Internationale instellingen zijn niet noodzakelijk voorbeelden van democratisch en transparant bestuur. Voor zijn boek Het recht van de rijkste keek John Vandaele kritisch naar de manier waarop organisaties zoals het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) werken. Vandaele is redacteur van het maandblad MO*, dat zich bekommert om de problemen van globalisering en ontwikkeling. Vorige maandag lichtte hij zijn bevindingen toe voor de Bijzondere Commissie Globalisering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
...

Internationale instellingen zijn niet noodzakelijk voorbeelden van democratisch en transparant bestuur. Voor zijn boek Het recht van de rijkste keek John Vandaele kritisch naar de manier waarop organisaties zoals het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) werken. Vandaele is redacteur van het maandblad MO*, dat zich bekommert om de problemen van globalisering en ontwikkeling. Vorige maandag lichtte hij zijn bevindingen toe voor de Bijzondere Commissie Globalisering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. De parlementsleden hadden belangstelling voor een passus in het boek van Vandaele over de rol die België in het IMF speelt. Hij omschrijft het IMF en de Wereldbank als de minst democratische van de instellingen die hij onder de loep nam. In de WHO geldt dat elk land een stem heeft. In het IMF en de Wereldbank wordt de machtsverdeling nog altijd bepaald door het aantal dollars dat een land ter beschikking stelt. Dat zou een graadmeter zijn voor zijn belang in de wereldeconomie. 'België levert al meer dan zestig jaar een directeur in de bestuursraden van het IMF en de Wereldbank', zegt John Vandaele. 'Ons land heeft in het IMF 2, 13 procent van de stemmen. Maar het vertegenwoordigt ook een tiental andere landen, en weegt zo uiteindelijk iets meer dan 5 procent zwaar. Het komt in stemmengewicht net na de Verenigde Staten, Duitsland en Japan. Als België op dat forum iets zegt, betekent het voor een keer ook echt iets. Alleen: de Belgen weten niet wat daar in hun naam wordt verteld.'De bestuursraad van het IMF komt zo ongeveer elke dag bijeen. Maar de verslagen van die vergaderingen blijven tien en in sommige gevallen twintig jaar geheim. Toen John Vandaele in het kader van zijn onderzoek bij medewerkers van minister van Financiën Didier Reynders (MR) naar de Belgische standpunten in het IMF informeerde, kreeg hij te horen dat daar gewoon het standpunt van de Belgische regering wordt verdedigd. Enkele maanden later lekte toevallig zo een standpunt uit en kon de minister er niet vlug genoeg afstand van nemen. In de aanloop naar de top van de G8 in Gleneagles in juli 2005 schreef de Britse zakenkrant Financial Times namelijk dat België zich in het IMF tegen de kwijtschelding van schulden van de derde wereld had verzet. 'Ik vroeg de directeur internationale betrekkingen van het ministerie van Financiën of de Belgische standpunten de koers volgen van de coalitie die in de Wetstraat aan de macht is', vertelt Vandaele. 'Nee, zei die. Dan vraag ik me af hoe die standpunten dan een weerspiegeling kunnen zijn van wat de regering denkt? Een ambtenaar wou me aan de telefoon bij hoge uitzondering anoniem enkele standpunten van de Belgische stemmengroep voorlezen. De ene toonde zich voor een bepaald land kritisch over de invoering van het minimumloon. Een andere pleitte voor het privatiseren van pensioenstelsels. Ik weet niet of het dat is wat de Belgische regering van haar vertegenwoordiger in het IMF verwacht.'De gang van zaken in het IMF verbaast John Vandaele om nog een andere reden. De Europese Unie heeft in die instelling samen 32 procent van de stemmen, tegen 17 procent voor de Verenigde Staten. Toch heeft die instelling de roep dat ze een zeer Amerikaanse politiek voert. De voormalige gouverneur van de Nationale Bank Fons Verplaetse, bijvoorbeeld, vertelde Vandaele dat er met de rabiate marktfilosofie van het IMF in ontwikkelingslanden geen fatsoenlijk werk kan worden geleverd. Het hoofd internationale betrekkingen van de Nationale Bank, Peter Praet, noemt de IMF-filosofie in het boek van Vandaele ronduit een religie. 'Het kan dus niet anders of de Europese vertegenwoordigers in de instelling tonen zich niet echt goede ambassadeurs voor het Europese model. Politici houden ons altijd voor dat we onze waarden moeten exporteren. Maar als dat kan, gebeurt het niet. Het IMF is voor de VS een instrument in hun buitenlandse politiek. De VS hebben er altijd voor gezorgd dat er zonder hen geen belangrijke beslissing kan worden genomen. Ze hebben 17 procent van de stemmen, maar als het erom spant, is er een meerderheid van 85 procent nodig. Ze houden hun veto altijd achter de hand.'Dat gaat soms ver. Het IMF schrijft, zoals bekend, elk jaar ook een rapport over de ontwikkelde landen. Als het over Europese landen gaat, bevat dat rapport altijd een hoofdstukje over de arbeidsmarkt. Voor België heet het klassiek dat de werkloosheidsuitkeringen in de tijd moeten worden beperkt. In het Nederlandse rapport voor 2003 stond dat het verschil tussen hoge en lage lonen als gevolg van centrale loonakkoorden te klein werd. In de rapporten over de VS wordt merkwaardig genoeg nooit over de arbeidsmarkt gesproken. 'Kennelijk is de Amerikaanse arbeidsmarkt een model', zegt John Vandaele. 'Terwijl ze toch veel mensen voortbrengt die werken en toch arm blijven. De Europeanen lopen daarin mee. Dat is toch te gek. Er is al genoeg gebleken dat, bijvoorbeeld, de Belgen aan hun sociaal model gehecht zijn. Waarom komen onze vertegenwoordigers daar dan niet meer voor op?'Op dezelfde manier wekt het verbazing dat de Europese Unie zich zo weinig gelegen laat aan de minimale arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Die zijn nog van de hand van de toenmalige directeur-generaal, de Belg Michel Hansenne. Het gaat om de vrijheid van vereniging, de vrijheid van verenigingen om met elkaar collectief te onderhandelen, het verbod op dwangarbeid, discriminatie en kinderarbeid. Bij de uitbreiding van de Unie in mei 2004 werd het niet nodig geacht om van de nieuwe lidstaten te vragen dat ze die normen zouden accepteren en toepassen. Wat enkele onder hen niet doen. 'De EU maakt daar ook geen voorwaarde van om landen tot de Wereldhandelsorganisatie toe te laten', zegt John Vandaele. 'Lidstaten van de WHO moeten voor 26.000 bladzijden aan regels aanvaarden. Dat is zo goed als de grondwet van de wereldeconomie, maar sociale normen zijn daar niet bij. Ik kan me voorstellen dat de doorsnee-Belg het nuttig zou vinden dat de Chinezen, bijvoorbeeld, enkele minimale sociale regels aanvaarden voor ze ons uit de markt concurreren. Daar is in 2001, toen China lid werd, in Europa uiteindelijk zelfs minder over gepiekerd dan in Amerika. Daar kietelen ze Peking tenminste nog graag met een verwijzing naar mensenrechten.'JOHN VANDAELE, 'HET RECHT VAN DE RIJKSTE', HOUTEKIET, ANTWERPEN/AMSTERDAM, 342 BLZ., A 20. HUBERT VAN HUMBEECK