Ik was een levensgenieter en ben voor mijn zeventiende verjaardag nooit echt praktiserend geweest. Ik leefde bijna als elk ander westers meisje: ik bad niet, vastte soms, ging nogal uitdagend gekleed en had af en toe vriendjes. Moge Allah me dat vergeven - ik wist toen nog niet veel af van de islam.
...

Ik was een levensgenieter en ben voor mijn zeventiende verjaardag nooit echt praktiserend geweest. Ik leefde bijna als elk ander westers meisje: ik bad niet, vastte soms, ging nogal uitdagend gekleed en had af en toe vriendjes. Moge Allah me dat vergeven - ik wist toen nog niet veel af van de islam. Ik hield van mijn moeder, maar ik was nog meer een vaderskind. Wanneer ik mijn vader zag, straalden mijn ogen van vreugde. (...) Ik bleef zelfs liever bij hem dan buiten te spelen met andere kinderen of naar films te kijken. Fictie in-teresseerde me ook niet echt, ik keek veel liever naar de nieuwszender Al Jazeera met mijn vader. Daar zag ik voor het eerst de beelden van gewonde en gedode Palestijnse kinderen. Ik wist op dat moment nog niet wat er precies aan de hand was of waar die beelden vandaan kwamen, maar ze maakten veel indruk op mij. Sowieso was ik een erg gevoelig kind (...). Ik kon alleen maar opkijken naar mijn broers en zussen die een sterk en hard karakter hadden (...). Hoewel mijn ouders liever hadden dat ik de harde beelden in het nieuws niet meer te zien kreeg, bleef ik toch meekijken met mijn vader. Ik maakte mijn ouders wijs dat het nieuws me niet interesseerde, maar dat ik gewoon graag naast mijn vader zat. Door mijn dagelijkse portie Al Jazeera begon ik de Arabische taal steeds beter te begrijpen. En elke dag opnieuw begon het journaal met de woorden: 'Qutila wa usiba al-yawm' (Vandaag zijn er ... doden en gewonden gevallen). Elke dag opnieuw werden mensen vermoord en verwond. En elke dag opnieuw werd mijn kleine, onschuldige kinderhart daardoor geraakt. Met de dag besefte ik meer en meer hoe wreed deze wereld was. Op mijn katholieke school kregen we de eerste jaren les over het bestaan van God, over Jezus en over de Bijbel. (...) Vooraan in de klas, boven het bord, hing een groot kruisbeeld. De juf vertelde ons wat er met Jezus was gebeurd. Die avond vertelde ik thuis geïnspireerd over het verhaal. Mijn moeder vertelde op haar beurt wie Jezus was volgens de islam. Het verschil met het christendom was dat Jezus volgens de islam geen zoon van God was, maar een profeet zoals alle andere profeten. En dat hij een mens was, zoals wij. Ik was overtuigd van de boodschap van de islam en ik geloofde in het bestaan van een schepper, maar ik stond open voor beide religies. Thuis luisterde ik aandachtig naar de verhalen van de profeten en de geschiedenis van de islam, en op school deed ik hetzelfde met het christendom. (...) (De dag nadat ik weer eens stiekem naar Al Jazeera had gekeken) hadden we het in de les over de Tweede Wereldoorlog, over de nazi's en over Hitler. Ik onderbrak de leerkracht en vroeg haar geïrriteerd: 'Waarom vind je Hitler zo slecht?' 'Dat vind ik niet alleen, dat vindt de hele wereld. Hij doodde onschuldige mensen, vrouwen en kinderen', zei ze. Ze keek me aan alsof ze al wist hoe ik zou reageren. 'Niet heel de wereld. Ik vind hem niet slecht. De mensen die hij doodde waren zijn vijanden, en ook de mijne. Het waren de Joden die nu duizenden Palestijnen vermoorden', maakte ik haar duidelijk. Juf Krista schrok duidelijk van mijn reactie. Célina, een Turks meisje, knikte. Zij was het eens met mijn woorden. Toen het speeltijd was, moesten we allebei bij de juf blijven. Ze sprak ons aan en legde ons uit dat een onschuldig persoon die vermoord wordt het slachtoffer is van de onrechtpleger. En dan maakt het niet uit of dat een jood, een moslim, een christen of ongelovige is. (...) Ik hechtte geen belang