Norbert De Batselier blijft geloven in de weg van de politieke vernieuwing. Een tijd lang heeft hij getwijfeld aan de intenties van zijn eigen partij. “Ik heb geloofd dat men mij wilde beschadigen.”

Hij heeft enkele maanden in knagende onvrede met zijn partij geleefd. Gevreesd dat Louis Tobback zijn woord gebroken had. En dat het papier van het Toekomstcongres al te geduldig zou blijven. Een beetje nukkig plooide hij zich terug op Dendermonde. Sommige partijgenoten in Brussel betreurden die “abdicatie”. Norbert De Batselier zweeg. Tot dit blad daar in het begin van het jaar allusie op maakte, in de marge van een portret van de SP, gezien door de ogen van jonge socialisten die doordrongen zijn van het nieuwe socialisme waarvan uitgerekend De Batselier de belangrijkste architect was. “Mocht hij meer fut gehad hebben, dan zaten we nu al in een heel andere partij”, zo vatte Knack de commentaar van menig SP’er samen. “De hoop die op Norbert werd gesteld, is nooit uitgekomen.”

Woorden die het effect hadden van een rode lap op een stier. De burgemeester van Dendermonde kwam terug en sloeg in de Keizerslaan met de vuist op tafel. SP-campagneleider Johan Vande Lanotte betrok hem opnieuw meer bij het werk van de Keizerslaan. Niet Tobback, maar Norbert is back. Op zijn voorwaarden. Hij wilde nadrukkelijker wegen op dossiers als staatshervorming, veiligheid en milieu.

Hij is optimistischer dan enkele jaren geleden, maar tegelijkertijd broedt hij op de vele zwaarden van Damocles die boven de democratie hangen. Daar wil hij een boek over schrijven. “Ik schrijf alleen maar boeken nà de verkiezingen”, grinnikt de minst mediageile van alle politici. Toch leidde hij vorige week zonder naijver of spot het boekje “Over bruggen bouwen” van “mijn vriend Marc Verwilghen” in. “De democratie is volgens mij in gevaar”, zei hij daar. “Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig, belangrijker dan diegenen die telkenmale pogen de politieke scheidingswanden en kloven te accentueren.”

“De Batselier is moe en blijft moe”, zo klonk het eind vorig jaar in de SP.

De Batselier: Ik heb dat ook opgevangen, maar dan van mensen die buiten de SP staan en die de hoop hebben gekoesterd dat ik een nieuwe partij uit de grond zou stampen. Maar ik was vooral boos omdat ik de indruk kreeg dat het de jongeren zelf waren die vertelden dat ik “moe” was. Zij weten beter dan wie ook hoeveel energie ik in die partijvernieuwing heb gestoken. Ik heb duidelijkheid gevraagd en gekregen op het partijbureau. Ondertussen weet ik dat die berichten niet van de jongeren kwamen. Ik geloof hen. Dus heb ik de vraag gesteld of het geïnspireerd was door topmensen van de partij? Neen, zegt men mij. Zodoende.

U hebt geloofd dat sommige top-SP’ers u wilden beschadigen?

De Batselier: Maandenlang heb ik verkropt dat de SP niet maximaal investeerde in een bredere bekendmaking van de nieuwe, moderne stellingen van het Toekomstcongres. Ik heb dat een paar keer gezegd, maar voor de rest zweeg ik. Pas toen Knack daar iets over schreef, heb ik intern inderdaad gezegd wat op mijn lever lag. Ik heb geloofd dat het om een operatie beschadiging ging. Maar ik heb geen bewijzen, dus geloof ik wat men mij vertelt. Je mag mijn agenda bekijken, hij staat boordevol. Dat ik dus soms fysiek moe ben, is nogal wiedes. Maar daar ging het niet om in die berichten. Ik werk op een andere manier dan sommigen misschien hadden verwacht. Een nieuwe partij is er niet, en dat is ook nooit mijn bedoeling geweest. Men heeft mij altijd meer bedoelingen toegedicht dan ik werkelijk had. Dan ga je natuurlijk onder de lat door.

