BBC Music Magazine riep hem uit tot een van de belangrijkste tien pianisten van deze tijd. Toch was hij in Brussel al sinds 1973 niet meer te horen. Hij lijkt een van de best bewaarde muzikale geheimen, voor de kenners dan. De carrière van de Rus Grigory Sokolov (51) nam een vliegende start. Op zestienjarige leeftijd al won hij met eenparigheid van de stemmen van de jury de Tsjaikovskiwedstrijd. Hierdoor kreeg hij de nodige aandacht, maar vervolgens werd het langzaam stil rond hem. Daar zullen de stuiptrekkingen van het sovjetregime mee te maken hebben gehad, maar ook zijn eigen weigering om platen in de studio op te nemen.
...

BBC Music Magazine riep hem uit tot een van de belangrijkste tien pianisten van deze tijd. Toch was hij in Brussel al sinds 1973 niet meer te horen. Hij lijkt een van de best bewaarde muzikale geheimen, voor de kenners dan. De carrière van de Rus Grigory Sokolov (51) nam een vliegende start. Op zestienjarige leeftijd al won hij met eenparigheid van de stemmen van de jury de Tsjaikovskiwedstrijd. Hierdoor kreeg hij de nodige aandacht, maar vervolgens werd het langzaam stil rond hem. Daar zullen de stuiptrekkingen van het sovjetregime mee te maken hebben gehad, maar ook zijn eigen weigering om platen in de studio op te nemen. Sokolov is een kleurrijke, geen mondaine figuur. Hij kan zonder problemen alle uurroosters en vluchtplannen van het Europese luchtverkeer uit het hoofd citeren - met wekelijkse aanpassingen - of als je dat nodig zou hebben, ontcijfert hij een streepjescode. Maar hij is vooral een prominent muzikant met een onmiskenbaar eigen muzikale visie. Een Steinway klinkt onder zijn handen genuanceerder en kleurrijker dan je ooit had kunnen vermoeden. Een gesprek met een soort muzikale natuurkracht.Geeft u graag interviews?Grigory Sokolov: Als het voor het werk moet, is me dat gelijk, maar als het om tijd te verliezen is: nee. Voelt u zich een lid van die beroemde Russische pianoschool? Betekent ze iets voor u?Sokolov: In de kunst komt het er toch op aan om origineel te zijn! Dat is de vraag naar persoonlijkheid. Men kan toch onmogelijk alle persoonlijkheden van één stad of één staat onder dezelfde noemer brengen en daar dan het etiket Russische school op plakken. Alle individuen zijn anders. Het is slechts een toeval dat zij op dit moment in die staat aanwezig zijn. Als je die school-gedachte zou doortrekken, zou je kunnen zeggen dat Glenn Gould tot de Canadese pianoschool behoort. Onze pianoprof in Sint-Petersburg zei altijd: een school is iets waar je weg van gaat. Kijk maar eens als je in een museum loopt, en je stoot op een interessante kunstenaar wiens naam onbekend bleef. Die wordt dan omschreven als 'de meester van het altaar van zus of zo'. Maar als er daarentegen staat 'de school van Rembrandt', dan betekent dit dat die persoon toch niet zo interessant was om hem een aparte plaats te geven. Hij behoort tot een school. Volgens mij komt de persoonlijkheid van de kunstenaar, niet van de school. Wat niet belet dat men er over blijft spreken. Toen Arthur Schnabel in de States was, sprak men altijd over de echte 'Duitse school'. Iedereen begreep dat blijkbaar, alleen Schnabel niet. In de pers wordt u wel eens een tweede Emil Gilels genoemd of een nieuwe Svjatoslav Richter. Stoort dat u dan niet?Sokolov: Men kan alles op een hoop gooien. Gilels is wel een van mijn lievelingspianisten. Dus samen met hem in één adem genoemd worden, is een hele