Frank Furedi, 'Where have all the intellectuals gone? Confronting 21st century philistinism', Continuum, Londen/New York, 167 blz.
...

Frank Furedi, 'Where have all the intellectuals gone? Confronting 21st century philistinism', Continuum, Londen/New York, 167 blz.W here have all the intellectuals gone? Het is de titel van zijn nieuwe boek - een genadeloze analyse van de tijdsgeest, die volgens hem vooral gekenmerkt wordt door philistinism, filisterij. Letterlijk: bekrompenheid. Lees: het zwaktebod van de angst en de simpelheid. Niemand durft nog een Groot Idee in de groep gooien, een wereldbeeld verdedigen, een risico nemen. Alles moet omzwachteld, iedereen moet gepamperd worden. Wij zijn de gevangenen van onze eigen kwetsbaarheid geworden. De angst regeert. Risicovermijding is dé prioriteit. Paradoxaal genoeg is de Britse socioloog Frank Furedi zelf de eerste uitzondering op de regel die hij ontwaart. Met boeken als The culture of fear zette hij zichzelf op de kaart als een scherpe intellectueel, die buiten de lijnen van zijn vakgebied durft kleuren, naar de fundamenten van onze cultuur durft graven en een stelling kan poneren. Dat angst de wereld regeert, had hij allang vóór 11 september 2001 in de gaten. Dat blijkt onder meer, aldus Furedi, uit dat zo aanbeden 'voorzorgsprincipe' dat alle domeinen van ons leven in z'n greep heeft - met als klassiek voorbeeld: het groene verzet tegen ggo's. Van zijn marxistische geloof is hij afgevallen, maar Furedi is wel nog steeds een fundamenteel progressieve mei '68'er, die het evenwel bijzonder goed kan vinden met de zogenaamde 'conservatieven' van kapitalistische denktanks zoals Tech Central Station. Wat ze gemeen hebben, zegt hij, is een diep geloof in de menselijke creativiteit. En dat geloof, een erfenis van de Verlichting, lijkt volgens Furedi langzamerhand uit onze wereld te verdwijnen. Het is donderdag 4 november. Eergisteren heeft George W. Bush een tweede ambtstermijn in de wacht gesleept. Een uitslag die Furedi niet heeft verrast. Wel heeft hij zich enorm verbaasd over de critici van Bush. 'Het is niet dat ik dol ben op Bush', zegt hij. 'Maar de manier waarop hij wordt bekritiseerd, vind ik nog erger. Je hoeft op een feestje maar te zeggen dat je Bush een idioot vindt, en je krijgt al applaus. Het is een goedkope, populistische manier geworden om duidelijk te maken dat je zélf wel erg slim bent. De kritiek zegt meer over de critici dan over Bush zelf. Als iemand zoals Michael Moore beschouwd wordt als een soort nieuwe Emile Zola, dan is er toch een probleem met onze politieke cultuur. (lacht) Dat cynisme wijst op een totaal gebrek aan oriëntatie. De keuze tussen Bush en Kerry was een keuze tussen twee nachtmerries. Kerry is ook niet bepaald een Einstein, en zijn programma was geen hoogvlieger. Ik ben niet triest omdat Bush gewonnen heeft, ik ben triest omdat er geen alternatief meer is.' FRANK FUREDI: Ik denk dat we bang moeten zijn omdat de dingen volledig out of control zijn. Maar dat is niet de schuld van één man. Het is zorgwekkend dat er in de internationale politiek geen duidelijke definities meer bestaan. Vroeger hadden we tenminste de Koude Oorlog nog, dat was duidelijk: onze kant en de andere kant. Dat kun je nu niet meer zeggen. En daarom zijn de gevolgen van welke interventie dan ook onmogelijk te voorspellen. Een kind kan zien dat de situatie in de wereld zeker niet slechter geweest zou zijn als de Amerikaanse regering na 11 september helemaal niets had ondernomen. Waarschijnlijk zou de situatie