De gebeurtenissen van 1968 werden ook in 1968 gefotografeerd. De schrijver kan er nog eens over denken en zijn bedenkingen jaren later op papier zetten, de schilder zal misschien de dingen schilderen die hij nooit heeft gezien of enkel via de televisie. De toneelschrijver en de choreograaf zullen veel later een eigen interpretatie geven, de geschiedschrijver zal de gebeurtenissen in een ruimer tijdskader passen, maar de fotograaf, hij was er. Hij fotografeert zijn tijd zoals men fotografeert in die tijd. De foto's van 1968 zijn dus niet alleen foto's over 1968 maar ook foto's van 1968. Ze zijn twee keer aan de tijd gebonden. En wat een tijd.
...

De gebeurtenissen van 1968 werden ook in 1968 gefotografeerd. De schrijver kan er nog eens over denken en zijn bedenkingen jaren later op papier zetten, de schilder zal misschien de dingen schilderen die hij nooit heeft gezien of enkel via de televisie. De toneelschrijver en de choreograaf zullen veel later een eigen interpretatie geven, de geschiedschrijver zal de gebeurtenissen in een ruimer tijdskader passen, maar de fotograaf, hij was er. Hij fotografeert zijn tijd zoals men fotografeert in die tijd. De foto's van 1968 zijn dus niet alleen foto's over 1968 maar ook foto's van 1968. Ze zijn twee keer aan de tijd gebonden. En wat een tijd. In het Musée de la Photographie in Charleroi hangen grote uitdagende foto's in zwart-wit. Het is werk van 28 fotografen, leden van het legendarische fotocollectief Magnum. Het zijn de bekendste reportagefotografen van hun tijd. Ze hebben ieder voor zichzelf de gebeurtenissen van 1968 gefotografeerd. Samen brengen ze een beeld van de grote en kleine momenten van dat jaar, en samen ook tonen ze een manier van fotograferen, een professionele manier om de kijker te pakken. We dachten dat dit gewoon was, maar nu, dertig jaar later, merken we dat het iets is van lang geleden. We waren het haast vergeten. De foto's zijn indrukwekkend. Ze werden uit de hand genomen midden het gebeuren en ze vertonen allemaal samen een bewogen dynamiek. Elke fotograaf laat dit duidelijk merken: ik stond er middenin, ik leefde mee, ik was er niet vies van, ik was één van hen. We zien elementen in de voorgrond en in de achtergrond, we zien de grove korrel door de gevoelige film en het kleine fototoestel. De fotografen zoeken geen hoofse of kritische afstandelijkheid maar gooien zich onvoorwaardelijk en zonder vrees in de strijd. De Magnum-fotografen zijn helden. (De zeer beroemde fotografen zoals Cartier-Bresson waren eerder goden). In de lente van 1968 kwamen de Praagse jongeren op straat in de hoop de Russische soldaten te overtuigen om (met hun tanks) weer naar huis te rijden. In Parijs kropen jongens en meisjes op oude monumenten en bedreven er de liefde om de oorlog tegen te houden. In Californië kwamen jonge mensen samen om naar muziek te luisteren en bloot in de oceaan te zwemmen. En ook in Parijs zat een jong meisje met een kort rokje op een terras en veroorzaakte bij een beschaafde tante die twee stoelen verder zat een aanval van kortademigheid. In Vietnam werd napalm gedropt en zagen de Amerikaanse jongens hoe een hel kon zijn. 1968 was een jaar zoals de andere: verschrikkelijk. Maar het was vooral ook een jaar van de fotografen, want de dingen die gebeurden, waren fotogeniek en de reportagefotografie was op haar hoogtepunt.MOEDIGER DAN HET VOLKJosef Koudelka fotografeerde de Praagse lente op een geweldige manier. Zijn foto's krijgen een ereplaats op de tentoonstelling in Charleroi. Voor het radiogebouw zwaaien twee jongens met de Tsjechische vlag. Ze houden beiden dezelfde stok vast en nemen een oerhouding aan, de houding van de overwinnaars. In de achtergrond is er vuur, de massa en het grijze gebouw. De jongens staan er niet voor zichzelf, deze foto is een symbool, een gedurfde uitspatting en Koudelka was dichtbij. Op een andere foto herkennen we de grote boulevard in Praag, hij ziet er verschrikkelijk rustig uit met hier en daar een geparkeerde auto (het zijn Tatra's) en nauwelijks mensen. Op de voorgrond zien we de arm van een man met aan zijn pols een uurwerk. We lezen twee minuten na twaalf en twintig seconden. Om 17 uur zal hier een grote betoging plaatsvinden om te protesteren tegen de Russische bezetters. De foto is een forse daad. Ze creëert verwachtingen. Maar we weten dat er niets gebeurde. De bezetter gebruikte de betoging als voorwendsel om zijn aanwezigheid te rechtvaardigen. De fotograaf was moediger dan het volk. Hij wist niet wat er zou gebeuren, hij was de fotograaf van het moment. Koudelka is als een beeldhouwer. De mensen in zijn foto's krijgen een monumentale allure, een historische waarde. Hij zet ze krachtig in hun omgeving, met zwarte tonen en in een dramatische houding. De simpele dingen krijgen een grotere waarde en we kijken er naar op. Heeft dat te maken met de manier van fotograferen of komt het door het gebeuren zelf? De jongens met de vlag hebben zeker niet geposeerd, ze waren zichzelf, maar de foto is geweldig. De brede laan krijgt een somber licht alsof de wolken meevoelen met het gebeuren. Of heeft Koudelka er in zijn donkere kamer aan gewerkt om dit licht te realiseren? Zijn foto's lijken zo vanzelfsprekend dat ze bijzonder zijn. In 1968 was de zwartwitfotografie nog gewoon, het was toen nog geen middel om de werkelijkheid mooier te maken. Zwart-wit kon in de donkere kamer verstevigd worden, het kon makkelijk gedrukt worden in kranten en tijdschriften met een grote oplage, het was de kleur die toen paste bij het nieuws, onze herinneringen van 1968 zijn in zwart-wit. De aandacht bij deze foto's ging niet naar de details, niet naar de materie van een huid of van een kledingstuk. De foto's wijzen ons de beweging, de vorm, de grandeur. Zij wijzen ook naar de fotograaf. De fotografen van Magnum zijn bekend en moeten zichzelf ook waarmaken, ze hebben verplichtingen aan hun reputatie. De fotografie in 1968 was een beetje macho. In een kleinere zaal hangen foto's van popconcerten. Daar is de foto bij van het rockfestival in Venise Beach in Californië gemaakt door Dennis Stock. Het kleedje van de zangeres is van Indisch katoen en doorzichtig, de rechterhand is stijf gekruld en met de linkerhand houdt ze een fijn staartje met haren vast, het is haast toevallig, het publiek is onder haar en in de verte zien we huizen en de oceaan. Ook achtenzestig. "1968. Magnum sur tous les fronts", met foto's van onder andere Henri Cartier-Bresson, Bruce Davidson, Raymond Depardon, Philip Jones Griffiths, David Hurn, Josef Koudelka, Marc Riboud, Dennis Stock en Don MacCullin. Musée de la Photographie, Avenue Paul Pastur 11, Mont-sur-Marchienne, elke dag behalve maandag van 10.00 tot 18.00, tot 10/5. http://www.arkham.beJohan De Vos