Alicja Gescinska oogst bewondering in alle hoeken van het ideologische spectrum. Ze is de favoriete filosofe van CD&V-voorzitter Wouter Beke, maar kreeg ook al lof toegezwaaid van socialisten en liberalen. Ze heeft een boekenrubriek in De Morgen, maar schrijft ook een column in het christelijke opinieblad Tertio. 'Ik ben een mengeling op alle vlakken', lacht ze bij een schuimend glas Palm in de Gentse Vooruit. 'Ik pas niet in een vakje. Als dat betekent dat mensen geen vat op mij kunnen krijgen, denk ik dat ik goed bezig ben. Ik zou het heel verstikkend vinden om mijzelf alleen maar te omringen met gelijkgezinden. Dat is een van de redenen waarom ik wel eens naar de Verenigde Staten wilde. Om uit mijn comfortzone te stappen, om mijzelf eens in een andere wereld te zetten.'
...

Alicja Gescinska oogst bewondering in alle hoeken van het ideologische spectrum. Ze is de favoriete filosofe van CD&V-voorzitter Wouter Beke, maar kreeg ook al lof toegezwaaid van socialisten en liberalen. Ze heeft een boekenrubriek in De Morgen, maar schrijft ook een column in het christelijke opinieblad Tertio. 'Ik ben een mengeling op alle vlakken', lacht ze bij een schuimend glas Palm in de Gentse Vooruit. 'Ik pas niet in een vakje. Als dat betekent dat mensen geen vat op mij kunnen krijgen, denk ik dat ik goed bezig ben. Ik zou het heel verstikkend vinden om mijzelf alleen maar te omringen met gelijkgezinden. Dat is een van de redenen waarom ik wel eens naar de Verenigde Staten wilde. Om uit mijn comfortzone te stappen, om mijzelf eens in een andere wereld te zetten.' We treffen haar tijdens een korte tussenstop in Vlaanderen. Het afgelopen jaar deed Gescinska een postdoc aan de universiteit van Princeton, waar ze zich kon wijden aan haar onderzoek naar de Poolse filosoof Leszek Kolakowski. Over twee weken vertrekt ze met haar gezin voor een jaar naar het al even legendarische Amherst College, ook in de Verenigde Staten. 'Of ik in Amerika wil blijven? Dat hangt ervan af of ik daar ooit een definitieve aanstelling kan krijgen. In elk geval is het dit wat ik het liefst doe: lezen, nadenken en schrijven.' De nu 32-jarige Gescinska is Pools van geboorte. Als kind kwam ze met haar ouders naar België. Ze studeerde filosofie in Gent en behaalde twee jaar geleden haar doctoraat. Met het boek De verovering van de vrijheid trok ze behoorlijk wat aandacht, ook in Nederland - waar ze deel uitmaakt van het Filosofische Elftal van de krant Trouw. In september verschijnt bij Klement/Pelckmans het boek over Kolakowski waaraan ze, samen met twee collega's, het voorbije jaar heeft gewerkt. 'Kolakowski is een van mijn favoriete denkers', zegt ze. 'Hij was van oordeel dat elke filosoof zichzelf soms een charlatan moet vinden. (lacht) En dat vind ik zeer juist. Je moet jezelf serieus nemen, maar je moet ervan uitgaan dat andersdenkenden gelijk kunnen hebben. Twijfel is de ruggengraat van de filosofie. Elke ernstige filosoof leeft in twijfel. Anders ben je een dictator.' Momenteel legt Gescinska voor uitgeverij De Bezige Bij de laatste hand aan een boek over wijlen Karol Wojtyla, haar vroegere landgenoot die de geschiedenis inging als paus Johannes-Paulus II. 'Ik wil een beeld schetsen van zijn filosofie', zegt Gescinska. 