DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN HET KAN DUS TOCH NOG DAT EEN HEEL LAND radeloos wordt gemaakt door berichten over lijden en onheil, toegebracht door individuen. Dat het in al zijn geledingen en instellingen wordt gemobiliseerd om collectief te rouwen, aan bestaande gedragscodes te twijfelen, verontwaardigd te zijn en in het openbaar zijn gevoelens te uiten. Vooral die verstrengeling van psychische, morele, justitiële en politieke reacties wijst erop dat een diepliggende zenuw is geraakt : niet die van een zomaar per definitie grillige publieke opinie, maar van het hele referentiekader dat wij onze beschaving noemen. Op een juiste manier met die ontreddering omgaan, is moeilijk voor iedereen maar nog het meest voor wie een taak heeft om te informeren of te onderrichten : geestelijke gezagsdragers, leraars, beleidsmensen, media en misschien zelfs kunstenaars. Zij moeten ?de bevolking?, in dit geval dus de massa die moeizaam naar woorden zoekt, helpen bij het vinden van een eerlijke uitweg voor haar verwarring en afschuw. Misschien is dat momenteel niet mogelijk, maar het moet nagestreefd blijven. De inwoners van België zijn door twee duisternissen tegelijk overvallen : extreme en dan nog seksuele wreedheid tegenover kinderen, en de moord op André Cools. Beide ontsporingen hebben bovendien geleid tot een aan zekerheid grenzend vermoeden dat het gerecht niet integer, in zekere mate zelfs medeplichtig was. Zo wordt het hele kleurengamma van de ontsteltenis bespeeld : niet alleen woont satan rustig ?tussen ons, de gewone mensen, in onze huizen en woonplaatsen? maar nestelt hij zich ook in de hogere regionen van de macht en van de politiek. Een samenleving die met dat besef is opgezadeld, wordt nihilist. Zij ontwaakt ruw uit een mooie, historische droom : die van de geordende, democratische gemeenschap waarop alle leden van het volk greep hebben. Dat vanzelfsprekende recht voor iedereen om mee te waken over de goede gang van zaken (in een weliswaar door grote getallen getekende en zowel anonieme als onoverzichtelijke wereld), heette al bij al goed georganiseerd te zijn. Algemeen stemrecht naast zovele andere rechten, volksvertegenwoordiging, regeren per delegatie, gecontroleerde politiediensten, door de wet bewaakte ambtenaren, onaantastbare rechtspraak, enzoverder. Eeuwen is gewerkt aan de opbouw van dat geruststellende model : de volstrekte toegang van de massa tot haar eigen sociale macht en dus welbevinden. Dat laatste berust overigens niet alleen op politieke instellingen. Er zijn ook onderwijs, kerken, ziekenhuizen, sport, samenhorige ontspanning en tal van informatiekanalen mee gemoeid. De vlaag van kwaad nieuws, veroorzaakt door een kleine maar gewetenloze minderheid waarin men geen mensen meer kan herkennen, schiet de massa die zo graag in haar gelijkgezindheid geloofde als een kudde geschrokken antilopen uiteen. Zij ontdekt dat haar eigen goedheid of zelfs maar het verlangen daartoe niet gegarandeerd is. Zij voelt zich mee besmeurd door het onnoemelijk boze en de scherp aan het licht gekomen maatschappelijke misbruiken, in het besef dat zij er fataal deel van uitmaakt. Daarom zit in haar ontgoocheling en droefheid ook veel zelfkritiek verscholen. ?Waarom zijn we zo slordig gaan omspringen met gezag en elites, met waarden en normen, met opvoeding, zelfbeheersing, liefde, ernst, cultuur, eerbied voor al wat en wie dat waard is, strijd tegen de leugens ?? Ongeveer zo klinkt vandaag het verborgen schuldgevoel van de menigte die vergeet dat zij niet slechts de optelsom van enkelingen is. Zij ontwikkelt eigen kenmerken, ten goede en ten kwade, die niet tot het repertorium van individuele levens kunnen behoren : massa zijn is er daar één van. Een therapie tegen de psychische shocktoestand die op dit ogenblik in België heerst, kan langs dat inzicht gevonden worden. Iedereen zou er goed aan doen zich terug te trekken uit een al te demonstratieve beleving van de onrust, het verdriet en de walg die door de gebeurtenissen zijn veroorzaakt. Leed is niet geschikt om door een massa te worden gehanteerd, wel door de mens persoonlijk en dan bij voorkeur samen. Evenmin leidt het tot een betere verwerking van het drama, wanneer de instellingen en prominenten van de staat openlijk deelnemen aan een rouwproces waarvan zij ten dele mee de oorzaak zijn. Eerst hebben ze meegewerkt aan een overheidscultuur waarin de burger haast stilzwijgend ontslagen werd van zijn of haar plicht en soms zelfs mogelijkheden tot zelfredzaamheid tegenover agressie en kwaad. Dan hebben ze, op zijn minst door onzorgvuldigheid, het veiligheidssysteem dat voor opsporing en bestraffing van tegen de maatschappij gerichte daden moest zorgen, verwaarloosd zoniet ontwricht. Daarom werkt het niet meer. Zo gezien, kunnen de notabelen geen twee dingen tegelijk hebben : verantwoordelijkheid voor dat falen (dat ze zelf omzwachtelend ?disfunctie? noemen) en het recht om mee te wenen met de massa. ALLEEN EEN TERUGKEER naar het discrete en private kan het ?nationale gemoed? met zichzelf in het reine doen komen en opnieuw tot een beetje vrede brengen. In de stilte van vele persoonlijke gewetens moet de beslissing vallen of en, indien ja, hoe de samenleving in al haar facetten aan politieke en morele sanering toe is. Ondertussen zou het wenselijk zijn dat de tien miljoen onderdanen die in België op een zo lange reeks overheden zijn aangewezen, bij zichzelf in de leer gaan. Om weer te ontdekken wat de eeuwige vereisten van het overleven zijn : voorzichtigheid, planning, verantwoordelijkheid en altijd flink doorstappen. Met ogen in de rug.