zelfs beter zijn geweest, zeker wat betreft de strijd tegen het terrorisme. En als je denkt aan de manier waarop de VS de Taliban en andere islamistische bewegingen mee hebben gecreeerd, dan weet je dat je daarvoor Bush niet nodig hebt. FUREDI: Nee, maar het voorzorgsprincipe is wel doorgedrongen in de heersende militaire doctrine. Het is een conservatieve manier om het menselijk bestaan te begrijpen. Het onderliggende idee is dat menselijke wezens, u en ik en iedereen, tot niet veel in staat zijn, en minder controle over ons leven hebben dan in het verleden het geval was. Het voorzorgsprincipe ontkent wat de Verlichting en de moderniteit ons over het menselijk bestaan hebben bijgebracht. We leven tegenwoordig met het idee dat we alles vernietigen wat we aanraken, dat we in feite fundamentaal zwak en machteloos zijn. FUREDI:Force protection: volgens die doctrine is het belangrijkste doel in een conflictsituatie om vooral geen slachtoffers in eigen rangen te hebben. Maar dan wordt het erg moeilijk om een oorlog uit te vechten, want oorlog is a messy business. Als slachtoffers vermijden de prioriteit wordt, dan krijg je wat je nu ziet: hightech-interventies, waarbij men vertrouwt op de technologie om de vijand te verslaan. Maar in de echte wereld lukt dat natuurlijk niet. Een interessant fenomeen bij Amerikaanse en ook Britse soldaten is dat sommigen er zich tegenwoordig zelfs over verbazen dat hen gevraagd wordt om ten strijde te trekken. Dan zeggen ze: Jamaar, dat is niet waarvoor ik bij het leger ben gegaan. FUREDI: Precies. De laatste twintig jaar is het meest gebruikte woord om mensen of groepen te omschrijven: vulnerable, kwetsbaar. Kinderen, oudere mensen, arme mensen... Als je alle kwetsbare groepen optelt, heb je 120 procent van de samenleving. (lacht) Iedereen is kwetsbaar. En als je dan vraagt waarvóór we zo kwetsbaar zijn, dan is het antwoord: voor álles. Zodra je kwetsbaarheid beschouwt als dé definiërende eigenschap van mensen, moet je hen voortdurend tegen alles en nog wat beschermen. Dat is wat er momenteel verkeerd loopt, het verklaart de manier waarop we kinderen behandelen, sociale problemen bekijken, met onze gezondheid omgaan, oorlog voeren... We geloven blijkbaar niet meer in de mogelijkheid van de mens zijn eigen lot in handen te nemen en vooruitgang te maken. FUREDI: Dat heeft er zeker mee te maken. Er hébben zich ook vreselijke dingen afgespeeld in de twintigste eeuw. Maar als we alleen maar onthouden dat het de eeuw van Stalin en Hitler was, dan zien we toch over het hoofd dat er ook veel goeds is gebeurd. We proberen, volkomen terecht, nieuwe catastrofes te voorkomen. Maar als we vooruit willen, moeten we opnieuw beginnen te geloven in het menselijk potentieel. We boeken nog altijd wetenschappelijke en technologische vooruitgang, we gaan vooruit, maar op een oncomfortabele manier. We willen nog wel iets van de Verlichting, maar in beperkte mate. Dat wordt duidelijk als je kijkt naar de manier waarop er tegenwoordig over ruimtevaart wordt gediscussieerd. Bijna iedereen vindt dat een arrogante vorm van geldverspilling - we zouden dat geld zogezegd beter gebruiken om sociale woningen te bouwen of iets dergelijks. Wie dat zegt, beseft blijkbaar niet dat het verkennen van het totaal onbekende nu net een belangrijk aspect is van wat het betekent om mens te zijn. FUREDI: De reactie op de Verlichting is natuurlijk al in de negentiende eeuw begonnen. Een deel van de hele nazi-ervaring had ook te maken met een verzet tegen de moderniteit. Maar