Uw pogingen om bruggen te bouwen met mensen van buiten de SP zouden u ook niet door iedereen in dank zijn afgenomen.

De Batselier: Toen ik met Mauriets Coppieters en Freddy Willockx aan het Sienjaal begon, kreeg dat aanvankelijk niet veel ruggensteun van de partij, behalve van Tobback. Maar ik heb het dan aan een congres kunnen voorleggen, waar ik unaniem het mandaat kreeg om enerzijds de partijvernieuwing te leiden en anderzijds het Sienjaal uit te bouwen. De teksten van het Toekomstcongres tonen aan dat de SP inhoudelijk een moderne partij wil worden. Maar mijn contacten buiten de partij werden inderdaad niet erg gesteund, om het vriendelijk te zeggen.

Waarom verdween u na het Toekomstcongres op de achtergrond?

De Batselier: Omdat ik toen veel tijd heb gestoken in de betere werking van het Vlaams Parlement en omdat ik door omstandigheden in Dendermonde meer dossiers op mijn bord kreeg dan gewoonlijk. Maar ook omdat ik vond dat de SP al veel verder hadden kunnen staan. Ik vond het spijtig dat de partij niet haar beste verkopers in stelling bracht. Mijn partij wist dat ik het zelf niet wou of kon doen. Ik denk na en ik schrijf, maar ik ben geen verkoper. De partij heeft te lang getalmd om de resultaten van dat congres meer in de verf te zetten. Het succes bleef aanvankelijk beperkt tot de 2500 congresgangers. Ik wilde dat de teksten daags na het congres aan alle 80.000 leden zouden worden bezorgd. Direct daarna hadden we dat in een folder over heel Vlaanderen moeten verspreiden, zodat iedereen het ook zou zien dat de SP een andere partij is geworden. Dat is niet gebeurd en ik heb daar mijn ontgoocheling over uitgesproken binnen de partij. Ik vreesde dat men ook voor de verkiezingen het papier van het Toekomstcongres het papier zou laten. Dat is gelukkig tijdig bijgestuurd. In ons verkiezingscontract is er nu een directe link met de nieuwe inhoud van het Toekomstcongres. Dat wordt binnenkort zelfs getoetst op een apart congres. Dat maakt mij nu toch weer optimistischer dan eind vorig jaar.

De indruk dat het Toekomstcongres zou worden doodgezwegen, werd ook gewekt toen Louis Tobback de campagne opende met wat een doorslagje leek van die van 1995. “Uw sociale zekerheid”.

De Batselier: Louis is er rotsvast van overtuigd dat naast het sociale ook het ecologische belangrijk is. Trouwens, hij is de eerste toppoliticus die voor een sociaal-ecologisch pact heeft gepleit. Het sociale is en blijft de belangrijkste kapstok van het nieuwe socialisme. Maar ik zie vandaag toch dat het groene stevig verankerd is in ons verkiezingsprogramma. Het idee van de sociale economie primeert, en dat willen we ook in de groene sector van de maatschappij activeren. En dat zijn niet alleen dure woorden. In Dendermonde zijn we volop bezig met kringloopcentra en een meubelherstelatelier. We steunen een opvangcentrum voor ex-gedetineerden dat nota bene door katholieken uit de grond is gestampt. En we steunen de chiro die hier werkt aan de integratie van migranten in de wijk. Ik bedoel daarmee dat je niet alleen moet zeggen dat je een sociale en groene economie wilt, of dat je over de grenzen van partijen en gezindheden heen wilt samenwerken, je moet het verdorie ook doen. Dat is voor mij altijd de leidraad geweest in alles wat ik over vernieuwing heb gezegd en gedacht. Misschien is dat ook de reden waarom zovelen in Brussel dachten dat De Batselier had afgehaakt. Ik wil het niet alleen schoon zeggen in de hoofdstad.

