1 Omdat The Godfather-trilogie het magnum opus blijft van Francis Ford Coppola.

Coppola heeft zeker nog andere geweldige films op zijn palmares, gaande van het kleinschalige, experimentele Rumble Fish tot het hallucinant spectaculaire Apocalypse Now. Maar qua ambitie, epische reikwijdte, rijk getekende karakters en impact blijft zijn Godfather-trilogie, die hij begon te filmen toen hij 32 was en pas twintig jaar later zou afronden, onovertroffen.
...

Coppola heeft zeker nog andere geweldige films op zijn palmares, gaande van het kleinschalige, experimentele Rumble Fish tot het hallucinant spectaculaire Apocalypse Now. Maar qua ambitie, epische reikwijdte, rijk getekende karakters en impact blijft zijn Godfather-trilogie, die hij begon te filmen toen hij 32 was en pas twintig jaar later zou afronden, onovertroffen. De jaren zeventig waren een tijdperk van radicale vernieu-wing in Hollywood, maar Coppola stelde de klassieke eigenschappen van de Amerikaanse verhalende film ten dienste van een grondige herziening van de Amerikaanse gangsterfilm. Met zijn ceremonieel epos over een maffiadynastie maakte hij ook een modern koningsdrama. Hij gebruikte de maffia als metafoor voor het Amerika van de vrije onderneming en de door winst gedreven grote bedrijven - ' I believe in America', is de eerste dialoog die we horen. Coppola kreeg bakken kritiek over zich heen omdat hij de maffia zou verheerlijken. Maar het was hem nooit om een realistisch gangsterverhaal te doen, wel om een film met mythische resonanties waarin hij de gangsterprent verheft tot een ironische tragedie. Doorgaans spelen vervolgfilms op veilig, maar Coppola breidde aan zijn allereerste filmhit een vervolg dat het origineel overtreft door de thema's en personages verder uit te diepen en de rechttoe rechtaan vertelling te vervangen door een complexere structuur. De film schuift op briljante wijze heen en weer tussen twee tijden die voor allerlei parallellen en contrasten zorgen: begin van vorige eeuw (de jonge jaren van Don Vito Corleone, eerst op Sicilië, later als immigrant in New York) en de jaren 1950 (waarin Vito's zoon Michael Corleone alle persoonlijk geluk opoffert om de machtspositie van de clan te consolideren). In het derde deel komt de dreiging uit Europa en moet Michael Corleone terugkeren naar zijn roots in Palermo. Twintig jaar na Part II is hij een vroegtijdig oud geworden maffialeider, door wroeging verteerd en wanhopig hunkerend naar het legitimeren van de familiebusiness én naar zijn eigen spirituele verlossing. Die vindt hij zeker niet in religieuze kringen: wanneer hij onderhandelingen begint met het Vaticaan om het familiefortuin onder te brengen in een ondoorzichtige Europese multinational, stuit hij in de hoogste kerkelijke sferen op een maffia die gevaarlijker, machtiger en leper is dan alle Cosa Nostrafamilies samen. Coppola heeft lang gewacht om een derde deel te maken, maar toen hij toch zwichtte voor de druk van studio Paramount, kwam hij op de proppen met een werkstuk dat de saga doortrekt en tegelijkertijd op eigen benen kan staan. Hij verwerkte recente financiële en kerkelijke schandalen in het script (de mysterieuze dood in september 1978 van de 'lachende paus' Johannes Paulus I; het schandaal van de Banco Ambrosiano; de daaruit voortvloeiende 'zelfmoord' van 'Gods bankier' Roberto Calvi) en investeerde persoonlijke emoties in het project (de drang om een uit elkaar gevallen familie samen te houden; het verdriet over de dood van een kind - Coppola's zoon Giancarlo kwam in 1986 bij een bootongeval om het leven). Wegens een hele reeks financiële catastrofes en een reputatie van lastpost was Paramount niet echt happig om Marlon Brando de hoofdrol te geven in de verfilming van Mario Puzo's bestseller. Na veel aandringen van Puzo en een vernederende screentest kreeg Brando toch de rol en maakte hij zijn spectaculaire comeback als de afwisselend genadeloze en kwetsbare Don Vito Corleone die de criminele businessactiviteiten van zijn familie aanpast aan de maatschappelijke veranderingen in het naoorlogse Amerika. Later moet hij zijn macht overdragen aan zijn jongste zoon (Michael Corleone, vertolkt door Al Pacino) voor wie hij een andere toekomst had gedroomd. Brando (toen pas 48) speelde de oude patriarch met zijn wangen volgestopt met stukjes Kleenex en zette een monster met een hart neer, tegelijk vader en moordenaar, teder en dodelijk. Voor die dubbelheid werd de acteur uit A Streetcar Named Desire en On the Waterfront bejubeld als de grootste acteur van zijn tijd. Robert De Niro speelt in Part II de jonge Vito Corleone die in het New York van rond de eeuwwisseling tot geweld en afpersing overgaat om zich op te werken uit de corrupte ellende in de New Yorkse immigrantenwijk Little Italy. In schril contrast met de nerveuze, explosieve rollen uit de vroege films van kompaan Martin Scorsese, straalt een stille en observerende De Niro hier een vastberaden présence uit. En ten slotte is er Al Pacino als de enige acteur die de drie films overbrugt en die we samen met zijn tragisch personage