Brons op het Belgisch kampioenschap veldrijden in 2005 was voor Ben Berden het laatste glanspunt. Daarna ging een bulldozer door zijn carrière. Betrapt op het gebruik van epo, voor vijftien maanden geschorst en veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar. Die straf kan nog aandikken. Het parket van Tongeren gaat niet akkoord met de uitspraak van de rechtbank. En de Internationale Wielerunie (UCI) denkt erover om de schorsing te verlengen. Heel verraderlijk is ook dat Berden de factuur van de gerechtskosten moet betalen, bijna 60.000 euro.
...

Brons op het Belgisch kampioenschap veldrijden in 2005 was voor Ben Berden het laatste glanspunt. Daarna ging een bulldozer door zijn carrière. Betrapt op het gebruik van epo, voor vijftien maanden geschorst en veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar. Die straf kan nog aandikken. Het parket van Tongeren gaat niet akkoord met de uitspraak van de rechtbank. En de Internationale Wielerunie (UCI) denkt erover om de schorsing te verlengen. Heel verraderlijk is ook dat Berden de factuur van de gerechtskosten moet betalen, bijna 60.000 euro. In vergelijking met andere uitspraken in 2005 valt dat mee. Frank Vandenbroucke kreeg een geldboete van 250.000 euro, nadat hij eerder tot zes maanden schorsing was veroordeeld. Johan Museeuw en Mario De Clercq moeten hun gerechtelijke uitspraak nog krijgen, maar zijn voor vier jaar geschorst. Opmerkelijk is dat die straffen er aan de hand van huiszoekingen kwamen, niet van positieve urine- of bloedstalen. In vergelijking met collega's die wél een positieve dopingcontrole ondergingen, valt de (voorlopige) straf van Berden dan weer zwaarder uit. Filip Meirhaeghe kwam er ook met vijftien maanden schorsing van af, maar zonder verder gerechtelijk onderzoek. En Ludovic Capelle verkreeg zelfs vrijspraak bij de Raad van State, omdat hij betwistte dat hij bij lottrekking voor de dopingcontrole aangewezen was. Je kunt je het hoofd breken over de verschillen in de toegepaste strafmaat. Los daarvan blijft de vaststelling dat je een jaar amper zo rampzalig kunt beginnen en eindigen als Ben Berden in 2005 deed. BEN BERDEN: Ik denk dat wat ik doorgemaakt heb, voor het leven is. Het zal ooit wel beter gaan dan nu, maar vergeten zal ik het niet. BERDEN: Ik was op 6 december met mijn advocaat bij de rechtbank in Tongeren geweest. Het ging over het gerechtelijk onderzoek en de huiszoeking die begin 2005 had plaatsgehad. Ik had een fout begaan, zegden ze, maar de vaststellingen waren niet bezwarend genoeg om er een echte strafzaak van te maken. Daar kon ik mee leven. Een week later kreeg ik een brief thuis dat ik drie jaar voorwaardelijk kreeg, maar er stond ook in dat ik de kosten van het onderzoek moest betalen. Ik stond perplex. Daar had ik tijdens het gesprek in Tongeren niets over gehoord. BERDEN: Ja en nee. Ik heb een fout begaan. De straf die ik gekregen heb, valt mee. Normaal was ik voor twee jaar geschorst, nu heb ik maar 15 maanden gekregen. Maar ik moet veel betalen, en het is nog niet gedaan. Ik ben bang dat de ellende nu pas goed begonnen is. Ik ben nooit een groot renner geweest. Stel dat ik toch opnieuw kan fietsen en 1200 euro per maand verdien. Als ik dan telkens 100 euro aan de kant leg, hoeveel jaar moet ik dan nog bezig blijven om de kosten te betalen die ze mij aanrekenen? Alles gaat eraan. Ik heb een Harley Davidson, ik ben blij dat er zich een kandidaat-koper gemeld