het is pas echt krachtig geworden in de jaren zeventig. Toen begonnen er boeken te verschijnen, die het niet meer over 'de Verlichting' hadden, maar over 'het Verlichtingsproject', dat werd afgewezen als 'een arrogant, dom geloof in voortdurende vooruitgang'. Maar dat geloof, in een voortdurende of noodzakelijke vooruitgang, heeft nooit bestaan. Toch wordt het verantwoordelijk gehouden voor alles wat sinds de Verlichting is fout gegaan. De jaren zeventig zijn de jaren van de teleurstelling, en die is sindsdien alleen maar groter geworden. In die tijd begon men ook het concept 'mensheid' te herdefiniëren. De mens, zo luidt het nu, is helemaal niet zo bijzonder, het is 'maar' een diersoort als een andere. FUREDI: Natuurlijk, wij zijn geen puur rationele wezens. Maar we zijn wel in staat om rationeel te denken en te handelen. Het punt is dat we niet meer lijken te geloven in die typisch menselijke capaciteit. We moeten ons ervan bewust zijn dat we ook emotioneel en destructief kunnen handelen, en we moeten ervoor zorgen dat we de effecten daarvan kunnen minimaliseren. Maar dat wil niet zeggen dat we het geloof in onze ratio moeten opgeven. De spanning tussen constructieve en destructieve neigingen zal altijd bestaan. Maar in zekere zin brengen we datgene tot stand, waarin we geloven. Als we geloven dat we alleen maar destructief kunnen zijn, zúllen we dat ook zijn. En omgekeerd: als we geloven in onze constructieve vermogens, zúllen we ook echt vooruitgang kunnen boeken. FUREDI: Absoluut. Het gevoel dat we ons lot in eigen handen kunnen nemen, vond ik prachtig. In die zin lagen de jaren zestig in het verlengde van de Verlichting. Je moet een onderscheid maken tussen de tijds geest en de ideeën van een periode. Wat mij enorm aansprak in de jaren zestig, was het idee dat alles mogelijk was, dat we dingen tot stand konden brengen. Maar de culturele mood, de tijdsgeest, is inderdaad in diezelfde periode beginnen te kantelen. Van de ene dag op de andere. Ik herinner mij nog dat er voor het eerst een Earth Day werd georganiseerd, de eerste echte demonstratie van milieuactivisme, hoewel niemand in die tijd bij wijze van spreken het woord 'milieu' kon spellen. De mensen die de ene dag de wereld nog gingen veranderen, waren de volgende dag milieuactivisten geworden. Dezelfde mensen, maar ineens was de conservatieve verbeelding aan de macht. Toen is die vatbaarheid voor het voorzorgsprincipe gegroeid. Ik dacht aanvankelijk nog dat het gewoon een bende hippies was, die bruine rijst wilden eten, dat het dus wel weer zou overgaan. (lacht) Maar het is sindsdien alleen maar erger geworden. FUREDI: Er bestaan verschillende manieren om je in de wereld te engageren, en die kunnen veranderen met de tijd. Vandaag zijn het mensen die geloven in de mogelijkheid van vooruitgang, die mekaar vinden en ideeën uitwisselen. Of ze rechts of links, religieus of atheïst zijn, maakt niets uit. Zolang we maar gezamenlijk geloven in de mogelijkheden van de mens. Ik vind liberalisme vandaag érg belangrijk, belangrijker dan pakweg vijftig jaar geleden. We leven namelijk in een erg intolerante wereld. Persoonlijke vrijheid wordt voortdurend ingeperkt door allerlei secundaire overwegingen. Een goed voorbeeld is de vrijheid van meningsuiting. Zelfs als je haat wat iemand zegt, moet je hem de vrijheid geven om te zeggen wat hij wil. Op dat punt ben ik echt een absolutist geworden. FUREDI: Ik denk dat het vandaag erg belangrijk is dat mensen ruimte creëren om hun eigen oplossingen te zoeken, in plaats van