door Karl van den Broeck
...

door Karl van den BroeckWie de afgelopen weken eens langsliep bij de commissie Media van het Vlaams Parlement waande zich op een slagveld. Scherpschutters namen elkaar onder vuur. Brand- en splinterbommen werden over en weer gegooid. De inzet van de woordenstrijd is het antwoord op de vraag of de voormalige VRT-top (Tony Mary, Aimé Van Hecke, Bettina Geysen et cetera) de openbare omroep aan de rand van het bankroet heeft gebracht. En passant wordt ook gretig gespeurd naar hun onkostennota's om na te gaan of ze zich ook niet persoonlijk hebben verwend/verrijkt. De kruitdamp is ondertussen een beetje opgetrokken. Wellicht wordt er een staakt-het-vuren in acht genomen tot in de verkiezingsperiode. Dan zal de Open VLD proberen minister van Media Geert Bourgeois te beschadigen. CD&V, gesteund door Lijst Dedecker, zal trachten Bettina Geysen (ondertussen voorzitster van de VlaamsProgressieven) te destabiliseren en alle partijen zullen ondertussen proberen op een goed blaadje te komen (of te blijven) bij de openbare omroep. Zij hopen op enige mediatieke welwillendheid tijdens de verkiezingscampagne. De VRT zit nog altijd in slechte papieren. Een dotatieverhoging kan daar weinig aan veranderen. Het probleem zit in de kern. Sinds meer dan een decennium gedraagt de openbare omroep zich als een commerciële. Zoals de Grote Knack tv-enquête én het Grote Knack tv-debat (zie blz. 26-33) aantonen, wordt de programmering van de VRT als té commercieel ervaren. Er is te weinig aandacht voor de kernopdrachten: duiding, educatie, cultuur. De openbare omroep heeft zijn antwoord klaar: het Vlaams Parlement (de enige aandeelhouder) heeft in de beheersovereenkomst vastgelegd dat de VRT op weekbasis 80 procent van de Vlamingen moet bereiken. Dat doe je niet met boekenprogramma's of live-uitzendingen van basketbalwedstrijden. Daarnaast heeft de overheid gekozen voor een gemengde financiering. Maar adverteerders willen ook een return voor hun centen. Een reclamespot in een 'redactionele omgeving' die té elitair is, levert niets op. Wie dus nu aan de VRT vraagt om het kijkcijferfetisjisme af te zweren, vraagt eigenlijk dat de VRT harakiri pleegt. Daarom is het zo verheugend dat bijna alle mediadeskundigen van de Vlaamse democratische partijen een eensgezind standpunt innemen in het Knack-debat. Een openbare omroep die 25 procent van de markt heeft, is groot genoeg. De gemengde financiering moet blijven, maar het aandeel reclame moet omlaag. De kernopdrachten moeten nog sterker gedefinieerd worden: minder entertainment, meer diepgang. En een boekenprogramma. Nu! Enkel Lijst Dedecker pleit voor een afschaffing van de VRT - de overheid moet de programma's die ze wil, door commerciële zenders laten maken, klinkt het. De volgende Vlaamse regering heeft de morele plicht om een einde te maken aan de huidige situatie. Cruciaal daarbij is de belofte van CD&V-mediaspecialist Carl Decaluwé dat een vermindering van de commerciële inkomsten van de VRT integraal gecompenseerd moet worden door een verhoging van de dotatie. Op voorwaarde dat de programmering een meerwaarde biedt op die van de commerciële omroepen. Als er rond dat voorstel een consensus kan groeien, ligt een oplossing binnen handbereik. Het is een illusie te denken dat de VRT zelf zijn problemen kan oplossen. Dat is de taak én de plicht van de Vlaamse politici. De tijd dringt, want de buitenlandse commerciële giganten trekken hun troepen samen aan de grens. Als zij de aanval inzetten, is het pas écht oorlog.