Een Fellaini zal hij nooit worden, maar Alain Remue (54) heeft zijn haar terug. De comeback is opmerkelijk, want de baas van de Cel Vermiste Personen heeft maandenlang met een hoofd als een biljartbal rondgelopen. De ruitijd begon in de zomer van 2011, het haar viel met plukken tegelijk uit. Kanker, chemotherapie, hij zag het de mensen denken. Zelf wist hij wel beter: posttraumatische stress, veroorzaakt door de dood van Olivier Rouxhet. De duiker van de Civiele Bescherming, een goede vriend van Remue, verloor in januari 2011 het leven toen hij bij een stuwdam op de Maas naar de lichamen van twee verdronken zusjes zocht. Remue, coördinator van de zoektocht, beleefde het tragische arbeidsongeval vanaf de eerste rij. De emotionele klap werd er niet kleiner op toen hij door de arbeidsauditeur als verantwoordelijke werd gedagvaard, samen met vier collega's. De demarche van Justitie lokte protest uit. Er kwam een Facebookgroep, Remue kreeg de expliciete steun van zijn oversten, onder wie politiebaas Catherine De Bolle. Intussen is de zaak van de baan, alle beklaagden werden buiten vervolging gesteld. 'Ik wil er eigenlijk niet meer over praten', zegt Remue ons meteen. 'Alleen dit: het had nooit zover mogen komen. En het blijft een intriest verhaal. Mensen vroegen me of ik gelukkig was met de buitenvervolgingstelling. Nee, heb ik gezegd, alleen opgelucht. Hoe kan ik nu gelukkig zijn terwijl Olivier er niet meer is? Er zijn in deze zaak geen winnaars.'
...

Een Fellaini zal hij nooit worden, maar Alain Remue (54) heeft zijn haar terug. De comeback is opmerkelijk, want de baas van de Cel Vermiste Personen heeft maandenlang met een hoofd als een biljartbal rondgelopen. De ruitijd begon in de zomer van 2011, het haar viel met plukken tegelijk uit. Kanker, chemotherapie, hij zag het de mensen denken. Zelf wist hij wel beter: posttraumatische stress, veroorzaakt door de dood van Olivier Rouxhet. De duiker van de Civiele Bescherming, een goede vriend van Remue, verloor in januari 2011 het leven toen hij bij een stuwdam op de Maas naar de lichamen van twee verdronken zusjes zocht. Remue, coördinator van de zoektocht, beleefde het tragische arbeidsongeval vanaf de eerste rij. De emotionele klap werd er niet kleiner op toen hij door de arbeidsauditeur als verantwoordelijke werd gedagvaard, samen met vier collega's. De demarche van Justitie lokte protest uit. Er kwam een Facebookgroep, Remue kreeg de expliciete steun van zijn oversten, onder wie politiebaas Catherine De Bolle. Intussen is de zaak van de baan, alle beklaagden werden buiten vervolging gesteld. 'Ik wil er eigenlijk niet meer over praten', zegt Remue ons meteen. 'Alleen dit: het had nooit zover mogen komen. En het blijft een intriest verhaal. Mensen vroegen me of ik gelukkig was met de buitenvervolgingstelling. Nee, heb ik gezegd, alleen opgelucht. Hoe kan ik nu gelukkig zijn terwijl Olivier er niet meer is? Er zijn in deze zaak geen winnaars.' Hij verwelkomt ons met een rondleiding. De vijftien man sterke Cel Vermiste Personen zit in de vroegere rijkswachtkazerne in Etterbeek, waar Remue als jonge opperwachtmeester gelegerd was. 'Ik gaf hier opleiding in ordehandhaving tijdens betogingen aan keuronderofficieren', vertelt hij. 