Volgend jaar is het precies 1100 jaar geleden dat Weimar voor het eerst uit het diepe duister van de vroege Middeleeuwen opdook. Uitgerekend in 899 verschijnt de naam van de stad in een keizerlijke oorkonde waar ene Arnulf von Kärnten zijn naam onder zette. In ruim duizend jaar is Weimar, nog altijd een provinciaal stadje van nauwelijks 60.000 inwoners, uitgegroeid tot een Duits cultoord. Een bedevaartsplaats waar duizenden schroomvol de huizen van Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich von Schiller betreden, en zich aan de relikwieën van de Duitse cultuur vergapen.
...

Volgend jaar is het precies 1100 jaar geleden dat Weimar voor het eerst uit het diepe duister van de vroege Middeleeuwen opdook. Uitgerekend in 899 verschijnt de naam van de stad in een keizerlijke oorkonde waar ene Arnulf von Kärnten zijn naam onder zette. In ruim duizend jaar is Weimar, nog altijd een provinciaal stadje van nauwelijks 60.000 inwoners, uitgegroeid tot een Duits cultoord. Een bedevaartsplaats waar duizenden schroomvol de huizen van Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich von Schiller betreden, en zich aan de relikwieën van de Duitse cultuur vergapen. Weimar - dat zo'n ongewone rol in de Duitse samenleving speelde maar het in tegenstelling tot Aken, Regensburg of Bonn nooit tot hoofdstad van het land bracht - krijgt iets wat op eerherstel lijkt. Een jaar lang wordt Weimar culturele hoofdstad van Europa. Het is de eerste stad uit de voormalige DDR die de eer te beurt valt, en opnieuw heeft ze het aan Goethe te danken. In 1999 wordt de 250ste verjaardag van zijn geboorte gevierd en niemand van de concurrenten kon daar tegenop. Weimar had nog wel enkele opmerkelijke verjaardagen achter de hand om desgevallend de kandidatuur te staven. Tachtig jaar terug werd hier het Bauhaus gesticht en werd in het Nationaltheater de Duitse grondwet op papier gezet, zodat de omstreden Weimarrepubliek - de eerste Duitse ervaring met parlementaire democratie - van start kon. Er is trouwens nog meer. In 1999 is het tien jaar geleden dat de Berlijnse muur werd gesloopt en is de Bundesrepubliek een halve eeuw oud. Vijftig jaar terug werd ook de ter ziele gegane DDR opgericht. Voor Weimar met zijn teveel aan geschiedenis is het gemakkelijk grossieren in belangrijke data. Er is altijd wel een jubileum dat de stad het politiek establishment kan aanbieden om zich in het licht van de grote Duitse cultuur te koesteren. In hetzelfde Nationaltheater waar in 1919 de grondwet werd goedgekeurd, herdacht het bruine kruim van het nationaal-socialisme in 1934 de 175ste geboortedag van Schiller. In aanwezigheid van Adolf Hitler werd Schiller tot dichter van de "mannelijkste mannelijkheid" uitgeroepen. Hoewel Schiller ooit stelde dat het zielig is om voor slechts één natie te schrijven, werd hij door feestredenaar Joseph Goebbels in de NS-rangen ingelijfd. "Er war einer der Unseren, Blut von unserem Blut und Fleisch von unserem Fleisch." Ook Goethe werd geannexeerd, omdat hij zo'n geweldige sportman was en jongeren liefst in uniform zag, want ze moeten "de dingen samen leren aanpakken". Al in 1928 besefte Hitler dat Weimar hem van nut kon zijn. "Ik heb Weimar nodig, zo zei hij toen, zoals ik Bayreuth nodig heb." Het bleef niet bij woorden. Nauwelijks was hij kanselier of Weimar kreeg de middelen voor een Goethemuseum, en toen in 1937 op nauwelijks acht kilometer van het centrum van Weimar het concentratiekamp Buchenwald werd opgericht, stond hogerhand erop dat de eik waar Goethe ooit onder luierde, overeind bleef. Zoiets heet waarschijnlijk zorg voor het cultureel erfgoed.TUSSEN GEIST EN MACHTUitgerekend in het jaar dat een nieuwe Berlijnse republiek van start gaat, verrijst Weimar als een feniks uit zijn as en maakt de stad zich op voor de komst van zowat alle toppolitici. Met al zijn mythes, zoniet mystiek, wordt Weimar een intrigerend statement van de Berliner Republik. Intendant Bernd