Die Ice Bucket Challenge komt u intussen waarschijnlijk al de oren uit, maar we moeten er toch nog één ding over kwijt. Voor wie de afgelopen weken in een caravan zonder internet zat: we hebben het over de filmpjes van mensen die emmers ijswater over zich heen kieperen om het onderzoek naar de ziekte ALS te steunen. Hoe cliché die filmpjes intussen ook zijn geworden, zonder Facebook en Twitter had de hype nooit bestaan. Dankzij sociale media kan iedereen met een computer en een internetverbinding zijn weg naar het publieke debat vinden. En dus is het de ideale plaats voor stemmen die in de klassieke media niet of nauwelijks aan bod komen. Het is een bekende klacht: de meeste opiniemakers in kranten en tijdschriften zijn blanke, hoogopgeleide mannen. Dankzij sociale media kan ook de rest van de wereldbevolking zijn ei kwijt. Met wat geluk gaat zo'n actie viraal en wordt ze alsnog opgepikt door de traditionele media. De Facebookpa...

Die Ice Bucket Challenge komt u intussen waarschijnlijk al de oren uit, maar we moeten er toch nog één ding over kwijt. Voor wie de afgelopen weken in een caravan zonder internet zat: we hebben het over de filmpjes van mensen die emmers ijswater over zich heen kieperen om het onderzoek naar de ziekte ALS te steunen. Hoe cliché die filmpjes intussen ook zijn geworden, zonder Facebook en Twitter had de hype nooit bestaan. Dankzij sociale media kan iedereen met een computer en een internetverbinding zijn weg naar het publieke debat vinden. En dus is het de ideale plaats voor stemmen die in de klassieke media niet of nauwelijks aan bod komen. Het is een bekende klacht: de meeste opiniemakers in kranten en tijdschriften zijn blanke, hoogopgeleide mannen. Dankzij sociale media kan ook de rest van de wereldbevolking zijn ei kwijt. Met wat geluk gaat zo'n actie viraal en wordt ze alsnog opgepikt door de traditionele media. De Facebookpagina My stealthy freedom is een mooi voorbeeld: daarop posten Iraanse vrouwen selfies zonder hoofddoek, wat normaal verboden is in Iran. Of de Twitter-hashtag #bornhere, waarmee Nederlandse Marokkanen protesteerden toen de rechtse politicus Geert Wilders pleitte voor 'minder Marokkanen'. Of de feministische campagne - goed voor duizenden #FreeTheNipple-tweets - toen Facebook besloot om vrouwelijke tepels te censureren, ook bij vrouwen die borstvoeding geven. Ook in ons land zijn er een paar bekende voorbeelden. Toen de krant De Morgen de Amerikaanse president Barack Obama op haar satirische pagina's afbeeldde als een aap, werd dat internationaal opgepikt na een tweet van de Nigeriaans-Belgische schrijfster Chika Unigwe. Twintig jaar geleden had de krant hooguit wat boze lezersbrieven gekregen, nu werd er wereldwijd moord en brand geschreeuwd over het vermeende Belgische racisme. En dan is er nog Bear Grills van Antwaarpe: Rachid Abourig, de Antwerpenaar met Marokkaanse roots die in Facebookfilmpjes zijn mening verkondigt over de actualiteit. Hij werd wereldberoemd in Vlaanderen toen hij politici (van Meyrem Almaci tot Filip Dewinter) interviewde in zijn auto en de aandacht van de vaderlandse pers kreeg. 'Sociale media hebben zeker het potentieel om een stem te geven aan minderheidsgroepen en onconventionele meningen', zegt Michaël Opgenhaffen, professor journalistiek en nieuwe media aan de KU Leuven. 'Alleen gaan de meeste pogingen onopgemerkt voorbij. Of iets opgepikt wordt, heeft veel te maken met geluk, het onderwerp en de strategie. Het is niet omdat je een mening verkondigt op Twitter of Facebook dat mensen ze ook horen. Als je weinig volgers hebt en zelden of nooit geretweet wordt, kun je net zo goed staan schreeuwen in het café om de hoek.' Er zijn enkele geslaagde voorbeelden, maar in de praktijk is het debat amper verruimd, zegt Opgenhaffen. 'Dat heeft veel te maken met de klassieke media. De meeste journalisten houden vast aan hun klassieke manier van werken, met conventionele bronnen zoals politici, bekende organisaties, economische machthebbers... Uit een recent Nederlands onderzoek blijkt dat journalisten wel vaker Twitter gebruiken voor hun verslaggeving, maar dan vooral om hun artikel te illustreren. Bovendien zijn dat vooral tweets van bekende koppen: nieuwkomers krijgen zelden een platform.' Maar ook de mediagebruikers hebben er een aandeel in. 'De meeste mensen vinden hun onlinenieuws vooral op de websites van kranten en tv-stations. We bezoeken amper alternatieve nieuwssites. Niet onlogisch: dat vraagt veel tijd, en we willen vooral een snel overzicht. Maar zo krijgen die minderheidsgroepen ook geen kans.' Dat de sociale media bijdragen tot meer democratie, is volgens Opgenhaffen een illusie. Ook socioloog Ben Caudron, gespecialiseerd in (nieuwe) media, gelooft er niet in. 'Mensen die massaal ijswater over hun hoofd gieten, draagt dat bij tot meer democratie? Diepgravende politieke analyses zouden dat wél doen, maar die worden maar zelden opgepikt. Via sociale media wordt er vooral veel onzin verspreid. Bovendien spelen die media zelf ook een rol. Het filteralgoritme van Facebook is intussen bekend: de populaire dingen komen boven aan onze wall en bereiken zo een groot publiek. En nee, dat zijn dus niet de gedegen analyses. Twitter lijkt op het eerste gezicht democratischer, omdat de gebruikers daar voor het grootste deel zelf bepalen wat ze wel en niet lezen. Maar zodra er staatsgevaarlijke informatie wordt gepost, zal Twitter niet aarzelen om die te verwijderen. Als een privé-onderneming beslist wat wij wel en niet mogen zien, dan is en blijft dat censuur.'DOOR STEFANIE VAN DEN BROECK, ILLUSTRATIE BART SCHOOFS'Dat de sociale media bijdragen tot meer democratie, is een illusie.'