'Ik wil uitleggen wat hij dacht, en waarom. Er is heel veel onbegrip. Het beeld dat bleef hangen, is dat van de oude, bevende conservatieve paus. Franciscus, de nieuwe paus, hoeft maar een bedelaar vast te pakken en een selfie te maken en de hele wereld vindt hem keitof. Terwijl we over Johannes-Paulus II geen positief woord meer horen. Dat klopt niet.' ALICJA GESCINSKA: Nee, daar ben ik niet mee bezig. Ik vind het alleen niet correct dat zo veel mensen een te eenzijdig negatief beeld over hem hebben. Hij was een uitzonderlijk intelligente en scherpe geest. Hij had natuurlijk een wereldbeeld dat niet het onze is. Maar dat wil niet zeggen dat hij dom was. GESCINSKA: Mensen geloven toch nogal snel dat iemand die anders denkt verkeerd denkt, of niet goed genoeg heeft nagedacht. Terwijl Wojtyla net héél erg goed had nagedacht. Hij dacht gewoon anders dan wij. Dat moeten we kunnen aanvaarden. Neem zijn seksuele ethiek. Vergeleken met die van de meeste westerlingen was die van hem erg conservatief. Maar eigenlijk vertolkte hij gewoon het traditionele katholieke perspectief. GESCINSKA: Net zoals mijn politieke kleur is mijn wereldbeeld niet zo eenduidig. Ik ben katholiek opgevoed, maar heb filosofie gestudeerd in Gent, waar ik veel ongelovigen heb leren kennen, met wie ik het vaak helemaal eens ben. Maar ik vind bijvoorbeeld ook het joodse denken zeer verrijkend. Sommige mensen zijn volgens mij veel te snel tevreden met het wereldbeeld dat ze gevonden hebben. Ik zoek altijd verder. Ik vind het heel interessant om in contact te komen met tegengestelde meningen. In Princeton was dat voortdurend het geval. GESCINSKA: Ik maakte deel uit van het zogenaamde James Madisonprogramma. De meesten van mijn collega's waren erg conservatief. Ze waren bijvoorbeeld zeer actief betrokken bij het verzet tegen het homohuwelijk. Ik vond het interessant om hun argumenten te leren kennen. Zelfs als het mijn argumenten niet zijn, kan ik daar nog respect voor hebben. Vorige week maakte ik het tegenovergestelde mee: in Gent heb ik gesproken op een conferentie over pornografie. Een aantal mensen op die conferentie vondt dat er bijna geen grenzen mogen zijn. Terwijl ik vind dat pornografie naast baten ook een maatschappelijke tol heeft. GESCINSKA: Het is best mogelijk dat porno niet enkel bevrijdend werkt, maar mensen net in een bepaalde richting duwt, omdat ze denken dat seks op die manier bedreven moet worden. Er is ook onderzoek dat aantoont dat het onschuldig kan beginnen, maar dat mensen almaar sterkere prikkels nodig hebben, tot ze overgaan naar tienerpornografie. De vrouw heeft in porno meestal een onderdanige rol, en we moeten ons afvragen of dat het beeld is dat we willen doorgeven aan onze kinderen. Er zijn enorm veel ethische vragen die je bij porno kunt stellen. GESCINSKA: Nee, omdat ik niet begrijp wat daar zo erg aan is. Eigenlijk zijn wij allemaal moraalridders. Mensen met kinderen weten dat perfect. Als je een kind opvoedt, moet je constant zeggen wat wel en wat niet kan. Iedereen heeft een bepaald idee over omgangsvormen. Ik denk daar als filosoof graag over na. GESCINSKA: Voor mij is Europa een feit. Ik vind het vreemd als mensen zeggen dat ze tegen Europa zijn. Je bent toch ook niet tegen Australië? GESCINSKA: Dat is juist. Maar er is nog niemand die mij ervan heeft kunnen overtuigen dat we beter af zouden zijn zonder die Unie. Uit liefde voor Europa moet je natuurlijk kritisch en sceptisch zijn. We hebben nood aan een overkoepeling, maar er is veel dat beter