'Eigenlijk vertelt de kaart natuurlijke aangroei ons ook heel wat over migratiepatronen', zegt professor geografie Etienne Van Hecke van de KU Leuven. 'De negatieve zones op deze kaart tonen vooral gebieden waar veel ouderen in de herfst van hun leven naartoe trekken. In de eerste plaats is dat natuurlijk de kust, maar er bestaan ook typische pensioengemeenten zoals Bonheiden bij Mechelen. In de Denderstreek, Zuid-Limburg en het oosten van het Hageland speelt een ander effect: daar hebben in het recente verleden vrij veel jonge mensen andere oorden opgezocht, waardoor de bevolking ...

'Eigenlijk vertelt de kaart natuurlijke aangroei ons ook heel wat over migratiepatronen', zegt professor geografie Etienne Van Hecke van de KU Leuven. 'De negatieve zones op deze kaart tonen vooral gebieden waar veel ouderen in de herfst van hun leven naartoe trekken. In de eerste plaats is dat natuurlijk de kust, maar er bestaan ook typische pensioengemeenten zoals Bonheiden bij Mechelen. In de Denderstreek, Zuid-Limburg en het oosten van het Hageland speelt een ander effect: daar hebben in het recente verleden vrij veel jonge mensen andere oorden opgezocht, waardoor de bevolking er gemiddeld ouder is.' 'Niet zo in de Kempen, dat pas veel later een daling kende van het geboortecijfer dan de rest van Vlaanderen. Contraceptie was er minder vlug algemeen aanvaard, wellicht omdat het katholicisme langer invloed had op het doen en laten van de mensen. Daardoor zijn er relatief gezien minder ouderen dan in de rest van Vlaanderen en wordt de natuurlijke aangroei nog niet zo sterk omlaag getrokken door het sterftecijfer. Dat de katholieke invloed op de Kempen is weggeëbd, zien we er aan het geboortecijfer: de vruchtbaarheidsgraad van de Kempense vrouw ligt tegenwoordig zelfs onder het Vlaamse gemiddelde.'Volgens professor Van Hecke is de populariteit van de voorsteden, de zogenaamde suburbanisatie, in Vlaanderen tanend. 'Sinds begin jaren negentig lijkt die factor afgeremd', vertelt Etienne Van Hecke. 'Tegelijk zien we in bijna alle regionale steden een stijgende migratie. Vroeger trokken de bouwlustige koppels tussen de 25 en de 35 graag naar de buitenwijken. Die beweging heeft aan belang ingeboet, ook omdat door de leeftijdsstructuur van onze samenleving de groep bouwlustigen in absolute termen sterk is verkleind. In Wallonië is het suburbanisatieproces overigens wél nog volop aan de gang, onder meer omdat heel wat Vlamingen naar daar zijn getrokken voor de goedkopere bouwgrond.''Een ander effect dat aan het migratiesaldo van de voorsteden knabbelt, is de zogenaamde gezinsverdunning. De jongeren trekken weg omdat ze de grond niet kunnen betalen, en laten hun ouders achter in wat ik graag het lege nest noem. Er zijn nog evenveel gezinnen, maar de gezinnen zelf worden kleiner omdat de kinderen vanaf een bepaalde leeftijd in groten getale vertrekken. Bijvoorbeeld in de dure buitenwijken rond Gent, Sint-Martens-Latem en De Pinte, zie je dat zo gebeuren.' 'De populariteit van de Noorderkempen, de streek rond Mol en Lommel, kan ik niet meteen verklaren. Misschien dat de dure grondprijzen de Antwerpenaar verder in oostelijke richting duwen. Iets soortgelijks zag je vroeger rond Brussel: de mensen trokken steeds verder van de stad weg door de pittige grondprijzen. Maar sinds enkele jaren loopt de migratiekring weer iets dichter bij de hoofdstad. Het massaal optrekken van appartementsgebouwen in de voorsteden maakt dicht bij de stad wonen opnieuw mogelijk voor de migrant. Hij of zij kan nu ook makkelijker opteren voor een appartement, want de huishoudens zijn gemiddeld kleiner geworden.'