Nee, er moet niet worden gegniffeld om dat gekke hoedje dat Luc Van den Brande vorige week in Zuid-Afrika op het hoofd gedrukt kreeg. Want het was geen gek hoedje, wel een oprecht eerbetoon. En hoewel het ding er inderdaad uitzag als een lampenkap, de vergelijking daarmee gaat mank.
...

Nee, er moet niet worden gegniffeld om dat gekke hoedje dat Luc Van den Brande vorige week in Zuid-Afrika op het hoofd gedrukt kreeg. Want het was geen gek hoedje, wel een oprecht eerbetoon. En hoewel het ding er inderdaad uitzag als een lampenkap, de vergelijking daarmee gaat mank. Even mank als de vergelijking die de minister-president maakte tussen de Waarheidscommissie die nu in Zuid-Afrika aan het werk is, en de repressie in België na de Tweede Wereldoorlog. Organiseerde Zuid-Afrika meteen na het opdoeken van de apartheid de verzoening van blank en zwart via die Waarheidscommissie, dan slaagt België er na een halve eeuw nog altijd niet in om de ?naweeën? van de oorlog op te ruimen, aldus Van den Brande. Maar hij sprak daarmee geen mea culpa uit. Hij gaf een schijnbaar abstract ding genaamd ?België? de schuld, alsof het over een vreemde bezettingsmacht ging. Of alsof zijn eigen partij, de CVP, in dat naoorlogse België niet de belangrijkste politieke kracht was. Het principe van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie berust op een openlijk erkennen van verantwoordelijkheid voor onrecht en schendingen van de mensenrechten. En daarmee wordt natuurlijk in de eerste plaats het apartheidsregime bedoeld. Maar tegelijk belijdt ook het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) de zonden die het beging in zijn strijd voor democratie. Dat Zuid-Afrika voor deze methode koos, berust op zowel principiële redenen van billijkheid als op praktische overwegingen. Want Nelson Mandela weet ook dat een al te repressieve aanpak het nieuwe Zuid-Afrika niet zou hebben gediend : de rijke blanken zouden massaal het land hebben verlaten. Om ongeveer dezelfde reden is in België na de Tweede Wereldoorlog nooit echt werk gemaakt van de bestraffing van de economische collaboratie. Omtrent dat Vlaamse collaboratie-verleden (want daar had Van den Brande het natuurlijk over) is er nooit veel sprake geweest van enige erkenning van schuld. Integendeel, het onverwerkte verleden, de rancune om de verloren oorlog en de mislukte collaboratie of de eis tot een onvoorwaardelijke amnestie, hebben een uitgesproken anti-Belgisch ressentiment in het Vlaams-nationalisme gebracht. It takes two to tango, niet alleen in de liefde, maar ook in de verzoening. Van den Brandes uitspraak roept nog een andere gedachte op. Zouden de verantwoordelijken van Vlaamse clubs als Protea, die het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime altijd onvoorwaardelijk hebben gesteund, ook niet eens hun biecht gaan spreken bij de Waarheidscommissie ?