De lezersbrieven zijn duidelijk over Jos Vaessen. 'Acht op de tien brievenschrijvers drukken zich negatief over mij uit. Daar word ik keer op keer ziek van. Op zijn minst een halve dag voel ik me erdoor bezwaard. Het zijn de ogenblikken waarop ik denk dat ik ermee moet stoppen. Ik verdien die kritiek niet, noch vanwege het geld noch vanwege de energie die ik in KRC Genk stop.'
...

De lezersbrieven zijn duidelijk over Jos Vaessen. 'Acht op de tien brievenschrijvers drukken zich negatief over mij uit. Daar word ik keer op keer ziek van. Op zijn minst een halve dag voel ik me erdoor bezwaard. Het zijn de ogenblikken waarop ik denk dat ik ermee moet stoppen. Ik verdien die kritiek niet, noch vanwege het geld noch vanwege de energie die ik in KRC Genk stop.'Als hij niet door lezers achtervolgd wordt, dan zijn het de koppen op de sportpagina's. Kranten smeren de citaten van de voorzitter breed uit. Vaessen ontkent zijn uitspraken achteraf niet. Hij gaat ze evenmin uit de weg. Zelfs niet als ze over de activiteiten van de Voetbalbond gaan, zoals in december 2004 - een incident dat hem nog zwaar op de maag ligt. Hij zegt nu dat een journalist hem destijds tijdens een nieuwjaarsetentje 'opgewarmd' heeft. Hij had er niet op moeten ingaan, maar hij kan zich absoluut niet verzoenen met de prominente plaats die de uitspraak van de journalisten kreeg. Meerdere kranten spijkerden het citaat in vette letters boven het stuk. 'Toen ik achteraf om uitleg vroeg, kreeg ik te horen dat ze dat uit concurrentieoverwegingen moésten doen. Moordende concurrentie is dat. Alleen wil ik er niet het slachtoffer van zijn.'Ooit had hij een ander leven. Dertig jaar geleden stichtte Jos Vaessen een bedrijfje dat zich toelegde op de productie van convectors. Hij had niet eens de 250.000 oude Belgische franken die juridisch nodig waren om een bvba op te richten. Hij wou ook helemaal geen groot bedrijf, hij wou een 'activiteit'. Vasco werd een van de grootste fabrikanten van verwarmingsapparaten in Europa. In 1997 verkocht Vaessen zijn bedrijf. Maar hij bleef actief. Nu nog heeft hij zes bedrijven die samen 700 medewerkers tellen. 'Maar die worden geleid door directeurs. Ik heb contact met hen, alleen valt dat niet meer te vergelijken met vroeger. Sinds ik mijn bedrijf verkocht heb, is mijn leven totaal veranderd. Zeker niet ten goede. De industrieel die Jos Vaessen misschien was, bestaat niet meer.'JOS VAESSEN: Zeker niet. Het was een terechte beslissing. Ik zag geen enkele mogelijkheid op opvolging. Geen van mijn twee zonen heeft ooit te kennen gegeven dat ze de zaak wilden overnemen. Het tegendeel is waar. Een van de twee had geen zakelijke ambities en is ondertussen scenarioschrijver geworden. De andere heb ik tot vervelens toe gevraagd of hij toch geen klein kansje zag dat hij in het bedrijf zou komen. Hij studeerde Toegepaste Economische Wetenschappen, financiële administratie, hij zit nu in de directie van een van mijn bedrijven. Als hij ook maar het minste signaal gegeven had, zou dat voor mij reden geweest zijn om het bedrijf niet te verkopen. Ik heb uren en uren op hem ingepraat, maar hij zag zijn toekomst anders. VAESSEN: Je kunt geen onderscheid maken tussen je kinderen. Een bedrijf valt niet te verdelen, een erfenis wel. Er was helemaal geen sprake van noodzaak. Vasco was en is nog altijd een van de gezondste bedrijven in Limburg. Ik heb het bedrijf verkocht omdat het bedrag dat ik ervoor kreeg zo