aan haar woorden. Wat wist zij nu over Palestina? In diezelfde periode hoorde ik van een benefiet voor Palestina die zou plaatsvinden in De Roma in Borgerhout. Ze zouden er ook geld inzamelen. Ik was zo blij, misschien kon ik nu wel iets doen. Ik ging erheen met mijn moeder en mijn twee zussen. Het was een heel leuke dag en ik werd weer een stuk wijzer door alle lezingen die ik te horen kreeg. Ik ging naar het kraampje dat spulletjes verkocht en kocht er twee vlaggen van Palestina. Ik liet de Palestijnse vlag ook op mijn gezicht schminken. Thuis aangekomen zong ik heel de tijd de liedjes die ik daar had gehoord, over al-Quds (Jeruzalem) en moeders van wie de kinderen martelaars werden. De ene vlag hing ik aan de overkant van mijn bed en de andere links van mij, naast de Marokkaanse vlag. Ik schreef er met een blauwe stift bij: 'Palestina, ik zal je nooit vergeten.' En eronder, in kubusletters, 'Gaza', met een tranend oog erbij. (...) Ik weet dat ik bij ons thuis de enige was die daar veel mee bezig was. Ik zat urenlang achter de pc, op zoek naar kennis over de geschiedenis van de islam en Palestina. Ik las het prachtige verhaal van hoe Salah ud-Din al-Ayyubi (Saladin) Jeruzalem heroverde op de kruisvaarders en vroeg me af hoelang het nog zou duren voor de moslims de Israëli's voorgoed zouden verjagen uit historisch Palestina. Tijdens mijn eerste jaar in de middelbare school wilde ik laten zien dat ik opkwam voor de Palestijnen. Ik kocht een arafatsjaal en droeg 'm altijd. Ik zei ook tegen mijn moeder dat ik een hoofddoek wilde dragen. Hoewel ik het eerste meisje in de familie zou zijn dat op zo'n jonge leeftijd een hoofddoek droeg, deed ze er niet moeilijk over. Ik wilde de hoofddoek toen niet dragen om islamitische redenen, ik wist nog niet wat dat inhield. Voor mij was het in die tijd meer een vorm van protest. Ik voelde me zo ook dichter bij het volk waar ik mijn hart aan had gehecht. Palestina was op dat moment het land waar ik voor wilde vechten. Het jaar daarop werd er een hoofddoekverbod ingevoerd op school. Plots moesten alle meisjes die van hun hoofddoek hielden en hem al jaren droegen zichzelf helemaal anders vertonen. Een stuk van hun identiteit werd hen ontnomen. Hoe konden ze hun dit recht zomaar afnemen? En dat in een democratische rechtsstaat, in het 'vrije' Westen. Waar was de vrijheid om je religie te uiten? Of gold die vrijheid niet voor moslims? Het voelde als een aanval op mijn religie en op mezelf. Ik veranderde van mening: ik zou mijn hoofddoek dragen en nooit meer afdoen. Niemand zou me tegenhouden.(...) Er groeide een soort van wantrouwen en haat tegenover de overheid. Ik was boos. Tijdens een schoolpauze trok een bescheiden meisje op de speelplaats mijn aandacht. Ze was een islamitisch boekje aan het lezen. Toevallig keek ze mijn kant uit. Ze lachte vriendelijk en ik lachte terug. Na school zag ik hoe ze haar khimar (lange hoofddoek die ook de boezem bedekt) aandeed. Op een dag moest ik nablijven omdat ik te laat was gekomen, en het meisje was er ook. Na ons uurtje nablijven kwam ze naar me toe en we praatten even. Ik zag hoe ze wijde kleren aanhad, geen make-up droeg en haar wenkbrauwen niet epileerde. Ze zag er rustig uit. Ik bewonderde haar omdat het wereldse genot haar niet kon misleiden en omdat ze de gehoorzaamheid aan Allah verkoos boven alles. 'Hoe heet je?' vroeg ik. 