Peter de Grote en Catharina de Grote in Amsterdam : twee kunstminnende vorsten.
...

Peter de Grote en Catharina de Grote in Amsterdam : twee kunstminnende vorsten.Begin dit jaar was er in het Museum Boymans-van Beuningen een imposante tentoonstelling gewijd aan de ?Schatten van de tsaar. Hofcultuur van Peter de Grote uit het Kremlin?. De expositie werd samengesteld naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van het (eerste) verblijf van de jonge tsaar Peter (1672-1725) in Nederland en Engeland in 1697-'98. In 1717 maakte Peter de Grote een tweede reis in West-Europa, waarbij hij onder meer Antwerpen, Brussel, Gent en Brugge aandeed en op de terugreis uit Parijs ook in Spa verbleef. De bron Pouhon Pierre-le-Grand herinnert daar nog aan. In 1697-'98 bezocht hij Engeland op uitnodiging van de Nederlandse stadhouder-koning Willem, die als William III ook koning van Engeland was. In Nederland bleef Peter een tijdje hangen, want in de buurt van Moskou had hij eerder Hollandse botenbouwers en zeilers leren kennen en Peter droomde van een grote vloot en een ijsvrije haven aan de Oostzee. Daarom wilde hij persoonlijk de knepen van de scheepsbouw leren. Eerst verbleef hij in Zaandam en later in Amsterdam, waar hij gedurende drie maanden meewerkte aan de bouw van een VOC-schip. In Amsterdam was hij de gast van burgemeester Nicolaes Witsen, die zelf eerder Rusland bezocht als vertegenwoordiger van de Verenigde Oostindische Compagnie. Na zijn terugkeer in 1698 naar Rusland voerde Peter een aantal hervormingen door in het leger. Hij liet een vloot bouwen, hij knipte de baarden van zijn hovelingen af en beval hen zich westers te kleden. In 1703 slaagde hij er ook in de Zweden te verslaan en aan de monding van de Neva bouwde hij zijn nieuwe hoofdstad, Sint-Petersburg, volkomen op West-Europa gericht. Dat betekende een breuk met het verleden van Moskovië, dat eerder op de oriënt was gericht. Die breuk wil Nederland duidelijk maken met een tweede en derde tentoonstelling, nu in Amsterdam. In de ?Schatten van de tsaar? waren er enkel voorwerpen te zien uit de periode vóór 1700 en afkomstig uit de Wapenkamer van het Kremlin in Moskou. De tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum is nu gewijd aan ?Peter de Grote en Holland?. Peter de Grote had in Holland niet enkel op een scheepswerf gewerkt. Hij had ook zijn ogen de kost gegeven. Want alles interesseerde hem. In Delft maakte hij kennis met de lenzensnijder Anthonie van Leeuwenhoek, die net de microscoop had uitgevonden. In Leiden bezocht hij de Hortus Botanicus en het Theatrum Anatomicum. In Amsterdam leerde hij een aantal beroemde verzamelaars kennen. Hij kocht later een aantal van hun verzamelingen op en liet ze naar Sint-Petersburg brengen. Daar werden zij ondergebracht in de nieuwe Kunstkamera, het eerste openbaar museum ter wereld. PETER KOCHT VERZAMELINGENDe Hollandse verzamelaars uit de zeventiende en de achttiende eeuw liepen in het spoor van de Italiaanse renaissancevorsten, die vanaf de vijftiende eeuw allerlei merkwaardige voorwerpen en kunstwerken begonnen te verzamelen. In de zestiende eeuw zetten de Bourgondiërs en de Habsburgers die gewoonte voort, met als voornaamste exponent wellicht de collectie van keizer Rudolf II in Praag. Waar in een collectie als deze nog de nadruk lag op het schone en het bizarre, gingen de Hollandse verzamelaars een stap verder. Een verzameling ?in 't kleen, de groote weerelt? stond niet meer op zichzelf, een verzameling moest geordend worden, geïnventariseerd en gepubliceerd. De collecties kregen een encyclopedisch karakter. Die ordeningsdrang zou een hoogtepunt kennen met de publicatie in 1735 van het ?Systema Naturae? van de Zweedse natuurkundige Carolus Linnaeus. Dat ordeningssysteem van de ?natuur? heeft tot op vandaag zijn geldigheid behouden. Zo leerde Peter de Grote in Amsterdam de medicus Frederick Ruysch (1638-1731) kennen. Die had in zijn huis aan de Nieuwezijds Achterburgwal een fameuze collectie samengebracht. Een anatomisch kabinet bestaande uit tien kasten en een aantal kleinere kastjes met skeletten en in alcohol geprepareerde monsterachtige dieren, kinderlijkjes (soms aangekleed) en menselijke lichaamsdelen. Die collectie liet de tsaar later opkopen voor 30.000 gulden en naar Sint-Petersburg brengen. Lange tijd werd gedacht dat de verzameling (althans ten dele) verloren was gegaan, maar onlangs werd alles teruggevonden en delen er van zijn in de tentoonstelling te zien. Na de verkoop van zijn collectie begon Ruysch dadelijk met de aanleg van een nieuwe verzameling. Zo ging dat. Ook een aantal tekeningen en aquarellen van Surinaamse insecten van de hand van de Duits-Hollandse kunstenares Maria Sybilla Merian werden teruggevonden, samen met een album met Hollandse tekeningen uit het bezit van de Hollandse Rus Andrej Winius (1641-1717). Peter de Grote kocht in Amsterdam ook de verzameling van apotheker Albertus Seba (1665-1736). Die