'Praktijkervaring genoeg. De woelige betogingen van staalarbeiders en mijnwerkers, het pausbezoek, het Heizeldrama, dat heb ik allemaal meegemaakt. Het was ook de periode van de Bende van Nijvel, ik heb dagenlang op het dak van een warenhuis gelegen. Bijzondere herinneringen, ik ben nadien bij de drugssectie gaan werken, en ben dan aan een officiersopleiding begonnen.' Remue behaalde zijn officiersgraad in de zomer van 1995, dezelfde zomer waarin achtereenvolgens Julie en Melissa en An en Eefje spoorloos verdwenen. De verdwijningen zorgden voor grote beroering, en de kritiek op de politiediensten zwol aan. Op verzoek van minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) werd binnen de schoot van de Centraal Bureau voor Opsporingen van de rijkswacht een cel verdwijningen opgericht. Pionierswerk, en een kolfje naar de hand van de pas gepromoveerde luitenant. Remue:'Tijdens de opstart mocht ik met een collega enkele maanden stage lopen op het FBI-hoofdkwartier in Virginia. Fascinerend, we kregen er les van de allergrootste specialisten in seriemoordenaars. Het was Silence of the Lambs, maar dan in het echt. Pas op de terugvlucht ontwaakten we uit de roes. Serial killers, zeiden we tegen elkaar, dat is iets typisch Amerikaans, die zijn er in België niet. Maar een paar maanden later werd Dutroux op-gepakt, en sindsdien is het niet meer gestopt. Michel Fourniret, Andras Pandy, Abdallah Ait-Oud, Ronald Janssen, gestoorde gekken vind je ook bij ons.' Gelukkig niet veel. Massamoordenaars en andere criminelen spelen een eerder bescheiden rol in de huisstatistieken. Sinds de oprichting in 1995 werden 22.498 dossiers van onrustwekkende verdwijningen geopend. 2503 lichamen werden gevonden, een kleine 12 procent van de afgesloten dossiers. Van die overlijdens hebben er 206 een criminele oorzaak, terwijl er 411 aan een ongeval en liefst 1658 aan zelfdoding worden toe-geschreven. Op de afdeling vermiste personen hangen foto's van bekende cold cases, zaken die nooit werden opgelost. Nathalie Geijsbregts, Ken Heirman, Maddie Hollanders, sommigen waren al jaren spoorloos toen Remue zijn dienst uit de grond stampte. In totaal staan momenteel 750 dossiers open, allemaal mensen die nog worden opgespoord. Remue stelt voor om uit te wijken naar het minder hectische lokaal van de dienst identifi-catie lichamen en lichaamsdelen. Waarschijnlijk, voegt hij er wat geheimzinnig aan toe, ligt daar en nergens anders de oplossing van enkele cold cases. ALAINREMUE: We hebben hier DNA-stalen en forensische gegevens van 194 lichamen en lichaamsdelen. Van een kleine helft weten we of het om een man of een vrouw gaat, van de andere zelfs dat niet. Maar het goede nieuws is dat het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie begin volgend jaar met een DNA-databank voor vermiste personen begint, een initiatief waar we al lang op zitten te wachten. We staan voor een grote inhaalbeweging, want in heel wat oudere dossiers ontbreken DNA-gegevens. We gaan die alsnog verzamelen, bij nabestaanden van vermiste personen. Ik ben er zeker van: er zullen een aantal matches uitkomen, verdwijningen die we eindelijk kunnen verbinden met een van onze stoffelijke resten. Al wil ik de verwachtingen meteen temperen, de overgrote meerderheid van die 750 verdwenen personen zullen we nooit terugvinden. Sommigen stellen het goed, ze liggen op dit eigenste ogenblik ergens met een cocktail in de hand onder een parasol op een tropisch eiland. Dat is geen grap, er zijn mensen die bewust van de radar verdwijnen. Maar ik schat dat het er geen twintig zijn, de anderen zijn dood en verdomd moeilijk te vinden. Toch geven we ze niet op, nooit. Momenteel loopt Operatie Libre Meuse 4: we scannen de Maasbodem