Hoe komt een regisseur er anno 2008 bij om Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner (1813-1883) opnieuw op te voeren? Deze vierdelige opera torst zoveel traditie, zoveel tegenstrijdige connotaties dat een hedendaagse artiest grote kans maakt om er zijn tanden op stuk te bijten. Het is zoiets als een architect die de kathedraal van Antwerpen opnieuw wil bouwen of een auteur die zich aan de Ilias zou wagen.
...

Hoe komt een regisseur er anno 2008 bij om Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner (1813-1883) opnieuw op te voeren? Deze vierdelige opera torst zoveel traditie, zoveel tegenstrijdige connotaties dat een hedendaagse artiest grote kans maakt om er zijn tanden op stuk te bijten. Het is zoiets als een architect die de kathedraal van Antwerpen opnieuw wil bouwen of een auteur die zich aan de Ilias zou wagen. En hoe komt een eenvoudige knaap uit het Kempense Heist-op-den-Berg bij opera terecht terwijl er in zijn jeugd mijlen in de omtrek niet eens een cultuurcentrum te bespeuren was, laat staan een opera? 'Ik heb opera leren kennen via de televisie', zegt Ivo van Hove (°1958) tussen twee slopende repetities van het slotdeel Götterdämmerung in de Vlaamse Opera in Antwerpen door. 'In de jaren tachtig zond de openbare omroep live de producties uit van de opera's die Gerard Mortier liet opvoeren in De Munt. Toen ik La clemenza di Tito zag, ging er voor mij een nieuwe wereld open. Muziektheater werd een passie. Waaw! Ik had geen geld om naar de opera te gaan, maar ik probeerde binnen te raken op generale repetities. Ik wist dat ik later naast theater ooit opera zou gaan doen.' IVO VAN HOVE: Ik ben een groot voorstander van theater en opera op televisie. Het is een ideale manier om mensen te laten kennismaken met een wereld die ze niet kennen. Je moet leren houden van kunst, zoals je ook van mensen moet leren houden. Ik heb zo alvast een nieuwe wereld ontdekt. Dankzij De Munt kon ik mijn idolen, zoals de regisseurs Peter Stein en Luc Bondy, in eigen land aan het werk zien. VAN HOVE: Theater is mijn instinct. Je mag me alles afpakken, maar niet het theater. Ik ben vrij vroeg gevraagd om kleine operaprojecten te doen, maar ik heb dat altijd afgehouden. Ik ben daar achteraf bekeken ook heel blij om. Ik heb gewacht tot Marc Clémeur mij in 1996 vroeg om Lulu te doen van Alban Berg. Toen viel voor mij alles samen. Ik had dat stuk voor het theater gemaakt, maar er was een inhoudelijke noodzaak om hier een opera van te maken. Dat had ik daarvoor nooit gehad. Ik voel me ook aangetrokken tot theatrale opera's. Opera die puur vocale kunst is, draagt mijn interesse niet weg. Muziek en theater moeten hand in hand gaan. Als theaterregisseur die naar de opera komt, zul je je wel altijd in de muziek moeten verdiepen. VAN HOVE: Bij de première van Das Rheingold (het eerste deel van Der Ring) viel me op dat het publiek dat meteen aanvaardde. En dat was ook zo bij Die Walküre en Siegfried. Het zag dat we voor alle elementen die Wagner naar voren schuift, een theateraal antwoord hadden gevonden. We hadden niets weggestopt achter ons concept. VAN HOVE: Het is mijn diepe overtuiging - in de opera en het theater - dat je klassieke werken totaal au sérieux moet nemen. Je moet niet alles wegknippen wat je niet begrijpt of niet interessant vindt. Je moet kijken wat er staat en waarom het er staat. En als je dat gedaan hebt, is de strijd al half gewonnen. Dan kan inderdaad de mythische tarnhelm veranderen in een USB-stick. Je moet weten wat die helm, die speer, dat zwaard betekenen in die mythische wereld van goden, helden, dwergen en mensen van Wagner. In Siegfried (het derde deel) draait alles rond de vader-smid die met zijn oude ambacht niet langer opkan tegen de nieuwe technologieën. Dat is natuurlijk erg herkenbaar voor onze tijd. Siegfried is de minst populaire opera van de vier, maar hij is wel de reden waarom ik Der Ring wilde doen. In het eerste deel heeft de god Wotan een soort van hightechdenktank