Het vak van meubelmaker was vroeger vaak een familiale aangelegenheid. De Nederlander Gerrit Rietveld (1888-1964) krijgt zijn opleiding in het atelier van zijn vader. Naast het maken van kopieën wordt hij geprikkeld door de vernieuwende tendensen. Zijn leven neemt een plotse wending door de invloed van de schilder Van Doesburg, de stuwende kracht van de Stijl-beweging.
...

Het vak van meubelmaker was vroeger vaak een familiale aangelegenheid. De Nederlander Gerrit Rietveld (1888-1964) krijgt zijn opleiding in het atelier van zijn vader. Naast het maken van kopieën wordt hij geprikkeld door de vernieuwende tendensen. Zijn leven neemt een plotse wending door de invloed van de schilder Van Doesburg, de stuwende kracht van de Stijl-beweging. Op een strak opgebouwde compositie brengt Rietveld primaire kleuren aan, waardoor de rood-blauwe stoel uit 1919 onmiddellijk een icoon wordt van de avant-garde. Hij wordt zelfs een mijlpaal in de meubelgeschiedenis van de twintigste eeuw, een object dat anno 1999 nog altijd wordt geproduceerd. Ook een buffetkast uit 1919 illustreert goed het belang van de constructieve opbouw van een meubel. Het Schröderhuis in Utrecht uit 1924 is Rietvelds absoluut meesterwerk, een symbiose tussen een vernieuwende interieuropbouw, een ruimtelijk kleurgebruik en meubilair met architecturale ambities. Binnenkort komt dit "woonhuismuseum" op de Unescolijst van het wereldpatrimonium. De invloed van De Stijl is van korte duur. Op het einde van de jaren twintig ontdekt Rietveld de mogelijkheden van metalen buisprofielen. Het functionele, de Nieuwe Zakelijkheid weet hij te combineren met een plastische lijnvoering. In de jaren dertig komt hij terug naar het houten meubel; de befaamde Zigzagstoel (1932) en de "Kratmeubelen" (1934) zijn scharniermomenten in zijn ontwikkeling. Rond 1940 experimenteert hij ook met aluminiumplaten die hij op een inventieve wijze plooit tot een zitobject. Na 1945 ontwerpt Rietveld een aantal schitterende woningen en blijft hij actief als meubelontwerper. Pas op het einde van zijn leven krijgt hij grote overheidsopdrachten, zoals het Van Goghmuseum in Amsterdam. Rietveld was bij uitstek een bouwer van meubelen, iemand met een grote voeling voor de architectonische dimensie van het meubilair. De expositie in Gent belicht de evolutie in het werk, de wijze waarop hij altijd op een persoonlijke manier de gewijzigde tijdsgeest wist vast te houden in de kleine kosmos van het meubel. Meesterlijk zijn in wat bescheiden is van omvang, is de grote kracht van Rietvelds oeuvre. Naast een reeks boeiende tekeningen uit het archief van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) wordt met behulp van tachtig schaalmodellen een goed overzicht gegeven van zijn meubelproductie. Voor wie Rietveld enkel kent van de legendarische rood-blauwe stoel, is dit overzicht zeker een openbaring.Witte Zaal, Posteernestraat, Gent di. t/m vr., 12 u.30 tot 18 u., za. 14 u. tot 17 u. Tot 18/12.Marc Dubois