De maan staat weer volop in de belangstelling. Het is van december 1972 geleden dat iemand er voet aan grond zette. Eugene Cernan en Harrison Schmitt waren de laatsten van een dozijn Amerikaanse Apollo-astronauten die de maanbodem beroerden. In volle Koude Oorlog hadden de Verenigde Staten met hun Apollo-programma de maanrace gewonnen van de Sovjets, maar de belangstelling voor de natuurlijke satelliet ebde al snel weg.
...

De maan staat weer volop in de belangstelling. Het is van december 1972 geleden dat iemand er voet aan grond zette. Eugene Cernan en Harrison Schmitt waren de laatsten van een dozijn Amerikaanse Apollo-astronauten die de maanbodem beroerden. In volle Koude Oorlog hadden de Verenigde Staten met hun Apollo-programma de maanrace gewonnen van de Sovjets, maar de belangstelling voor de natuurlijke satelliet ebde al snel weg. Daar lijkt nu verandering in te komen. Precies een jaar geleden stelde de Amerikaanse president George W. Bush immers het plan Vision for Space Exploration voor. Over tien tot vijftien jaar zouden weer bemande missies naar de maan worden georganiseerd, met een nieuw ruimteschip, de opvolger van de huidige Amerikaanse spaceshuttle. Ter voorbereiding willen de Verenigde Staten nieuwe onbemande sondes naar de maan sturen. Op lange termijn moeten die plannen leiden tot de verwezenlijking van een oude droom: de eerste bemande ruimtemissie naar Mars rond 2030. Europa's maanverkenner SMART-1 draait momenteel reeds in een baan om de maan. Hij is op 27 december 2003 gelanceerd vanaf de Europese lanceerbasis van Kourou in Frans-Guyana. SMART-1 deed er veertien maanden over om de kleine 400.000 kilometer te overbruggen die ons van de maan scheiden. Merkwaardig, want de Apollo-astronauten hadden er destijds slechts enkele dagen voor nodig. Dat heeft te maken met het merkwaardige stukje kosmische navigatie waarmee SMART-1 de maan heeft bereikt en waarmee hij alles samen 100 miljoen kilometer aflegde. Het ruimtetuig beschikt over een heel bijzondere motor. Dankzij elektriciteit geproduceerd via zonnepanelen kan die motor ionen of geladen atomen van xenongas met een enorme snelheid naar buiten stuwen. Daardoor krijgt de sonde een minuscuul 'duwtje', vergelijkbaar met amper het gewicht van een postkaart. De ionenmotor is een zege voor de ruimtevaart: hij kan maanden, ja zelfs jaren verder werken, en is uiterst zuinig. Hij verbruikt tot tien keer minder brandstof dan conventionele chemische motoren. Waardoor ook het gewicht aan boord kan worden ingeperkt. Dankzij een combinatie van de stuwkracht van de ionenmotor en de aantrekkingskracht van de maan kon men de SMART-1 in steeds wijdere ellipsvormige banen rond de aarde laten draaien. Zo passeerde de sonde de stralingsgordels rond onze planeet en werd hij in november door de maan 'gevangen'. Daarop verlaagde de SMART-1 beetje bij beetje zijn baan rond de maan, zodat zijn instrumenten het maanoppervlak goed kunnen bestuderen. Zij zullen onder meer de zuidpool van de maan bekijken, een gebied dat veel belangstelling krijgt van de wetenschap. De Amerikaanse ruimtesondes Clementine en Lunar Prospector vergaarden immers sterke aanwijzingen dat zich in de poolgebieden, op plaatsen met eeuwige schaduw, natuurlijke opslagplaatsen van waterijs zouden kunnen bevinden. En dat opent perspectieven voor toekomstige bemande maanmissies. SMART staat voor Small Missions for Advanced Research and Technology en past allereerst in een technologisch programma. Hij levert vooral voorbereidend werk voor toekomstige ambitieuze Europese missies in het zonnestelsel, zoals BepiCo-lombo naar de planeet Mercurius, en Solar Orbiter richting zon. Amper 370 kilogram zwaar, niet meer dan een kubus met zijden van één meter, is de SMART-1 een technologisch pareltje. Hij bezit niet alleen een ionenmotor, maar beschikt ook over zonnepanelen met een nieuw soort zonnecellen en nieuwe communicatie- en navigatietechnieken. Verschillende instrumenten zijn bovendien fel geminiaturiseerd. De Europese sonde is nu toe aan zijn belangrijkste wetenschappelijke opdracht. Tijdens een speciale maanconferentie in november vorig jaar in de Indiase stad Udaipur stelden deskundigen: 'Een nieuw decennium van maanonderzoek is aangebroken. We menen dat er nog heel wat fundamenteel wetenschappelijke naspeuring in verband met de maan nodig