bij de verdeling wordt voor het basisonderwijs ook gelet op de sociale situatie en de scholing van de ouders. In het secundair onderwijs weegt de schoolachterstand door. De ondersteuning wordt uitgesmeerd over twee luiken. In het ene ligt de nadruk op een goede doorstroming van de leerlingen in het basisonderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs. In het andere luik (de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs) moeten meer jongeren een diploma of getuigschrift behalen. Minister Vanderpoorten legt eind deze week een definitief ontwerp van het gelijkekansendecreet voor aan de Vlaamse regering. Overleg met de verantwoordelijken van de onderwijsnetten en met de vakbonden leidde tot enkele aanpassingen. Maar het katholiek onderwijs heeft Vanderpoorten niet over de streep kunnen halen (zie kader). Het vrije net beschouwt een veralgemeend inschrijvingsrecht als een schending van de vrijheid van onderwijs. Tien jaar geleden bij de discussie over de non-discriminatieverklaring, was dat ook al het grote twistpunt.Patrick MartensDe spreidingspolitiek die tot nu toe met beperkt succes werd gevoerd, schuift op naar een 'actief toelatingsbeleid'.