De vreugde was groot toen Club Brugge vorig voetbalseizoen eindelijk opnieuw de titel behaalde, de eerste sinds 2004-2005. De ploeg speelt nu weer in de groepsfase van de Champions League, en dat is ook alweer geleden van 2005-2006. Het lijkt dus alsof de gouden dagen van weleer terug zijn. Maar hoe goed is dit nieuwe Club Brugge, vergeleken met zijn voorgangers? Is het op weg om de volgende jaren koning eenoog te worden in de Belgische eerste klasse, of zit er meer in?
...

De vreugde was groot toen Club Brugge vorig voetbalseizoen eindelijk opnieuw de titel behaalde, de eerste sinds 2004-2005. De ploeg speelt nu weer in de groepsfase van de Champions League, en dat is ook alweer geleden van 2005-2006. Het lijkt dus alsof de gouden dagen van weleer terug zijn. Maar hoe goed is dit nieuwe Club Brugge, vergeleken met zijn voorgangers? Is het op weg om de volgende jaren koning eenoog te worden in de Belgische eerste klasse, of zit er meer in? Een goede gids om de huidige spelerskern van Club Brugge in historisch perspectief te plaatsen is Hand in hand voor Blauw & Zwart. Clubliefde van Raoul tot Rafa, het nieuwe boek van sportjournalist Raf Willems. Sinds zijn kinderjaren al is Willems een gepassioneerde Clubfan, ook al was je in de jaren zestig in de Kempen nog een zonderling als je zo nodig naar school moest met een blauw-zwarte sjaal. De eerste keer dat Willems zijn favoriete ploeg met eigen ogen kon bewonderen, een wedstrijd tegen Lierse, krulde de Brugse vedette Johnny Thio een vrijschop rechtstreeks in doel. Thio is ook een van de belangrijkste namen uit de eerste 'grote' periode van Club Brugge. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig behaalden ze twee bekers en, na een ontmoedigende reeks van vijf tweede plaatsen, in 1973 eindelijk de eerste titel. De ruggengraat van dit team bestond uit de stijlrijke verdediger Erwin Vandendaele, de getalenteerde middenvelders Henk Houwaart, Johnny Thio en Pierre Carteus, en de razendsnelle, trefzekere spits Raoul Lambert. Zij vormden het eerste Brugse elftal dat beter kon voetballen dan die van Anderlecht en Standard Luik. Daarna volgt de 'generatie-Happel', en die was nog veel beter. De Oostenrijkse trainer Ernst Happel (1925-1992) legde de basis van zijn succes door zijn belangrijkste spelers rücksichtslos aan de kant te schuiven. Hij vond Vandendaele sierlijk maar traag: die mocht naar Anderlecht. Hij ontsloeg Thio en Carteus wegens onvoldoende professioneel: de twee (vroeg gestorven) sterkhouders waren inderdaad geduchte kroegtijgers. Raoul Lambert behield zijn snelheid en dus zijn plaats, ook al was hij een stuk voorbij de dertig. Happel had naam gemaakt door met Feyenoord in 1970 de Europabeker der Landskampioenen te winnen, de eerste Nederlandse club die dat kon, één jaar voor het grote Ajax van Johan Cruijff. Met Club Brugge wilde Happel even goed doen. Dat lukte net niet: onder zijn leiding speelde Club in 1976 en 1978 twee Europese finales (en in 1977 nog een kwartfinale), maar telkens was Liverpool te sterk. Club Brugge werd drie keer op rij landskampioen, drie keer voor Anderlecht. In 1977 won het bovendien een zinderende bekerfinale, tegen Anderlecht. Vandaar dat die Happel-jaren nog altijd dé referentieperiode zijn in de geschiedenis van Club Brugge. Sindsdien is de grootste concurrent van Anderlecht niet meer Standard Luik maar Club Brugge. In de tijd van Happel werd ook de typische Brugse stijl vastgelegd: net als Anderlecht en Standard is dat aanvallend voetbal, maar toch helemaal anders. Anderlecht probeert altijd sierlijk te spelen, Standard zweert bij een snelle, viriele huisstijl. Het kenmerkende spel van Club Brugge is een variant op de 'hoge pressie': de tegenstander op eigen helft onder druk zetten en daar al de bal proberen te veroveren. Met die stijl veegde Club Brugge de vloer aan met ploegen als Olympique Lyon (3-0), AC Milan (2-0), Real Madrid (2-0), Atletico Madrid (2-0) of Juventus Turijn (2-0). Het is dus niet eens overdreven dat Raf Willems élf spelers uit de Happel-jaren een plaats geeft bij de vijftig 'beste aller tijden' van Club Brugge, onder wie Julien Cools, René Vandereycken en Roger Van Gool. Traditioneel grossierde Club Brugge in de goede aanvallers, en