is. Zo kunnen we niet alleen de vroege geschiedenis en de huidige toestand van het systeem aarde-maan beter begrijpen, maar ook de nodige kennis verzamelen zodat de mens de volgende stap kan zetten bij de verkenning en exploitatie van de maan.'SMART-1 gaat het een en ander uitvissen. Hij zal de scheikundige samenstelling van het maanoppervlak onderzoeken, en in het bijzonder uitkijken naar eventueel waterijs. Volgens SMART-projectwetenschapper Bernard Foing is de maan 'allicht een kroongetuige van de vroege omstandigheden waarin het leven op onze planeet ontstond. Ze is een dochter van de aarde. Er zijn belangrijke aanwijzingen te vinden over onze eigen oorsprong en ze maakt de toekomstige verkenning van het zonnestelsel mogelijk.'Opmerkelijk is dat ook de 'nieuwe' ruimtegrootmachten de maan wel zien zitten. Zowel Japan als India en China willen weldra met onbemande maanverkenners de ruimte ingaan. De Japanse maanplannen lijken momenteel nochtans wat te haperen. Japan stuurde in 1990 als eerste land na de VS en de toenmalige Sovjet-Unie al een sonde naar de maan. Een nieuwe Japanse maansonde moest al in 1999 vertrokken zijn, maar dat wordt nu misschien 2006. Lunar A zal onder meer twee 'pijlen' met wetenschappelijke apparatuur op de maanbodem afschieten. Ze moeten informatie leveren over het inwendige van het hemellichaam en het mysterie van haar ontstaan helpen oplossen. Met het Selene-project plant Japan de missie van een van de meest complexe maansondes. Maar ook dat initiatief liep vertraging op. Het ruimtetuig vertrekt op zijn vroegst einde 2006. Een tweede Selene-missie met onder meer een maanwagentje rond 2010 heeft wegens bezuinigingen in de Japanse ruimtevaart nog geen groen licht gekregen. China wil in 2007 de sonde Chang'e richting maan sturen. Als eerste fase van een ambitieus programma waarmee het land later een wagentje op de maan wil zetten en met een sonde bodemmonsters wil ophalen. Het doet allemaal sterk denken aan de wijze waarop de Amerikanen en de Sovjets destijds hun bemande maanprogramma's voorbereidden. 'Maar', zeggen Chinese functionarissen, 'wij hebben nog geen bemande missies naar de maan op het programma.' Luan Enjie, baas van de Chinese ruimtevaartorganisatie CNSA, liet op de Chinese televisie echter verstaan dat rond 2020 de eerste taikonauten of yuhangyuans op de maan zouden kunnen rondlopen. China is in ieder geval apetrots op zijn ruimtevaartprogramma en wil dit jaar - na een eerste vlucht in oktober 2003 - een tweede bemande ruimtevlucht uitvoeren in een baan rond de aarde. Buurland en rivaal India wil niet achterblijven. Rond 2007-2008 komt er ook een Indiase maansonde. Maar dat wordt door sommigen bekritiseerd als een 'luxe, die India zich nauwelijks kan veroorloven'. Het Chandrayaan-project kost niettemin relatief weinig: 80 miljoen dollar of ongeveer de helft van wat België per jaar aan ruimteonderzoek besteedt. India wil - in tegenstelling tot China - bij zijn eerste maanmissie wel samenwerken met andere landen. De Amerikanen lanceren op hun beurt in 2008 de Lunar Reconnaissance Orbiter. Die moet in eerste instantie de maan uiterst precies fotograferen. De VS denken ook aan een programma, Moonrise genaamd, voor het ophalen van bodemmonsters uit het zuidpoolgebied van de maan. Hoewel een bemande missie naar de planeet Mars de ultieme droom blijft, lijkt het dat de weg naar Mars langs de maan zal passeren. 'Als de ruimte een oceaan is, dan is de maan het meest nabije eiland', aldus Franco Ongaro van het Europese programma Aurora. Dat kreeg in november 2001 groen licht en zal instaan voor een mogelijke bemande missie naar de maan rond 2020-2025, en uiteindelijk naar Mars over ongeveer 25 jaar. Het bevat een strategie voor de verkenning van het zonnestelsel de komende dertig jaar. Met zowel robotmissies als bemande ruimtevluchten. 'De maan is de eerste plaats buiten de aarde waar we ons kunnen vestigen', zegt een van de twee laatste maanwandelaars Harrison Schmitt. 'Spijtig genoeg realiseerden we ons vroeger niet dat ze goede wetenschap kan opleveren en economisch rendabel is. Eigenlijk is het een bijzonder stabiel station in de ruimte. Mars komt pas later. De maan vormt de springplank naar Mars.'Benny Audenaert'De maan is allicht een kroongetuige van de vroege om-standigheden waarin het leven op onze planeet ontstond.'