In een aantal Franstalige media heeft minister van Financiën Didier Reynders (MR) vorige week laten vallen dat hij werkt aan een hervorming van de regelgeving over de spaarrekeningen. Reynders denkt aan een verplichte unieke premie: één getrouwheidspremie die minstens een kwart van de basisrentevoet moet bedragen (dus: 1 % premie als de basisrentevoet 4 % is).
...

In een aantal Franstalige media heeft minister van Financiën Didier Reynders (MR) vorige week laten vallen dat hij werkt aan een hervorming van de regelgeving over de spaarrekeningen. Reynders denkt aan een verplichte unieke premie: één getrouwheidspremie die minstens een kwart van de basisrentevoet moet bedragen (dus: 1 % premie als de basisrentevoet 4 % is). Zo weinig bereidwillig als de minister en zijn kabinet zijn om meer toelichting te geven, zo happig zijn de banken en de consumentenorganisaties. Bij Test-Aankoop willen ze wel graag minder frivoliteiten in de voorwaarden die banken stellen, maar houden ze niet van een verplichte premie. Die werkt in hun ogen alleen in het voordeel van de grootbanken die een hoge basisrentevoet willen vermijden: 'Als Reynders een minimumpremie verplicht, zal de basisrentevoet niet lang op 4,25 procent blijven staan', zegt woordvoerder Ivo Mechels somber. 'Het is net omdat kleine banken en internetbanken niet verplicht waren om meer dan 0,01 procent aangroei- of getrouwheidspremie aan te bieden, dat ze een hoge basisrente konden toekennen. En daardoor bleven ook de grootbanken verplicht om hun basisrente op een behoorlijk peil te houden. In het voordeel van de spaarder.' De banksector zelf legt een heel ander accent. Gedelegeerd bestuurder Michel Vermaerke van de overkoepelende federatie voor de Belgische financiële sector Febelfin verwijst naar de wezenlijke economische functie van banken: het verzamelen van geld op korte termijn (bij spaarders) om het voor langere termijnen uit te lenen (voor investeringen). Als bank kun je het dus niet hebben dat heel veel spaarders tegelijk hun geld opvragen om het elders te plaatsen, telkens wanneer een of andere concurrent een kwart procent meer basisrente geeft. Vandaar dat de banken het huidige systeem zo genegen zijn: de beperkte basisrente maakt het mogelijk om op de eigenlijke bankactiviteit (het doorschuiven van kapitalen naar investeerders) iets te verdienen; de aangroeipremie stimuleert het publiek om regelmatig wat bij te sparen en de getrouwheidspremie moedigt ze aan om niet te veel met het spaargeld heen en weer te schuiven. Bij Test-Aankoop geloven ze niets van dat zogenaamde 'stabilisatieargument'. 'Mensen sparen niet meer of niet minder omwille van die premies', concludeert Ivo Mechels uit de massale vlucht van veel spaarders tijdens de voorbije weken. 'Die premies dienen in feite alleen om de concurrentie rond de basisrentevoet uit te hollen. We hebben de voorbije jaren duidelijk gezien hoe de kleinere banken en de internetbanken de grote banken verplicht hebben hun basisrentevoet naar een vrij hoog peil te brengen. De verplichting om een substantiële premie aan te bieden, zal de basisrentevoeten zeker doen dalen.' Luc Baltussen