zien verouderen. Wat ons bij een volgende punt brengt waarom de trilogie zo uitzonderlijk is. De trilogie biedt de unieke kans om eenzelfde acteur het parcours te zien afleggen van bijna een heel mensenleven. Met scherpe lippen en een dun mondje beeldt Pacino de transformatie uit van de jonge onschuldige oorlogsheld tot de koude nieuwe godfather die genadeloos het imperium in stand houdt, maar die eindigt als een moderne King Lear wiens koninkrijk hem van tussen de vingers glipt. We zien hem, vervloekt door bloed en ambitie, worstelen met de aanslag op zijn vader die hem tot wraak dwingt, met bloedige vendetta's tussen de vijf grote maffiaclans, een kapot huwelijk, de vervreemding van zijn kinderen, broedermoord en immens verlies. Pacino zet een grootse vertolking neer als de maffiabaas die naarmate hij meer macht vergaart, steeds dieper wegzinkt in melancholie, onmenselijkheid en verraad aan zijn jeugdidealen. Ze zijn niet meer van het netvlies weg te branden, de grote scènes en momenten uit The Godfather-saga: De zonnige bruiloft in de tuin waarmee The Godfather opent en die contrasteert met de schimmige deals en afspraken in een verduisterde werkkamer waar een reeks maffiosi zijn respect komt betuigen aan de peetvader. De Hollywoodproducer die als hij wakker wordt in het bloed baadt en de afgehakte kop van zijn lievelingsvolbloed onder de lakens vindt. De dood van Dons oudste zoon Santino (James Caan), doorzeefd door mitrailleurvuur bij een tolhuisje van een Amerikaanse autoweg. De eerste moord van Michael (hij knalt in een restaurant een corrupte politieman en een rivaliserende gangster neer). De dood van de peetvader, die ineenzakt tussen de tomatenstruiken terwijl hij met zijn kleinkind in zijn moestuintje speelt. De doopceremonie van Michaels eerste kind (een zoon, ofschoon Coppola's kersverse zuigeling Sofia als stand-in dienst doet), die wordt doorsneden met het meedogenloos afslachten van alle vijanden van de familie Corleone. De jonge Vito die als verstekeling naar Amerika vlucht en vanaf de boot het Vrijheidsbeeld ziet opdoemen. De volwassen Vito Corleone die tijdens de San Roccofeesten in Little Italy de don vermoordt die de omgeving afperst. Michael die zijn broer Fredo (John Gazale) als verrader ontmaskert tijdens de nieuwjaarsrevolutie in Havana. De virtuoos gemonteerde climax van Part III , waarin Coppola dertig verbazende minuten lang heen en weer snijdt tussen de opvoering van Cavalleria Rusticana (een Siciliaanse opera over passie, verraad en vergelding) en een reeks barokke moordpartijen. The Godfather-films kregen zoveel navolging dat de maffiafilm een subgenre werd binnen de Amerikaanse misdaadfilm, een trend die culmineerde in de magistrale tv-serie van David Chase, waarin uitvoerig wordt gerefereerd aan Coppola's meesterwerk. Soms nadrukkelijk: Tony's kompanen die zich een bult lachen met het imiteren van Pacino's klaagzang 'Just when I thought I was out, they pull me back in.' Soms ook subtiel, typisch voor de ongelofelijke gelaagdheid van deze misdaadserie. In een van de eerste afleveringen is would-be filmmaker Christopher Moltisanti (Michael Imperioli) een en al lof voor de fotografie van Gordon Willis voor The Godfather. Volgt een scène die precies belicht is in de Rembrandtachtige chiaroscuro stijl van Willis. Veel medewerkers van Coppola leverden een cruciale bijdrage tot de artistieke kwaliteit van de saga (scenarist Mario Puzo die ook de oorspronkelijke roman schreef; componisten Nino Rota en Carmino Coppola; decorbouwer Dean Tavoularis) maar de man die als geen ander zijn stempel op de film heeft gedrukt, is Gordon Willis. Willis nam voor de drie films het contrast tussen licht en donker, goed en kwaad als uitgangspunt. Hij moduleerde het licht tot Brando's ogen in het donker waren verborgen, waardoor het moeilijk te gissen was wat hij precies dacht. Om het idee van een Griekse tragedie in het verhaal te benadrukken, ging hij in Part II nog verder in zijn onderbelichting. Als contrast gebruikte hij voor de scènes met Robert De Niro die rond de eeuwwisseling spelen een filter dat een smerig, koperachtig geel uitstraalde. Anders dan de eerste twee delen, is Part III een eigentijdse film. Om die toch bij de vorige te laten passen, gebruikte Willis moderne lenzen, maar behield hij dezelfde belichtingstechnieken en kleurschakering. Dankzij Willis' uitgekiende strategieën vertonen de drie films ook visueel de samenhang die nodig is om ze als één verhaal te zien. Een van de kenmerken van immens populaire films is dat mensen er allerlei wijsheden uit kunnen halen. Vooral het dreigement ' Make him an offer he can't refuse' is intussen gemeengoed geworden. Ook leuk om in de conversatie te gooien: 'Keep your friends close but your enemies closer.'/ 'I don't feel I have to wipe everybody out. Just my enemies.'/ 'It's not personal. It's business.'/ 'Finance is a gun. Politics is knowing when to pull the trigger.'Geen flauw idee wat 'Leave the gun, take the cannoli' wil zeggen? Het antwoord vanaf volgende week bij uw Knack. DOOR PATRICK DUYNSLAEGHER