In die hoofdstad maken SP en VLD dezer dagen vooral veel ruzie.

De Batselier: Mij stoort dat steekspel niet, als het maar over de inhoud gaat. Niet over de hond van Tobback of de tanden van Verhofstadt. Als men inhoudelijke verschillen heeft, moet men dat ook durven te zeggen, zelfs in verkiezingstijden. Ergerlijker vind ik dat de politiek in zulke tijden vaak in handen is van pr-bureaus die de karikaturen bevestigen. Het zijn de reclamemakers die zeggen dat de SP alleen maar het sociale thema mag verkopen, en dat de Groenen over het milieu moeten praten en de liberalen alleen over de lastenverlaging. Daardoor wekt de politiek de indruk dat ze op posities blijft staan waarvan ze zelf al weet dat ze deels gedateerd zijn. Er wordt nog reclame gemaakt met een verhaal waar je eigenlijk al niet meer helemaal voor staat. Je bent met veel meer bezig dan die campagnes laten zien.

Onlangs stelde u aan de zijde van Johan Vande Lanotte het veiligheidsplan van de SP voor. Een verrassende verschijning, want jarenlang leek het alsof de zogenaamde lijn-Elchardus, waar Vande Lanotte en Tobback voor staan, haaks stond op die van uzelf.

De Batselier: Ik wilde meewerken aan dat veiligheidsplan op voorwaarde dat het zou kaderen in dat groter geheel van het Toekomstcongres. Ik wilde in dat plan drie factoren terugvinden: een waarde die blijk geeft van een maatschappijvisie, preventieve maatregelen en een stuk repressie om de eerste twee factoren te vrijwaren. Als ik er alleen maar repressie had in teruggevonden, dan zou dat mijn veiligheidsplan niet zijn geweest. Dan was dat goed voor het Vlaams Blok. Preventie is dan weer één poot waarop ik niet overeind blijf in deze samenleving. Jammer maar helaas, het volstaat niet om affiches op te hangen met als slogan “Iedereen moet voor elkaar zorgen” opdat dat ook zo zou gebeuren. In de discussie die ik vooraf met Johan Vande Lanotte heb gehad, is gebleken dat er in ons plan een goed evenwicht is. Preventie en repressie, gekaderd in een maximaal respect voor elkaar. Ik heb het over respect, niet over gehoorzaamheid. Het betekent dus niet dat je moet eisen dat mensen zich voetstoots zouden neerleggen bij het gezag. Als een meerderheid een regel goedkeurt, mag ik daar als minderheid tegen zijn, maar het betekent niet dat ik hem niet hoef te respecteren.

U zou dus ook stoppen voor een rood licht in de woestijn mocht een politieke meerderheid beslissen dat er daar één moet staan?

De Batselier: Je hebt zinvolle regels nodig, en respect. Want dat is de waarde waaraan het in onze samenleving mangelt. Het wederzijdse respect tussen kinderen en ouders, leerling en leerkracht, man en vrouw. Het respect ook van de burger voor gemeenschapsgoederen en van de gemeenschap voor zijn burgers. Als jongeren graag fuiven, moet dat kunnen. Als je dat in een bebouwde kom doet, moeten die feestvierders ook de rechten van anderen respecteren. De vrijheid van de één zal de vrijheid van de ander beperken. Dat veronderstelt dus afspraken. Een modern socialisme kan dat waardenvraagstuk niet onbeantwoord laten. We bouwen de notie respect ook in onze plannen voor het leefmilieu in en evident ook in het sociale programma. Dat heeft mij weer verzoend met “Brussel”, als u het zo wilt noemen. Ik beweeg mij altijd het meest op dat niveau waar ik de dingen zie bewegen.

