Kathleen Claes (41) ceo van The JAVA Coffee Company NV Rotselaar, 40 werknemers

'Mijn overgrootmoeder verkocht in de jaren twintig koloniale waren. In 1935 volgde de eerste koffiebranderij en later bouwden mijn vader en zijn drie broers een groot distributiebedrijf uit dat zich focuste op ziekenhuizen, rusthuizen en scholen. Ik was er als kind al bij betrokken, dan mocht ik helpen tijdens de vakantie. Toen mijn vader de firma veertien jaar geleden overnam, ging mijn broer er werken. Ik stond toen in het onderwijs, maar daar was ik op uitgekeken.
...

'Mijn overgrootmoeder verkocht in de jaren twintig koloniale waren. In 1935 volgde de eerste koffiebranderij en later bouwden mijn vader en zijn drie broers een groot distributiebedrijf uit dat zich focuste op ziekenhuizen, rusthuizen en scholen. Ik was er als kind al bij betrokken, dan mocht ik helpen tijdens de vakantie. Toen mijn vader de firma veertien jaar geleden overnam, ging mijn broer er werken. Ik stond toen in het onderwijs, maar daar was ik op uitgekeken. In 2009 ben ik bij de sales begonnen, met mijn broer als baas. Niet simpel, maar zo kon ik mezelf bewijzen. Alleen, hoe moest het verder? Zouden we de voeding aanhouden of alleen de koffie? En wie werd de nieuwe ceo? Die ambitie hadden mijn broer en ik allebei. Mijn vader maakte het niets uit, zolang wij gelukkig waren en het bedrijf gezond. Er werd met externe consultants een traject opgestart, tot mijn broer totaal onverwachts meedeelde dat hij zijn eigen weg wilde gaan. Uiteindelijk vonden we voor de foodafdeling een externe overnemer en ging ik Java Coffee leiden. Het eerste jaar was niet makkelijk. Ik leer nu om los te laten, met de hulp van erg betrokken medewerkers.' '28 jaar geleden heb ik de zaak opgestart. Als je dan toch zo maniakaal vaak je eigen auto poetst, waarom er dan niet je beroep van maken? Het heeft me nooit gespeten en mijn kinderen zijn erin gegroeid. De oudste zoon (21) hield niet erg van studeren. Zo gauw hij kon, kwam hij meewerken. De tweeling (19) zag hoe hij zich ontplooide en wilde er ook graag bij. Mijn zonen kunnen het goed met elkaar vinden en hebben elk een eigen functie. Hoelang ik dit nog wil blijven doen? Tot ik het niet meer kan, want dit is mijn lust en mijn leven. Wat niet wil zeggen dat ik niet naar hen luister. Als ik hun ideeën goed vind, voeren we ze ook uit. Het doet me plezier te zien hoe ver we het hebben geschopt. We hebben net grote investeringen gedaan in waterzuivering en zonnepanelen, en de milieuvergunning is voor 20 jaar hernieuwd. De zaak is netjes in drieën gedeeld, dat moet lukken. Wel geef ik mijn zonen de raad om hun latere echtgenotes erbuiten te houden. Dat brengt immers moeilijkheden. Als ze als team werken en de problemen uitpraten, komen ze er vast wel uit.' 'Ons familiebedrijf ging in 1923 van start toen Julien Noyen de 'Boucherie du Nord' in Gent overnam. In mijn jeugd heb ik geen ogenblik gedacht aan een carrière in het bedrijf. Mijn broer had een slagersopleiding gevolgd, ik was burgerlijk ingenieur. Ik verhuisde met vrouw en twee kinderen naar Malmédy, maar keerde al na een jaar terug. Ik vroeg pa of ik wat kon helpen in afwachting van een nieuwe baan. Administratie, kostprijsberekening, dat soort dingen. Enkele maanden later vroeg hij plots of mijn broer en ik het niet wilden overnemen. We dachten: de ouwe is het beu, maar hij was pas 54. "Hier is de kassa, ik zit boven als je me nodig hebt", zei pa, en hij heeft zich nooit meer ongevraagd bemoeid. Ondertussen zijn mijn zoon en twee neefjes in het bedrijf gestapt. Ik ben er gerust op en stop over vijf jaar. Dan ga ik leven van de jacht en de visvangst. En dan word ik lid van adviesraden van jonge ondernemers die ons geluk niet hadden en geen bedrijf van pa konden overnemen, maar die toch keihard vooruit willen. Een fijn plan, toch?'