over een lengte van bijna honderd kilometer op autowrakken. De vorige keer, in 2006, hebben we zo 568 wrakken geborgen en acht vermisten teruggevonden. We zijn nu zeven jaar later, en we hebben opnieuw meer dan 200 spots gelokaliseerd, plekken waar wellicht een wrak ligt. Waterbeheerders zijn blij met de grote schoonmaak, ze betalen dan ook de helft van de factuur. Ook het parket is geïnteresseerd, vooral voor dossiers zoals carjackings of verzekeringsfraude. Daar is het ons natuurlijk niet om te doen. Waterlopen zijn rijke vindplaatsen, bij elke sweeping vinden we wel een of meer vermisten terug. Ooit hebben we uit het kanaal Gent-Brugge een Fiat 127 met 42 botresten opgevist. Een van die botjes bevatte nog net genoeg DNA voor een identificatie. Bleek dat het om een vrouw uit het Gentse ging die al dertig jaar vermist was, meteen het oudste dossier dat we ooit konden afsluiten. REMUE: Verbijsterd, de dochter wist eerst niet wat ze ervan moest denken. Ze zei dat ze haar hele leven kwaad op haar moeder was geweest, de vrouw die haar kinderen in de steek had gelaten. Ik begrijp die verwarring wel. Ze had in haar hoofd een verhaal geconstrueerd, en dan komen wij aanzetten met een vondst die alles in een nieuw perspectief plaatst. Niet dat ze het ons kwalijk nam, uiteindelijk zijn alle nabestaanden op-gelucht als je ze nieuws kunt brengen. Daarom beschouwen we elke vondst als een succes, ook als het om een lichaam gaat. Slecht nieuws is nog altijd honderd keer beter dan geen nieuws. Ik sta dicht bij enkele ouders van verdwenen kinderen. Mijn respect voor die mensen is grenzeloos. Ouder zijn van een verdwenen kind, dat is het ergste wat een mens kan overkomen. REMUE: Oh ja. Vraag maar aan Dirk Vanden Branden, de papa van de tweejarige Liam die in 1996 verdween. Nog altijd kijkt hij onwillekeurig om als hij een kleuter ziet lopen. Zou het Liam kunnen zijn? Achttien jaar is het intussen al geleden, maar het is sterker dan hemzelf. Die ouders leven op een emotionele roetsjbaan. Bij elk gerucht, al gaat het maar om de vondst van een stukje skelet, flakkert de hoop op. Sta maar eens in de schoenen van Anita en Eric, de ouders van Nathalie Geijsbregts, die al 23 jaar vermist is. Ik bel ze zelf op als ik weet dat er een vals alarm aankomt. 'Ja, we hebben een skelet gevonden. We weten niet van wie, maar we weten dat het niet om een jong meisje maar om een vrouw van boven de 50 gaat.' Valse hoop en nodeloze stress helpen vermijden, meer kunnen we helaas niet doen. Nathalie Geijsbregts, dat is een van die dossiers waar ik soms wakker van lig. Ooit hoop ik die mensen nieuws te kunnen geven, zodat ze die pagina eindelijk kunnen omslaan. Die drive voelen we allemaal. Zowel de onderzoeksrechter als de hoofdspeurder in Nathalies zaak is intussen met pensioen. Ik ken ze goed, ze zijn allebei gefrustreerd omdat ze het dossier niet konden oplossen. REMUE: Het is Child Focus dat verouderingsfoto's maakt en verspreidt, maar ik ben er meestal bij als ze die aan de ouders voorleggen. Dat is telkens een bijzonder geladen moment. Die foto's komen niet lukraak tot stand, men vertrekt vanuit de fysionomie van naasten, broers of zussen als die er zijn. Toch zie je ouders een kwartier lang naar dat beeld staren, niet wetend wat ervan te denken. Is dat nu het kind dat ze niet mochten zien opgroeien? Hoezeer we ook ons best doen, soms klopt het resultaat niet met het beeld dat ze in gedachten koesterden. Child Focus is voor ons een erg belangrijke