eer. Voelt u zich met hen verwant?Sokolov: Ik voel mij met hen niet verwant. Men kan zich toch de persoonlijkheid van anderen niet aanmeten? En hoe groter de persoonlijkheid van anderen, des te moeilijker. Er zijn wel pianisten van wie ik hou. En dat zijn: Emil Gilels, Glenn Gould, Wladimir Sofronitsky, Arthur Schnabel, Wladimir Horowitz, Sergej Rachmaninov, Dinu Lipati en daarbij noem ik altijd Anton - niet Arthur - Rubinstein. Die laatste heb ik dus wel nooit in het echt of zelfs maar op de plaat kunnen horen, maar zijn persoonlijkheid was wel iets bijzonders. Is er dan een verband tussen al die pianisten? Gould en Horowitz waren totaal verschillende artiesten.Sokolov: Ach, het zijn totaal verschillende planeten. Maar samen maken ze een universum. Is er in de jongere, laten we zeggen nog levende generatie dan niemand die u aanspreekt?Sokolov: Voor iemand die veel reist en veel zelf speelt, is het erg moeilijk om veel concerten te horen. Ik moet bij voorbaat weten dat het goed zal zijn. En dan hoeven het ook niet altijd pianisten te zijn. Beluistert u ze dan niet op de plaat?Sokolov: Jawel. Ik ken Sofronitsky uiteraard alleen van de opnamen. Ik heb hem nooit gehoord. Maar iedereen die het geluk heeft gehad om hem te horen, zegt altijd dat de opnamen maar een flauw beeld geven van wat hij deed. Glenn Gould is natuurlijk een ander verhaal. Die is op een zeker moment gestopt met concerten geven en heeft daarna alleen nog voor de plaat gewerkt. Als u een werk instudeert, ziet u dan alles al in de partituur of gaat u rondom dit werk lezen of kijken naar schilders uit die periode?Sokolov: Ik denk echt niet dat kunst door plaats of tijd beperkt wordt. Volgens mij is Claude Debussy geen Frans componist, Alexander Skrjabin geen Rus en Johann Sebastian Bach geen Duitser. Ze zijn componisten van de hele wereld. We houden van hen, ze zitten ons in het bloed. Hun kunst is onze kunst. In mijn programma van Brussel speel ik twee Ordres van François Couperin. Mijn impresario is vooral bevreesd hoe ze in de twee steden Parijs en Brussel die muziek zullen ontvangen. Niet hoe dat in Duitsland of Rusland het geval zal zijn. Wie heeft dan het meeste Couperin in zijn bloed, Duitsland of Frankrijk? Ja, maar misschien omdat u de klavecimbelmuziek van Couperin op een piano speelt. Scarlatti op de piano tot daar aan toe, maar Couperin? Dat lijkt nooit te zullen lukken.Sokolov: In de tijd van Couperin waren er drie toetsinstrumenten. Het klavechord, met een klank zo zacht dat het in een groot salon al niet meer klonk. Het klonk mooi, je kon er vibrato's op spelen, maar stil. Als je in een salon wou spelen, had je een klavecimbel nodig. Maar daarvan bleef de toon niet hangen. Vandaar dat je in die muziek zoveel soorten versieringen tegenkwam. En ten slotte had je nog het orgel. Je weet nooit echt goed waarvoor iets geschreven is. Voor orgel of klavecimbel. Ook in de orgelmuziek was er vaak geen speciale lijn voor het voetklavier. En om het helemaal verward te maken: daarnaast bestonden er ook klavecimbels met pedalen. Hetzelfde stuk kon dus voor die drie instrumenten geschreven zijn. Het verschil in klank en vooral in volume tussen die drie instrumenten was enorm. Het verschil tussen een klavechord en een klavecimbel was groter dan tussen een klavecimbel en een huidige piano. Nu, als je vindt dat Couperin per se op een klavecimbel gespeeld moet worden, dan moet je dat doen. Verder, als je niet snapt dat een piano