De film die het best de intellectuele sfeer van de jaren twintig van de vorige eeuw wist weer te geven, was ongetwijfeld Metropolis. Fritz Lang en zijn vrouw Thea von Harbou brachten daarin het dystopische verhaal van een toekomstige wereld waarin de rijke machthebbers bovengronds hun leven wegluieren in luxe, terwijl de werkende massa ondergronds de immense machine die dit alles mogelijk maakt draaiende houdt. Tot ene Maria de arbeiders weet te verenigen en naar de vrijheid loodst. Het was de duurste film ooit gemaakt in Duitsland en omdat hij de kassa's veel minder deed rinkelen dan verwacht, luidde hij de zwanenzang in van de beroemde UFA-studio's.
...

De film die het best de intellectuele sfeer van de jaren twintig van de vorige eeuw wist weer te geven, was ongetwijfeld Metropolis. Fritz Lang en zijn vrouw Thea von Harbou brachten daarin het dystopische verhaal van een toekomstige wereld waarin de rijke machthebbers bovengronds hun leven wegluieren in luxe, terwijl de werkende massa ondergronds de immense machine die dit alles mogelijk maakt draaiende houdt. Tot ene Maria de arbeiders weet te verenigen en naar de vrijheid loodst. Het was de duurste film ooit gemaakt in Duitsland en omdat hij de kassa's veel minder deed rinkelen dan verwacht, luidde hij de zwanenzang in van de beroemde UFA-studio's. Een flop dus, maar wel een flop die niemand onberoerd liet. Sommigen vielen voor de futuristische stad die erin getoond werd, met hoge flatgebouwen waartussen vliegtuigen maneuvreerden en autosnelwegen slingerden. Anderen hadden dan weer meer oog voor de menselijke boodschap die de film uitdroeg, dat het hart moet bemiddelen tussen het hoofd en de handen. Slechts weinigen wisten de vinger te leggen op het gevaar dat in de film school. Een van hen was H.G. Wells, de Amerikaanse sciencefictionschrijver die in The New York Times een vernietigende recensie schreef. Nu was die natuurlijk gekleurd door rancune, omdat hij in Metropolis een paar van zijn eigen ideeën en beelden zag opduiken en hij zelfs van plagiaat gewaagde, maar afgezien daarvan had Wells wel een punt. Niet alleen werd technologie in de film voorgesteld als iets duivels, de bevrijding kon ook alleen komen door een messianistische führer, die met veel fakkelgezwaai haar volk naar een glorieuze, authentieke toekomst voerde. Daar zit een duister kantje aan, aldus Wells, en toen niet veel later Metropolis door de nazi's werd gelauwerd als een voorbeeldig Duits kunstwerk en Von Harbou kleur bekende door toe te treden tot de NSDAP, bleek ook meteen hoe duister dit kantje wel was. Volgens historicus Philipp Blom, auteur van Alleen de wolken. Cultuur en crisis in het Westen, 1918 - 1938 is de veranderende kijk op wetenschap en techniek van wezenlijk belang voor wie wil begrijpen wat WO I met Europa en Amerika had gedaan. 'Voor de oorlog hadden wetenschap en technologie een positief aura', zegt hij. 'Ze zouden de oplossing brengen voor alle problemen, net zoals alles wat modern was. Dat geloof werd vanaf 1916, toen de technologische oorlogsvoering de overhand nam, de kop ingedrukt. Het front was opeens de modernste plaats ter wereld geworden, waar alles gestandaardiseerd was en voortkwam uit massaproductie. Iedereen had een nummer en droeg een uniform. Soldaten beseften dat hun persoonlijkheid niet langer van tel was. Of je een held was of een lafaard deed er niet meer toe. Het volgende schot kwam immers van tien kilometer ver en maaide jou en je twintig compagnons in één keer neer. Men merkte hoe wetenschap en technologie zich tegen de mens begonnen te keren en hoe die mens niet meer in staat was zich daartegen te verzetten. Dat moet een verschrikkelijk inzicht geweest zijn.' PHILIPP BLOM: Met het idee van de nieuwe mens, in de gedaante van de bionische mens, of het tegengestelde ervan: de mens die alle machines kapot wou maken. Die nieuwe mens was fundamenteel voor zowel socialisme als fascisme. Hun beeld ervan was esthetisch praktisch inwisselbaar. Voor het socialisme was het individu een vervangbaar onderdeel van de maatschappelijke machine en had het op zich geen waarde. In het fascisme zie je in principe hetzelfde, alleen is daar de stem van het bloed overheersend. Het idee dat de mens zich opnieuw moest uitvinden overheerste overal, zowel bij filosofen als in de populaire cultuur. Metropolis, Frankenstein en Modern Times waarschuwen voor de gedrochten voortgebracht door het machinetijdperk. Ook het succes van sportverenigingen was toen opvallend. Lichamelijk diende de mens zich blijkbaar net zo goed te