altijd op de staat terug te vallen. Een zekere achterdocht tegenover de overheid is aangewezen. Wat mij de laatste jaren ook is duidelijk geworden, is dat we veel meer aandacht moeten besteden aan het cultiveren van onze informele relaties. FUREDI: En als je geen vrienden hebt, er misschien een paar maken. (lacht) Zulke relaties worden almaar belangrijker, en eigenlijk ontmoedigt de overheid ze steeds meer. Een van de grootste gevaren die ons bedreigen, is de professionalisering van ons dagelijks leven. En daar speelt de overheid een centrale rol in. Mensen die zich daartegen verzetten, moeten daarover in dialoog treden, welke politieke overtuiging ze ook hebben. Als ik mijn leven wil uitbouwen, wil ik zelf beslissen hoe ik dat doe, zonder dat de overheid zich daarmee bemoeit. FUREDI: Daar ben ik niet zeker van. Wat zich nu voordoet, is niet typisch voor de verzorgingsstaat in de klassieke betekenis van het woord. Vandaag dient de staat kennelijk vooral om ons erkenning te geven, een stem, empathie... Het is vooral onze 'zwakke subjectiviteit' die moet worden ondersteund. Dat is niet de schuld van de verzorgingsstaat, maar meer van het gevoel van kwetsbaarheid dat sinds de jaren zeventig gegroeid is. Als je zwak en kwetsbaar bent, weet je misschien niet hoe je zelf een eigen leven kunt uitbouwen. FUREDI:... hoe we onze kinderen opvoeden, noem maar op. De overheid is steeds meer bezig met allerlei micro-ingrepen in ons persoonlijke leven. Dat heeft ook te maken met een gebrek aan morele consensus. Als het niet meer duidelijk is waar de grenzen tussen goed en kwaad liggen, worden zulke morele categorieën geprojecteerd op onder meer voedsel en gedrag. Roken is slecht, ongezond eten is slecht, gezond eten is goed... FUREDI: Ja, de kleine probleempjes van het leven worden grote politieke thema's. En dat kan van de ene dag op de andere gebeuren. Vorig jaar is obesitas ineens, vanuit het niets, een gigantische epidemie geworden, die meer slachtoffers maakt dan roken. En dus worden er nu miljoenen besteed aan de bestrijding ervan. Als er geen grote politieke ideeën meer zijn, doet de micropolitiek haar intrede. FUREDI: Als er geen grote ideeën meer zijn die serieus genomen worden, dan wordt de rol van de intellectueel natuurlijk zinloos. Dan verkoop je als intellectueel zogezegd alleen nog maar gebakken lucht. Ik geloof dat de rol van een intellectueel er net in bestaat om te vechten voor ideeën. En dat gebeurt niet meer, de meeste academici sluiten zich op in hun eigen kleine specialiteitjes. Dat is belangrijk, uiteraard, maar je bent pas een echte intellectueel als je... FUREDI: Dat helpt, maar het is niet eens nodig. Nee, je wordt een intellectueel door wat je doet búiten je eigen specialiteit. Doordat je in debat treedt met mensen uit andere domeinen. Maar serieus debat bestaat haast niet meer, kijk maar naar de kritiek op Bush: hij is een idioot, punt. (lacht) Dat kun je moeilijk een debat noemen. FUREDI: Ja. Onder academici heerst een soort niet-aanvalspact: jij mag zeggen wat je wil, ik mag zeggen wat ik wil, we hoeven het niet met mekaar eens te worden. Dat is 'pluralisme', 'diversiteit'. Terwijl het een intellectueel zwaktebod is. Als we het niet met mekaar eens hoeven te worden, wat voor zin heeft het dan nog om te discussiëren? FUREDI: Er is niet één schuldige. Er zijn ook geen helden. Blijkbaar beleven we een periode in de geschiedenis, die arm is aan ideeën. De overheid speelt wel een rol in de huidige evolutie, omdat ze 'democratie' verwart met 