meer uitgebreid is en meer klankkleuren heeft - kortom wanneer het je ontgaat dat het een ander instrument is -, dan zit je fout. Dus als je op een piano speelt, mag je niet trachten om het klavecimbel na te bootsen. In feite is er geen probleem 'piano of klavecimbel', want je kunt nooit muziek spelen zonder op die muziek verliefd te worden. Zonder die liefde maakt het niet uit waarop je speelt, het zal nooit een interessante interpretatie worden.U speelt slechts één à twee programma's per jaar. Hoe kiest u dan die stukken?Sokolov: Ik speel alleen muziek waarvan ik hou. Bovendien herneem ik al iets van vroeger en bereid ik iets nieuws voor. Om de drie maanden speel ik iets anders. Hoe ik mijn jaar ga beëindigen weet ik nog niet. Je moet wel begrijpen dat hoe langer we op voorhand werken hoe beter. Maar bij de eerste uitvoering begint het stuk echt te veranderen. Dan komt er een interessante fase in het leven van het stuk. Het wordt rijker, het laat nieuwe zijden zien. Daardoor wordt het ook moeilijk om er afscheid van te nemen. Zijn er componisten van wie u houdt of niet houdt?Sokolov: Ik hou echt van alles. Alleen niet van Wagner en Liszt. Waarom je dan wel van iemand houdt? Op het moment dat je je echt bewust zou zijn waarom je van ze houdt, hou je in feite al niet meer van hen. Mijn antipathie voor Wagner kan ik niet juist omschrijven. Maar ik kan mijn menselijke antipathie niet onderdrukken. Aan de andere kant, Couperin bleek een mooi man te zijn die zich ver van de vleierijen van het hof hield. Maar dat heeft toch mijn waardering voor zijn muziek niet verhoogd. Uw stadsgenoot Dimitri Sjostakovitsj staat nergens in uw programma's.Sokolov: Heel vroeger heb ik hem wel gespeeld. Misschien volgend jaar. Ik hou wel van hem. Een groot componist. Komt ie dan?Sokolov: Ik heb al gezegd dat ik alleen speel waar ik van hou. Ik hou van Bach, maar daarom speel ik van hem niet alles. Ik neem in mijn programma's alleen dat op wat ik scherp aanvoel, wat onvermijdelijk is. Bij het kiezen heb je eerst een passieve fase. Daar ben ik me niet bewust van. Maar ineens wil ik een bepaald stuk spelen. Dan is het werk allang bezig geweest. Het is als de incubatieperiode van een ziekte. En ook: ik heb geen vijfjarenplan voor wat ik ooit zal spelen. Dit lijkt moeilijk voor de concertorganisatoren. Ik weet nooit vooraf hoe ik mijn favoriete muziekstukken moet samenpassen. Het moet zin hebben. Ooit heb ik in Sint-Petersburg de Goldbergvariaties van Bach gespeeld en het Hammerklavier van Ludwig van Beethoven en toen kwam iemand naar me toe en die zei me dat het volgende stuk de Diabellivariaties zouden worden. Daar was ik nu zeker van: die zou ik nimmer ofte nooit spelen. Maar vier maanden later speelde ik ze wel. Ander voorbeeld. Na een concert met Petroesjka van Igor Stravinski vroeg iemand me of ik iets anders van hem zou spelen. Nee, dacht ik. Thuis ben ik beginnen te bladeren in een verzameling van pianomuziek uit de twintigste eeuw en ik stootte op Arnold Schönberg. Wel, vanaf de eerste twee tellen kon ik niet anders dan Schönberg spelen. Als ik u in juni gezien had, was ik er zeker van geweest dat ik niet zou aankondigen dat ik Couperin zou gaan spelen. Maar Jan Sweelinck. Mijn inzichten veranderen de hele tijd. Grigory Sokolov speelt François Couperin, Wolfgang Amadeus Mozart en César Franck op woensdag 14 maart in het Conservatorium van Brussel. Tel.: 02 - 507 82 00, www.sofil.be Lukas Huybrechts