Eind april. De sneeuw smelt dit jaar vroeger dan gewoonlijk in de bergen van Kasjmir. Groepen islamitische militanten trekken over de bergruggen van de Himalaya, die van Pakistaans Kasjmir tot in Indiaas Kasjmir lopen. Op die ijzige hoogten van drie- tot vijfduizend meter en meer, heeft het Indiase leger zijn stellingen in de rots gehakt, haast onneembaar. Daarboven is alleen nog sneeuw. Beneden loopt de weg van Srinagar, de hoofdstad van Indiaas Kasjmir, naar Leh in Ladakh. Elke winter, net voor vorst en sneeuw de bergen ontoegankelijk maken, ontruimt het Indiase leger die stellingen. Als de sneeuw smelt, komen ze terug en en worden de bergposten weer bemand.
...

Eind april. De sneeuw smelt dit jaar vroeger dan gewoonlijk in de bergen van Kasjmir. Groepen islamitische militanten trekken over de bergruggen van de Himalaya, die van Pakistaans Kasjmir tot in Indiaas Kasjmir lopen. Op die ijzige hoogten van drie- tot vijfduizend meter en meer, heeft het Indiase leger zijn stellingen in de rots gehakt, haast onneembaar. Daarboven is alleen nog sneeuw. Beneden loopt de weg van Srinagar, de hoofdstad van Indiaas Kasjmir, naar Leh in Ladakh. Elke winter, net voor vorst en sneeuw de bergen ontoegankelijk maken, ontruimt het Indiase leger die stellingen. Als de sneeuw smelt, komen ze terug en en worden de bergposten weer bemand. Maar deze lente waren de islamitische "infiltranten" daar dus. Volgens Indiase bron goed gewapende, goed getrainde kerels met voldoende uitrusting en proviand voor een maandenlang verblijf in de ijle kou. Niet zomaar een paar dozijn guerrillastrijders, zoals in het verleden, maar wel zevenhonderd man. Die waren daar niet om wat te schermutselen, zoals in de afgelopen acht of negen jaar. Zij kwamen daar, zeiden de Indiërs, om de strategische hoge grond te bezetten, en de al even strategische weg beneden af te snijden. Dat gebeurde laatst in 1965 en toen kwam er een open oorlog van. Op 8 mei beginnen ze te schieten. De Indiërs hebben artillerie laten aanrukken en trachten de infiltranten van de berg te knallen. De Pakistanen schieten terug om de militanten dekking te geven. 50.000 of meer Kasjmiri's ontvluchten de obussenregen op hun dorpen aan weerszijden van de grens. Op 26 mei zet India voor het eerst zijn luchtmacht in, om met Migs en Mirages 2000 de artilleriebeschietingen kracht bij te zetten. Experts zijn het erover eens dat de infiltranten goed verschanst zitten, veel hoger dan het Indiase leger en dus relatief veilig. Op 27 mei schieten de Pakistanen twee Indiase Mig gevechtsvliegtuigen neer, waarvan ze beweren dat die het Pakistaanse luchtruim zijn binnengedrongen. Goed twee weken later beweren de Indiërs dat ze een groot aantal infiltranten hebben gedood, en dat die nu bijna allemaal vertrokken zijn. Anderen twijfelen daaraan. Beide landen hebben, op verzoek van Pakistan, diplomatieke gesprekken aangeknoopt, waarvoor de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken, Sartaj Aziz, vorige zaterdag naar New Delhi zou gaan. Na herhaalde weigeringen had de Indiase premier Atal Behari Vajpayee dat gesprek uiteindelijk toch aanvaard. Maar terwijl dit geschreven wordt, lijkt een goede afloop verre van zeker: in India is er grote opschudding over het feit dat de lijken van de neergeschoten piloot en van vijf Indiase soldaten die door Pakistan uitgeleverd werden, kogelwonden en verminkingen vertonen die wijzen op marteling. Wat Pakistan dan weer ontkent, maar voor het eerst in deze episode van het conflict lijkt de publieke opinie verhit te raken, en aangezien in India een verkiezingsstemming heerst, kan dat het gevaar vergroten. DE STAAT JAMMU EN KASJMIRHet conflict over de staat Jammu en Kasjmir, zoals de officiële benaming luidt, dateert al van bij de deling van India in 1948. India en Pakistan hebben er al twee oorlogen over gevoerd. Het gebied wordt door een meerderheid van moslims bewoond, en daarom eist Pakistan het op. India beschouwt Kasjmir dan weer als een bakermat van zijn cultuur en wil het om die reden niet afstaan. Ten tijde van de deling was het probleem dus onoplosbaar. In principe stellen VN-resoluties dat de bevolking van Jammu en Kasjmir zich moet uitspreken over de vraag of ze onafhankelijkheid wil, of bij Pakistan of India wil aansluiten. New Delhi weigert steevast dit te aanvaarden omdat