Rudy van Hoof, diensthoofd studie-informatie Universiteit Antwerpen: 'De voorbereiding in het secundair onderwijs geeft de doorslag.'
...

Rudy van Hoof, diensthoofd studie-informatie Universiteit Antwerpen: 'De voorbereiding in het secundair onderwijs geeft de doorslag.''Een academische bacheloropleiding is een intensieve studie. We merken dat studenten die in het secundair onderwijs weinig wiskunde hebben gekregen soms moeilijkheden hebben met vakken zoals statistiek of chemie. Belangrijk is dat we al onze studenten wekelijks studiebegeleiding aanbieden. Sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur is de academische masteropleiding ook toegankelijk voor studenten die van de hogeschool komen. Om de overstap te maken, moeten ze een schakel- of overgangsjaar volgen.' Irène Hermans, coördinatrice schoolbeleid Katholieke Hogeschool Leuven: 'De universiteit en de hogeschool verschillen van elkaar, maar ze zijn wel gelijkwaardig.''Elk systeem heeft voor- en nadelen. De studenten moeten zelf uitmaken wat voor hen de doorslag geeft. Sommige studenten komen terecht op onze school nadat ze aan de universiteit een slechte ervaring hebben gehad. Voor hen is het jammer dat ze hun niveau niet hebben kunnen inschatten aan het begin van hun opleiding. Bovendien is het vandaag moeilijker geworden om een keuze te maken. Sommige studierichtingen kun je zowel op academisch als op professioneel niveau volgen. Omdat de afbakening tussen beide niet altijd even duidelijk is, gebeurt het weleens dat studenten uit overmoedigheid kiezen voor de universiteit.' Katelijne Maus, eerstejaars geneeskunde, Universiteit Gent: 'Dat ik de naam van honderden spiertjes vanbuiten moet leren, heeft echt wel nut.''Dat op de universiteit veel theorie en weinig praktijk zou worden gegeven, moet ik toch tegenspreken. Vorig jaar volgde ik nog de richting burgerlijk ingenieur met specialisatie in de architectuur, en die opleiding was heel praktijkgericht. Het verschil met de richting architectuur op het niveau van een hogeschool is dat je op de universiteit ook inzicht leert krijgen in de constructie van een gebouw. Maar die richting was te subjectief voor mij, architectuur is nog altijd een kunst. Nu studeer ik geneeskunde en heb ik meer het gevoel dat ik een doel voor ogen heb. Dat ik de naam van honderden spiertjes vanbuiten moet leren, heeft echt wel nut. We leren nu eerst de theorie, om die daarna in de praktijk te kunnen brengen. Voor die lessen worden we ingedeeld in kleinere groepjes, wat de begeleiding door de docenten heel wat gemakkelijker maakt.' Katrien Jansen, derdejaars maatschappelijk werk, XIOS, hasselt: 'Eerst hogeschool, dan universiteit.''Toen ik mijn secundair diploma op zak had, had ik het moeilijk om te kiezen tussen de universiteit of de hogeschool. Ik heb drie jaar geleden het zekere voor het onzekere genomen en gekozen voor sociaal werk. Daar ben ik blij om. Die opleiding sloot perfect aan bij de richting humane wetenschappen die ik daarvoor had gevolgd. Misschien kies ik volgend jaar nog wel voor de universiteit. De afgelopen jaren waren geen lachertje. Het persoonlijke contact met de docenten is minimaal op onze school. Voor alle lessen zitten we bijeengepropt in een aula, enkel voor het vak communicatie werden we opgesplitst in kleinere groepjes. In het tweede en derde jaar volg je een stage, waardoor je in een professionele omgeving praktijkervaring kunt opdoen.'