wapenen tegen het technologische gevaar. BLOM: De moderniteit, zoals wij die zien in cultuur en ideeën, is politiek neutraal. Wij gaan er vandaag automatisch van uit dat een intellectuele kunstenaar links is: feministisch, kosmopolitisch en antiracistisch, maar in het verleden was dat niet zo. Bovendien was ook niets ooit zomaar zwart of wit en heerste overal ambivalentie. Neem het Bauhaus. De architecten die zich tot die strekking rekenden, vroegen zich regelmatig af of ze rechts of links waren. Wilden zij bescheiden mensen een aangename woonomgeving schenken, of waren zij meesters die het leven van die mensen volstrekt wilden sturen en beperken ten voordele van de gemeenschap? Denk maar aan Le Corbusiers plannen voor Parijs, waarbij hij hele wijken wou afbreken en vervangen door reusachtige woonkazernes. Het fascisme was een reactie op het moderne en stuurloze, maar het verleden waarnaar het verwees was zorgvuldig geconstrueerd: het mythologische, verre verleden. Verder was ras belangrijk voor het fascisme, wat op zich al een modern idee is, zeker wanneer het gekoppeld wordt aan de in een waas van wetenschap badende eugenetica. Het fascisme was voor mensen uit de jaren dertig net zo'n valabel alternatief voor het kapitalisme als het socialisme. Het idee dat cultuur sowieso links en progressief is, is de vrucht van de Tweede Wereldoorlog. We moeten beseffen dat wat wij vandaag als normaal ervaren, niet meer is dan een momentopname uit de geschiedenis. De kans dat we over honderd jaar op het begin van de eenentwintigste eeuw terugkijken als een gekke, irrationele periode is bijzonder groot. BLOM: De democratie werd zeer sterk geassocieerd met de burgerlijke, kapitalistische maatschappij van de negentiende eeuw en volgens velen had die maatschappij rechtstreeks tot WO I geleid. Zij lag aan de basis van de perversie van alle oude idealen. Antidemocratie en antisemitisme gingen ook hand in hand in die visie. Ik ben ervan overtuigd dat het antisemitisme van de eerste helft van de twintigste eeuw in wezen antimodern was. Het was geen antijudaïsme en had niets met religie te maken. De Joden waren de modernen, wat feitelijk gezien ook waar was. Zij waren door de geschiedenis immers meer dan andere bevolkingsgroepen verplicht die kwaliteiten te ontwikkelen die in de moderne tijd opeens belangrijk werden. Er waren relatief meer Joden actief in wetenschap, journalistiek, advocatuur, kunst en bankwezen. Alles wat men dus tegen de moderniteit had - dat ze ontwortelde en het individu onderwierp aan het blinde grootkapitaal, en dat ze je nerveus, ziek en oversekst maakte - werd zo in de schoenen van de Joden geschoven. Omdat de democratie zo sterk geassocieerd werd met dat moderne, moest men volgens de meeste mensen na die oorlog een andere weg op gaan, die van het socialisme of die van het fascisme. Engeland had ook zijn fascistische beweging en het enthousiasme van de hogere klassen voor het regime van Franco was ontstellend groot, maar desondanks was het toch het enige Europese land waar de democratie standhield. Ook al was Churchill op een bepaald moment niet te beroerd om bewonderend te beweren dat Hitler de Duitsers hun trots had teruggegeven. Het fascisme werd gezien als een moderne beweging die Duitsland Volkswagen en Autobahnen bracht. Zelfs de VS gingen met hun New Deal de corporatistische weg op, waarbij grote bouwprojecten opgezet werden, strakke hiërarchieën werden opgelegd en arbeiders uniformen moesten dragen. Dichter zijn de Amerikanen nooit bij een socialistisch systeem geweest. Het corporatisme kon dus verschillende gedaanten aannemen, maar het was wel hét antwoord van die tijd. BLOM: In feite was hij nooit gestopt. Wij zien het als een tijd van vrede, maar overal in Europa bestookten links en rechts elkaar met bommen en geweren. Tussen 1918 en 1923 vielen er in de Duitse straten 5000 politieke doden. Dat zouden wij vandaag een burgeroorlog noemen. BLOM: Echt bewijzen kan ik dat natuurlijk niet. Het is eerder een gewaagde hypothese van een historicus. We zijn allemaal kinderen van onze tijd. Ieder wetenschappelijk model van de wereld lijkt op de maatschappelijke structuur waarin het is ontstaan. Heisenberg en Planck beschrijven een wereld die volstrekt in tegenspraak is met de regels van de klassieke logica. Een ding kan niet iets en iets anders zijn op eenzelfde moment. In de kwantumfysica kan dat wel. Objectiviteit werd afgedaan als een fabeltje, wat voor negentiende-eeuwse wetenschappers een vloek was, maar wel perfect de realiteit beschreef van