'Noor', antwoordde ze. Ik vroeg haar waarom ze die lange gewaden droeg na schooltijd. Ze legde me uit dat het beter is om je lichaam volledig te bedekken opdat God tevreden zou zijn. Het idee dat alleen je haren bedekt moesten zijn, vond ze niet juist. Ze vertelde me ook dat ze bij een groep zusters zat die tawhid-lessen volgde. Tawhid is een basisconcept voor moslims en betekent letterlijk 'de eenheid van God'. Salafisten stellen dat de islamitische wet de enige wetgeving moet zijn in een islamitische staat. Democratieën zijn volgens hen een verafgoding en een schending van de tawhid. Noor vroeg of ik eens mee wilde naar een van die lessen. Ik beloofde dat ik het zou doen, maar niet meteen. Achteraf zou blijken dat het ging om lessen bij Sharia4Belgium. Om me te ontspannen ging ik naar de bibliotheek, zoals ik wel vaker deed. Ik kwam een boek tegen met als titel Mijn levenmet Osama, over zijn eerste vrouw. Ik wist niet veel over Bin Laden, maar de figuur intrigeerde me. Ik herinnerde me uit mijn kindertijd hoe mijn omgeving vol lof over hem sprak. In de jaren 1980 beschouwden veel moslims hem als een echte held omdat hij erin geslaagd was de Russen uit Afghanistan te verdrijven. Ik nam het boek mee en thuis begon ik enthousiast te lezen. Ik was onder de indruk van de manier waarop Bin Laden werd beschreven: intelligent, zwijgzaam, met een ijzersterk karakter. Mijn liefde voor hem bereikte de diepste kamers van mijn hart. Aangezien hij met de gewapende jihad bezig was, vroegen critici hem waarom hij niet eerst Israël aanviel. Israël was tenslotte de echte vijand. Ik verwonderde me over hoe mooi hij alles kon uitleggen. Hij zei dat als je de vijand wilde verslaan, je niet rechtstreeks moest aanvallen maar onderaan moet beginnen. Om Israël te verslaan, moesten eerst Amerika en het Westen economisch verslagen worden, zei hij. Hij vergeleek het met een fiets: de fiets was Israël, en de wielen die de fiets vooruitstuwden waren de Verenigde Staten van Amerika. Als Amerika verzwakt zou zijn, zou Israël makkelijk te verslaan zijn. Dat vond ik het mooiste stuk van het hele boek. Ik herinner mij dat Noor me toen ook geregeld video's stuurde van de bekende jihadideoloog Anwar al-'Awlaqi en van Abu Imran, de leider van Sharia4Belgium, waar ze nog altijd les volgde met een groep zusters. Ik begon steeds meer zin te krijgen om een keertje met haar mee te gaan. Ik sprak meer en meer met Noor en de andere zusters van de jama'a. Door met hen te praten, besefte ik hoe ik blindelings de westerse maatschappij aan het volgen was. Ik wilde voldoen aan het ideale beeld van een vrouw onder de democratie, maar eigenlijk was dat vernederend voor de vrouw. Westerse democratieën stonden mensen toe om te leven in decadentie, met alcoholmisbruik, pornografie en prostitutie als kwalijke gevolgen. In een religieuze staat zou dat ondenkbaar zijn. Ik besefte dat de islam mij een veel hogere status gaf, terwijl ik dat niet eens besefte. Waar was mijn zelfrespect gebleven? En mijn eer? Ik begon in oktober 2011 vol enthousiasme mijn lessen 'basiskennis islam' in het Instituut voor Opvoeding en Educatie (IVOE) in Mechelen, een onderdeel van de stichting alFitrah. Ik leerde de tawhid kennen, de basis voor elke moslim. Ik wilde meer en meer kennis vergaren en behaalde, net zoals op school, goede punten. Ik volgde ook privélessen Arabisch bij een zuster die ik had leren kennen via Noor. Ik memoriseerde de Koran en sloeg geen enkel gebed over. Mijn dagen waren erg gevuld, ook in het weekend. Maar hoe druk ik het ook had, ik had mij nog nooit zo heerlijk gevoeld. Ik voelde me bevrijd van de dwalingen en mijn liefde voor het geloof bleef toenemen. Ik nam afstand van de vriendinnen met wie ik omging in tijden van onwetendheid, en zocht meer contact met andere praktiserende zusters. Ik merkte hoe anders zij waren en hoe deze zusterschap veel sterker was dan welke vriendschappelijke relatie ook. Mijn vriendenkring breidde zich snel uit. (...) Nadat ik boeken had gelezen over de islamitische wetgeving over kledingvoorschriften voor de vrouw dacht ik er opnieuw aan de hoofddoek te gaan dragen. Ik herinnerde me hoe ongemanierde mannen me op straat lastigvielen en naar me staarden met lustvolle