In november verscheen Hotel New Flandres, 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005. Een ophefmakend boek, zo werd het aangekondigd. En dat is het ook geworden - maar niet om de redenen die de samenstellers voor ogen hadden gehad. Dat Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters in deze poging tot canonisering van de Vlaamse poëzie uitgerekend... Dirk van Bastelaere tot een van onze grootste dichters uitriepen, vonden velen onkies. Maar vooral de nadrukkelijke keuze voor Vlaamse poëzie en de definitie daarvan zetten kwaad bloed.
...

In november verscheen Hotel New Flandres, 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005. Een ophefmakend boek, zo werd het aangekondigd. En dat is het ook geworden - maar niet om de redenen die de samenstellers voor ogen hadden gehad. Dat Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters in deze poging tot canonisering van de Vlaamse poëzie uitgerekend... Dirk van Bastelaere tot een van onze grootste dichters uitriepen, vonden velen onkies. Maar vooral de nadrukkelijke keuze voor Vlaamse poëzie en de definitie daarvan zetten kwaad bloed. De polemiek kreeg zopas een opmerkelijk vervolg. Het literaire tijdschrift Yang bestelde een essay over Hotel New Flandres bij Hans Vandevoorde, poëzieconnaisseur en auteur van ettelijke publicaties over het genre. Vervolgens weigerde Yang het bestelde artikel te publiceren. Reden: de redactie kon zich niet vinden in de inhoud van het artikel. Wat heeft dat te maken met de bloemlezers? Wel, Yang staat op het punt te fuseren met freespace Nieuwzuid, een verwant literair tijdschrift. En laat nu uitgerekend Van Bastelaere, Jans en Peeters redactielid zijn van free-space Nieuwzuid. Yang wou het essay wel na herwerking plaatsen in een later nummer, omkaderd met een aantal tegenstemmen. Vandevoorde trok het echter in en publiceerde het op de poëziewebsite De Contrabas, onder de titel Het Nieuw Vlaams Getto. Bedenkingen bij Hotel New Flandres. De conclusie van het essay luidt: 'Dit is een bloemlezing die voor lange tijd een benepen iglo in plaats van een Grand Hotel met veel deuren en open vensters optrekt over het grondgebied van de poëzie in Vlaanderen.' De redactie van Yang meldt ons dat het oorspronkelijke essay van Vandevoorde naast 'Nieuw Vlaams Getto' ook woorden als 'poëziegestapo' en 'razzia's' bevatte en dat 'Vandevoorde de bloemlezing én de bloemlezers op grond van een door hen gemaakte, uiteraard discutabele maar op zich te legitimeren keuze voor enkel de Vlaamse poëzie tussen de regels door met fascisme in verband bracht. Daarmee vooral had de redactie het moeilijk'. Die 'keuze voor enkel de Vlaamse poëzie' slaat op het feit dat buitenlandse (veelal Nederlandse) dichters principieel niet werden opgenomen in Hotel New Flandres, ook niet als ze al geruime tijd in Vlaanderen wonen. Dat principe vindt zijn grondslag in de volgende zin uit de inleiding tot het boek: 'Voor het Vlaamse poëtische systeem is Nederland een buitenland, net zoals Frankrijk, Amerika of India dat zijn.' Volgens de bloemlezers heeft 'het Vlaamse poëtische systeem zich waarschijnlijk sterker vernieuwd door een dialoog met andere buitenlanden dan met Nederland'. Hans Vandevoorde betwist dat: 'De samenstellers van de bloemlezing ratelen eveneens over een aparte Vlaamse traditie, die echter nergens gedefinieerd wordt behalve dan als een bonte carnavalsstoet. Maar zo'n aparte traditie bestaat gewoonweg niet. Ik geef één voorbeeld. Zonder Kloos was er geen Van de Woestijne, zonder Van de Woestijne geen J.C. Bloem, zonder J.C. Bloem geen Gilliams en zonder Gilliams geen H.C. ten Berge.' Vandevoorde publiceerde in 2006 De spiegel van Achilleus. Karel van de Woestijne en de allegorie en weet dus waarover hij praat als hij het over Van de Woestijne heeft. En in zijn excellente Bloembiografie schrijft Bart Slijper op pagina 57: 'Naast Boutens noemt Bloem de Vlaamse dichter Karel van de Woestijne, met wiens poëzie hij meer verwantschap voelde.' Een reactie van de HNF-samenstellers op hun weblog bleef niet uit: 'Het bestaan van een oeuvre als dat van Van de Woestijne blijkt volgens Vandevoorde dus een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van een oeuvre als Bloem: "Zonder X geen