rond zich verzameld die de technologie gebruikt om aan een wereld vol grote idealen te werken. In Siegfried is ze verworden tot een louche producent van gewelddadige videogames. In Götterdämmerung is die technologie een soort van reddingsboei geworden, zoals Second Life op internet waar mensen hun dromen waarmaken in de virtuele wereld in plaats van in de echte. In die echte wereld zijn ze eenzaam en ongelukkig. In Second Life kunnen ze aantrekkelijk, succesvol en gelukkig zijn. VAN HOVE: Ik ben er stap voor stap achter gekomen dat het thema van Der Ring zo relevant was voor de tijd waarin we leven. Dat is de kracht van elk geniaal werk. Je kunt vandaag Hamlet spelen en er totaal anders tegenaan kijken dan tien jaar geleden. Een geniaal werk is een soort spons die alle verschillende tijdperken in zich kan opzuigen. Der Ring is een meesterwerk dat vaak mishandeld is, maar dat oneindig veel dimensies en facetten heeft. Alle grote ensceneringen van deze opera hebben altijd iets over hun eigen tijd gezegd. Ik probeer dat nu ook te doen, natuurlijk. VAN HOVE: In het slotdeel komen we voor het eerst de mensen tegen; de Gibichungen. Die hebben alles: ze zijn rijk, ze hoeven nooit te werken. Toch zijn ze ongelukkig: niemand heeft een vrouw, er zijn geen huwelijken. Daar ben ik over gaan nadenken en dan kwam ik al gauw uit bij mensen die vandaag een partner zoeken op het internet, of zich een partner fantaseren in de wereld van Second Life. Dit slotdeel heet 'godendeemstering', maar het zou eigenlijk ook 'mensendeemstering' kunnen heten. De wereld van de Gibichungen wordt aan het einde weggespoeld. Die wereld is leeg en betekenisloos geworden. Het doet me denken aan wat Peter Sloterdijk in Het Kristalpaleis beschrijft. Hij noemt onze wereld een 'ontspanningsbroeikas', volledig gericht op consumptie. De mens wordt infantiel: hij heeft alles, hij kan alles, hij is eeuwig jong. Of dat denkt hij tenminste. De eerste zin van Gibichungenleider Gunther is: 'Hoe staat het met mijn roem buiten?' Hij vraagt niet: 'Hoe staat het met mijn macht?' Hij is alleen geïnteresseerd in zijn imago. Ik moest sterk denken aan Claudia Schiffer en David Copperfield die deden alsof ze gehuwd waren om zo als het perfecte koppel op recepties te verschijnen. In de opera wordt die wereld dus weggespoeld. Niet alleen de goden maar ook de mensen komen aan hun eind. Pas aan de muziek op het einde hoor je dat de mensen genoeg veerkracht hebben om toch weer overeind te kruipen. Ik ben geen cultuurpessimist of ecopessimist. Ik geloof nogal in het voortbestaan. Die hoop wil ik op het einde weergeven. VAN HOVE: Ik heb in 2006 de State of the Union op het Theaterfestival uitgesproken. Eén keer in mijn leven wilde ik dat wel eens doen. Ik heb toen een tienpuntenplan naar voren geschoven dat alle facetten van het theaterbestel bestreek. Neem nu het onderwijs. Er studeren dit jaar 28 acteurs af, alleen al in Amsterdam. Dat is crimineel, vooral voor die studenten. Dat kunnen nooit allemaal goeie acteurs zijn. Er moet dus iets gebeuren aan die uitstroom. Daarnaast heb ik bedenkingen bij de opvatting dat iedere talentvolle theatermaker zijn eigen theatergezelschap dient te hebben. In Nederland werden de grote gezelschappen uitgehold en de kleintjes liepen elkaar voor de voeten. Ik vind dus niet dat er duizend bloemen moeten bloeien. Na mijn toespraak heeft men in Nederland de zogenaamde 'basisinfrastructuur' ingevoerd. In een aantal steden worden permanente thea-ters opgericht die niet langer bij elke subsidieronde hun voortbestaan op het spel zetten. De artistiek leiders van die theaters kunnen wel vervangen worden, maar de instellingen zelf zijn zeker van hun toekomst. Ik weet niet of die hervorming met mijn toespraak te maken heeft, maar ik juich ze toe. GöTTERDäMMERUNG, HET SLOTDEEL VAN DER RING DES NIBELUNGEN GAAT OP DONDERDAG 5 JUNI IN PREMIèRE IN DE VLAAMSE OPERA IN ANTWERPEN. INFO: www.vlaamseopera.be EN www.ringvlaamseopera.be. DOOR KARL VAN DEN BROECK