Eind juni wordt in Middelkerke een dronken herrieschopper in de cel gestopt om zijn roes uit te slapen. Op een bepaald moment merken de agenten dat hij niet meer ademt. Hartstilstand. Ze slagen erin om hem te reanimeren. Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis, waar hij de dag nadien sterft.
...

Eind juni wordt in Middelkerke een dronken herrieschopper in de cel gestopt om zijn roes uit te slapen. Op een bepaald moment merken de agenten dat hij niet meer ademt. Hartstilstand. Ze slagen erin om hem te reanimeren. Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis, waar hij de dag nadien sterft. Eind augustus wordt in de kustplaats een man opgepakt die amok maakt en mensen aanvalt. Hij lijkt compleet buiten zinnen, en er zijn zes agenten nodig om hem in een cel te stoppen en te boeien. Daarbij raken twee agenten gewond. De agenten passen de instructies toe die in Nederland worden gebruikt voor arrestanten met het zogenaamde Excited Delirium Syndrome (EDS). De man wordt naar het ziekenhuis afgevoerd, waar vijf verplegers helpen om hem in bedwang te houden en te sederen. De arrestant overleeft het. Volgens Jean-Marie Dedecker, burgemeester van Middelkerke, komen zulke incidenten vaker voor. Hijzelf heeft het al een drietal keren meegemaakt sinds hij burgemeester is. 'Het gebeurt geregeld en ook in andere politiekorpsen, maar er wordt vooral over gezwegen. Bijvoorbeeld op het overleg met de kustburgemeesters wordt daar niet over gesproken.' Wat in Charleroi met Jozef Chovanec totaal fout liep, is in Middelkerke dus vermeden? 'Mijn mensen zijn niet met vijf of zes boven op de arrestant gaan zitten, en bovendien hebben ze de techniek van de Nederlandse politie toegepast. Ik wist niet dat ze dat deden. Toen de korpschef mij vertelde dat we ook een arrestant zoals in Charleroi hadden, heb ik gevraagd hoe ze het precies hebben aangepakt. Wel, volgens die Nederlandse instructies die mijn korpschef op eigen initiatief in het politiegebouw heeft uitgehangen. De Belgische federale politie hééft gewoon geen instructies om met arrestanten met EDS om te gaan. Het zit ook niet in de politieopleidingen.' Waarom niet álle korpsen de Nederlandse methode gebruiken, weet Dedecker niet. 'Misschien was Jozef Chovanec nog in leven geweest indien men die techniek had toegepast, want hij vertoonde duidelijk symptomen van EDS. We kennen trouwens zijn echte doodsoorzaak nog steeds niet. Dat zou na twee jaar onderzoek wel mogen, nee?' Net zoals in Charleroi werd ook in Middelkerke alles gefilmd, maar Dedecker bekijkt die beelden niet. 'Ik krijg elke dag een samenvattend verslag van wie waarom in de cel is gegooid en ik onderteken dat, zoals ik elke dag wel honderd documenten onderteken. Als me toch iets opvalt, kan ik altijd het volledige verslag opvragen. Over de man die in het ziekenhuis is overleden, heb ik bijvoorbeeld gevraagd wat er precies gebeurd is, maar het is onbegonnen werk om ook nog eens alle beelden te bekijken. Als je niet kunt vertrouwen op je korpschef, sta je nergens. Voordat een incident tot bij mij komt als burgemeester, is het al twee of drie echelons gepasseerd, van de inspecteurs via de commissaris naar de korpschef. Ik ben dus misschien pas de vierde in de rij die informatie krijgt, maar toch ben ik verantwoordelijk. Dat klopt niet. Je móét je korpschef vertrouwen.' Conclusie? Dedecker: 'In Charleroi is de zaak blijkbaar in de doofpot gestopt door de chef van de luchtvaartpolitie, en het andere probleem is dat de hoogste politietop in gebreke blijft. Er heerst een soort sektegevoel. Zodra iets misloopt, speelt de omerta en beschermen ze elkaar. Er zullen nog arrestaties zoals met Chovanec gebeuren, maar ik weet nu dat mijn korps goed zal reageren.'