Hebt u de afgelopen jaren zelf gevonden dat de SP in zijn discours en beleid inderdaad te veel op repressie steunde?

De Batselier: Op een bepaald moment had ik inderdaad het gevoel dat we nogal overhelden naar een louter repressief beleid. Ik zeg niet dat dat zo ís, maar het kwam wel zo over. Dat moest dus gecorrigeerd worden.

Een collega van u in het Vlaams Parlement zei onlangs nog: “Als De Batselier maar eens de moed zou hebben om te zeggen wat hij echt denkt over het asielbeleid.”

De Batselier: Ik weet het. Men probeert mij altijd weer te doen zeggen dat alle asielzoekers hier zouden mogen binnenkomen. Dat is niet mijn mening. De grenzen moeten open staan voor echte politieke vluchtelingen. Ook in deze materie pleit ik voor wederzijds respect. België heeft een traditie hoog te houden in de opvang van politieke vluchtelingen. Dat dateert al van direct na 1830. Karl Marx was hier verdorie welkom. Ik zie niet in waarom we vandaag niet langer gastvrij zouden moeten zijn. Maar er moet ook respect zijn voor de draagkracht van een samenleving. Verdraagzaamheid is geen eenrichtingsverkeer. Wat denkt u dat al die boeken over kunst hier achter mijn rug staan te doen?

Pardon?

De Batselier: Ja, in Brussel weten ze ook niet dat ik veel met kunst bezig ben. Dat heeft er nochtans mee te maken. Als je naar een kunstwerk kijkt, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel stoot het je af omdat de kunstenaar afwijkt van de beelden die jou vertrouwd zijn, ofwel ben je voldoende ruim van geest en vind je het juist interessant dat die kunstenaar op een andere manier tegen iets aankijkt dan jij. Dan heb je communicatie en verrijking. Je moet de samenleving af en toe eens shockeren, want anders verstart ze. Dat is kunst. Dat zou ook de politiek moeten zijn. Wie zegt dat zijn ideeën en zijn gewoonten alleenzaligmakend zijn, wordt een zuil van zout. Misschien moet je dat op de dag van de verkiezingen wel eens zeggen, dat jouw partij de beste is, maar het deugt niet. Als we dat inzicht nu eens zouden kunnen vertalen in de hele samenleving? Nogal wat problemen die we vandaag kennen, zouden op slag opgelost zijn.

Sorry meneer De Batselier, maar de politiek is blijkbaar te taai voor dat soort inzichten. En te traag. Frank Vandenbroucke zei al in 1993 dat er een “mobiliserend maatschappijproject” moest komen.

De Batselier: Ja, en al op de 1-meivieringen in 1991 en 1992 heb ik gezegd dat elke grote politieke stroming zou moeten werken aan zo’n modernisering. Als iedereen vanuit zijn eigen waardenbesef zou proberen maximaal aan te sluiten bij wat bij de bevolking leeft, wordt de democratie opnieuw aantrekkelijker. Politiek houdt zich bezig met honderd procent van de mensen. Dus moet je die honderd procent overtuigen dat ze er zich allemaal een stukje moeten mee inlaten. In plaats van te blijven zeggen dat de politiek vuil is. Het is niet omdat er nefaste dingen zijn gebeurd, dat je dat niet kunt corrigeren. Ik neem aan dat dit anno 1999 voor een groot deel gebeurd is. Moeten we dan blijven schieten op de politiek? Praten over het verleden?

Onlangs eisten Luc Huyse en anderen in een open brief van de SP nog meer boetedoening voor Agusta.