Kauffmann, een vlotte, nerveuze cultuurmanager die hier een paar jaar terug neerstreek, reageert omzichtig. "De geest van Weimar is die van Potsdam niet. Tussen beide bestond altijd een tegenstelling. Potsdam was het vooral om de macht te doen, want de benadering was zeer politiek, Pruisisch ook. In Weimar focust het denken zich op het verleden, want hier ligt de bakermat van het Duitse idealisme, classicisme en nadien de Verlichting. In Weimar stond niet de macht maar de Geist centraal en ik hoop dat de Berlijnse republiek daar een beetje inspiratie in vindt. Het lijkt er alleszins op dat er nu zorgvuldiger met cultuur zal worden omgesprongen dan onder de Bonner Republik." De norm waaruit die zorg moet blijken, is ondermeer geld. Het stoort Kauffmann mateloos dat hij voor zijn programma niet eens een miljard frank kreeg, een fractie van wat Kopenhagen en Stockholm konden uitgeven. Het grootste deel van dat bedrag wordt door de deelstaat Thüringen opgehoest, want Weimar is zo klein en zo arm dat het zelf geen mark kon bijdragen. Vier jaar terug werd de stad wegens een gigantische schuldenlast van meer dan acht miljard frank zelfs onder curatele geplaatst. "Geen enkele stad in de Bundesrepublik, zo heette het toen, is er zo beroerd aan toe." De nieuwe regering van kanselier Gerhard Schröder wil de federale bijdrage iets optrekken en liet Kauffmann weten dat er een extraatje van zowat tweehonderd miljoen beschikbaar is. "Daarmee kun je nog altijd geen mirakelen verrichten," aldus Kauffmann, "maar het geeft je wel iets meer zuurstof. We zitten nu ongeveer op het peil van Antwerpen, dat zoveel groter is dan Weimar en over veel meer mogelijkheden beschikte." Die uitspraak moet gerelativeerd worden. De jongste jaren werd een veelvoud van het artistieke budget in de restauratie van gebouwen en infrastructuur van Weimar geïnvesteerd. Zowat alle historische monumenten die onder het armtierige DDR-regime verkommerden, werden opgekalefaterd en enkele weken voor de opening van de festiviteiten is Weimar nog altijd een open bouwput. Er werd op geen miljard gekeken, en naast de cultuurtempels werden zowat alle straten en pleinen aangepakt. Zelfs de standbeelden - het zijn er nogal wat - kregen een grondige beurt. In een geforceerd tempo wordt Weimar tot een prestigieus schrijn - of wordt het een bonbonnière? - omgebouwd waar het voor toeristen goed toeven is. De horecasector grijpt haar kans. Onmiddellijk na de Wende vond je nauwelijks een hotel in Weimar, vandaag zijn het er tientallen, en allemaal hopen ze een graantje van de zes miljoen verhoopte bezoekers mee te pikken. Na Salzburg ontdekt Weimar, dat decennialang in de arbeiders- en boerenrepubliek verkommerde, wat een wonderlijk economisch glijmiddel cultuur wel is. Die zakelijke overwegingen storen Kauffmann niet. "Kunst richt zich niet tot een uitstervende minderheid. We hebben er geen enkel belang bij om in eenzaamheid weg te kwijnen." Ook hotel Elephant, dat al in 1561 vermoeide reizigers een bed aanbood, maakt zich voor de nieuwe tijden op en werd helemaal opgeknapt. Evengoed als het Goethehuis behoort het tot het waardevolste patrimonium van Weimar. Hier logeerden de besten en de slechtsten van Duitsland. Thomas Mann die er zijn "Lotte in Weimar" onderdak gaf, maar ook Franz Liszt, Franz Grillparzer, Felix Mendelssohn, Richard Wagner en ... Hitler. Het was zijn geliefkoosd hotel, en omdat hij er zich bij de vele bezoeken aan de stad helemaal thuis wou voelen, liet hij het door een van zijn geliefkoosde architecten in 1936 helemaal herbouwen. Onder de DDR werd er nauwelijks aan geraakt, en ook na de recente restauratie ademen de zware muren met hun sombere lambriseringen nog altijd de donkere obsessies van de nazi's uit. BIOTOOP VOOR GENIAAL TALENTSinds de literaire duizendpoot Christoph Martin Wieland - hij vertaalde William Shakespeare voor het eerst in het Duits, gaf het eerste succesrijke Duitse culturele