heeft. BERDEN: Ik heb altijd een speciaal karakter gehad. Nogal asociaal. In mijn eentje. Ik ben heel individueel ingesteld, dat zal ik altijd blijven. BERDEN: Blijkbaar was dat hun redenering. Maar ik heb écht op eigen houtje gehandeld. Alleen naar Aken gereden en daar de eerste de beste apotheek binnengestapt. Ze hebben naar een netwerk gezocht, maar na zoveel DNA-tests en afgetapte gsm-gesprekken hebben ze niets gevonden. Ze hebben ook anderen ondervraagd, heb ik achteraf vernomen: van mijn sponsor tot en met de mensen van wie ik toevallig een mobilhome voor een week huurde. BERDEN: De mensen rondom mij geloven er nog in. Ik niet. Zoals ik er nu over denk, zal het inderdaad mijn laatste koers geweest zijn. Ik kan de film van die dag tot in de bijzonderheden afspelen. Ik weet perfect waar die bepaalde supporter stond of wie mij in die bocht aanmoedigde. Ik ben die dag derde geworden, niet slecht als je weet dat ik die week niet op mijn fiets gezeten had. De woensdag daarvoor was ik de hele dag in Genk ondervraagd. Ik ben die dag doorgekomen op één glas water en één kop koffie. Niet gegeten, bloed moeten afstaan, maar daar had ik geen moeite mee. Die avond ben ik met mijn vrouw naar zee gereden, we konden het appartement van een vriend lenen. Daar ben ik drie dagen gebleven. Niet of nauwelijks geslapen natuurlijk. Op zaterdagavond ben ik op hotel gegaan, je moet je als renner altijd melden in een hotel dat in een straal van twintig kilometer van de wedstrijdplaats ligt, dat is een afspraak met het oog op een mogelijke dopingcontrole. Daar heb ik PlayStation gespeeld tot ik van vermoeidheid in slaap gevallen ben. BERDEN: Ik kon het niet verbergen. Het officiële bericht dat ik positief bevonden was, zou enkele dagen later volgen. Door al dat gedoe wist ik er natuurlijk van. Toen het zover was, heb ik onmiddellijk een persconferentie gegeven en bekend dat ik inderdaad aan de epo gezeten had. Ik kon een analyse van het B-staal aanvragen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik had een fout begaan, en ik had niet het inzicht om procedurefouten of andere excuses in te roepen. Ik zeg altijd waar het op staat. Ik hou er niet van om dan te liegen. BERDEN: Op de persconferentie ging het over de sportieve kant van de zaak. Ik was positief bevonden bij een dopingcontrole, dat was al erg genoeg. Tijdens de huiszoeking zijn andere producten gevonden die je normaal gesproken niet in huis mag hebben. Dat heb ik ook nooit ontkend. Bij jou thuis zullen ze in je huisapotheek ook middeltjes tegen hoofdpijn of diarree vinden die een renner niet mag nemen. Als dat die andere middelen zijn. BERDEN: Als renner moet je je lichaam op peil houden om je sport naar behoren te kunnen beoefenen. Ik moet vitamine C innemen, ik heb soms een tekort aan ijzer, dus heb ik ook ijzerpreparaten in huis. BERDEN: Dan had ik geen voorwaardelijke straf gekregen. BERDEN: Er is te veel te doen geweest over het betalen van de gerechtskosten: 60.000 euro, zoveel mensen vonden dat absurd en hebben gereageerd. Ik denk dat ze daardoor bij het parket in hun wiek geschoten zijn en op hun beurt hebben willen reageren. BERDEN: Onmiddellijk na mijn positieve dopingcontrole heb ik mijn auto moeten inleveren bij mijn sponsor en ben ik er zelf één gaan kopen. We hadden enkele jaren geleden een oud rijhuis gekocht. Dat ben ik beginnen opknappen. Gemetseld, een nieuw dak gestoken, elektriciteit gelegd. Vier, vijf maanden