partner. Iedereen kent hen van de affiches, maar ze doen zo veel meer. Ouders opvangen bij een onrustwekkende verdwijning, daar zijn ze ook erg goed in. Nochtans geen sinecure, ik kan ervan meespreken. Je kind vermist, dat is voor ouders de ultieme nachtmerrie. Ze vergeten te eten en te slapen, na een paar dagen moet je ze bijna verplicht naar bed sturen, anders storten ze helemaal in. REMUE: Wie zegt dat een lijk hem onverschillig laat, heeft op onze dienst niets te zoeken. Je moet empathie voelen, maar dat mag je niet belemmeren in de technische uitvoering van je werk. Het is een moeilijke oefening. Stacy en Nathalie, de slachtoffers van Ait-Oud, zijn achttien dagen vermist gebleven. Dat was onwaarschijnlijk intens, ik verbleef met onze ploeg zowat permanent in Luik. Soms werd het me te veel. Dan reed ik heen en terug naar huis in Merelbeke. Al was het maar voor een uur of twee, ik voelde de behoefte om mijn kinderen veilig in hun bed te zien liggen. Mijn dochter was toen twaalf, even oud als Nathalie. Dan komt zo'n verdwijning wel heel dichtbij. Het rare is: hoe langer ik het doe, hoe meer het aan me vreet. Vroeger deed een lichaam me niets, maar nu heb ik het er soms moeilijk mee. Dat komt natuurlijk ook door dat vreselijke duikongeval. Het beeld van Olivier toen het water was weggepompt, dat zal altijd op mijn netvlies gebrand blijven. Vorige week hebben we in Mol een Poolse jongen opgevist die van een bootje in de Rauwse Meren was gevallen. Ik was opgelucht toen ik mijn duikers ongedeerd boven water zag komen. Die ongerustheid gaat nooit meer weg. REMUE: Zeker. Je kunt politiemensen opleiden om met dood en ellende om te gaan, maar je kunt niemand leren om een levenloos kind uit de gracht te halen. Je merkt dat ook als er een kind als vermist wordt opgegeven. Iedereen gaat meteen op code rood. Verlof of geen verlof, mijn mensen bellen spontaan om hun diensten aan te bieden. Ook andere betrokkenen - politiediensten, parket, Child Focus - zetten dan alle zeilen bij. We zien beroepshalve veel lichamen, maar altijd is er de hoop om een vermiste persoon levend terug te vinden. De eerste 24 uur zijn dan essentieel, dat is een van onze drie vuistregels. Cruciaal om iemand levend terug te vinden, maar ook om bruikbare sporen te bergen en getuigen te verhoren. Op een keer moesten we in het holst van de nacht naar een camping bij de Ourthe in de Ardennen. Een kleuter van twee was vermist, de ouders waren helemaal in paniek. Ik zal die nacht nooit vergeten. Het was koud en het regende, op de achtergrond hoorden we het geraas van de rivier. Dat ziet er niet goed uit, zeiden we tegen elkaar. Komt daar ineens een van de speurders met zijn hond aangestormd. Hij had het kind gevonden, het lag te slapen in het bos vlak bij de rivier. Zo gaat dat met kleine kinderen, als ze moe zijn, gaan ze liggen en vallen ze in slaap. Dan moet je er snel bij zijn, want zo'n kleintje raakt gauw onderkoeld en buiten bewustzijn. Ik heb daar toen de blunder van mijn leven begaan. Stel je voor, ik spurt naar de caravan waar de hele familie nagelbijtend zit te wachten. En wat zeg ik als binnenkomer? 