tijdschrift uit en sympathiseerde met de Franse Revolutie, omdat hij zich mateloos aan Pfaffen und Bonzen ergerde - in 1772 naar Weimar verhuisde, werd de stad een ideale biotoop voor genieën en groot talent. In het zog van Wieland komt Goethe toe en die overtuigt dan weer Johann Gottfried Herder om als pastor primarius in de stadskerk van Weimar in dienst te komen. Dat inspirerende duo lokt ook Schiller naar het stadje aan de Ilm, die er zijn beste toneelstukken schrijft. Sindsdien is Weimar een mythe, waar begenadigde pennen, musici, filosofen en charlatans neerstrijken. De Hongaarse virtuoos Franz Liszt wordt er tot Hoffkapellmeister benoemt en zo goed in de watten gelegd dat hij er zich settelt en van Weimar het centrum van de nieuwe muziek maakt. Dankzij Liszt boekt de voortvluchtige revolutionair en terdoodveroordeelde Richard Wagner in het tolerante Weimar zijn eerste muzikale triomfen. Een andere getormenteerde, Friedrich Nietzsche, blies hier in 1900 zijn laatste adem uit en liet in de stad zijn archief en zijn megalomane zus achter. Met de nalatenschap van haar broer slaagt de ambitieuze dame erin om heel diverse lieden te charmeren. Mussolini en Hitler bijvoorbeeld, maar ook de Belg Henry van de Velde, een van de prominente figuren uit de Europese artistieke avant-garde van het begin van de eeuw. In 1901 komt hij naar Weimar en begint er een moeizaam gevecht tegen de conservatieve renaissance, de heimatkunst en de keizerlijke dictaten. Hij richt een kunstacademie op, botst voortdurend met de reactionaire burgerij en de hofhouding van de keizer, en moet bij het uitbreken van de oorlog als een dief in de nacht naar Zwitserland vluchten. In het stemmige Bauhausmuseum in Weimar kreeg Van de Velde een prominente plaats. "Zonder hem was er nooit een Bauhaus geweest", schrijft Thomas Fohl in de catalogus. Van de Velde effende niet alleen de weg, hij schoof ook Walter Gropius naar voren. In 1919 richtte die de hogeschool voor architectuur en toegepaste kunsten op en slaagde erin om docenten als Vassily Kandinsky, Paul Klee en Ludwig Mies van der Rohe naar Weimar te halen. De regering van Thüringen, een uitgesproken conservatief bolwerk en de eerste deelstaat waar de nazi's in de regering toetraden, stak voortdurend stokken in de wielen, en moegesard week Gropius in 1926 naar Dessau uit. In 1933 werd het Bauhaus, dat broeinest van Entartete Kunst, op nazibevel gesloten. Op dat ogenblik is Weimar al geruime tijd artistiek dood. Vlugger dan in andere steden - München misschien uitgezonderd - zwoer zijn burgerij de republiek af en sympathiseerde met het nationaal-socialisme. Weimar werd een schakel in een totalitaire propagandamachine, en vanaf 1945 kwijnde het weg achter het IJzeren Gordijn. Als de stad sindsdien de krantenkoppen haalde, was het omdat ze zo dicht bij Buchenwald ligt. Weimar is niet langer de stad van de dode dichters, maar ook van de 43.045 vermoorde kampbewoners die het trieste bewijs leverden dat kunst de wereld niet kan redden. Echt verwonderlijk is het dus niet dat Weimar '99 zich ver van de grote slogans rond kunst en samenleving houdt. Zelfs de ambitieuze vragen die Antwerpen '93 wel durfde formuleren, ontbreken hier compleet. "Na Auschwitz en Buchenwald is het raadzaam om bescheiden te blijven," aldus intendant Kauffmann, "kunst kan de loop der dingen niet veranderen, hooguit kan ze de mensen doen nadenken en hen erop attent maken dat er nog wat anders is dan het werkelijke, namelijk het mogelijke. In een tijd dat we allemaal als lemmingen in de val van de technologie lopen, is het een belangrijke bijdrage."ZELFS DE KUNST FAALTOok in het programma duikt Buchenwald voortdurend op. Het blijft echter een discreet herinneren, zonder grootschalige manifestaties of plechtige toespraken. In het kamp worden werken van vermoorde kunstenaars en tekeningen van Goethe geëxposeerd, en de verwilderde bosweg tussen de appèlplaats van het kamp en het slot