het vreest dat zo'n referendum in zijn nadeel zou kunnen uitvallen. Jammu en Kasjmir bestaat in feite uit drie gebieden: de Kasjmirvallei met Srinagar, Jammu, en Kargil en Ladakh. Als resultaat van de Indiaas-Pakistaanse oorlogen is het in tweeën verdeeld door een scheidingslijn. Het gebied ten noorden daarvan heet in India "POK" of "Pakistan Occupied Kasjmir", het gebied ten zuiden ervan heet in Pakistan "IOK" of "India Occupied Kasjmir". Negen jaar geleden begon een opstand tegen Delhi in de Kasjmirvallei, die door India beantwoord werd met troepen en massale repressie. Dertigduizend doden later blijft het probleem onopgelost. De latente islamitische rebellie in Indiaas gebied wordt door Pakistan moreel gesteund (ook financieel en militair, met infiltranten en zelfs eigen militairen, zegt India), en door New Delhi met harde hand onderdrukt: één reden voor India om in Jammu en Kasjmir geen centimeter toe te geven, is dat onafhankelijkheid voor die regio het begin zou kunnen zijn van het uiteenvallen van het land. Tegen die achtergrond is geweld dus de regel in de zone. Toch is wat nu is gebeurd ongewoon. De Pakistaanse waarnemer Rahimullah Yusufzai, die niet van pro-Indiase sympathieën verdacht kan worden, heeft het over een nieuwe situatie die de zaak heel wat gevaarlijker maakt: ten eerste ziet het ernaar uit dat de opstand tegen India, die vanuit de voornamelijk islamitische Kasjmirvallei is overgewaaid naar Jammu waar ook veel hindoes wonen, nu ook Kargil en Ladakh, waar veel boeddhisten wonen, heeft bereikt. Dat zal de godsdienstspanningen verhogen en ze in het leven roepen waar ze nog niet aanwezig waren. Ten tweede zijn nu zware artillerie en gesofistikeerde wapens naar het gebied gebracht die er voorheen óók niet waren, zodat er veel meer doden zullen vallen. En ten derde gebruikt New Delhi nu ook zijn luchtmacht, wat niet alleen Pakistan, maar ook India in een vervelende situatie brengt. Niemand verliest immers uit het oog dat beide landen net een jaar geleden de wereld lieten opschrikken met hun nucleaire proeven. Men gaat er nu van uit dat ze allebei gebruiksklare atoombommen hebben, ook al zeggen ze die niet te willen gebruiken. Het is waarschijnlijk zo, zegt Yusufzai, en daar lijkt iedereen het wel over eens te zijn, dat Pakistan op een onhandige manier heeft geprobeerd het conflict te internationaliseren, en buitenlandse bemiddelaars van de VN, de VS, de Europese Unie of van waar dan ook bij de kwestie Kasjmir wou betrekken. Maar al die landen hebben geweigerd zich met de zaak te bemoeien. Washington stuurde een brief dat Pakistan aan zijn kant van de grens moest blijven. Alleen de Taliban in Afghanistan stuurden gelukwensen - die hadden volgens de Indiase bronnen ook het gros van de "infiltranten" geleverd. Het heeft er dus alle schijn van dat de Pakistaanse premier Nawas Sharif, in groeiend isolement en onder grote externe en interne druk, aan een avontuur is begonnen. En dit drie maanden na de plechtige verklaring van Lahore, afgelegd samen met de Indiase premier Vajpayee die daarvoor speciaal met de bus naar Pakistan gekomen was. Daarin stond dat beide landen naar ontspanning en overleg zouden werken, nu ze allebei kernwapens hadden en geen oorlog meer konden voeren, met name ook over Kasjmir. Nawas Sharif zit met een lekke economie die nog verder gekelderd wordt door de internationale sancties tegen Pakistan wegens die kernproeven - Pakistan, veel kleiner en armer dan India, lijdt daar veel sterker onder dan zijn grote buur. Er is ook de groeiende ontevredenheid bij de bevolking, de politieke dreiging van islamitisch fundamentalistische partijen die aan een sluipende staatsgreep bezig zijn (de "talibanisatie" van Pakistan), en het gemor van het militaire establishment, dat alleen maar geen staatsgreep pleegt omdat het er al drie gepleegd heeft en ondervond dat het de problemen van Pakistan zelf ook niet meester is. Het bewind van Nawas Sharif wordt hoe langer hoe meer autoritair. Door een islamitisch uitstapje in hoog Kasjmir hoopt hij misschien bij leger en moslims weer wat respijt te krijgen. Of dat gelukt is, weet men dus niet. Maar er zijn weer zoveel doden bij gekomen, Pakistan is weer wat armer geworden, en het probleem van Jammu en Kasjmir is geen millimeter dichter bij zijn oplossing geraakt. Sus van Elzen1