hoog was dat ik het niet meer kon afslaan. De beslissing om te verkopen was terecht, dat vind ik nog altijd, maar ze heeft ervoor gezorgd dat ik op termijn een groot stuk van mijn arbeidsvreugde, en dus van mijn levensvreugde, verloren heb. Ik zit niet meer in de dagelijkse leiding. Dat is al een probleem. Ik leefde op de productievloer, soms kom ik er nog, dan geniet ik er met volle teugen van. Ik ken van techniek niets. Ik ken het verschil niet tussen een binnen- en een buitendraad. Maar een technicus is bijna per definitie iemand die je zegt wat niet kan. Op zo iemand inpraten tot hij er zich op toelegt en toch de grens verlegt, daar leefde ik van. VAESSEN: Dat had met de bouw van het stadion te maken. De club moest 30 miljoen euro afbetalen en slaagde daar op zeker ogenblik niet meer in. De financiële verantwoordelijke kwam mij vragen om 4 miljoen te lenen. Later werd dat 8 miljoen. Later nog meer. Daar ben ik op ingegaan. Hij zat niet alleen in het directiecomité, hij was al jaren mijn persoonlijke adviseur. VAESSEN: Eigenlijk heb ik niet de kwaliteiten om een vzw te leiden. Troonbeeckx was een bekwamere voorzitter dan ik. Hij was een betere politicus. Hij kon compromissen sluiten, dat kan ik veel minder. Albert Bijnens heeft Troonbeeckx opgevolgd. Maar dat was geen werkbare situatie. De facto leidde Jos Vaessen toen al de club. VAESSEN: Het voorzitterschap op zich was geen fout. Ik ben een man die zijn verantwoordelijkheid neemt. Ik had mijn nek uitgestoken, ik wou voortzetten wat ik begonnen was. Maar die beslissing heeft mijn leven drastisch gewijzigd. Ik heb het toch gedaan. Ik ben een voetbalman. Er waren drie andere jongens thuis, waarom ging ik als enige met mijn vader mee naar het voetbal? Waterschei was zijn ploeg. Ik heb op zijn schouders gezeten, ik ben met hem naar internationale wedstrijden geweest. Ik heb zelf gespeeld bij Stokkem in de tweede provinciale. En voor ik bij Genk in het bestuur kwam, heb ik twaalf jaar bij Patro Eisden gezeten. Voetbal is altijd mijn uitlaatklep geweest. Toen ik met Vasco bezig was, werkte ik elke zaterdag tot na de middag. Om één uur ging ik naar huis om mij te scheren, en dan reed ik naar Mönchengladbach. Later ben ik ook vaak bij PSV Eindhoven geweest. Ik vergeet ook nooit een uitspraak van Mieke Offeciers, die toen bij het VEV werkte en nog kort minister is geweest. Zij zei dat bedrijfsleiders ook sociaal en maatschappelijk een opdracht hadden. Ik zie mijn voorzitterschap in die geest. Ik heb een stichting in het leven geroepen die in Rotem aan twintig kansarmen de gelegenheid biedt om aan biologisch boeren te doen. We zetten ook projecten in Afrika en Zuid-Amerika op. Ik had dus meerdere redenen om voorzitter te worden, en het is niet allemaal kwaad wat ik meemaak. Ik heb ondertussen ook schitterende momenten bij KRC Genk gehad. We zijn kampioen geworden. We hebben in de Champions League gespeeld. Ik ben met respect ontvangen op Real Madrid, als was ik de voorzitter van Ajax. Dat zijn uitzonderlijke momenten. VAESSEN: Ik was uitgenodigd om op de eretribune plaats te nemen. Ik zat tussen de burgemeester van Madrid en de minister van Binnenlandse Zaken. De eerste veertig minuten vielen mee. Gaandeweg werd ik een stuk kleiner. De bitterste pil kwam pas achteraf. Dat was een kop in de krant over de volle breedte van twee pagina's: 'Voorzitter en trainer niet meer op dezelfde lijn'. Op de rechterpagina stond een gesprek met