Sinds 2002 stimuleert onderwijs-Vlaanderen een week van de diversiteit rond 14 februari. Wat Valentijn ermee te maken heeft, is een raadsel, maar voor een valentijnsviering moet je met twee zijn. Diversiteit dus.
...

Sinds 2002 stimuleert onderwijs-Vlaanderen een week van de diversiteit rond 14 februari. Wat Valentijn ermee te maken heeft, is een raadsel, maar voor een valentijnsviering moet je met twee zijn. Diversiteit dus. Vooral in grote treinstations als Brussel-Zuid of Rotterdam kun je diversiteit in één oogopslag vatten: orthodoxe Joden, moslimvrouwen met of zonder hoofddoek, Afrikaanse mensen in kleurige batikkleding, jongeren wier jeans naar moeders maatstaven te laag op hun heupen hangt, meisjes in minitopjes, vijftigers die genieten van actieve vrije tijd... Kortom: veelkleurigheid. Diversiteit is een boeiend wetenschappelijk thema. De stille observator in het station registreert vooral zichtbare verschillen, zoals geslacht of etniciteit. De feitelijke leeftijd hoort er al niet meer bij. De veelkleurigheid groeit als je rekening houdt met minder zichtbare verschillen, zoals sociale klasse, nationaliteit of scholingsgraad. Levensbeschouwelijke overtuiging of seksuele geaardheid zijn soms wel, soms niet zichtbaar. De persoonlijke levensgeschiedenis verfijnt het diversiteitsverhaal verder. Vraag is aan welk soort verschillen mensen aanstoot nemen. Uit onderzoek blijkt dat vooral gender- en etnische verschillen weerstand kunnen oproepen. Met leeftijdsdiversiteit hebben mensen minder moeite. Vermoedelijk speelt hier het eenvoudige in-group-, out-group-denken: is het een van ons, is het geen van ons? Geslacht verdeelt: de meeste mensen kunnen niet overstappen van man naar vrouw of vice versa. Iemand blijft 'de ander', geen van ons. Terwijl leeftijd verbindt: ooit waren we allen jong, ooit zijn we allen oud. 'Diversiteitsbeleid' is uitgegroeid tot een nieuw hoerabegrip, ook voor beleidsmakers. De term wordt voorgesteld als alternatief voor hokjesdenken: doelgroepenbeleid zal iets organiseren voor allochtonen, of voor mensen met een functiebeperking, of voor vrouwen. Maar op welke activiteit is de gehandicapte vrouw van allochtone origine dan welkom? Dwarsverbindingen zijn nodig. Taal is een belangrijk aspect van diversiteit. Na twaalf jaar Tilburgse tewerkstelling kan ik nog bijna dagelijks mijn actieve of passieve taalschat verrijken: introducés, jus d'orange, de uitdrukking 'vet zeg'... het went langzaam. Bijzondere dank ben ik sinds 2000 verschuldigd aan de KRO voor zijn affiches 'het gevoel dat je wilt delen', met een madonna én ontblote borst. Sindsdien wacht ik niet langer in een eenvoudig bushok, maar in een abri. De Nederlandse minister Rita Verdonk wil minder Surinaams of Swahili op de trein of op straat. Geef mij maar wat minder Franse of Engelse leenwoorden verweven in onze taal en laat haar eigen rijkdom bloeien, ook in de collegezalen. De academische wereld blijkt extra gevoelig voor leenwoorden. In een Tilburgse tekst over onderwijsvernieuwing vind ik op één pagina verwijzingen naar issues, modulaire streams en facultaire researchspecialismen. Terzelfder tijd vragen we ons af hoe zwaar (Nederlandstalige) schrijfvaardigheden in studentenopdrachten wegen. Misschien moet minister Verdonk eens overleggen met haar collega van Onderwijs. Uit deze taalkwestie blijkt immers hoe belangrijk het perspectief is vanwaaruit mensen kijken. En welke groepen ze viseren. Ten slotte is er nog het Tilburgse voornemen om tegen 2010 Engels als voertaal te hanteren op de campus. Hoe saai wordt het lesgeven dan: humor of een fijne woordspeling in een taal die niet je moedertaal is? Diepe zucht: quo vadis, lingua nostra? VEERLE DRAULANS DOCEERT ETHIEK AAN DE TFT-UNIVERSITEIT VAN TILBURG EN GENDERSTUDIES AAN DE KU LEUVEN.Veerle Draulans