Is regisseur Robert Carsen een nieuwe cyclus aan het bouwen? Na de schitterende reeks voorstellingen van opera's van Giacomo Puccini die hij in de Vlaamse Opera realiseerde, lijkt het erop dat hij dit succesnummer wil herhalen met die van Leos Janácek. Afgaande op wat hij bereikte met vorig jaar Jenufa en nu Het sluwe vosje, mag hij wat ons betreft rustig verder doen.
...

Is regisseur Robert Carsen een nieuwe cyclus aan het bouwen? Na de schitterende reeks voorstellingen van opera's van Giacomo Puccini die hij in de Vlaamse Opera realiseerde, lijkt het erop dat hij dit succesnummer wil herhalen met die van Leos Janácek. Afgaande op wat hij bereikte met vorig jaar Jenufa en nu Het sluwe vosje, mag hij wat ons betreft rustig verder doen. Opmerkelijk hierbij is wel dat hij de twee componisten totaal anders benadert. Janácek en Puccini waren wel tijdgenoten, maar hun muziek klinkt totaal anders. Puccini werkt in een grote theatertraditie. Het grote gebaar is hem niet vreemd. Zijn wereld wordt gedreven door passie, zijn muziek is elegant, tracht een theatrale realiteit neer te zetten en is erg schatplichtig aan de romantische traditie. Janácek leefde in Tsjechië meer geïsoleerd, schreef voor een minder zingbare taal dan het Italiaans en kwam zo tot zeer eigenzinnige oplossingen. Het heeft een tijdje geduurd voor de muziek van Janácek aanvaard werd en zelfs nu tachtig jaar na zijn compositie kan ze de luisteraar nog aangenaam verrassen. In zijn regies geeft Carsen elke componist een eigen behandeling. De Puccini's zijn monumenten van uitbundigheid en theatraliteit. Zijn Tosca speelde zich in een operagebouw af. Zijn Janáceks zijn introverter. Het theaterbeeld is daar hoofdzakelijk monochroom. Zijn Jenufa een claustrofoob binnenhuisdrama. Zijn Sluwe vosje een ode aan de natuur. BRUISENDE MUZIEKWas Jenufa grauw gestemd, Het vosje is gehuld in de herfstkleuren van het bos. Je ruikt als het ware de humus in deze opera. Carsen kiest in Het sluwe vosje voor een droomwereld. De echte mensenwereld en deze sprookjeswereld der dieren vloeien onmerkbaar in mekaar over. De hele opera door blijf je twijfelen op welk niveau je je nu bevindt. Droom, werkelijkheid, dierenwereld, mensenwereld? Het libretto zorgt ook voor die verwarring. De das is meteen de pastoor, de waardin een vogel. Carsen laat het vosje de liefde bedrijven met de boswachter. De mensen lijken wel dieren en de dieren wel mensen. Het bos ziet er wel uit als een bos, maar is het niet. Stapels oude kleren suggereren het dikke pak oude blaren dat de bodem bedekt. Daarin dartelen de jonge dieren rond, met typisch dierlijke gebaren en houdingen. Met als klapstuk de nest verwaande domme kippen. Om je te begillen. De algemene sfeer is er evenwel een van melancholie: alles gaat voorbij. En toch ook van vitaliteit. De opera begint met de boswachter die in het bos ligt te slapen en hij eindigt op datzelfde beeld. Alleen heeft het vosje een oneindige reeks van kleinkinderen gekregen. Het is duidelijk dat er aan de voorbereiding aan deze opera erg veel plezier beleefd is. Uiteraard gaat het in de eerste plaats om de geniale muziek van Janácek. Dirigent Marc Albrecht maakt van de partituur levendige bruisende muziek. Hij weet mooi de balans te maken tussen het podium en de orkestbak. Het woord blijft altijd dominant. Zijn lezing is wel niet altijd even genuanceerd. Soms valt hij te hard uit. Dat zullen we maar op rekening van de weerbarstige akoestiek van de Gentse opera schrijven. We vervallen in herhaling. Maar de essentie weet hij wel juist te treffen: de obsessionele herhalingen, de aandrang, het parlando. Janácek wordt waardig verdedigd. Ook door de zangers. Niet het minst door een reeks prachtig zingende kinderstemmetjes. In het Tsjechisch. Je begrijpt niet hoe ze het doen. De Vlaamse Opera zal van deze productie wel zijn prestigeproject gemaakt hebben. Dat hoor je aan de zorg waarmee de stemmen in verhouding tot elkaar gekozen werden. En hoe hard eraan gewerkt werd. Vooral de twee hoofdrollen schitterden. De mooiste prestatie kwam van de Britse Rosemary Joshua die het sluwe vosje zong. Een mooie jonge vrouw met een prachtige stem, die kan sluipen als een vos. De rol van haar tegenspeler de boswachter was ook rijkelijk bezet. De Amerikaanse bariton David Pittman-Jennings die ooit nog de rol van Moses in Salzburg zong, gaf haar repliek. Een gave, warme vertolking. Voorts een hele rist kleinere rollen die de avond bijzonder maakten. Dit Sluwe Vosje haalt zonder meer het hoogste Europese niveau. Aanbevolen. Janácek 'Het sluwe vosje' nog mee te maken vanavond (16/5) in de opera van Gent. Anders van 24/5 tot en met 3/6 in de opera van Antwerpen.Lukas Huybrechts