Weimar-Duitsland. Je wist vandaag niet wie je was en waar je morgen ideologisch zou staan en je zag hoe ieder toezicht op het systeem dit systeem zelf veranderde, net zoals dat volgens de kwantumfysica het geval was. Ik wil dus helemaal niet beweren dat er verschillende nationale wetenschappen zouden bestaan of dat de kwantumfysica de fysica van de Weimarrepubliek is, maar je kunt je wel voorstellen dat je op die fysica zou komen als je in Weimar-Duitsland leefde. BLOM: Er was één gebeurtenis die een wereld die stilaan weer evenwicht en dynamiek begon te krijgen de nekslag gaf: de beurscrash in Wall Street, in 1929. In Duitsland steeg de werkloosheid tot boven de veertig procent. De staat draaide bankroet. Er was niets, en morgen zou er nog minder zijn. Je moet je de wanhoop indenken die toen heerste. Waar kon een antwoord vandaan komen? Mensen konden niet rustig achteroverleunen en de situatie overschouwen alvorens te handelen. Er heerste angst en een ontzettend gevoel van tijdsnood. Er moest dringend iets gebeuren, en liefst iets ingrijpends. Het langzame proces van een democratische hervorming zou niet toereikend zijn. De weg die ze hebben gekozen bleek uiteindelijk catastrofaal te zijn, maar dat konden ze toen nog niet weten. BLOM: WO I heeft iedereen ontzettend verrast. Niemand zag hem aankomen. Sommige landen wilden kleinere oorlogen uitvechten. Men bekeek oorlog toen immers nog als het nastreven van een bepaalde politiek met andere middelen, zoals de Pruisische generaal Carl von Clausewitz zei. Duitsland wou Rusland niet te sterk zien worden, Frankrijk wou de Elzas terug, Habsburg wou Servië en iedereen wou wel een stukje van het oude Ottomaanse Rijk. Er waren zo veel verschillende belangen en er werden zo veel verkeerde inschattingen gemaakt dat er van een grote boef geen sprake was. In 1919 zei Paul Deschanel, een jaar later president van Frankrijk, dat ze met het Verdrag van Versailles het begin van WO II hadden ondertekend. Het gevoel overheerste dat WO I nog niet echt af was. Er was geen symbolisch einde geweest. De Franse en Engelse troepen hadden Berlijn niet bezet en de vragen waren niet opgelost. Men had alleen maar gevochten tot alle partijen er van uitputting bij waren neergevallen. Duitsland en Oostenrijk de morele schuld geven van de oorlog was wellicht nog wel te dragen geweest, maar de grootste economie van Europa zo volstrekt de grond in boren dat een democratisch bestel er onmogelijk wortel kon schieten, was nefast. Op die manier destabiliseerde men het hele continent. Dat men dit naderhand ook inzag, blijkt uit de volstrekt andere manier waarop men na WO II te werk ging. Het Marshallplan gaf Europa toen weer adem. BLOM: De hele gang van zaken in 1914, van de moord op Franz Ferdinand in Sarajevo tot de inval van Duitsland in België, was niet gekker dan wat we vandaag meemaken in het oosten van Oekraïne. BLOM: De gebeeldhouwde sovjethelden die met brede borst een weg baanden naar de toekomst lijken inderdaad in de schijnbaar vergeefs naar zijn hemd zoekende Poetin een hedendaagse pendant gevonden te hebben. Hier hoor je een echo van de droom van een nieuwe mens die zijn oudere kiezers nog zullen herkennen van vroeger. Wij vinden dat absurd, maar Poetin laat een continuïteit zien. Ik zie parallellen tussen de verscheurde tijd van het interbellum, waar men oplossingen zocht in extreme stellingen, en vandaag. De grote vraag is of wij slimmer zullen zijn dan onze voorouders. En daar ben ik nog niet zo zeker van. Ik probeer naar het verleden te kijken als een archeoloog. Ik reconstrueer wat er in iemands hoofd zat, hoe hij werd opgevoed, welke films hij heeft gezien, welke boeken hij heeft gelezen en hoe zijn schoolopleiding verliep. Al die dingen die belangrijk zijn om een mens te vormen en die zijn acties kunnen verklaren. BLOM: Uiterst gevaarlijk, zou ik zeggen, ook omdat wij in Europa alleen maar in het heden willen leven. We willen de toekomt niet zien. We willen er zelfs niet aan denken. En daardoor beseffen we niet hoe snel ons comfortabele leventje zou kunnen veranderen. We hebben een volstrekt gebrek aan verbeelding en zijn daardoor niet voorbereid op een grote crisis. Philipp Blom, Alleen de wolken.Cultuur en crisis in het Westen, 1918-1938, De Bezige Bij, 576 blz., 34,90 euro. Philipp Blom is te gast op het Eilandfestival in Antwerpen op zondag 14 september. Meer info: www.eilandfestival.be DOOR MARNIX VERPLANCKE'Ik zie parallellen tussen de verscheurde tijd van het interbellum, waar men oplossingen zocht in extreme stellingen, en vandaag.'