Een Oost-Duitse vierdeklasser. De oudste club van Hongarije. De competitieleider in de Jupiler Pro League. Ze hebben weinig met elkaar gemeen - behalve dat Roland Duchâtelet er de plak zwaait. De Antwerpse ondernemer bouwt aan een trans-Europese holding van voetbalclubs, maar een rode draad is moeilijk te vinden. In drie zeer diverse voetbalverenigingen bezit de oprichter van succesvolle hightechbedrijven als Melexis en X-Fab een meerderheidsaandeel, in twee andere investeerde hij, in nog twee andere maken zijn familieleden de dienst uit.
...

Een Oost-Duitse vierdeklasser. De oudste club van Hongarije. De competitieleider in de Jupiler Pro League. Ze hebben weinig met elkaar gemeen - behalve dat Roland Duchâtelet er de plak zwaait. De Antwerpse ondernemer bouwt aan een trans-Europese holding van voetbalclubs, maar een rode draad is moeilijk te vinden. In drie zeer diverse voetbalverenigingen bezit de oprichter van succesvolle hightechbedrijven als Melexis en X-Fab een meerderheidsaandeel, in twee andere investeerde hij, in nog twee andere maken zijn familieleden de dienst uit. We lijsten ze even op. Het bekendst is Duchâtelet uiteraard als voorzitter van Standard, onbetwistbaar een topclub binnen België, met een mooi patrimonium en een hondstrouwe maar fanatieke aanhang. In december kocht de Antwerpenaar Charlton Athletic, ook een traditieclub, al moet de oude glorie uit Oost-Londen het al zeven seizoenen zonder Premier League-voetbal stellen. Het Spaanse AD Alcorcón belandde twee weken geleden in Duchâtelets portefeuille. Ook Alcorcón speelt in tweede, maar mist de allure van Charlton en is niet meteen een club waarvan je verwacht dat ze zich snel aan kop van het Spaanse voetbal nestelt - al was het maar omdat er met Real Madrid, Atlético, Getafe en Rayo Vallecano (veel) grotere concurrenten in de directe omgeving huizen. Het Duitse Carl Zeiss Jena speelt slechts in vierde klasse, maar bezit desondanks een grotere fanbase dan Alcorcón. Voor de val van de Muur was Jena een topclub in de DDR, maar dat is ondertussen een verre herinnering. In de kranten wordt gespeculeerd dat bij de overname van Jena mogelijk meespeelde dat Duchâtelet een fabriek bezit in Erfurt, maar die stad ligt 55 kilometer verderop. Als de overname een cadeautje is aan zijn fabrieksarbeiders, dan is het toch een vreemde keuze. Bij Jena bedong Duchâtelet bovendien geen meerderheidsaandeel. Dat kan in Duitsland niet: een externe investeerder mag er een club nooit helemaal overnemen, al staat het buiten kijf dat de belangrijkste geldschieter veel in de melk te brokkelen heeft. Ook bij de Belgische tweedeklasser AFC Tubeke investeerde Duchâtelet zonder de club daarom op te slokken, al valt er iets voor te zeggen dat het financieel fragiele Tubeke hoe dan ook gebonden is aan de man die de Waals-Brabantse club de facto redde. We zijn er nog niet. Via zijn familie is Duchâtelet betrokken bij het Hongaarse Újpest FC, bestierd door zoon Roderick. De club uit Boedapest wacht al vijftien jaar op een titel, maar blijft in de bescheiden OTP Bank Liga een subtopper. Roderick Duchâtelet was trouwens minderheidsaandeelhouder bij Beerschot, maar verliet daar het schip voor het water maakte. Sint-Truiden, de club waar het voor Roland Duchâtelet begon, liet de ondernemer over aan zijn partner Marijke Höfte, maar het is geen geheim wie bij de tweedeklasser echt de plak zwaait. Ook FC Brussels, Fortuna Sittard en Roda JC zitten in Duchâtelets netwerk, als bevoorrechte clubs met wie op termijn een diepere samenwerking mogelijk is. Tel daar nog de geruchten bij dat de gewezen Vivant- en Open VLD-politicus