Maandag 21 februari, ergens in Brussel. Op een morzel grond aan de rand van de hoofdstad zitten dertig agenten naar een stuk of vijftien televisieschermen te staren. Undercoveragenten springen nerveus op als ze de Knack-fotograaf in het oog krijgen, en als Bush exact op schema de Wetstraat 16 verlaat, gieren de zenuwen dertigvoudig door de keel. Welkom in de commandopost van de Brusselse politie, het hart en de longen van de operatie die de Amerikaanse president en een stuk of vijftig staatshoofden voor aanslagen moet behoeden....

Maandag 21 februari, ergens in Brussel. Op een morzel grond aan de rand van de hoofdstad zitten dertig agenten naar een stuk of vijftien televisieschermen te staren. Undercoveragenten springen nerveus op als ze de Knack-fotograaf in het oog krijgen, en als Bush exact op schema de Wetstraat 16 verlaat, gieren de zenuwen dertigvoudig door de keel. Welkom in de commandopost van de Brusselse politie, het hart en de longen van de operatie die de Amerikaanse president en een stuk of vijftig staatshoofden voor aanslagen moet behoeden. In het centrum kloppen parketmedewerkers, enkele politiemensen en de stille jongens van de staats- en de militaire veiligheid vier dagen lang een volle dienst. Plus een vertegenwoordiger van De Lijn, een van de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB en een van de Brusselse brandweer. 'Om te vermijden dat we langs hun dispatching moeten passeren als er zich een brand of een ongeval met een tram of bus zou voordoen', verklaart woordvoerder Christian De Coninck van de Brusselse politie. De dertig doorzoeken de kranten op zoek naar manifestaties, en ze bekijken rechtstreekse beelden uit de helikopter en van de vaste camera's die permanent draaien op cruciale plekken in Brussel - van het paleis tot het Rogierplein, van de Jacqmainlaan tot de Belliardstraat, van de Wetstraat tot in Schaarbeek. Ze interpreteren de informatie die het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken voor hen verzamelt, en ze sturen de 2500 agenten aan die instaan voor de veiligheid van George W. en Laura Bush, Condoleezza Rice en het legertje staatshoofden dat Bush in Brussel kwam bezoeken. 'Wij zijn hier zowel de politieke als de politionele verantwoordelijke tijdens het bezoek van president Bush' zegt Roland Vanreusel, de korpschef van de politiezone Brussel. Achter zijn rug staat een typische receiver uit het Amerikaanse voetbal hardnekkig te knikken. Ook de Amerikaanse ambassade heeft zijn mannetje naar de commandopost gestuurd, om mee over elke ingreep in de beveiliging te beslissen. In tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de Franse of de Duitse politie, al hebben die wel een permanente videoverbinding met 'de bunker', zoals de Brusselse politie zijn tijdelijke hoofdkwartier liefkozend heeft gedoopt. 'Hen kennen we al, van de vier Europese en twee NAVO-toppen die Brussel elk jaar krijgt', zegt Vanreusel. En dan tikt Christian Deconinck op onze schouder. Of we de bunker willen verlaten, om de werkzaamheden niet al te zeer te verstoren. Bij het buitengaan wijst hij nog naar een tv-scherm met een panorama van de Wetstraat en een heel klein stukje kleine ring. 'Merk op hoe het verkeer gewoon blijft rijden', zegt hij trots. 'Zo zie je maar: zelfs voor een bezoek van de Amerikaanse president leggen wij de stad niet plat.'F.D.