Anderhalf uur wachten in een interieurzaak in Antwerpen! Op een ex-Miss België! Je zou voor minder de clichés cultiveren die over zulke dames circuleren. En een interieurzaak biedt weinig afleiding als je niet voor interieur komt.
...

Anderhalf uur wachten in een interieurzaak in Antwerpen! Op een ex-Miss België! Je zou voor minder de clichés cultiveren die over zulke dames circuleren. En een interieurzaak biedt weinig afleiding als je niet voor interieur komt.Maar als Miss De Meulemeester eindelijk verschijnt - 'sorry, gewoonlijk ben ik heel punctueel, op kostschool geleerd' -, zie je romantische kaarsjes en leuke schilderijen, en boven de winkel staat een prachtige collectie miniatuurmeubels. Een glas champagne helpt om de wrevel door te spoelen. Ilse De Meulemeester, lang en slank en blond en volledig in het zwart gekleed. Niet meteen het type dat in een regenwoud apen gaat bestuderen. Haar natuurlijke biotoop is haar zaak, toepasselijk Ilse De Meulemeester Interieur geheten. Gespecialiseerd in geweven stoffen, zetels, tapijten, spiegels. Grote merknamen, alle belangrijke stijlen. Nu nog het gesprek, dat collega's handig hadden doorgeschoven. Waar praat je in godsnaam over met een blonde ex-Miss België? Over schoonheid natuurlijk. En waarom niet over de genetica van schoonheid? 'Ah, de kwestie van de symmetrie in de gezichten', reageert ze onmiddellijk. 'Symmetrie als uiting van perfectie. Een symmetrisch gezicht heeft weinig schaduwen en is dus dikwijls fotogeniek.' En symmetrie als uiting van een geslaagde biologische ontwikkeling die de kans op afwijkingen beperkt? 'Misschien zijn symmetrische lichamen inderdaad gezond', redeneert ze. 'Maar zelfs op een knap gezicht raak je uitgekeken als er niks achter zit. Fysionomische perfectie hoeft voor mij niet. Een litteken geeft een gezicht karakter. En een mooi gezicht zegt niets over wat er in een hoofd zit. Mensen die alleen op basis van symmetrie kiezen, zullen veel missen.' Als kind had Ilse geen rolmodellen. 'Ik stond meer in een goal dan voor een spiegel.' Over welke Miss ze zelf mooi vindt, wil ze niet veel kwijt. 'Ik bekijk automatisch het hele beeld, ook het innerlijke. Meisjes die te jong zijn als ze Miss worden, barsten soms van de pretentie. Vreselijk is dat. Wat is de verdienste aan alleen maar mooi zijn?' Mister Belgiums zeggen haar niks: te vrouwelijke mannen. 'Ik moet kunnen opkijken naar een man en dat heeft nooit met zijn uiterlijk te maken, wel met zijn smile, zijn levendige ogen, zijn humor. Ik heb zoveel stress te verwerken dat ik het zonder humor niet zou aankunnen.' In 1994 werd Ilse Miss België - een van haar broers had haar ingeschreven. Tot vlak voor de finale wilde ze afhaken: 'Ik wou mijn been in het gipsverband laten stoppen om toch maar niet mee te moeten doen. Ik had genoeg meegemaakt om te kunnen relativeren, een overval met een revolver, een zwaar verkeersongeval dat een monster van me maakte. In de finaleweek begonnen andere meisjes mij te pesten. Maar mijn moeder zei toen: dat betekent dat je een kans maakt. De dag van de show was erg. Eerst verdween mijn riem, dan mijn hoge hakken, vervolgens mijn zwempak.' Ze won uiteindelijk toch, onder meer omdat ze als persoonlijke act het gedicht Flamands et Wallons van haar stiefvader Paul Blondiau had voorgedragen, afwisselend in het Frans en het Nederlands. Een geslaagde zet in het unitaire wereldje van de missverkiezingen. 'Ik kon trouwens niet zingen of dansen', geeft ze gniffelend toe. Als Miss werd ze meter van een vereniging tegen separatisme: 'Het was een periode met nogal wat communautaire hoogspanning. Terwijl ik vind dat we trots mogen zijn op België.' Met enige vertraging vertaalde haar missverkiezing zich in een mediacarrière. Ze werd VTM-coryfee, met alles erop en eraan, een kookprogramma, een filmrol, stalkers. Toen was ze echter al begonnen met het realiseren van haar jeugddroom: een interieurzaak. 'Altijd mijn passie geweest. In het hotel van mijn moeder, waar ik opgroeide, deed ik al de decoraties.' Ze biedt een gevarieerd gamma aan, van retro tot superdesign. 'Voor ik iets voorstel, wil ik weten hoe de mensen wonen. Als ze in de winkel komen, vorm ik me daar een idee over, maar bij hen thuis is het dikwijls anders. Veel mensen leven te veel met souvenirs, met dingen die ze recupereren. Ze drukken te weinig een eigen stempel op hun interieur. Ik probeer hen daarbij te helpen. Ik wil dat ze zich goed voelen in hun leefwereld, waarin plaats moet blijven voor dingen die ze al hebben en die ze belangrijk vinden. Ook in de wereld van het interieur is schoonheid iets heel persoonlijks.'D.D.