kan. De vliegtuigcrash in Oekraïne was een uitgelezen kans voor de Europese Unie om zich te bewijzen. De EU zou een instituut moeten hebben dat bekommerd is om het welzijn van zijn burgers. Als blijkt dat Rusland op z'n minst mee verantwoordelijk is, moet de Europese Unie daar iets mee doen. GESCINSKA: Ik heb volstrekt geen vertrouwen in wat die man zegt. Ik vind hem een sluwe sluipschutter. Hoeveel homo's zijn er niet gemolesteerd of vermoord door het klimaat van haat dat hij creëert? Hoeveel politieke veroordelingen en moorden zijn er de afgelopen jaren niet gebeurd? En wij staan erbij als machteloze wezeltjes. Dat vind ik verontrustend. Het doet mij pijn om te zien dat hij zich zo veel kan permitteren. En hij dreigt er ook deze keer weer mee weg te komen. Ik zou blij zijn mocht Europa sterker zijn, en niet altijd te rade zou moeten gaan bij de VS. GESCINSKA: Het ressentiment in sommige Europese landen zou er ook zonder de Unie zijn. In Polen verdient een academicus vijfhonderd euro. Als die weet dat een collega een paar honderd kilometer verderop zes keer zoveel verdient, kweekt dat ressentiment. Maar wat moeten we dan doen? De grenzen sluiten en alle informatie tegenhouden? Of streven naar betere lonen in Polen? En naar een minimumloon in heel Europa? Het is net de Europese Unie die het ressentiment kan tegengaan. GESCINSKA: Ik vind zo'n uitspraak een historicus onwaardig. Hitler wilde Europa niet eenmaken, hij wilde Europa onder de voet lopen. Hij wilde het Poolse grondgebied, maar dan zonder de Polen. Hitler wilde niet eenmaken, maar doodmaken. GESCINSKA: Dat is niet juist, en zelfs gevaarlijk. Voorstanders van elke ideologie moeten kunnen toegeven dat er in naam van hun ideologie fouten zijn gebeurd. Dat geldt voor de socialisten en communisten, maar ook voor de nationalisten. Nationalisme kan ontsporen. Het was de motivatie achter enkele van de gruwelijkste conflicten van de voorbije eeuwen. GESCINSKA: Ik vind het belangrijk om actuele trends te kunnen vergelijken met de jaren dertig. Hoe is de haat toen kunnen escaleren? Het waren per slot van rekening mensen zoals u en ik. Waarom was het ineens aanvaardbaar om antisemitische uitspraken te doen? Ik vind dat essentiële vragen, die we moeten kunnen stellen. GESCINSKA: Dat hoor je vaak, dat je geen reductio ad hitlerum mag maken. Maar het is niet omdat je twee dingen vergelijkt, dat je ze aan elkaar gelijkstelt. Wie zenuwachtig wordt van vergelijkingen met de jaren dertig, moet zich misschien eens afvragen waarom dat zo is. Een voorbeeld: in een tekst van Kolakowski staat het verhaal van een joodse man wiens keppeltje in het postkantoor van zijn hoofd wordt gerukt, met als argument dat je in een gebouw van de Poolse staat geen religieuze symbolen mocht dragen. Mag ik dat niet vergelijken met de manier waarop mensen vandaag een hoofddoekverbod willen invoeren? GESCINSKA: Soms wel, soms niet, en dat weet je pas als je de vergelijking durft te maken. Als we willen vermijden dat het ooit opnieuw uit de hand loopt, moeten we vermijden dat we dezelfde fouten maken. En dus is het broodnodig dat we historische gebeurtenissen onder de microscoop leggen. En kijken of we niet in dezelfde val trappen. Ik zeg niet dat we dat doen. Ik zeg alleen dat we daarover moeten nadenken. GESCINSKA: Niet echt. Maar ik denk dat mensen veel te snel racistisch worden genoemd. Het