De wittebroodsweken van de paars-groene coalitie zijn voorbij. Vorige week al kwam het tot verbaal geweld tussen Luc Coene, kabinetschef van premier Guy Verhofstadt, en voorzitter Kris Peeters van het christelijk middenstandsverbond. Coene beschuldigde Peeters ervan met zijn politiek gestook hand- en spandiensten te verlenen aan de CVP. Peeters zei dan weer dat Coene zich bezondigde aan achterhaald "zuil-denken". De ruzie werd uiteindelijk bijgelegd, maar ze is tekenend voor de heersende sfeer in de Wetstraat.
...

De wittebroodsweken van de paars-groene coalitie zijn voorbij. Vorige week al kwam het tot verbaal geweld tussen Luc Coene, kabinetschef van premier Guy Verhofstadt, en voorzitter Kris Peeters van het christelijk middenstandsverbond. Coene beschuldigde Peeters ervan met zijn politiek gestook hand- en spandiensten te verlenen aan de CVP. Peeters zei dan weer dat Coene zich bezondigde aan achterhaald "zuil-denken". De ruzie werd uiteindelijk bijgelegd, maar ze is tekenend voor de heersende sfeer in de Wetstraat. De dioxinecrisis begint haar tol te eisen. Maandenlang al staan het land en zijn regering onder "nationale stress" zoals Peter Sloterdijk dat noemt. Stress ten gevolge van alweer een botsing van het vooruitgangsgeloof met de werkelijkheid, in dit geval een spectaculair geval vandioxine- en PCB-vervuiling in de voedselketen. De bijeenkomsten op de Wetstraat 16 van regeringsleden met vertegenwoordigers van landbouworganisaties, varkens- en kippenkwekers, vlees- en eierexporteurs, fabrikanten van veevoeders, van kleine en middelgrote ondernemingen, zelfs van de banken, worden een dagelijks ritueel. Na afloop komt premier Guy Verhofstadt telkens moederziel alleen - zoals zijn media-adviseurs hem voorschrijven - uitleggen welke maatregelen zijn regering zal nemen en hoeveel financiële middelen worden uitgetrokken. Tenminste, als Europa dat allemaal goedkeurt. De regering heeft zes miljard frank vrijgemaakt om allerhande opkoopregelingen en steunmaatregelen te betalen - wat gelet op het mogelijke begrotingstekort al bijzonder genereus is. Regeringscommissaris Freddy Willockx schat dedioxinefactuur op zo'n twintig miljard frank, waarvan driekwart uiteindelijk door de federale overheid zal worden betaald. Onvoldoende voor de middenstandsorganisatie NCMV. Die wil bovendien een dioxinelening van meer dan tien miljard frank voor steun aan noodlijdende bedrijven. Maar niet alleen de middenstanders en de boerenorganisaties willen nu eens "echt geld" zien. Momenteel hebben de Belgische banken volgens de Commissie voor het Bank- en Financiewezen zo'n 400 miljard frank kredietlijnen openstaan in de sectoren getroffen door de dioxinecrisis. Dat stemt hun raden van bestuur onrustig. Want het verlies van ook maar een deel van die kredieten zal de bankwinsten drukken, en dat zien ze daar niet graag. Tot nu toe tonen die banken zich alleen principieel bereid de getroffen landbouwbedrijven op de een of andere manier te steunen. Opmerkelijk: het woord solidariteit is tijdens de bijeenkomsten in de ambtswoning van de premier zelden gevallen. Nochtans was dat de inzet - solidariteit met en sociale steun aan de leden - bij de stichting van organisaties als Boerenbond en NCMV. De zorg voor de leden hebben de organisaties doorgeschoven naar de overheid, en vooral naar Europa. Het landbouwbeleid van de Europese Unie, om niet te zeggen de Unie zelf, werd uitgedacht om de overschotten van Nederlandse melk, Duits vlees en Frans graan te gelde te maken door ze een eigen Europese afzetmarkt te bezorgen. Een lovenswaardig project dat gaandeweg is verworden tot een onafgebroken hold-up op de Europese kassen. De landbouwproductie werd mateloos opgevoerd tot we bezweken onder de boter-, graan- en vleesbergen. Al die overschotten naar de interventievoorraad afvoeren, was op de duur winstgevender dan ze op de wereldmarkt verkopen. De kosten voor de operatie waren geheel voor rekening van de Europese verbruikers die, bij wijze van tegenprestatie, jaarlijks een rantsoen goedkope kerstboter mochten inslaan. Het inkomen van de boer, zij het in mindere mate dan dat van de groothandelaar in landbouwproducten, leek op die manier verzekerd. Tot ook Europa noodgedwongen op de rem ging staan. Toen moesten de rekeningen van het verleden worden betaald. De inkrimpingen werden meteen doorberekend aan de boer. Die zag zich uiteindelijk verplicht de Europese quota voor zijn boerderij door te verkopen aan de agro-industrie. Sindsdien moet elke toegeving van de landbouwsector door de regeringen worden afgekocht. De afbouw van de varkens- en veestapel, het terugdringen van de nitraatgehaltes, op alles staat een prijs. Dat heet dan fiscale beloning. Het klinkt in elk geval minder brutaal dan chantage.Rik van Cauwelaert