bestond onder meer uit 72 laden met schelpen, 400 dieren op sterk water, gesteenten en ongeveer duizend Europese insecten. Ook uit deze verzameling worden stukken terug naar Amsterdam gehaald. Daarnaast zijn er kostuums, tuinontwerpen (ook op Hollandse voorbeelden geïnspireerd), instrumenten, handschriften, tekeningen en schilderijen met als hoogtepunt een ?David en Jonathan? van Rembrandt. Peter de Grote stierf in 1725. Hij werd in eerste instantie opgevolgd door zijn tweede vrouw, Catharina I, oorspronkelijk een boerenmeisje van Baltische afkomst. Na haar dood in 1727 volgde een aantal verre en dichte familieleden elkaar op op de troon, tot in 1762 een kleinzoon van Peter de Grote, ook een Peter, tsaar werd. Deze Peter III was een zoon van Anna, een dochter van Peter I en van de hertog van Holstein-Gottorf. In zijn jeugd verbleef Peter III in Duitsland en pas op zijn veertiende werd hij naar Sint-Petersburg gebracht. Zijn sympathie voor Pruisen en de Pruisische vorst Frederik de Grote zou hij nooit verbergen. Nog maar pas op de troon sloot hij in 1762 vrede met Frederik, zonder dat die laatste veel toegevingen moest doen. Dat zinde de officieren en de hofmandatarissen niet en bij een paleisrevolte werd Peter III datzelfde jaar nog afgezet. Korte tijd later werd hij ook gedood. CATHARINA DE VERLICHTEPeter III was getrouwd met Sophie von Anhalt-Zerbst, die als Catharina II haar man zou opvolgen. Ook zij was als jong meisje naar Rusland gebracht, maar zij had zich wél aangepast aan haar nieuwe omgeving. Zij leerde vlot Russisch spreken en genoot veel sympathie bij de bevolking, het Hof en het leger. Het huwelijk was niet gelukkig, maar Catharina zette wel een zoon op de wereld, de latere Paul I. Of Peter de vader was van dit kind wordt betwijfeld, want Catharina hield er nogal wat favorieten op na. Dit jaar is het tweehonderd jaar geleden dat Catharina de Grote stierf. Meteen een mooie gelegenheid om ook aan haar een tentoonstelling te wijden. En, dacht men in Amsterdam, waarom die twee grote Russische vorsten van de achttiende eeuw niet samen presenteren. En zo geschiedde. De Nieuwe Kerk op de Dam, op amper enkele honderden meter van het Amsterdams Historisch Museum waar Peter de Grote te gast is, is deze winter omgetoverd tot de schatkamer van Catharina II. De tentoonstelling is zowel gewijd aan de persoon en de politiek van de vorstin, als aan haar ongelooflijke collectie kunstwerken. Sint-Petersburg groeide onder haar 34 jaar durende regering, van 1762 tot 1796 uit tot een bruisende stad, waar buitenlanders volop de loftrompet over staken. Ze liet paleizen bouwen en nodigde Europese kunstenaars uit naar Rusland. Ze kocht in West-Europa in die 34 jaar maar liefst 3996 schilderijen, onder andere werken van Titiaan, Rubens, Van Dyck, Rembrandt, Jordaens en Hals. Bij voorkeur kocht ze hele collecties op. Zo kocht Catharina II in 1764 de voor de Pruisische koning samengestelde Gotzkowski-collectie, 255 doeken, met onder meer een ?Portret van een jonge man met handschoen? van Frans Hals. In 1769 kocht zij 600 schilderijen uit het bezit van wijlen August III van Saksen. Ook in Zwitserland en in Holland sloeg ze toe. Niet alle gekochte werken kwamen evenwel veilig in Sint-Petersburg aan. De collectie van de Amsterdammer Braamkamp, bijvoorbeeld, verdween onderweg in de golven. In 1772 sloeg Catharina II een grote slag toen zij in Parijs de collectie van Pierre Crozat aankocht. In zeventien kisten werden toen onder meer werken van Titiaan en Rembrandt naar het Winterpaleis gebracht. De vorstin kocht in 1779 ook de complete verzameling van de Britse eerste minister Sir Robert Walpole, ondanks het protest van de Britse parlementariërs. Voor de tentoonstelling werden uit de reusachtige verzameling 19 werken geselecteerd, onder meer een ?Herderstafereel? van Rubens, een ?Familieportret? van Van Dyck, een ?Zelfportret met familieleden? van Jordaens en een ?Stilleven? van De Heem. Daarnaast zijn er kostuums te zien, serviezen, juwelen en haar fameuze statiekoets. Die was ooit nog door Peter de Grote in Parijs aangekocht. Ook zijn er portretten te bewonderen van haar voorganger Peter de Grote en van haar ouders, van haar man en van haar bondgenoot (en meer) garde-officier Grigori Orlov. Voor hem liet zij ook een uit meer dan 300 stukken bestaand servies in porselein maken, beschilderd met zijn monogram en met scènes uit zijn militaire loopbaan. Ten slotte wordt ook even stilgestaan bij de correspondentie die Catharina de Verlichte vanaf 1763 voerde met de Franse filosoof Voltaire. Paul Dossche ?Peter de Grote in Holland?, in het Amsterdams Historisch Museum.?Catharina. De keizerin en de kunsten?, in de Nieuwe kerk in Amsterdam.Beide tot 13/4. Elke dag open. Verzameling Catharina de Grote : Portret van een jonge vrouw, Titiaan, 1488-1490 : een rijke persoonlijkheid. Verzameling Peter de Grote : Reisapotheek van Tobias Lenghard : op het Westen georiënteerd.