is niet omdat iemand kritiek heeft op de islam, dat hij een racist is. Zoals het niet is omdat iemand kritiek heeft op Israël dat hij een antisemiet is. We moeten ruimte creëren om zeer kritisch na te denken. En we moeten voorzichtig zijn met onderzoek dat discriminerend of racistisch kan worden geïnterpreteerd. GESCINSKA: Onderzoek naar de verschillen tussen etnieën, bijvoorbeeld. Het lijkt mij niet slim om te onderzoeken of onze hersenen op een andere manier werken. Stel u maar eens voor dat zou blijken dat bepaalde groepen mensen trager denken. De gevolgen van zo'n onderzoek kunnen zeer groot zijn. De meeste mensen zouden die informatie niet op een genuanceerde manier kunnen verwerken. GESCINSKA: Sommige mensen zouden niet kunnen omgaan met die waarheid. Moet je hen daar dan mee bombarderen? GESCINSKA: Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen dat soort onderzoek. Ik zou het alleen zelf nooit doen. Ik voel mij als filosoof niet alleen verantwoordelijk voor de waarheid, maar ook voor de gevolgen van die waarheid. Ik vind waarheid niet het hoogste goed van de mens. Ik vind een harmonieuze samenleving waarin we elkaar niet uitmoorden veel belangrijker dan de waarheid. GESCINSKA: Ik heb in New York onlangs een week lang gepraat met rabbijnen en joodse schriftgeleerden. En wat mij enorm trof, was dat zij zich nauwer verwant voelen met de islam dan met het christendom. Ik ben na die week bijzonder pessimistisch geworden over de relatie tussen Israël en de Palestijnen. Wij zullen dat probleem nooit kunnen oplossen met ons idee van rechtvaardigheid. GESCINSKA: Nee. Ons idee over universele rechtvaardigheid is niet universeel. Het is heel erg moeilijk om uit te leggen, maar voor gelovige joden wordt rechtvaardigheid gedefinieerd in functie van hun relatie met God. Wie een goede jood probeert te zijn, wie God probeert te dienen, kan soms ingaan tegen onze westerse idealen. Ik vind het moeilijk om daarover te spreken, omdat ik nu doe alsof er maar één soort gelovige jood is, maar het is in elk geval zo dat wij met onze manier van denken dat conflict nooit zullen kunnen oplossen. GESCINSKA: Ik sta bijzonder sceptisch tegenover verklaringen met maar één element. Die zijn meestal niet juist. Zeker als het gaat over oorlog, gaan we voorbij aan heel wat andere elementen die spelen. Godsdienst is een element van groepsvorming, en wordt soms gebruikt of misbruikt om mensen aan te vallen. Maar vaak is godsdienst helemaal niet de eerste of de belangrijkste reden van een conflict. GESCINSKA: Ik zou willen dat hij gelijk had, want dan zou het gemakkelijk zijn. Dan hoefden we alleen maar alle vormen van godsdienst af te schaffen en zouden alle mensen vriendjes zijn. Maar is er iemand die dat gelooft? Is er iemand die echt gelooft dat we zonder godsdienst allemaal vrolijke atheïsten zouden zijn? Dat vind ik ontzettend naïef. De mens is zo'n complex wezen. Als wij anderen onder de voet moeten lopen om onszelf en ons gezin te redden, dan gebeurt dat. Met of zonder God. Dat zou een bioloog zoals Richard Dawkins toch moeten begrijpen. GESCINSKA: Met een half oog. Maar dat volstaat. (lacht) Op welk moment je ook inpikt, je kunt de soap nog altijd volgen. Al vind ik het vaak nogal triest om te volgen. GESCINSKA: Nee. Helemaal niet. Al vind ik het verontrustend dat heel wat mensen een stem uitbrengen zonder precies te weten wat