ook in Frankrijk en Nederland naar opportuniteiten zoekt, en er doemt een héél divers voetbalimperium op. Zo veel clubs, zo veel verschillen. Eigenlijk valt Duchâtelets strategie alleen te begrijpen als je zijn zeven clubs ziet als één grote holding van complementaire partners die elkaar versterken. Het einddoel is geen geheim, Roland Duchâtelet vertelt het in elk interview: hij wil met voetbal winst maken. Honderden zakenlui zijn hem daarin voorgegaan, allemaal hebben ze gefaald. Dat wéét Duchâtelet, dus zet hij de omstandigheden naar zijn hand. Voetbal is namelijk economisch bekeken een bodemloos vat en geen nulsomspel. Het is niet zo dat de meest succesvolle of de best gerunde clubs de meeste winst maken. Sterker nog, ook de allersuccesvolste en veel zeer goed gerunde clubs maken verlies. Het gecumuleerde deficit van het Europese clubvoetbal bedraagt 1,5 miljard euro, of gemiddeld tien procent van de totale omzet - twee getallen die de Standardvoorzitter geregeld citeert. Veel van dat verloren geld verdwijnt in de zakken van managers, makelaars en andere tussenpersonen die middelen uit het voetbal trekken zonder daarvoor, aldus Duchâtelet, een meerwaarde te bieden. Met zijn conglomeraat van clubs zet Duchâtelet die hele op transfers drijvende nevensector buitenspel. Standardspeler Dudu Biton trok deze maand naar Alcorcón, zijn ex-collega's Yohann Thuram en Astrit Ajdarevic gingen naar Charlton; allemaal zonder dat er nog tussenpersonen nodig waren. Duchâtelet houdt zo alle profijt 'intern'. Wanneer Chelsea Thorgan Hazard uitleent aan Zulte Waregem, dan profiteert Chelsea, want Hazard wordt meer waard omdat hij ervaring opdoet en zich als voetballer kan tonen. Zulte Waregem doet een goede zaak omdat het als kleinere club een speler kan opstellen die anders buiten haar bereik zou liggen. Duchâtelet is met zijn aanpak zowel Chelsea als Zulte Waregem. Uiteraard is Roland Duchâtelet niet de eerste die op dat idee komt. Eind jaren negentig zette de nog een stuk rijkere Joe Lewis iets soortgelijks op poten. De Britse miljardair bouwde in de jaren zestig een keten van toeristische restaurants uit, maar maakte pas echt fortuin toen hij begon te speculeren met valuta's. Eind jaren negentig kocht Lewis massaal aandelen van voetbalclubs. Hij werd hoofdaandeelhouder bij FC Tottenham, AEK Athene, FC Basel, Slavia Praag, Vicenza en Glasgow Rangers. Het probleem was dat veel van die clubs ook Europees speelden, en de UEFA vond dat wedstrijden tussen teams van dezelfde eigenaar te makkelijk tot match fixing konden leiden. De constructie werd verboden en het investeringsfonds waarin Joe Lewis zijn voetbalbelangen had ondergebracht, kreeg op de beurs een flinke tik. De Britse magnaat deed alle aandelen van de hand, op die van Tottenham na. Het investeringsfonds van Lewis blijft tot op vandaag de dienst uitmaken bij de club van Rode Duivels Jan Vertonghen, Moussa Dembélé en Nacer Chadli. De ervaringen van Lewis verklaren waarom Duchâtelet zijn heil zoekt bij clubs uit lagere reeksen. Er zit een noodzakelijke hiërarchie in zijn voetbalconglomeraat, met Standard Luik aan de top van de piramide. Maar blijft dat wel zo? Want laten we het niet vergeten: Standard staat sinds vorige zomer te koop. Eind vorig seizoen nam Roland Duchâtelet twee beslissingen die slecht vielen bij de Standardsupporters. Hij verving de populaire trainer Mircea Rednic door de onbekende Israëliër Guy Luzon, en hij keerde zichzelf een dividend van 20 miljoen euro uit. Dat laatste was volgens Duchâtelet een vestzak-broekzakoperatie uit fiscale overwegingen die in wezen weinig te betekenen had, maar het maakte de supporters wel razend. De Luikse aanhang kreeg een beeld van Duchâtelet als een wilde durfkapitalist die zoveel mogelijk geld uit de club wou persen. Het kwam tot een bitse confrontatie met La Famille des Rouches, de invloedrijke supportersfederatie bij Standard. Duchâtelet voelde zich bedreigd en stond zelfs een tijd onder politiebewaking. 