dat was vooral het werk van Antoine Vanhove. Deze voormalige groenteboer ontpopte zich als een uitzonderlijk ontdekker van aanvallend talent. Vanuit heel Europa haalde hij jonge, onbekende spitsen naar Brugge, waar ze zich ontwikkelden tot internationale toppers. Vedetten als Daniel Amokachi, Jean-Marie Papin, Mario Stanic of Khalilou Fadiga maakten hun doelpunten in de 'derde grote periode' van Club Brugge. Die strekte zich nagenoeg over twee generaties spelers uit, van de periode onder Georg Kessler (1982-1984) tot die onder Eric Gerets (1997-1999). Hoe verschillend de aanpak van de opeenvolgende trainers in die jaren ook was, het spel en vooral de stijl van Club Brugge droegen de signatuur van twee bepalende spelers, bescheiden van aard maar ambitieus van inborst: Jan Ceulemans (van 1978 tot 1992) en Franky Van der Elst (1983 tot 1999). In de jaren Ceulemans/Van der Elst was Club Brugge een Vlaamse ploeg, waarbij de twee sterkhouders omringd werden door een vaste, voornamelijk Vlaamse kern, met spelers als doelman Danny Verlinden of alleskunner Lorenzo Staelens. In de aanval maakte Marc Degryse grote sier, een pocketspits met een neus voor doelpunten en voor al wat de sport en het leven aantrekkelijk maakt. In die bezetting werden nog twee Europese halve finales gespeeld, zes titels behaald en vier bekers gewonnen. Vanaf 1999-2000 volgden vijftien magere jaren, al was de Noor Trond Sollied met twee titels en evenveel bekers nog erg succesvol. Maar na het vertrek van middenvelder Timmy Simons had Club niet veel echte 'clubspelers' meer, al zag doelman Stijn Stijnen zichzelf wel als sterkhouder - dat was hij niet, en terecht acht Raf Willems die overschatte figuur geen vermelding waard. Club investeerde veel geld in nukkige buitenlandse spitsen die de ploeg vooral gebruikten als een tussenstation naar het buitenland. Carlos Bacca was een eenzame topper, maar wie heeft nog een boodschap aan de eigenliefde van Nastja Ceh of Bosko Balaban? Hun ploegmaat François Sterchele vond wel zijn plaats in het collectieve geheugen. Ook Raf Willems schenkt Sterchele de aandacht die hij verdient. In een apart stukje doet hij het verhaal van de vrolijke spits die in mei 2008 het leven liet in zijn Porsche Cayman S. Sindsdien is de betreurde Sterchele een 'legende' bij de Clubaanhang, en nog altijd herdenkt men elke 23e minuut van elke wedstrijd de eeuwige 'nummer 23' - Club zal dat rugnummer ook nooit meer toewijzen aan een speler. Tijdens zijn enige seizoen had Sterchele elf keer gescoord: dat maakte van hem een publiekslieveling, al zal Club Brugge nooit weten of deze feestneus had kunnen uitgroeien tot een krijger voor de voetbaloorlogen met Anderlecht of Standard. Een kentering kwam er pas toen Club Brugge Michel Preud'homme aanstelde als trainer, halfweg het seizoen 2013-2014. In zijn eerste volledige seizoen loodste hij Club Brugge naar de kwartfinale in de Europa League, werd Club bekerwinnaar en strandde het als tweede in de competitie. Vorig seizoen werd de bekerfinale verloren, maar loodste Preud'homme Club Brugge eindelijk opnieuw naar de kampioenstitel, de eerste in veertien jaar. En meteen gaf Raf Willems niet minder dan zés voetballers van de jongste kampioenenploeg een plaats bij de vijftig allerbeste Club-spelers ooit. Vraag is of hier toch niet sprake is van enige overschatting. Zeker, ook de kroniekschrijvers van de sport hebben de neiging om prestaties uit het verleden te verheerlijken en die van het heden te relativeren. Maar of de beloftevolle Hans Vanaken na een half seizoen als basisspeler zijn topvijftigplaats in de geschiedenis van Club Brugge waard is, zal nog moeten blijken. Volgende week treedt de Brugse kampioenenploeg al aan tegen KV Mechelen, straks in de Champions League mogen Vanaken of Refaelov mogelijk het spel proberen te maken tegen Real Madrid of Juventus Turijn - ooit kon de generatie-Happel ook van deze ploegen winnen. Daar ligt uiteindelijk ook de lat voor de ploeg van Michel Preud'homme. Raf Willems, Hand in Hand voor Blauw & Zwart. Clubliefde van Raoul tot Rafa,De Vliegende Keeper, 131 blz., 15 euro. DOOR WALTER PAULIOf Hans Vanaken zijn topvijftigplaats in de geschiedenis van Club Brugge waard is, zal nog moeten blijken.