Vanaf dit academiejaar studeren aan onze universiteiten en hogescholen alleen nog bachelors en masters.
...

Vanaf dit academiejaar studeren aan onze universiteiten en hogescholen alleen nog bachelors en masters. In 1999 ondertekenden 29 Europese ministers van Onderwijs de zogenaamde Bologna-verklaring. Ondertussen geldt ze in ongeveer de hele Europese zone. Haar streefdoel is een structurele en inhoudelijke eenmaking van het hoger onderwijs in Europa. Anders gezegd, de verschillende diploma's moeten 'uitwisselbaar' worden. De bachelor-masterstructuur vervangt de vroegere kandidatuur-licentiestructuren en houdt in dat je eerst een brede, driejarige bacheloropleiding volgt. Een bachelor-diploma moet in theorie een afgerond geheel vormen, waarmee je op de arbeidsmarkt terechtkunt. Vaak kun je in de bachelorjaren stage lopen in een relevante sector en je eerste professionele ervaring opdoen. Na die undergraduate fase is het mogelijk een één- tot tweejarige gespecialiseerde masteropleiding te volgen (de graduate fase). Als je nóg verder wilt studeren, is het mogelijk te starten met een master-na-masteropleiding of een doctoraat. De bacheloropleiding omvat minstens 180 studiepunten, de masteropleiding minimaal 60. Een studiepunt is een internationale eenheid die overeenstemt met minimaal 25 en maximaal 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten. Het aantal studiepunten geeft dus de studieomvang weer van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel. Wie een opleidingsonderdeel voltooit, krijgt daarvoor een creditattest. Dat systeem heet het ECTS of European Credit Transfer System.Het studiepuntenstelsel vergroot de flexibiliteit van de student, want je verlaat er het strakke studiejarensysteem mee. Voor een vak niet geslaagd? Geen probleem, je kunt het op een later moment in het opleidingstraject wel met succes afronden en je verliest er geen heel jaar door. Wil je een tijdje stoppen met studeren? Dat kan, de opleidingsonderdelen waarvoor je een creditattest behaalde hoef je bij de hervatting van je studie niet meer opnieuw te volgen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat die versoepeling leidt tot een studeren á la carte. Een belangrijke stap was de invoer van het semestersysteem. Daardoor kun je bepaalde opleidingsonderdelen na een half jaar al afronden en wordt de mobiliteit van de student vergroot. Een semester aan een andere Europese universiteit studeren, wordt veel eenvoudiger. Wanneer je terugkomt, start je namelijk met een nieuw semester-vakkenpakket. Je loopt dus geen achterstand op tegenover medestudenten die niet naar het buitenland trokken. De BaMa-structuur laat je bovendien toe de opleiding op je interesses af te stemmen. Zo kun je de verplichte vakken uit je hoofdopleiding aanvullen met keuzepakketten uit andere, complementaire studiedomeinen (minoren) of uit een specifieke tak van je opleiding (profielen). Let wel, het gaat hier om samenhangende vakken! Bij een opleiding Germaanse Talen kun je bijvoorbeeld als tweede taal Spaans of Italiaans uit het Romaanse pakket kiezen. Uiteraard hoef je geen aanvullende minor te kiezen en kun je ook het gewone modeltraject volgen. De wetgever heeft gezorgd voor een gelijkschakeling van de oude graden met de nieuwe. Op de privé-markt wordt gewoon gekeken naar de discipline die je volgde, je curriculum, je resultaten en je sociale vaardigheden. Of je nu een licentiaat of master bent, is minder relevant.