De Italiaanse stad Venetië legde in de veertiende eeuw de basis voor een efficiënte strijd tegen besmettelijke ziektes. De stad lag op een kruispunt van handelsroutes en was daardoor kwetsbaar voor infecties zoals de pest, waar mensen geen weerstand tegen hadden. Als gevolg van snelle urbanisatie kwamen mensen in intens contact met dieren, zoals ratten, zodat kiemen waar de dieren geen hinder van ondervinden naar onze soort konden overspringen. De pest liquideerde in de middeleeuwen een derde van de Europese bevolking.
...

De Italiaanse stad Venetië legde in de veertiende eeuw de basis voor een efficiënte strijd tegen besmettelijke ziektes. De stad lag op een kruispunt van handelsroutes en was daardoor kwetsbaar voor infecties zoals de pest, waar mensen geen weerstand tegen hadden. Als gevolg van snelle urbanisatie kwamen mensen in intens contact met dieren, zoals ratten, zodat kiemen waar de dieren geen hinder van ondervinden naar onze soort konden overspringen. De pest liquideerde in de middeleeuwen een derde van de Europese bevolking. Nadat de Venetianen doorkregen dat God weinig soelaas bracht, en ritueel vampieren uitdrijven ook al niet, gooiden ze het over een andere boeg. Ze organiseerden inspecties, brachten besmette mensen in quarantaine op eilanden, en verdeelden beschermende kledij onder zorgverleners. Volgens een studie in het vakblad Environment Systems and Decisions hadden de volgehouden inspanningen als resultaat dat de stad eeuwenlang veel minder van de pest te lijden kreeg dan andere regio's in Zuid-Europa. De auteurs wijzen erop dat het doorbreken van culturele obstakels voor een efficiënte aanpak van de ziekte cruciaal was om succes mogelijk te maken. De parallel met de huidige ebolacrisis in West-Afrika is snel gelegd. De ziekte werd voor het eerst beschreven in een stadje langs de Ebola-rivier in het noordelijke deel van de Democratische Republiek Congo in 1976, waar ook Belgen ermee te maken kregen. Dat jaar was er ook een uitbraak van een verwante vorm van het virus in Sudan. In totaal zijn er tot voor de recente crisis 24 uitbraken van het virus geweest, vooral in Centraal-Afrika. Geen enkele daarvan doodde meer dan 300 mensen. Er waren nergens meer dan 50 geregistreerde besmettingen. Het virus is eigenlijk niet echt besmettelijk, omdat het zich heel snel manifesteert en uitsluitend via rechtstreeks contact met besmette lichaamsvochten, zoals bloed, verspreid wordt. Het is veel minder efficiënt dan, bijvoorbeeld, het aidsvirus dat jarenlang sluipend in een lichaam aanwezig kan zijn en zich ongemerkt kan verspreiden. Het ebolavirus, daarentegen, manifesteert zich al maximaal drie weken na een besmetting. Het wekt wel angst op, omdat het uitzonderlijk dodelijk is: meer dan de helft van de besmette mensen sterft als gevolg van totale uitdroging en omdat de afweer in elkaar klapt. De reden waarom de ebolacrisis in West-Afrika een andere dimensie krijgt, met meer besmettingen en meer dodelijke slachtoffers, is dezelfde reden die maakte dat het aidsvirus de wereld kon veroveren: urbanisatie en alles wat daarmee te maken heeft - hetzelfde verhaal als dat van de pest in de middeleeuwen ook. Aids sprong een kleine eeuw geleden in Centraal-Afrika van geslachte mensapen, die er weerstand tegen ontwikkeld hadden, naar mensen over, maar werd pas een erkend probleem toen het virus de wereld begon rond te reizen. Het ebolavirus schuilt waarschijnlijk vooral in fruitvleermuizen, die er geen last van lijken te hebben, maar ook in apen en andere dieren in het leefgebied van de vleermuizen. Apen hebben er wel last van. De populatie van gorilla's in Centraal-Afrika is in korte tijd met een derde afgenomen als gevolg van de ravage die het virus aanricht, in zoverre dat bezorgde biologen onlangs in het gereputeerde Proceedings of the National Academy of Sciences een lans braken voor onderzoek naar vaccinatie van wilde mensapen. Een aantal elementen zorgt ervoor dat mensen nu meer in contact komen met de natuurlijke reservoirs van het virus dan vroeger. De toenemende bevolkingsdichtheid legt een steeds hogere jachtdruk op de omgeving, waardoor er heel wat broussevlees op markten terechtkomt. Via de dikwijls bloedige slachtpartijen kunnen mensen besmet worden. Als gevolg van grootschalige ontbossing verplaatsen de vleermuizen hun leefgebied en komen ze dichter bij mensen. Die migreren vanwege armoede en geweld op steeds grotere schaal naar de steden, waar de massa het virus veel kansen op verspreiding biedt. Vroeger was ebola vooral iets van kleine dorpjes in het regenwoud, en kwam er pas een beperkte epidemie als een patiënt in een ziekenhuis terechtkwam, waar hij makkelijker anderen kon besmetten. Ook vandaag vormen hulpverleners een belangrijk deel van de slachtoffers van de crisis - honderden van hen kregen