De Batselier: Ik begrijp Luc Huyse daar absoluut niet in. Absoluut niet. Het is een van de wetenschappers voor wie ik het meeste eerbied heb. Een academicus die niet in zijn ivoren toren blijft zitten, maar probeert zijn kennis ten dienste te stellen van de samenleving. En dan dit. Nee, ik wil daar niet over praten. Ik zie er de meerwaarde niet van in. De boete van Agusta wis je niet uit door geld terug te storten. De politieke boete weegt veel zwaarder. We hebben allemaal van de politiek verwacht dat ze alles kon regelen. De burger die onoorbare dingen kwam vragen aan politici had geen respect voor de politiek. En de politicus die liet uitschijnen dat hij het allemaal kon regelen, had op zijn beurt geen respect voor de burger. We zijn zo hardleers. Ik heb ooit eens gezegd dat de burger straks nog gaat verwachten dat we de regen kunnen stoppen. Wel, in Oostenrijk verwijt de oppositie de meerderheid dat ze de lawines niet heeft kunnen tegenhouden. In België zijn we onder druk nu toch de politie en justitie gaan hervormen. Maar zelfs met de beste politie zullen er nog moorden onopgelost blijven. En wat dan? Waarom blijft de media alle aandacht fixeren op wat er misloopt? Ik zeg niet dat je daarover moet zwijgen, ik pleit voor een goed-kritische pers. Met een zinnetje of twee kun je sommige feiten in hun juiste context plaatsen. Dat gebeurt te weinig.

Ook in de politieke verslaggeving kom je te veel karikaturen tegen. En het ergste is dat de politici dat nabauwen. Als ik plots oor heb voor een goed idee van de oppositie, maak ik “een bocht”. Als ik iets goeds zeg over Marc Verwilghen, zeggen ze: “Is De Batselier een liberaal geworden?” De volgende dag ben ik een Groene. Of een flamingant of de Soeslov van het Vlaamse socialisme. Dat soort nonsens.

Op een gegeven moment had u volgens sommigen de sleutel in handen in de diverse gesprekken achter zaal F.

De Batselier: Ik moet dat niet verbergen: er zijn op een zeker moment informele gesprekken geweest en ik heb daaraan deelgenomen. En ja, Bert Anciaux heeft inderdaad gezegd dat ik een belangrijke sleutel in handen had. Als ik de stap zette, zouden er velen volgen. Of dat klopt, weet ik niet. In elk geval heb ik in mijn contacten met andere vernieuwers nooit iemand horen zeggen: “We vormen een nieuwe partij.” Wel hebben we met zijn allen ingezien en gezegd dat er zaken moesten vernieuwen en dat we daar elk binnen onze partij moesten voor zorgen. Ik heb waardering voor al die mensen die proberen een aantal dogma’s weg te cijferen. Democraten moeten elkaar niet afmaken. Maar of ik de sleutel had? Ik denk dat Bert daar zijn wensen voor werkelijkheid heeft genomen. Een structuur wijzig je niet zo gemakkelijk. Bovendien speelden er in zulke gesprekken niet alleen intellectuele factoren mee. Als er een verkiezing voor de deur staat, kun je dit soort oefeningen niet met goed fatsoen maken. Het wantrouwen blijft dan te groot. Er is een lang rijpingsproces nodig tot je helemaal zeker bent wat je aan elkaar hebt.

Het ging in die gesprekken toch wel om meer dan wat afspraken om voortaan wat vriendelijker te zijn voor elkaar? Bert Anciaux zegt dat u vorig jaar wel oor had voor de formule van een open lijst.

De Batselier: Er is over een open lijst gepraat. Dat is juist. Maar niemand heeft mij ooit gevraagd of ik bereid zou zijn om op zo’n lijst te staan. Bert heeft dat ter sprake gebracht, maar bij mijn weten zag op dat moment niemand zo’n verruiming zitten. En dat lees en hoor ik toch ook bij Verwilghen, Guy Verhofstadt of Jos Geysels? Ik denk dat Bert zich een begoocheling heeft gemaakt.

Toch zegt Verwilghen: “Het zal er ooit nog wel eens van komen.”