'De voorzitter heeft de mentaliteit van de Standardsupporter slecht ingeschat', zegt Eddy Janssis van La Famille des Rouches. 'Voetbal is emotie, zeker in Luik. Je kunt hier niet "redeneren op z'n Vlaams": een puur zakelijke benadering past niet bij Standard. Tonen dat je een hart hebt voor de club is hier bijzonder belangrijk. Ik denk dat Duchâtelet daar lessen uit trok, en dat de relaties met de supporters ondertussen zijn genormaliseerd. Laatst stelden we samen een charter op over hoe fans en club met elkaar om willen gaan, en die besprekingen verliepen in een positieve sfeer. Omdat de resultaten momenteel goed zijn? Natuurlijk zijn die van groot belang. Maar dat is bij elke ambitieuze club zo.' 'Niemand weet er het fijne van behalve meneer Duchâtelet zelf, maar mijn indruk is dat de verkoop van Standard is afgeblazen', zegt Janssis. 'De voorzitter klinkt genuanceerd als je hem erover aanspreekt. Hij zegt: "Ik verkoop alleen als er een fantastisch bod komt en als Standard zelf ook een goede zaak doet." Dat lijken mij voorwaarden die niet in een, twee, drie vervuld zullen worden.' In de tumultueuze zomermaanden bestelde Duchâtelet een verkoopaudit die kennelijk nog loopt, maar die veel langer duurt dan eerst aangekondigd. De geruchten over mogelijke overnemers - van Amerikanen, Hongkongers en Qatarezen tot zelfs een comeback van de vroegere sterke man Luciano D'Onofrio - zijn stilgevallen. 'De beslissing om te verkopen, was een emotionele kwestie: de agressie bij sommige fans heeft Duchâtelet oprecht gechoqueerd', analyseert Alain Ronsse, de Standardkenner van Het Laatste Nieuws, gepokt en gemazeld op de club. 'Hij merkt nu dat die status van "permanent te koop" hem in een sterke positie zet. Een man als Duchâtelet bezit allang al het geld dat hij nodig heeft, hè. Hij hoeft niet te verkopen, hij kan het. En ik ben ervan overtuigd dat Duchâtelet het alleen zal doen als de koper hem honderd procent bevalt. Dan denk ik aan een scenario waarbij hij het stamnummer en de club verkoopt, maar wel eigenaar blijft van het stadion en de gronden. Zo kunnen zijn ambitieuze vastgoedplannen nog altijd doorgaan.' Sommige analisten herleiden Duchâtelets voetbalambities tot een vastgoedverhaal. Dat klopt en dat klopt ook niet. De Antwerpse ondernemer vindt zeker dat het voetbal zijn infrastructuur en zijn commerciële potentieel te weinig benut. Een stadion wordt maar eens om de twee weken gebruikt: verspilling volgens Duchâtelet. Net zoals het zonde is dat een voetbalmatch duizenden supporters samenbrengt die na amper 90 minuten de accommodatie alweer verlaten. Daar zit meer in. In Sint-Truiden bouwde Duchâtelet aan het stadion een winkelcomplex, kantoorruimtes, een hotel en een 'grand café'. Ook in de buurt van Sclessin verwierf de zakenman meer dan 10.000 vierkante meter onbebouwde percelen. De concrete invulling van die bouwgrond staat on hold zolang de toekomst van Standard onduidelijk is. Dat er in en rond de club mooie kansen liggen voor vastgoedontwikkeling maakte de investering voor Duchâtelet ongetwijfeld aantrekkelijker. Maar een ondernemer die het geld laat wapperen, kan makkelijkere en lucratievere projecten opstarten dan horeca en kantoren in een Luikse arbeidersbuurt. Ook bij zijn buitenlandse