'participatie'. Filisterij en populisme worden haast geprezen. Wie buiten de norm valt en een zekere excellentie nastreeft, is bijna verdacht. Iedereen bereiken, iedereen insluiten, is een doel op zich geworden. De media, maar ook politici en academici, willen alles overdreven simpel voorstellen, zodat iedereen zeker mee kan. FUREDI: Ik geloof heel sterk in toegankelijkheid. Ik schrijf zelf zonder obscure woorden te gebruiken, want die dienen vaak toch alleen maar om indruk te maken. Maar 'simpel' wil niet zeggen 'simplistisch'. Als het enige criterium is of iedereen bereikt wordt, komt de integriteit van het intellectuele product in verdrukking. Er zijn nu eenmaal ideeën en kunstwerken die in eerste instantie bedoeld zijn voor een klein publiek. Als je per se iedereen wilt bereiken, maak je alleen nog maar onzin, crap. Ik vind het idee dat de zaken altijd zo simplistisch moeten worden voorgesteld, trouwens bijzonder beledigend. Alsof we allemaal zo dom zijn dat een politicus of wie dan ook zich als een clown moet verkleden om onze aandacht te kunnen trekken. Wat is er mis met een relevant en duidelijk idee om onze aandacht te trekken? FUREDI: De 'ervaringswereld' van het kind staat tegenwoordig centraal, alle leerstof moet daar zo dicht mogelijk bij aansluiten. Op zich lijkt dat prima, elke goede leraar zal die aansluiting zoeken. Maar het mag geen pedagogisch project worden. De essentie van onderwijs is en blijft de overdracht van een bepaalde leerstof met een eigen logica en integriteit. Het is niet altijd makkelijk om dat over te brengen. Maar het belangrijkste criterium is toch niet hoe relevant je bent voor de leefwereld van je doelgroep, wel hoe goed je lesgeeft. Want met relevantie kun je te ver gaan. Een extreem voorbeeld: in bepaalde scholen in de VS zijn alle 'bergen' uit de leerboeken geschrapt, omdat de kinderen in een regio wonen zonder bergen. FUREDI: Verbazend, niet? Maar in die logica zitten we momenteel. In Engeland hoor je dat ook: Shakespeare, wat heeft die nu nog te maken met deze tijd? Wij onderschatten het vermogen van een kind om zich met zijn verbeelding te verplaatsen in tijd en ruimte. Dat is nu net zo geweldig aan kinderen, dat ze altijd willen weten hoe het elders is, of hoe het vroeger was. FUREDI: Ja. Maar er is een verschil tussen beschermen en betuttelen. In sommige Amerikaanse klassen draagt elk kind een T-shirt waarop staat: I'm special. Geen enkel kind mag falen, ze worden niet meer geconfronteerd met echte uitdagingen. Op die manier isoleer je hen voor alles wat vreemd of eigenaardig of potentieel bedreigend is, je leert hen niet meer wat mislukken is. En zo ontneem je hen de mogelijkheid om te leren wat het betekent om mens te zijn. Risico's nemen hoort daar nu eenmaal bij. FUREDI: Ik geloof dat democratie in een of andere vorm zeker zal overleven. Ik weet niet in welke vorm. Maar ik ben bezorgd over de manier waarop onze democratie wordt uitgedaagd en ondermijnd. Je kunt per slot van rekening alleen een democraat zijn als je gelooft in de mens, in mensen. Als je vindt dat de mens helemaal niet zo veel voorstelt, dan lijkt mij dat geen goede basis om vertrouwen te hebben in de democratie. Ik ben niet noodzakelijk pessimistisch. Maar het intellectuele debat mag stilaan worden aangezwengeld. Door Joël De Ceulaer'De kleine probleempjes van het leven worden grote politieke thema's.''Als we geloven dat we alleen maar destructief kunnen zijn, zúllen we dat ook zijn.''Het voorzorgsprincipe ontkent wat de Verlichting ons heeft bijgebracht.'