Foto's Maria Fialho
...

Foto's Maria FialhoToen in 1997 de Britse kroonkolonie Hongkong teruggegeven werd aan de nog 'communistisch' hetende Chinese Volksrepubliek, waren de politieke rampscenario's legio. Hoewel veel was afgesproken, op papier gezet en ondertekend, twijfelde menigeen eraan dat de Chinese leiding in Peking zich aan het gegeven woord zou houden. We zijn nu vijf jaar verder, en wie in Hongkong komt, hoort niet meer over politiek spreken. De ramp is niet gebeurd. Peking heeft zijn woord gehouden, het is de wereldeconomie die, eerst met de Aziatische financiële crisis, de schitterende stad verraden heeft. Hongkongers maken zich geen problemen meer over politiek, maar des te meer over economie. En toch zijn er ook politieke zorgen. Stephen Lam (47) is sinds juli 2002 secretaris voor constitutionele zaken in de regering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong onder chief executive Tung Chee Hua. De functie plaatst hem, dicht bij C.H. Tung, hoog in het bestuur van die zo speciale stad die Hongkong nog steeds is. Hij houdt alles in het oog wat de invulling van de 'basic law' - Hongkongs minigrondwet - aangaat, en de werking van het regime van 'één land, twee systemen' dat Hongkong toegelaten heeft, na de teruggave door het Verenigd Koninkrijk, tegelijk een deel van de Chinese Volksrepubliek te worden, en toch Hongkong te blijven. Lam geeft uitleg over onder meer de aan Peking beloofde nieuwe wet ('artikel 23') over landverraad en subversie, die democraten en mensenrechtenactivisten de daver op het lijf jaagt, maar toch met alle geweld goedgekeurd zal worden. Men zegt: om de greep van Peking te verstevigen. STEPHEN LAM: Ga terug naar 1997, en je ziet dat de zorgen die de mensen zich toen maakten over de politieke toekomst van Hongkong, ongegrond zijn gebleken. Het respect voor de mensenrechten, de vrijheden die in Hongkong zo belangrijk blijven, de rechtsstaat en de onafhankelijke rechtspraak, onze internationale relaties, de afscheiding van onze monetaire aangelegenheden van die van het vasteland, het aparte lidmaatschap van de Wereld Gezondheidsorganisatie van Hongkong: het is allemaal intact en het werkt zeer goed. Sinds 1997 hebben wij twee verkiezingen voor de Wetgevende Raad (de Legco, Legislative Council) gehad, met een opkomst van meer dan 50 procent van het electoraat, wat naar Hongkongse normen een vrij mooie opkomst is. Dat toont aan dat de mensen vertrouwen hebben in ons regime van basic law en 'één land, twee systemen'. De moeilijkheden waar de regering voor staat, zijn veeleer economisch dan politiek van aard. Heel de wereld zit met een economische vertraging, en onze grootste markten in Europa en Noord-Amerika lijden daaronder. Toch zijn wij goed doorheen de Aziatische financiële crisis geraakt, ten dele juist dankzij de systemen die in de basic law bepaald zijn. En ook omdat de groei in zakenvolume en investeringsmogelijkheden op het vasteland ons meer ruimte voor expansie heeft geboden dan de rest van Zuidoost-Azië. Wij zitten immers vlak naast de snelst groeiende economie ter wereld. Natuurlijk moeten wij onze economie herstructureren, en opwaarderen. Maar dat is ten dele mogelijk door het systeem van 'één land, twee systemen'. Dat ook daarom zeer belangrijk is voor ons. LAM: Hongkong heeft tot 1985 geen verkiezingen voor de Legislative Council gekend. En dat waren toen geen directe, maar indirecte verkiezingen. Rechtstreekse verkiezingen zijn begonnen in 1991. Nu zijn we zover dat 40 procent van onze wetgevers direct verkozen is en 60 procent indirect. In 2004 wordt dat 50 procent rechtstreeks verkozenen. Dus we gaan gestaag vooruit. Daarbij wordt sinds 1997 ook de chief executive verkozen, voordien werd hij aangesteld door Londen. In het verkiezingscomité zitten nu 800 mensen die alle sectoren van de gemeenschap vertegenwoordigen, van vakbonden tot zakenlui over parlementairen en geestelijken, zodat het een soort miniversie van Hongkong is. Vaak begrijpt men dat verkeerd in het buitenland, en dan lees ik dat dit comité aangesteld is door Peking. Maar dat is het niet! Het is