ze daarmee aanrichten. GESCINSKA: Wat mij vooral stoort, zijn de argumenten die worden gebruikt om het land te splitsen: Vlamingen en Franstaligen zouden uit elkaar gegroeid zijn, ze spreken een andere taal, ze hebben een andere cultuur, ze kijken naar andere televisiezenders... GESCINSKA: Ja, maar als puntje bij paaltje komt, gaat het alleen maar over geld. De Walen zijn vaker ziek dan de Vlamingen, dus wij steken meer geld in de sociale zekerheid, en zij halen er meer uit. En dat vind ik een bijzonder triestig argument. Hoe kun je nu zeggen dat je om je medemens geeft, als je niet langer wilt betalen voor een zieke Waal? GESCINSKA: Ik begrijp waarom ze dat zegt. Ik zeg niet dat België nooit mag splitsen, maar dan zou ik eerst eens een grondig debat willen voeren. Klopt het dat een autonoom Vlaanderen meer middelen zou hebben? En waarvoor zou het die dan gebruiken? Ik geef mijn belastinggeld liever aan een zieke Waal dan aan een rijke Vlaming. Hoe kun je nu beweren dat je om je medemens geeft, als je niet meer solidair wilt zijn met de Franstaligen? Dat is de filosofische vraag: voelen we ons nog verantwoordelijk voor elkaar, en hoe kunnen we dat stimuleren? GESCINSKA: Politici zijn ook moraalridders, net zoals wij allemaal. Ze hebben ons geleerd om afval te sorteren, bijvoorbeeld. Als wij vandaag in het buitenland zien dat afval niet wordt gesorteerd, ergeren we ons daaraan. We zijn daar gevoelig voor geworden, mede dankzij politieke beslissingen. Als de politiek dát kan, kan ze ons ook gevoelig maken voor het lot van onze medemens. Niet alleen aan de andere kant van de taalgrens, maar ook in de derde wereld, bijvoorbeeld. GESCINSKA: Inderdaad. En wie slaagt in het leven, heeft dat volledig aan zichzelf te danken. Dat vind ik ontzettend ergerlijk. Want dat is niet zo. Wie de top bereikt, heeft meestal veel geluk gehad, en heeft altijd veel aan de context te danken. Dat ik een jaar naar Princeton kon, heb ik te danken aan het feit dat ik in Vlaanderen heb kunnen studeren. Mochten mijn ouders naar het Verenigd Koninkrijk zijn geëmigreerd, had ik wellicht nooit filosofie kunnen studeren. GESCINSKA: Dat is juist. Ik heb twee kleine kinderen en heb in Princeton verschillende artikelen afgewerkt met een baby op mijn schoot. Ik zou een arrogante trut kunnen zijn. (lacht) Ik heb met mijn ouders nog in het Klein Kasteeltje gezeten, maar ik heb het toch gemaakt - en als ik dat kan, moet iedereen dat maar kunnen. Maar dan ga ik voorbij aan de context, aan het feit dat ik geluk heb gehad dat ik zo vlot kan studeren. Wie slimmer geboren wordt, heeft daar geen verdienste aan, maar strijkt er wel de voordelen van op. GESCINSKA: Dat klopt. De meeste politici denken dat mensen vrij zijn als er geen beperkingen zijn. En dat is niet zo. In de Verenigde Staten is iedereen vrij om te studeren wat hij wil. Maar een jaar aan Amherst College kost vijftigduizend dollar. Dat is voor veel mensen uitgesloten. Daarom is positieve vrijheid zo belangrijk: we zijn pas echt vrij als we niet louter de toelating, maar ook de mogelijkheid hebben om ons te ontplooien.JOËL DE CEULAER, FOTO'S SASKIA VANDERSTICHELE'Ik heb volstrekt geen vertrouwen in Poetin. Ik vind hem een sluwe sluipschutter. En wij staan erbij als machteloze wezeltjes.' 'Is er iemand die echt gelooft dat we zonder godsdienst allemaal vrolijke atheïsten en vriendjes zouden zijn?'