'Blijf vooral kalm', met een uitgestreken gezicht alsof ik slecht nieuws meebracht. De oma slaakt me daar een schreeuw die door merg en been gaat, ze dacht dat het fataal was afgelopen. Dom van mij, ik was vergeten een smile op mijn gezicht te toveren. REMUE: Iedere zaak is verschillend, routine is onze grootste vijand. En regel drie: zeg nooit nooit. Ik geef een stom voorbeeld. Een man vertrekt naar kantoor en zegt tegen zijn vrouw dat ze niet hoeft te wachten met het eten omdat er op het werk een feestje is. Als ze 's anderendaags opstaat, blijkt dat haar man niet naast haar in bed ligt en dat de auto niet op de oprit staat. Ongerust begint ze rond te bellen, naar collega's en vrienden. Nee, niets speciaals te melden over dat feestje, haar man was niet dronken en was ook op een fatsoenlijk uur vertrokken. Paniek, de politie wordt ingeschakeld, de zaak komt bij ons terecht. We zetten de helikopter in om de mogelijke reisroute in kaart te brengen. In de buurt zijn waterlopen, ook al weinig geruststellend. De hele opsporingsmachinerie komt op kruissnelheid. En wie komt er om vijf uur 's middags doodgemoedereerd de oprit oprijden? Meneer, alsof er niets gebeurd is. Beter zo dan met een lijk eindigen uiteraard, maar ik bel zo'n man later op. Het zijn mijn zaken niet, zeg ik dan, maar in het belang van onze dienst wil ik toch graag weten of we in de juiste richting aan het zoeken waren. Wat je dan allemaal hoort, dat gaat van een black-out tot een escapade met een minnares. Ik kijk nergens meer van op, zelfs de meest voorbeeldige huisvader kan morgen in een sm-club opduiken. REMUE: Dat is een volkswijsheid. In de ideale wereld klopt het ook, door gasvorming zwelt een lichaam op tot drie keer zijn normale volume en dan gaat het drijven. En jawel, dan kan het worden opgemerkt, als het tenminste op de juiste plek aan de oppervlakte komt. Dat is helemaal geen zekerheid, en nog minder zeker is dat het lijk gaat floaten. Het volstaat dat een broeksriem over een stuk betonijzer schuift, en het lichaam komt nooit boven. Water, dat is voor ons altijd miserie. De Schelde in Antwerpen, daar zijn we minstens vijf mensen kwijt. Er zijn getuigen, we weten zeker dat ze erin gevallen of gesprongen zijn. Maar of we ze ooit zullen terugvinden? Ter hoogte van het Zuiderterras is er een verschil van zes meter tussen eb en vloed. Dat zijn miljoenen kubieke meter water, een menselijk lichaam stelt daar niets in voor. Alleen de Schelde zal beslissen of we ze ooit vinden. Soms maken ze het ons gemakkelijk. Er ligt een afscheidsbrief met de exacte plaats waar ze in het water gaan rijden. Als je daar aankomt, zie je de krassporen op de kade. Bingo, je weet meteen waar je moet duiken. Anderen gaan het dan weer op de meest onmogelijke plekken zoeken. Neem nu die Waalse jongen. Eerst waren zijn ouders niet echt ongerust: hun zoon was al langer onder invloed van een sekte ergens in het zuiden van Frankrijk. Hij zit wellicht bij zijn sekte, dachten ze. Jammer, maar het is zijn leven. Toch hebben ze hem als vermist opgegeven, want je weet maar nooit. Jaren later gebeurt dit: een jager uit Oudenburg bij Oostende schiet een patrijs uit de lucht. Zijn hond gaat eropaf en keert niet terug. De jager gaat kijken, de hond staat grommend bij een lichaam, overgroeid door metershoog onkruid. Dat was dus die Waalse jongen, we hebben ook de fles whisky en de slaapmiddelen tussen het onkruid gevonden. Had hij iets met Oudenburg? Niets, nihil. REMUE: Laten we realistisch blijven, zo'n databank zal er niet snel komen. De wet op de privacy, daar wordt terecht zwaar aan getild. Ik zou al blij zijn als er een instrument bestond om verdwaalde alzheimerpatiënten terug te vinden. Dat wordt een echte plaag, iedere week rukken we een keer of vijf met de grote middelen uit om een dementerende bejaarde te