overnames ligt de link met vastgoed niet overal voor de hand. Bij Standard Luik zijn ze karig met commentaar op de plannen van de voorzitter. Sportdirecteur Jean-François De Sart noemt de mogelijke verkoop van de club 'een privézaak van Roland Duchâtelet, zonder impact op de dagelijkse werking bij Standard. Ook bij zijn plannen met buitenlandse clubs is Standard geen betrokken partij. Dat er wel spelers naar die buitenlandse clubs vertrekken? Dat beslist meneer Duchâtelet dan vanuit het belang van die club en van die spelers. Hoe dan ook bestaat er geen overkoepelend plan. Charlton, Alcorcón en die andere teams zijn geen buitenlandse filialen van Standard.' Als Duchâtelet toch afscheid neemt van Standard, dan is zijn Londense aanwinst de logische kandidaat om het nieuwe vlaggenschip te worden. Charlton Athletic is potentieel een veel grotere club dan Standard. Als Duchâtelet Charlton naar de Premier League kan brengen - en dat is uiteraard geen geringe opgave - dan wacht hem een gigantische vetpot: de Engelse televisiegelden zijn zelfs voor degradatiekandidaten een veelvoud van het totale budget van Belgische topclubs. En voor een Londense club die in de Premier League uitkomt, staan de oliesjeiks sowieso in de rij. 'Zolang Standard de belangrijkste club binnen het consortium blijft, heeft Luik het meest te winnen bij de constructie van Duchâtelet', meent Eddy Janssis. 'Oké, Charlton kan in principe onze rol overnemen, maar in voetbal mag je nooit op lange termijn redeneren. Een seizoen is al een eeuwigheid. Stel dat men Charlton weer naar de Premier League wil krijgen: dat lijkt mij een project van járen. Met de spelers die Standard hen nu ter beschikking stelt, zal het in ieder geval niet lukken. (lacht) Ik heb de indruk dat de voorzitter goed weet waar hij mee bezig is: jongeren die bij Standard niet direct doorbreken, doen in de Engelse tweede klasse een schat aan ervaring op. Daar worden alle partijen beter van - en Standard nog het meest.' Tot nader order ligt de sportieve prioriteit van Duchâtelet bij Standard. Hij hield, al dan niet geïnspireerd door het supportersprotest van deze zomer, zijn spelerskern bijeen en pakte uit met ambitieuze contractverlengingen. 'Duchâtelet bouwde een ploeg om kampioen mee te worden', vindt Alain Ronsse. 'Tenzij Anderlecht met zijn wintertransfers de concurrentie een neus zet, is Standard de grote titelfavoriet. Het heeft een stevige verdediging, een middenveld dat beter is dan dat van de tegenstand, en met voorsprong het beste aanvalsduo van het land. Als Duchâtelet de titel pakt, krijgt hij een standbeeld op Sclessin. Wie hem vorige zomer nog aanviel, zal hem dan op handen dragen. Zo werkt het. In dat scenario geloof ik ook nooit dat Duchâtelet Standard verkoopt. Hij zal de Champions League willen meemaken: financieel top, en uiteraard ook een belevenis. Dan zie ik hem in de zomer een nieuwe sterke man aanstellen. Duchâtelet vangt momenteel alle klappen op. Ik kan me voorstellen dat hij minder in de kijker wil lopen en dat hij het vertolken van het clubbeleid voortaan overlaat aan een of andere ceo. Maar achter de schermen zal Roland Duchâtelet de baas blijven, wat er ook gebeurt.' DOOR JEF VAN BAELEN'Als Duchâtelet de titel pakt, krijgt hij een standbeeld op Sclessin. Wie hem vorige zomer nog aanviel, zal hem dan op handen dragen. Zo werkt het.' Er zit een noodzakelijke hiërarchie in Duchâtelets voetbalconglomeraat, met Standard Luik aan de top van de piramide. Maar hoe lang nog? 'Voetbal is emotie, zeker in Luik. Je kunt hier niet "redeneren op z'n Vlaams": een puur zakelijke benadering past niet bij Standard.'