Officieel is ze vierentachtig, maar dat gelooft geen mens. In haar appartement in Meise staat een prachtig oud bureau. In de jaren tachtig en negentig had Ria Samyn er ook zo een in het herenhuis van de Knack-redactie op de Tervurenlaan in Brussel.
...

Officieel is ze vierentachtig, maar dat gelooft geen mens. In haar appartement in Meise staat een prachtig oud bureau. In de jaren tachtig en negentig had Ria Samyn er ook zo een in het herenhuis van de Knack-redactie op de Tervurenlaan in Brussel. Ze zat aan de zijde van hoofdredacteur Frans Verleyen, maar zorgde ook voor de rest van de redactie. Ze besefte niet, zegt ze, dat ze toen de beste dagen van haar leven aan het opmaken was. Dat leven begon in Brugge. De jonge Ria trok al gauw de wereld in. Hier en daar deed ze wat jobs, ze trouwde, kreeg kinderen en scheidde weer. 'Ik had een goede fulltime job nodig. Toen las ik in de krant dat Knack een secretaresse zocht.' Ze solliciteerde en werd uitgenodigd voor een gesprek met Frans Verleyen. 'Op van de zenuwen was ik. Maar het klikte meteen en de week daarna kon ik aan de slag aan de Tervurenlaan.' Daar kwam ze terecht in een mannenbastion. 'Ik was er lang de enige vrouw, maar dat stoorde me niet. Ik zag "mijn" mannen graag, hoe verschillend ze ook waren.' Nooit hoefde ze #MeToo te roepen. 'Hoewel het zeker geen preutse communicanten waren. Een hand op iemands schouder leggen was toen nog geen crimineel feit. Er mocht nog gelachen worden met een schunnige mop.' Met nostalgie denkt ze terug aan die dagen. 'Elke morgen genoot ik van de ochtendlijke koffiegesprekken met Fons de Haas over klassieke muziek, of ook met Chris De Stoop - ik had toen al enorm veel respect voor wat hij deed. Hij was een van de meest integere journalisten van Knack. Net zoals filmkenner Patrick Duynslaegher, die meesterlijk collega's kon imiteren. Maar ook de anderen had ik graag.' Al bleef ze toch vooral de secretaresse van Sus Verleyen. 'Hij was een geniaal journalist, met een brede intellectuele bagage en een olifantengeheugen', zegt Ria. 'Heelder artikels kon hij uit het blote hoofd dicteren. Ik typte alles uit - in het begin nog op een elektrische schrijfmachine en met Tipp-Ex. Dat was soms een hels werk. Maar tegelijkertijd vond ik het bijzonder boeiend, omdat ik in zijn hoofd kon kijken. Ooit mocht ik een snoepreis maken naar de Malediven. Achteraf moest er een artikel komen. Zelf kon ik dat niet schrijven, dat was mijn ding niet. Sus bekeek mijn documentatie en begon te dicteren. Hoewel hij er niet geweest was, werd het toch weer een geweldig stuk.' Natuurlijk was hij geen heilige, zegt Ria. 'Ik kon ook weleens kwaad zijn op hem, want hij was een onverbeterlijke sloddervos. Die ruzies konden best heftig worden, maar ze duurden nooit lang. Iemand die briljant is, vergeef je veel. Sus kon dwepen met mensen, hè. Soms was dat vervelend, zeker als het politici waren. Voor sommigen schreef hij ook boeken, zoals voor Wilfried Martens. Een echte blaaskaak, maar Sus liep hoog met hem op. Tot Martens hem zwaar ontgoochelde. Daarnaast was hij ook heel goed bevriend met Guy Verhofstadt. Het feest van Sus' tweede huwelijk vond zelfs plaats op het landgoed van Verhofstadt in Toscane. Het klikte niet alleen persoonlijk maar ook inhoudelijk heel goed tussen die twee. Ik vraag me wel af wat hij vandaag van hem zou vinden.' Knack was Sus zijn leven, zegt Ria. Alles deed hij voor het blad, al waren er ook mindere dagen. 'Na de scheiding met zijn eerste vrouw was hij kapot van liefdesverdriet. Het is heel moeilijk voor een secretaresse om daarmee om te gaan. Je kunt je baas proberen te troosten, maar je kunt het niet oplossen, hè. Zijn kinderen hebben hem door die periode geholpen.' Eind jaren negentig werd Verleyen ongeneeslijk ziek. Kanker. 'Hij hield erg veel van het leven, maar had vrede met zijn lot. "Ik heb een schitterend leven gehad, Ria", zei hij vaak. ''Ik heb de wereld rondgereisd, de groten der aarde geïnterviewd." Hij vond het wel verschrikkelijk voor zijn kinderen Han, Ellen en zijn oogappel Lynn, die toen nog heel jong was. Dat ze zonder hun vader zouden moeten opgroeien, daar worstelde hij mee.' De laatste dinsdag voor zijn dood is hij nog naar de redactievergadering gekomen. 'Hij was toen al erg ziek en ging voortijdig weg. Ik verwijt mezelf nog altijd dat ik niet met hem naar het ziekenhuis ben gereden. Dat was de laatste keer dat ik hem gezien heb.' 'Na de dood van Frans Verleyen was Knack voor mij Knack niet meer. Maar ik heb er ontzettend graag gewerkt tot mijn 66e - ik zag er altijd wat jonger uit en bij Roularta hadden ze niet door dat ik de pensioenleeftijd al voorbij was.' (lacht).Ze zou haar Knack-jaren zo willen overdoen, maar dan het liefst in een tijd zonder sociale media. 'Ik word misselijk als ik lees wat mensen allemaal uitkramen op Twitter of Facebook. Dan denk ik met heimwee terug aan mensen zoals Sus of Frank De Moor. Die zouden nooit iets geschreven hebben zonder dat het drie keer gedubbelcheckt was.'