verkozen in Hongkong, de grote meerderheid van de mensen erin zijn verkozen. De chief executive moet de belangen van verschillende sectoren van deze gemeenschap vertegenwoordigen. Misschien is dat systeem anders dan wat u in Europa hebt, maar zeker is het een vooruitgang op wat wij hadden vóór 1997. Nu zegt de basic law dat we gestaag en ordelijk voort moeten gaan op die weg. En ze zegt ook dat we aandacht moeten schenken aan de veiligheidssituatie in Hongkong. Het einddoel is algemeen stemrecht voor de Legco én voor de chief executive. Een datum zit daar niet aan vast: na 2007. Als we dat dan verder willen veranderen, hebben we daarvoor de steun van de Legco en de instemming van de chief executive nodig. En tussen nu en die datum zal mijn bureau een breed opinie-onderzoek houden, over hoe we tot een zo breed mogelijke consensus kunnen komen in de gemeenschap over hoe het verder moet. Daar zijn we nu nog niet mee bezig. Wat ons nu bezighoudt, is de verkiezing van districtsraden in november 2003, en de Legco-verkiezingen in september 2004. LAM: Alle landen moeten hun nationale veiligheid beschermen, ook Hongkong. Het enige unieke aan Hongkong is dat het een common law-rechtsstelsel (naar Angelsaksisch model) heeft, dat verschilt van dat van het vasteland, en dat Peking daarom Hongkong gemachtigd heeft om zijn eigen wetgeving over nationale veiligheid te maken. Wij zijn daarvoor verantwoordelijk, en we horen dat ook te doen. Vóór 1997 hadden wij ook al wetten tegen opruiing en landverraad, en onze nieuwe wetsvoorstellen zijn gebaseerd op de principes van common law, en afgestemd op onze internationale verplichtingen en overeenkomsten inzake mensenrechten. Ten eerste zal onder de nieuwe wet niemand een overtreding begaan tenzij er een duidelijk misdadige bedoeling is, en ook bepaalde daden die daarmee samengaan. Het louter uiten van een mening is niet genoeg om vervolgd te kunnen worden: daar moet ophitsing tot landverraad bijkomen, of plannen om de regering ten val te brengen. Gewelddaden dus, of ophitsing daartoe, zijn noodzakelijke complementen van de misdadige bedoelingen. Ten tweede moeten al onze wetten verenigbaar zijn met de mensenrechten die beschermd worden door internationale convenants van burgerlijke en politieke rechten, die door Hongkong ondertekend zijn. Wij zullen dus vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en zo blijven verdedigen. Maar mensen die verder willen gaan en landverraad plannen of de regering willen omverwerpen, zullen we tegenhouden. Maar we leggen de lat heel hoog voor de nieuwe wet. LAM: Bekijk het op die manier: dit is 'één land, twee systemen', maar Hongkong is wel een stuk van China. En als een stuk van China zijn wij verantwoordelijk voor ons aandeel in de bescherming van het land. Natuurlijk hebben wij ook veel wetten die Hongkong beschermen. Men kan niet zomaar aan het muiten slaan op straat. Nee. Maar wij zijn in China. Bij onze studie van deze wetsvoorstellen hebben we ze vergeleken met landverraadwetgeving in de Verenigde Staten, in Canada, in het Verenigd Koninkrijk, in Singapore en elders. En wij doen niets dat anderen in heel de wereld niet doen! Ik ben er zeker van dat jullie in België wetten tegen landverraad hebben. Dus waarom wij niet? U zegt: klinkt goed. Ik veronderstel dat u dan nog twijfelt? LAM: Ah, kom over een paar jaar terug en u zult zien dat onze wet gehandhaafd wordt volgens de beste tradities van respect voor mensenrechten en vrijheden van Hongkong. De tijd zal bewijzen dat Hongkong sterk genoeg is om zichzelf in stand te houden. Niemand staat hier boven de wet. Zeker de regering niet. LAM: Twee mensen beslissen daarover. Ik niet, en Peking ook niet. De secretaris van Justitie beslist wie al dan niet moet worden vervolgd. De Chief Justice en het gerecht beslissen of iemand een overtreding heeft begaan. Dus niet de politieke ministers in Hongkong of in Peking. Die twee luisteren naar niemand, zelfs niet naar de chief executive. Punt uit. Sus van Elzen'Onder de nieuwe wet zal niemand een overtreding begaan, tenzij er een duidelijk misdadige bedoeling is.'