blikken. Vrouwen zijn nu eenmaal aantrekkelijk, en ik begreep dat de kledingvoorschriften een manier waren om ons te bevrijden van starende mannen. (...) Voor mij was een vrouw die er heel aantrekkelijk bij liep terwijl alle mannen naar haar staarden geen teken van emancipatie. Ik koos voor de tevredenheid van mijn Heer en droeg voortaan een hoofddoek en lange jurken. Ik voelde me meteen een stuk beter. Mijn ouders zagen me veranderen. Ik reciteerde de Koran voor mijn vader en hij genoot ervan, maar ik zag dat hij zich zorgen maakte. Hij wilde weten waar ik allemaal mee bezig was en vroeg me voorzichtig te zijn. 'Papa, kijk hoe de moslims wereldwijd worden gemarteld, verkracht, beledigd en vernederd. Denk je dat ik zomaar een hond ga blijven van deze mislukte democratie? Hoe kan ik voorzichtig zijn? Hier in het Westen word je uitgesloten en scheef bekeken vanaf het moment dat je openlijk laat zien dat je voor de islam hebt gekozen en je volledig overgeeft aan Allah. Maar ik heb mijn keuze gemaakt', zei ik zelfverzekerd. Mijn vader maakte me duidelijk dat ik nog veel te jong en naïef was om me met zulke zware thema's bezig te houden. Hij waarschuwde me dat ik me niet zo mocht laten meeslepen door wat anderen zeiden. Ik bleef maar video's bekijken van Fouad Belkacem en Anwar al-'Awlaqi, dat waren mijn favorieten. Ik begon stilaan een afkeer te krijgen van de westerse samenleving en haar wetten. Ik mocht niet eens naar school met mijn islamitische bedekking, hoe konden ze dan van mij verwachten dat ik hun wetten bleef respecteren? Ik verwijderde mijn eigen foto's op Facebook en verving ze door een foto van Osama Bin Laden. Er kwamen heel wat negatieve en bezorgde reacties van mijn vrienden. Ik besloot een nieuw Facebookprofiel aan te maken waarbij ik alleen maar gelijkgezinden zou accepteren. Ik ging voortaan naar school met mijn hoofddoek, en als ik die moest uitdoen aan de schoolpoort voelde ik me niet meer op mijn gemak. Ik ervaarde nu hetzelfde als al die andere meisjes en het voelde aan als een vernedering. Nu droeg ik de hoofddoek immers om religieuze redenen, uit liefde voor Allah. (...) Alleen mensen die in onze schoenen stonden, konden dat begrijpen. En waarom moesten wij onze hijab (gewone hoofddoek) eigenlijk uitdoen om naar school te gaan? Alsof die bedekking een gevaar vormde, of we daardoor geen goede resultaten konden behalen. In mijn ogen had het hoofddoekverbod vooral nadelen. Zo zag ik hoeveel zusters hun studie beëindigden, of hoe sommigen deeltijds les volgden op een plek waar de hoofddoek wel was toegestaan. Terwijl die meisjes heel intelligent waren en zeker wat van hun leven gemaakt zouden hebben als zulke stomme wetten niet bestonden. Het hoofddoekverbod was in mijn ogen een regel die meer kwaad deed dan goed. Er werd totaal geen rekening gehouden met ons, met alle gevolgen van dien. Ik voelde me buitengesloten door deze maatschappij, alsof ik er niet meer toe behoorde als ik openlijk toonde dat ik voor de islam koos. Het leek alsof mensen mij als een buitenaards wezen zagen. (...) Ik wou me nog meer verdiepen in de islam en ernaar handelen. Ik besloot mee te gaan met Noor naar de lessen van Sharia4Belgium. (...) De meeste zusters waren tussen de zestien en de vijfentwintig jaar, enkele andere waren al in de dertig. Het waren vooral Marokkaanse meisjes, maar ook een Tsjetsjeense en enkele bekeerde Belgen. De meesten droegen een khimar of nikab. De hechte band en de pure zusterschap maakten het vertrouwen tussen ons sterker. De meesten waren met school gestopt omdat ze hun religieuze kleding er niet mochten dragen. (...) Wat zou het mooi zijn als er islamitische scholen zouden zijn. Niemand die nog commentaar zou hebben over de bedekking of het gebed. Zoals bij de Joodse gemeenschap in Antwerpen, waar al die