zoeken. Het probleem doet zich evengoed voor in de homes als in de thuiszorg. Even niet opletten en bompa glibbert de deur uit. En dan maar stappen, mensen met dementie hebben soms een verrassend sterke conditie. In zo'n geval krijg je vaak de wet van Murphy tegen. Ze lopen naar het station, stappen op de eerste de beste trein, en net die ene keer is er geen controle. We zijn zo een bejaarde uit een home in Mechelen kwijtgespeeld. Twee dagen gezocht, en toen kregen we telefoon van de Franse gendarmerie in Bray-Dunes. Ze hadden het lichaam van een bejaarde gevonden, en of het toevallig om een Belg kon gaan? Blijkbaar had hij in Mechelen de trein naar Adinkerke-De Panne genomen, en is hij vanuit het station helemaal de grens over geschuifeld. Zo gaat dat, ze lopen tot ze van vermoeidheid omvallen. Het vroor die nacht min tien, hij had geen schijn van een kans. REMUE: Inderdaad, en dat valt slecht in bepaalde kringen. Ik zit in de werkgroep Crimes against Children van Interpol. Ook daar komen geregeld deskundigen praten over nieuwe therapieën en manieren om pedofielen in de maatschappij te integreren. Sorry, maar ik geloof er niet in. Noem het beroepsmisvorming, maar wij zien als geen ander de miserie die zulke ellendelingen veroorzaken. Als je het lijk van Nathalie hebt gevonden nadat ze door een smeerlap als Ait-Oud werd misbruikt en vermoord, dan heb je het wel gehad met die types. Bovendien kunnen we er niet naast kijken. Wat hebben Dutroux, Fourniret, Ait-Oud en Janssen met elkaar gemeen? Het zijn allemaal recidivisten. Nee, ik blijf erbij: ik kan géén begrip opbrengen voor iemand die zijn handen niet van een kind kan afhouden. REMUE: Ik zei het al: zeg nooit nooit. Natuurlijk moet je daar omzichtig mee omspringen. Je zult maar ouder van een verdwenen kind zijn en dan ook nog eens onterecht beschuldigd worden. Niettemin mag je als onderzoeker geen enkel denkspoor uitsluiten. Ook wij kijken altijd naar de piste van de ouders, al was het maar om die meteen te kunnen afsluiten. Maar de mens is tot alles in staat, dat hebben we zelf al ondervonden. Neem nu de kleine Jansien uit Sint-Job in 't Goor. 24 uur lang hebben we gezocht, hand in hand met de ouders. Toen we het kindje vonden, bleek het gewurgd. Door de moeder die ons zo ijverig had helpen zoeken, ze had het lijkje in een plastic zak gestopt en bij het kanaal gedumpt. Die vrouw was ziek, ze is later geïnterneerd. REMUE: We hoeven niet vals bescheiden te zijn, we zijn goed bezig. Ik spreek in de meervoudsvorm, want de erkenning is de verdienste van een fantastisch team. Het gaat trouwens breder. Na de affaire-Dutroux heeft België een echt beleid rond verdwijningen ontwikkeld. We hebben referentiemagistraten verdwijningen, in de politiescholen wordt er vanaf de basisopleiding aandacht aan besteed, alle diensten beschikken intussen over een handleiding verdwijningen, onze Bijbel noem ik dat. Het is niet toevallig dat bij Interpol vaak naar le modèle belge wordt verwezen. REMUE:(grijnst) Nee, maar mijn vrouw zegt altijd dat ik het goed kan uitleggen. Het voortouw nemen, dat zit in mijn persoonlijkheid. Bij de scouts was ik ook altijd liever patrouilleleider dan meeloper. DOOR ERIK RASPOET, FOTO'S SASKIA VANDERSTICHELE'Wie zegt dat een lijk hem onverschillig laat, heeft op onze dienst niets te zoeken. Je moet empathie voelen.' 'Pedofielen in de maatschappij integreren? Sorry, ik geloof er niet in. Wij zien als geen ander de miserie die zulke ellendelingen veroorzaken.'