Y". Verschijnsel Y vindt alleen plaats als verschijnsel X als voorwaarde vervuld is.' Zo letterlijk bedoelt Vandevoorde dat natuurlijk niet. Hij zegt dat het oeuvre van Bloem anders zou zijn geweest indien Karel van de Woestijne niet had bestaan. Door de woorden van Vandevoorde letterlijk te nemen, proberen Van Bastelaere, Jans en Peeters hem belachelijk te maken. Het is intussen de huisstijl van de blog geworden: wij zijn slim, en wie het niet met ons eens is, is een wrokkige dommerik - dat is de teneur. De samenstellers waren minder verbeten als het op accuratesse aankwam. De publicatie van Hotel New Flandres werd almaar uitgesteld, maar dat was kennelijk niet om slordigheden weg te werken. Vandevoorde: 'Wanneer er op p. 22 gesproken wordt over "oeuvre s waaruit we zes gedichten kozen", vergaten de samenstellers even te tellen. Want er blijkt maar één dichter (Snoek) in het schema op p. 30 zes gedichten waardig te zijn.' En 'alleen van Jan De Roek kozen we acht gedichten', zo staat er in de inleiding. Nochtans heeft Eddy van Vliet er ook acht. Dat critici wijzen op dergelijke vervelende foutjes doen de samenstellers op hun weblog af als 'ressentiment'. De bekende tactiek, alweer. Ook de flexibiliteit waarmee de samenstellers met hun uitgangspunten omspringen, is opvallend. Het sterrensysteem waarin de dichters worden ondergebracht (van vijf sterren voor de vernieuwers tot één ster voor de groep dichters die door hun getalsterkte zorgen voor de 'levensnoodzakelijke diversificatie van het poëzielandschap') werd bloedernstig toegelicht in de inleiding van Hotel New Flandres. Dirk van Bastelaere deed dat nog eens over in een interview met Kurt Van Eeghem op Klara. En toch wordt het systeem op de weblog ineens afgedaan als een 'ironische kwinkslag'. Dat is handig gespeeld: wie de grenslijn van ernst en ironie bewandelt, kan - naargelang van de windrichting - te allen tijde naar de ene of andere zijde uitwijken om gelijk te krijgen. Vandevoorde verwijt de bloemlezers dat ze niet de fut hadden om het knusse pand van het Poëziecentrum af en toe te verlaten om van een aantal dichters de oorspronkelijke bundel te zoeken en zich daarom maar tevredenstellen met een verzamelbundel. Zoiets vertekent de chronologie waarin de gedichten in Hotel New Flandres zijn opgenomen, en meteen verliezen ook een aantal statistiekjes in de inleiding aan waarde. Voorbeeld: het werk van hun ontdekking Jan De Roek wijzen de samenstellers toe aan de periode waarin zijn gedichten werden gebundeld (1976-1985), terwijl ze werden geschreven aan het eind van de jaren zestig. Het Poëziecentrum, de materiële basis voor de bloemlezing, bestaat 25 jaar en bezit een indrukwekkende verzameling dichtbundels, maar lang niet alle bundels van Vlaamse dichters die na 1945 verschenen zijn er aanwezig. In het Klara-interview stelde Kurt Van Eeghem de retorische vraag 'Daar is alles?' Een aarzelende Van Bastelaere gaf toe dat het boek uitsluitend gemaakt is op basis van de collectie van het Poëziecentrum. Waarop een schamper lachje volgde van Van Eeghem, een man die de poëzie zeer bemint. Waarom werd wat ontbrak in het Poëziecentrum niet opgezocht in de Koninklijke Bibliotheek van België? Daar is wél alles. Voor 20 euro mag men er een heel jaar snuisteren, en kopieën nemen is toegestaan. De keuze voor een aantal Franstalige gedichten uit Vlaanderen noemt Vandevoorde dan weer niet consequent, zelfs incidenteel. Waarmee hij bedoelt dat het bloemlezende trio een aantal Franstalige gedichten, die en stoemelings voor hun voeten vielen, heeft opgeraapt, waarna ze het vakje 'Franse poëzie in Vlaanderen' konden afvinken. De canondiscussie die in 2008 in de prozawereld woedde, is overgeslagen naar de poëzie. Maar hoe is het mogelijk dat elke discussie over canonvorming in Vlaanderen vandaag de dag nog altijd verstart zodra het woord 'Vlaams' valt? Het debat is in elk geval niet gediend met inquisitiepraktijken.HET BESCHRIJF ORGANISEERT OP 28 JANUARI OM 20.00 UUR IN PASSA PORTA (ANTOINE DANSAERTSTRAAT 46, BRUSSEL) EEN DEBAT 'OVER DE ZIN EN ONZIN VAN "VLAAMSE POëZIE"' MET O.A. DE SAMENSTELLERS VAN HOTEL NEW FLANDRES, CRITICI MARC REUGEBRINK, HANS VANDEVOORDE, PHILIP HOORNE EN ANDEREN. MODERATOR IS DIRK DE GEEST. DOOR PHILIP HOORNE