kindjes met hun krulletjes en keppeltjes naar school gaan. Op school krijgen ze de Thora onderwezen en ze organiseren alles in hun eigen kring. Dat zou een voordeel zijn voor mensen zoals wij, die het uiten van hun religie heel belangrijk vinden. Al was hun aanpak iets schoolser dan die van Sharia4Belgium, ik vond de lessen bij het IVOE heel aangenaam en goed georganiseerd. We hadden een lieve leerkracht die alles goed kon uitleggen. Hij bracht ons de basiskennis bij die iedere moslim moet bezitten. Hij begon zijn les met de volgende woorden: 'Heel veel jongeren worden vandaag misleid. Satan maakt het aanlokkelijk om te zondigen, waardoor ze wegblijven van het gehoorzamen van hun Heer. In de les zullen we het boekje Metwelk verstand en welke religie wordt het opblazen en vernietigen alsjihad beschouwd? van de Saudische geleerde Abd ul-Muhsin ibn Hamad al-Abbad al-Badr bespreken, waarin hij groepen als Al-Qaeda weerlegt.' Dat boekje was heel orthodox en salafistisch van opzet. De leraar stelde ook dat overdrijven in religie contraproductief kon zijn, en dat de profeet Muhammad daarvoor gewaarschuwd had in een authentieke overlevering. 'De extremisten en buitensporigen van Sharia4Belgium volgen net als de groepen met wie ze sympathiseren hun eigen interpretaties in plaats van terug te grijpen naar de mensen van kennis. Allah, de Almachtige, waarschuwde ons nochtans om onze eigen begeerte te volgen. Hij zei: "Oordeel dus naar waarheid tussen de mensen en volg (je eigen) neiging niet, want die zal je van Gods weg doen afdwalen." (Koran 38:26) Onze geliefde profeet, vrede zij met hem, zei dat Allah aan degenen met wie Hij het goede voorheeft het begrip van de religie schenkt. De jongeren die zich laten leiden door emoties en zich aansluiten bij Sharia4Belgium worden echter beproefd met een slecht begrip van de religie, terwijl ze denken dat ze het wel bij het rechte eind hebben. Zij zijn net zoals de khawarij, degenen die de bestaande religieuze teksten op een verkeerde manier interpreteren. Ik roep alle jongeren die zich hebben aangesloten bij Sharia4Belgium op om afstand te nemen van die afgedwaalde groep en terug te keren naar de mensen van kennis. Zij zullen hen beschermen tegen het kwaad. Jongeren die met Sharia4Belgium sympathiseren maar die zich nog niet hebben aangesloten, roep ik op om afstand te nemen.' Ook al was ik nooit formeel lid van Sharia4Belgium, ik voelde me wel aangesproken door zijn woorden. (...) Tijdens de lessen werd er nooit haat gepredikt, en er werden nooit jihadistische ideologieën verkondigd. De nadruk lag vooral op goed gedrag vertonen tegenover onze medemensen, ongeacht hun geloof. Dat klonk voor mij allemaal heel aannemelijk en de orthodoxe salafistische leer werd me met de dag duidelijker. Ik was me er intussen ook van bewust dat er meerdere (sub)stromingen waren binnen de islam. Later ontdekte ik tijdens de lessen van Sharia4Belgium dat zij een afkeer hadden van de mensen die zich salafisten noemden, omdat ze de apolitieke salafistische instelling beschouwden als een vorm van collaboratie met de corrupte heersers die de sharia zogezegd niet volledig wilden implementeren. Volgens Sharia4Belgium waren de mensen van het IVOE leugenaars, omdat zij tot die groep apolitieke salafisten behoorden. Ze raadden me aan om de lessen bij het IVOE te stoppen, met als argument dat ik anders in de war zou raken. (...) Mijn vriendenkring bestond in die periode uit twee groepen. Ik ging zowel om met praktiserende salafistische zusters als met praktiserende zusters die deelnamen aan de lessen en bijeenkomsten van Sharia4Belgium. Wat betreft het praktiseren van de islam waren ze hetzelfde, het verschil zat hem alleen in de achterliggende ideologie. Ik merkte hoe mijn vriendinnen uit beide groepen elkaar niet al te graag