Sef Vergoossen, links één met mij. Ik zei dat we te naïef gespeeld hadden, we hadden geen enkele gele kaart gekregen, en dat we meer lef hadden moeten tonen. Over de aanpak van de trainer had ik geen woord gezegd. Toch werd het zo voorgesteld. De pers verzuurt mij het leven. Als bedrijfsleider kun je fouten maken en verlies lijden, maar het komt niet in de krant. Daardoor weegt het ook niet op de dag van morgen. Als je als voorzitter een verkeerde keuze maakt bij het aanwerven van een trainer, smeren ze dat breeduit. Dat beïnvloedt je toekomst wél heel erg. Ik kan ze niet verwijten dat ze dat doen, alleen vind ik de manier waarop niet altijd correct. De kop boven een stuk maakt veel uit. Dat is dikwijls het enige wat de mensen lezen en onthouden. Hoeveel keer ik na Madrid de vraag gekregen heb: Voorzitter, ruzie met de trainer? Ik kan geen gesprek voeren met de rem op. Hart op de tong. Waar ik vooral van gruw, zijn de bijvoeglijke naamwoorden waarmee ze me omschrijven: 'de autoritaire, emotionele Vaessen'. Emotioneel, tot daar aan toe, maar ik hoor het niet graag. Autoritair? In mijn bedrijf ben ik het ooit wel geweest, maar in de club? Ik die zelfs bij de aankoop van graszaad eerst de mening van vijf mensen vraag. VAESSEN: Ik was vijfentwintig toen ik algemeen directeur van de matrassenfabriek Velda werd. Dat is heel jong voor een algemeen directeur. Ik heb toen een stelling aangenomen waar ik nog altijd achter sta: het resultaat van een bedrijf is het resultaat van de kwaliteiten van de algemeen directeur. Ik stelde me de vraag hoe ik het beter zou kunnen doen dan die andere matrassenfabriek. Ik ben er altijd van uitgegaan dat collega-directeuren niet intelligenter waren dan ik. En ik niet intelligenter dan zij. Ik kon het verschil dus alleen maken door harder te werken. Ik werkte veertien uur per dag, op zaterdag acht uur, op zondag vier. Soms liet ik me ertoe verleiden om een vakantie te boeken. Het heeft me altijd meer gekost om ze te annuleren dan om werkelijk te gaan. In plaats van de emotionele, autoritaire Vaessen hebben ze het dus beter over de hardwerkende Vaessen. Dat is correcter. VAESSEN: Niet alleen de pers maakt het je lastiger. Ook de structuren zijn anders: je moet rekening houden met de algemene vergadering, de raad van bestuur, het management en vele vrijwilligers. En verder moet je het kunnen vinden met 20.000 mensen die ook voorzitter of trainer willen zijn. In de ruimere zin gaat het over 200.000 Limburgers die hun zeg willen doen. Als ik kon kiezen, zou ik meer rust in mijn leven willen. Maar ik zie ook de lichtpunten. Het voetbal heeft een meerwaarde. Iedereen voelt er zich spontaan bij betrokken. Mijn vrouw gaat mee naar alle wedstrijden, ook die op verplaatsing. Voetbal is thuis vaak het onderwerp van gesprek, ook met mijn zonen. Toen ik bedrijfsleider was, kwam dat niet voor. Bedrijfszaken zijn saai. Voetbal niet. De dag dat ze mij verbieden om supporter te zijn, geef ik het voorzitterschap op. VAESSEN: Nuance: een voorzitter mag supporter zijn, hij mag het alleen niet zijn op het ogenblik dat hij beslissingen moet nemen. Ik geef toe dat ik in het verleden beslissingen heb genomen die achteraf gezien betwistbaar waren. Maar gelukkig zijn ze goed uitgevallen. Vooral in 2002 was dat zo, nadat we kampioen geworden waren. Toen heb ik de raad van bestuur overgehaald om drie gevaarlijke dingen te doen: het bouwen van een tribune van 100 miljoen oude