Ettersburg - destijds het zomerverblijf van de hertogen en voor al die grote geesten een lustoord waar ze rendez-vous met de muzen hadden - wordt opnieuw vrijgemaakt. Er loopt nu een rechte weg van hooguit twee kilometer tussen de artistieke hemel en een van de kwalijkste kraters van het Derde Rijk. Volgens Kauffmann moet het daarbij blijven. "Geen pathos, geen kunst, alleen stilte. Dit verleden weegt op ons als de erfzonde en nooit zullen we er nog van loskomen. Of we willen of niet, het is een kleed dat we moeten aantrekken, het behoort nu tot onze identiteit. Dat bewustzijn bevorder je niet met vlammende toespraken, wel met stilte. Woorden schieten hier sowieso tekort. Ik begrijp Theodor Adorno toen hij schreef 'dat het barbaars is om na Auschwitz een gedicht te schrijven'. Dit is de gruwelijke wereld van het onzegbare waar zelfs de kunst faalt." Zonder Goethe was er geen Weimar '99, bijgevolg overschaduwt hij de hele programmatie. Tussen de vele tentoonstellingen, debatten, recitals en concerten zullen mensen in de meest verschillende talen, ongeacht hun herkomst of religie, gedurende 365 dagen zijn teksten voorlezen. Dat zal telkens op een andere plaats gebeuren, en het levert iedere dag een foto op die later in een groot, actueel Goethememoriaal wordt samengebracht. Van alle Goetheteksten zal vooral "Faust" de meeste aandacht trekken. Er komt een Roemeense-Japanse bewerking, een Poolse van Janusz Wisnioewski, een van Fernando Pessoa door het UBU-theater van Montréal en de spraakmakende versie van La Fura dels Baus die voor het eerst in het Duitse taalgebied wordt opgevoerd. Heel interessant wordt alleszins de workshop rond de West-östlicher Divan, een pleidooi van Goethe voor tolerantie tussen de culturen. Veertig jonge kunstenaars uit Weimar, Israël en de Arabische landen zullen er onder leiding van Daniel Barenboim, Yo Yo Ma en Edward Said debatteren en musiceren. Volgens de intendant is dit misschien het belangrijkste moment van het hele cultuurjaar. "We proberen tegelijkertijd een antwoord op de vraag van deze tijd te geven en een juist beeld van Goethe te schetsen. Er is over hem immers veel onzin verteld en alle politieke machthebbers probeerden hem in te lijven. Al onder Otto van Bismarck werd Goethe misbruikt en probeerde Berlijn van hem een propagandist van het Duitse rijk te maken. Alle Duitse soldaten kregen tijdens de Eerste Wereldoorlog een Faust in zakformaat. Goethe was echter geen Duitse nationalist, helemaal niet zelfs. Hij noemde zich trouwens heel nadrukkelijk een wereldburger." "Met Goethe werd alles anders." Het is een bevreemdende, absolute kreet uit de pas vrijgegeven programmabrochure en het is niet duidelijk of dat anders op Weimar dan wel op Duitsland slaat. Allicht is de dubbelzinnigheid gewild. De vraag rijst dan of Goethe Duitsland en Europa niet veel leed bespaard had indien hij wel afstand van het Ancien Régime had genomen en zich voor een democratische staatsordening uitgesproken. Goethe miste het belangrijkste rendez-vous van zijn tijd en bleef in het landelijke Weimar het gemakkelijke comfort, de reactie en het absolutisme verdedigen. Omdat hij zelf door de glitter van de macht verblind was - Goethe was vele jaren minister en de hertog verwende hem zeer -, kon hij de ogen van anderen voor de gevaren van het autoritarisme en het chauvinisme niet openen. Een Goethe die zich even duidelijk voor "vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid" had uitgesproken als voor het "goede, het schone en het ware" hadden keizers en Führers nooit kunnen annexeren. Georg Büchner werd nooit ingelijfd, Heinrich Heine uiteraard niet en met Günther Grass zal het nooit gebeuren. Hun teksten lenen er zich niet toe. Goethe overkwam het wel en daar heeft hij mee schuld aan. De tragiek van de dichter stopt niet met het leven, ook na de dood blijft hij verantwoordelijk voor zijn woorden. A fortiori als ze het geniale benaderen. Paul Goossens