hadden, maar ik kon het met beide vinden. (...) Ik sprak wel minder af met de salafistische zusters omdat ik steeds minder overtuigd was van hun geloofsleer. Naar de lessen van het IVOE ging ik ook niet meer, want ik vond die bij Sharia4Belgium beter georganiseerd en leuker. Ik ging samen met een bevriende zuster een nikab kopen. Ze verkochten er ook tawhid-vlaggen. Ik kocht er een en hing die op in de woonkamer. Het gevoel begon te groeien om een (...) poging te ondernemen om naar Syrië te vertrekken. Ik wou in een islamistische staat leven waar de wetten van Allah werden toegepast, waar de mensen dezelfde ideologie deelden als ik en waar iedereen me zou begrijpen. Daarom trok de IS me aan. De meeste zusters en hun echtgenoten hadden zich daar gevestigd na het uitroepen van het kalifaat, en waren er veel gelukkiger dan in België. Maar ik had totaal geen kennis over de jihad en over hoe je de wetten van Allah moest toepassen. Als ik zou vertrekken, zou ik dus blindelings mijn emoties volgen, mijn vertrek zou nauwelijks gebaseerd zijn op islamitische normen. Ik zag dat de grote geleerden een vertrek naar Syrië afkeurden, maar ik was ervan overtuigd dat het de juiste beslissing was. (...) Intussen bestond mijn vriendenkring uit drie groepen. De salafistische zusters bleven mij overtuigen om niet naar Syrië te vertrekken omdat het in strijd was met de islam. De andere groep zusters met wie ik lange tijd omging via Sharia4Belgium was intussen in tweeën gesplitst: de ene helft was aangesloten bij Jabhat al-Nusra (een tak van Al-Qaeda in Syrië) en de andere bij de Islamitische Staat. Beide groepen bestreden elkaar in Syrië. Dat maakte het behoorlijk ingewikkeld. Zusters die elkaar in Antwerpen graag hadden, verklaarden elkaar nu in Syrië afvallig en broeders die samen voetbal speelden op het pleintje zouden elkaar nu doodschieten op het slagveld. De meesten hadden de jihad an-nafs (innerlijke jihad of persoonlijke, morele strijd tegen jezelf om een beter mens te worden) en hun begeertes nog niet overwonnen en kenden niet eens het eerste deel van de Koran, maar ze vertrokken toch naar Syrië voor de gewapende jihad. Islamitisch gezien kan dat pas na de jihad annafs, want op het slagveld kun je alleen rechtvaardig en standvastig zijn als je de kennis en het geloof (iman) bezit. Ook op Facebook was er een strijd aan de gang tussen zusters die Jabhat al-Nusra steunden en zusters die de IS steunden. En om een jihadistische groep te steunen, hoefde je niet eens in Syrië te zijn. Ik zie hoe honderden zusters in Antwerpen IS steunen en zelfs de eed van trouw hebben afgelegd aan IS-kalief Abu Bakr Al-Baghdadi. Mochten ze kunnen, ze zouden ook vertrekken, maar het is gewoon praktisch (nog) niet mogelijk. De IS bevindt zich dus niet alleen in Syrië, hij is wereldwijd verspreid. En dat kun je niet bestrijden met bommen of geweld want hun aanhangers willen het martelaarschap, dus zij vrezen de dood niet. Het is een ideologie die bestreden moet worden, en dat kan alleen door de juiste kennis te delen over de islam en door met de broeders en zusters te communiceren. Sommigen hebben gewoon een luisterend oor nodig. Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is om in dialoog te gaan met zulke mensen, maar met wijsheid kun je veel bereiken. Deze voorpublicatie is een verzameling van fragmenten uit het boek. 'In het eerste middelbaar besloot ik een hoofddoek te dragen, als eerste jonge meisje in mijn familie, om de Palestijnen te steunen.' 'Ik bleef maar video's bekijken van Fouad Belkacem en Anwar al-'Awlaqi, dat waren mijn favorieten.' 'Ik verwijderde mijn eigen foto's op Facebook en verving ze door een foto van Osama Bin Laden.' 'Antwerpse zusters noemden elkaar in Syrië plots afvallig. Broeders die samen voetballen, schoten elkaar dood.'