Ondanks de officieel vrije toegang tot hoger onderwijs blijkt de doorstroming niet voor alle laatstejaars van het secundair onderwijs even vanzelfsprekend. Een studieniveau kiezen dat hun capaciteiten ver overstijgt, is een van de oorzaken van falen. Nu is er een instrument waarmee laatstejaars op voorhand belangrijke feedback kunnen krijgen over zowel hun eigen capaciteiten als over de aanvangseisen in hoger onderwijs. 'Daarmee ku...

Ondanks de officieel vrije toegang tot hoger onderwijs blijkt de doorstroming niet voor alle laatstejaars van het secundair onderwijs even vanzelfsprekend. Een studieniveau kiezen dat hun capaciteiten ver overstijgt, is een van de oorzaken van falen. Nu is er een instrument waarmee laatstejaars op voorhand belangrijke feedback kunnen krijgen over zowel hun eigen capaciteiten als over de aanvangseisen in hoger onderwijs. 'Daarmee kunnen ze nodeloze mislukkingservaringen vermijden', zegt gezondheidspsycholoog Geert Wels, die de Chrysostomosproef als proefschrift aan de Leuvense universiteit ontwierp. 'Sommigen grijpen wellicht te hoog. Ik stelde een nieuw soort oriënteringsproef samen die naar de algemene vaardigheden peilt die nodig zijn om alle niveaus van hoger onderwijs aan te kunnen.' De proef telt drie onderdelen: een taalproef (Nederlands, Engels, Frans), een wiskundeproef en een stilleesproef. Elk onderdeel toetst zowel het kennispeil als het potentieel van de laatstejaars. Het kennispeil toont hoe goed ze de leerstof van het secundair beheersen. Wels veronderstelt dat naarmate leerlingen meer kennis vergaard hebben, ze grotere slaagkansen hebben in hoger onderwijs. Het potentieel is te omschrijven als de algemene cognitieve vaardigheid die nodig is om hoger onderwijs met voldoende kansen op welslagen aan te vatten. Dat aspect omvat de capaciteiten waarover de jongere beschikt, los van het onderwijs dat hij op het ogenblik van de toets volgt. Wie uit een zwakkere richting komt of zich onvoldoende inzet, kan zijn gebrek aan schoolse kennis in dat onderdeel compenseren. Hij kan tonen alsnog over voldoende cognitieve vaardigheden te beschikken. Daarom zijn inzicht en logisch denken belangrijke elementen in de proef. Omgekeerd kan de proef harde werkers, de zogenaamde overpresteerders, tijdig op hun veeleer lage algemeen cognitieve vaardigheidspeil wijzen. 'De Chrysostomosproef is pas zinvol als ze in het breder kader van het studiekeuzeproces en de begeleiding is ingebed', zegt Wels. 'De proef mag zeker niet als selectiecriterium gehanteerd worden.'Studax, Adviesbureau studiekeuzebegeleiding, Geert Wels, Zavelstraat 19, 3010 Kessel-Lo (016-89 66 68 of www.studax.be)