heb ik als een bouwvakker geleefd en helemaal niet gefietst. Ik ben in die periode acht kilo aangekomen. Je gaat naar een film, je eet een ijsje. Ik heb mijn lichaam tien jaar lang uitstekend verzorgd, maar van de ene dag op de andere valt dat weg. Fietsen zal ik blijven doen, daar ben ik zeker van. Ik heb altijd heel graag gefietst. In augustus ben ik opnieuw beginnen trainen. Basisopbouw: eerst een half uur, daarna drie kwartier, en zo voort tot ik weer aan drie, vier uur training per dag kwam. Altijd alleen. Dat heb ik altijd zo gedaan. Je komt al eens coureurs tegen, maar dan gaat het snel weer over wielrennen en wordt het te pijnlijk voor mij. BERDEN: Ik heb een fietsenmaker die mij altijd gesteund heeft. Ik had een fiets van hem, ik moest hem alleen onder het stof vandaan halen. BERDEN: De eerste zes maanden kreeg ik geen werkloosheidsuitkering, daarna 600 euro. Daar spring je niet ver mee. Gelukkig gaat mijn vrouw werken, zij betaalt de rekeningen. Ik heb naar werk gezocht, maar iedereen kent mij. Elke werkgever vraagt mij dus: wat als je schorsing afgelopen is? Ik ben eerlijk, dan zou ik het liefst opnieuw gaan fietsen. Dus geven ze je de job niet, dat vind ik vanuit hun standpunt zelfs logisch. Ik heb ook geen enkele ervaring. Ik heb nooit gewerkt, ik heb automechanica gestudeerd, ik was aan het zevende jaar begonnen maar toen won ik als liefhebber meteen enkele veldritten en heb ik daarvoor gekozen. BERDEN: Geen enkele. Alleen de voorbije maanden heb ik er enkele op de televisie gezien. Die van Hasselt was de eerste. Je ziet zo'n wedstrijd dan anders, dat is mij opgevallen. Je leert Sven Nys en Bart Wellens op een andere manier kennen dan als je zelf in de wedstrijd zit. Je denkt op bepaalde ogenblikken zelfs: als ik straks opnieuw fiets, kan ik ze misschien op die en die stroken van het parcours pijn doen. Nys zegt bijvoorbeeld van zichzelf dat hij een goede loper is, maar daar denk ik nu anders over. BERDEN: Hij komt bijzonder sterk voor de dag, dat had ik inderdaad niet verwacht. Nys is nu de échte kampioen, hij kan zes uur per dag trainen voor één uur crossen. Heel het seizoen drinkt hij geen glas wijn. Nooit een snoepje. Ik denk niet dat Nys in de winter één keer met zijn vriendin gaat winkelen. Dat typeert hem, niemand anders kan die stijl van leven aan. BERDEN: Hij is 29 geworden, hij heeft zijn toppunt nu bereikt. Hij is ook mentaal sterker geworden. Als je vroeger tegen hem zei dat hij het parcours van de dag eigenlijk niet aankon, ging hij daarin mee. Hij is er nu zelf in gaan geloven. Ook met de hulp van de mensen rondom hem. BERDEN: Ik heb nooit het lichaam gehad om een toprenner te worden, dat weet ik nu. De voorbije twee jaar ging het beter met mij, maar dat kwam vooral doordat ik mezelf beter had leren kennen. Als ik twee dagen zwaar getraind had, moest ik het de twee volgende dagen rustiger aan doen. Ik heb alles gedaan wat ik kon. Ik kan niet méér trainen dan ik al gedaan heb, ik heb écht alles in het werk gesteld om mijn sport goed te doen. Een kampioen als Nys is onbereikbaar voor mij; vroeger kon ik mij daar niet bij neerleggen, maar dat kan ik nu met zekerheid zeggen. BERDEN: In het zand kon ik altijd goed uit de voeten. Koksijde was mijn parcours. Daar had ik Belgisch kampioen kunnen worden, maar het tikkeltje geluk ontbrak mij. Drie dagen voor de wedstrijd werd ik verkouden, Mario De Clercq heeft het toen gehaald. Eernegem was een wedstrijd