Belgische franken en een jeugdopleidingscentrum van 80 miljoen, en het aankopen van spelers voor 135 miljoen. Dat had faliekant kunnen aflopen. Als bedrijfsleider heb ik altijd kleine risico's genomen. In mijn ogen waren ze klein. Nu besef ik dat ze grote gevolgen hadden kunnen hebben. VAESSEN: De grote baas van de club is Harry Lemmens. Hij zit de raad van bestuur voor. Dat respecteer ik. Er gaat geen dag voorbij of we telefoneren met elkaar. Géén dag, zeg ik, dat is zaterdag en zondag inbegrepen. VAESSEN: De algemene vergadering kan een voorzitter wandelen sturen. Dat vind ik een goede zaak. Ik wil de clubstructuren niet per se veranderen. We discussiëren nu over de juridische vorm: een vzw of een nv. Voor mij hoeft de vzw-structuur niet te verdwijnen. Maar we moeten af van het vzw-denken, van de ingesteldheid dat we iets in de sfeer van onze vrije tijd komen doen. Ik ben ervoor om een beleidsploeg samen te stellen. Die kan ook uit vrijwilligers bestaan. Ik wil net zo goed overleggen met de man die ervoor zorgt dat het gras op het veld groen is, of met de ingenieur die de technieken van het stadion beheert. Dat overleg moet ook gestructureerd gebeuren. VAESSEN: Natuurlijk. Ik kan ze aan. 180 minuten per seizoen zijn we sportieve rivalen, maar de zovele miljoenen andere minuten hoeven we geen vervelende concurrenten te zijn. We kunnen beter samenwerken. De anderen zullen zeggen dat ik dan ook maar naar de Profliga moet komen. Dat weiger ik inderdaad zolang de functies van voorzitter en algemeen directeur bij de Profliga niet gescheiden zijn. VAESSEN: Ik probeer van KRC Genk een groot project te maken. Een nieuw levensdoel. Dat doel is: KRC Genk naar de Belgische top brengen binnen de grenzen van een stabiele financiële situatie. Achter Anderlecht en Club Brugge gaapt een grote kloof. De laatste tien jaar zijn wij de onbetwistbare nummer drie. In sommige domeinen zijn we nu al de nummer één. Met Michel D'Hooghe van Club Brugge heb ik uitstekende contacten, we wisselen informatie uit. Een financieel stabiele situatie blijft de voorwaarde. Het zal een wonder heten als dat binnen vijf jaar lukt. Het wordt makkelijker als we de Champions League zouden halen. Vorige keer was dat goed voor 6 miljoen euro netto. Maar we schieten op. De voorbije jaren lieten we Strupar, Oulare, Skoko en Sonck noodgedwongen gaan, omdat we de bouw van het stadion moesten afbetalen. We hadden geen keuze. Dit is het eerste jaar waarin we ruimer zitten. Koen Daerden mag weg, maar het hoeft niet meer tegen elke prijs. VAESSEN: Dat bedrag is uit de lucht gegrepen. Het is een veelvoud van de werkelijkheid. De krant die dat uitgebracht heeft, hebben we een communiqué gestuurd. Dat hebben ze overigens heel kleintjes weergegeven. Op het ontslag zelf geef ik geen commentaar. Ik kan alleen maar zeggen dat René Vandereycken zich ten opzichte van de club altijd correct heeft gedragen. Alleen was er een verschil in visie. VAESSEN: Maar KRC Genk betaalt mij terug. En dat gebeurt correct. VAESSEN: Ik vind het niet gemakkelijk om te zeggen hoe lang het zal duren. Het houdt me ook niet bezig. De club vereffent de schulden die ze bij mij heeft en doet dat volgens afspraak. Dat volstaat voor mij. Tegelijk is het vanzelfsprekend dat ik verantwoording verschuldigd ben aan mijn familie. Door Piet Cosemans'De pers verzuurt mij het leven.''Ik autoritair? Zelfs bij de aankoop van graszaad vraag ik eerst de mening van vijf mensen.'