De Batselier: Dat geloof ik ook en dat blijf ik ook zeggen. Het gevoel dat er een en ander over de partijgrenzen tot stand zal komen, leeft bij een heel pak mensen, vooral intellectuelen die zich in de marge van de politiek ophouden. Die hebben ook vertrouwen in mensen uit verschillende denkrichtingen en ze zien gelijkaardige bekommernissen. Ze vergissen zich daar niet in. Toen ik het Sienjaal lanceerde, richtten wij ons nog tot bestaande bewegingen en organisaties. Ik ben wijzer geworden, zo werkt het niet. In elke partij en organisatie zitten vernieuwers en mensen die dat mordicus niet willen. Het ligt dus allemaal moeilijker dan we ooit gedacht hebben. Maar dat er beweging is in het politieke landschap, ja, dat is ook vandaag al zo. De partijen zijn op zichzelf al aan het wijzigen. En of die vonk nu zal overslaan op mensen die buiten die partijen staan, en of die dan de duw zullen geven en ons zullen verplichten om te kiezen, dat weet ik niet. Maar ik geloof wel in de dynamiek van de vernieuwing, anders zou ik er niet aan meewerken.

Voelt u zich achteraf niet bedrogen door iemand als Vincent Van Quickenborne? Die was heel actief in het Sienjaal en dook vervolgens op bij ID21.

De Batselier: Men had mij verwittigd voor Van Quickenborne, voor zijn oud liberaal gedachtegoed. Hij kwam ook uit een zeer unitaire leefwereld. En nu zie je die man dus opduiken in een beweging met een zeer federalistisch en een sociaal-corrigerend liberaal programma. Die man heeft het Sienjaal misbruikt om het aureool van vernieuwer te krijgen, wat hij niet is. Ik denk dat hij ook ID21 op een oude politieke manier gebruikt. Ik vind dat erg want ik geloof wel dat Bert Anciaux goede intenties heeft.

Koppelt u uw persoonlijke toekomst aan de verkiezingsuitslag? Mocht 13 juni een nieuwe Zwarte Zondag worden, is dat dan voor u een reden om er de brui aan te geven?

De Batselier: Niemand heeft het recht om te abdiceren. In 1991 heb ik eraan getwijfeld, maar uit die schok is dan toch maar het hele idee van politieke vernieuwing ontsproten. Daar heb ik aan gewerkt en, zoals gezegd, niet alleen op papier. Ik ben niet meer zo pessimistisch als enkele jaren geleden. Je moet toch wel vaststellen dat de politiek nog altijd voldoende strijdbaar en flexibel is gebleken om zich aan te passen aan nieuwe maatschappelijke problemen. En laat ons nu inderdaad ook maar eens zeggen dat dit land het sociaal en economisch verre van slecht doet. Ook inzake leefmilieu zijn we van het achterlijke broertje in Europa tot een van de koplopers uitgegroeid. Het is evident dat ook de trend van de democratische vernieuwing hoopvol is en dat je verder moet zoeken naar bruggen tussen bevolking en politiek. Alweer zijn respect en evenwicht hier de kernwoorden. Dat beweegt dus wel allemaal. Er is al veel gewonnen, maar we kunnen ook nog veel verliezen. We zitten op een breuklijn en het kan op 13 juni alle richtingen uitgaan. Als er morgen een Zwarte Zondag komt, heb ik niet het recht om er overmorgen mee te stoppen.

Diezelfde SP’ers die meenden dat u geabdiceerd had, geloofden er recent ook niet meer in dat u nog voorzitter zou worden van de SP.

De Batselier: De partij heeft nog niet beslist of Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte of ikzelf voorzitter zullen worden. Ik denk dat we na 13 juni met een soort van drie-eenheid moeten voortwerken. Wie welke functie uitoefent, is minder belangrijk.

Frank Vandenbroucke is terug.

De Batselier: Ja, ook anderen zullen een belangrijke rol blijven spelen in de SP en daarbuiten.

Filip Rogiers

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content