waaraan de échte toppers nooit deelnamen. Magstadt ook. Die veldrit kwam altijd drie, vier dagen voor het kampioenschap, niemand van de topfavorieten ging ernaartoe, ik wel. Dan klopte ik Thomas Frischknecht of zo. BERDEN: Ik heb nooit iets willen bereiken. Ik heb gewoon altijd graag gefietst. Als jongen deed ik mee aan BMX-wedstrijden. Mijn vader was een hengstenboer, we leefden op het platteland en speelden in het bos. Eigenlijk wou ik motorcrosser worden, maar dat vonden mijn ouders te gevaarlijk. Ik ben in die tijd vaak naar zijspanwedstrijden gaan kijken. Daarna wou ik gaan mountainbiken, maar je moest toen achttien zijn om aan wedstrijden deel te nemen. Ga dan crossen, zei iemand. Dat viel mij meteen mee, en toen ik Belgisch kampioen bij de beloften werd, ben ik het almaar fanatieker gaan beoefenen. Wedstrijden op de weg vond ik niet interessant. Als amateur heb ik enkele mooie koersen gewonnen: de ronde van Vlaams-Brabant en de ronde van Luik, twee rittenwedstrijden. Maar het was mijn passie niet. Alleen het veldrijden sprak mij aan. BERDEN: Tot mijn vijfendertigste. Ik was aan mijn beste jaren bezig. Het was het eerste jaar dat ik in de nabijheid van de top kwam. Daarvoor heb ik altijd veel gezondheidsproblemen en blessures gehad. Nu zat het goed. Ik had ook een privésponsor gevonden met wie ik een uitstekende relatie had. BERDEN: Telkens kwam ik een tikkeltje tekort. Ik wou Sven Nys aankunnen. De enige manier was door te doen wat niet mocht. Ik ben te ver gegaan. Van in mijn jeugd heb ik tegen Nys en Wellens gekoerst. Tien jaar geleden ben ik Belgisch kampioen bij de beloften geworden, Nys was toen tweede. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat hij toen een pechdag had. Het jaar daarop kwam Wellens over en werd ik tweede op een minuut van hem. Dat blijft in je hoofd spelen. Je denkt altijd dat het op een dag zal kunnen, dat je beter dan die twee kan zijn. Ik heb een fout begaan. BERDEN: Zij krijgen een tweede kans. Ik niet. Dat wringt. BERDEN: Ooit zal het naar buiten komen. Niet in het openbaar, dat is mijn manier van doen niet, in het openbaar zal ik de schijn ophouden. Maar als je de deur bij je thuis dichttrekt, valt alles weer op je in. Mijn vrouw kan ervan meespreken, ja. BERDEN: Voor het ongeluk geboren: we trekken de ellende gewoon aan. Bij de verbouwing van het huis is bijna alles tegengevallen. De ramen waren te klein besteld. De tegels die we nodig hadden, zijn ergens geleverd, maar waar? Ook in andere dingen gebeurt er altijd wat. Ik koop een oude auto. De dag daarna is hij stuk. Eerder in het jaar hebben mijn vrouw en ik op dezelfde dag een ongeluk gehad: ik was met haar wagen weg, maar aan een kruispunt reden ze me van achteren aan. Ondertussen waaide een afsluitingshekken bij verbouwingswerken van een hotel op het busje waarmee mijn vrouw reed. We kwamen alle twee met een klein hartje thuis, toen bleek dat we hetzelfde verhaal hadden. Het gaat zover dat het nu ook op anderen overgaat. Iemand kwam mij helpen; toen hij wegreed, reed hij tegen een paal. Ik ging een nieuwe fiets halen, Tom Vannoppen was er ook, de dag nadien brak hij zijn voet. BERDEN: Maar we hadden toen toch een vakantie in Azië in gedachten (lacht). Het was ook mijn droom om na mijn carrière ooit in Florida te gaan wonen. Daarom wilden we bewust geen kinderen. Ondertussen slaat ginder de ene orkaan na de andere toe (lacht opnieuw). Moet je nog bewijzen? PIET COSEMANS