de ziekte al. Ook begrafenissen met contact met het dode lichaam zijn verspreidingshaarden van het virus. Westerse hulpverleners moeten met hun niet-Afrikaanse aanpak heel wat obstakels overwinnen in hun pogingen om de verspreiding van de ziekte in te dijken. Ze worden onder meer geconfronteerd met complottheorieën, die zeggen dat ze zelf de ziekte verspreiden omdat ze illegale medische experimenten doen of op zoek zijn naar goedkope organen voor een internationale handel. Het feit dat er geen efficiënt geneesmiddel tegen de ziekte voorhanden is, maakt het moeilijk om het vertrouwen te winnen. De ziekte wekt ook niet dezelfde sympathie voor slachtoffers op als natuurrampen, integendeel. De vrees leeft dat ze West-Europa of de Verenigde Staten zal bereiken, wat niet uit te sluiten valt. Alleen hebben wij goede gezondheidssystemen uitgebouwd, waardoor patiënten snel opgespoord en geïsoleerd kunnen worden. De ongerustheid in onze regio's is misplaatst, en typerend voor hoe gemakkelijk het geworden is om angst in onze maatschappij te jagen. Het virus zal geen succesvolle liefdadigheidsacties met stortingscampagnes mogelijk maken. Het valt zelfs af te wachten of er iets als een internationale interventie zal komen, met legers goedgetrainde hulpverleners die worden uitgestuurd. Het ebolavirus is een heel eenvoudig wezentje dat uit amper zeven eiwitten bestaat die een pakketje RNA omgeven, dat in cellen van besmette personen wordt gesmokkeld om vermenigvuldigd te worden en nieuwe virusdeeltjes te maken. Hoewel de ziekte zeldzaam is en uitsluitend in zwart Afrika voorkomt, is er wel wat onderzoek naar het virus gedaan vanwege zijn uitzonderlijk dodelijke karakter (en het feit dat het eventueel als biologisch wapen kan worden gebruikt, hoewel dat zeer onpraktisch zou zijn). Uiterst speciaal is dat het virus geen enkele reactie van onze afweer tegen zichzelf uitlokt, integendeel, het overweldigt het communicatiesysteem van de afweer. Die slaat tilt, wat onder meer tot gevolg heeft dat bloedvaten massaal gaan lekken. Twee van zijn eiwitten bevatten informatie voor het uitschakelen van de communicatie van ons afweersysteem. Een ander eiwit is verantwoordelijk voor het verspreiden van het virus in steeds nieuwe cellen in een lichaam. Ondanks zijn beperkte genetische capaciteiten kan het virus toch in verschillende vormen voorkomen. Er zijn er ondertussen vijf beschreven. Eén vorm komt in Azië voor, en blijkt om voorlopig onduidelijke redenen onschadelijk voor mensen. Het virus dat nu in West-Afrika woekert, is verwant aan het virus dat oorspronkelijk in Congo en de omringende landen rond ging. Vlak na de eerste signalen van de nieuwe uitbraak in Guinea (en later in Liberia en Sierra Leone) in de lente publiceerden onderzoekers, onder wie Belgische medewerkers van Artsen Zonder Grenzen die in de frontlinie van de strijd tegen de epidemie opereren, in het medische topvakblad The New England Journal of Medicine een eerste analyse. Het nieuw-ontdekte virus zou voor 97 procent identiek zijn aan het oorspronkelijke virus. Het lijkt waarschijnlijk dat menselijke migratie voor een grotere verspreiding zorgde, hoewel het niet uitgesloten is dat het virus overal voorkomt waar de fruitvleermuizen die als reservoir fungeren leven, en dat intensifiëring van het contact met de dieren aan de basis van de nieuwe uitbraak ligt. Eind augustus publiceerde het vakblad Science online meer gedetailleerde gegevens, waaruit blijkt dat er toch minstens 300 genetische verschillen bestaan tussen het virus dat nu zo'n ravage veroorzaakt en de oorspronkelijke versies. De uitbraak van vandaag zou zijn oorsprong hebben in één enkele persoon die de besmetting opdeed. Vervolgens verspreidde het virus zich maandenlang voordat de gezondheidsautoriteiten, die er geen ervaring mee hadden, beseften dat er een epidemie in het spel was. Het kwam in Sierra Leone terecht, via twaalf personen die dezelfde begrafenis in Guinea hadden bijgewoond. Ondertussen zit het virus ook in Nigeria, ook via één enkele besmette persoon die het land binnenkwam en enkele hulpverleners besmette. De autoriteiten daar hopen dat ze de verspreiding van de ziekte nog kunnen indijken, maar Nigeria is een notoir corrupt en onveilig land, wat de kans op een succesvolle quarantaine belemmert. In de andere landen wordt overwogen om hele regio's af te zonderen tot de epidemie ingedijkt is, maar het vertrouwen in de lokale autoriteiten lijkt er niet veel groter dan dat in westerse hulpverleners, wat de kans op succes beperkt. In een arme wijk van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia braken zware rellen uit toen de autoriteiten er een quarantainezone wilden instellen. De Wereldgezondheidsorganisatie, die vanaf het begin het verwijt kreeg dat ze te laat en te laks optrad (het duurde vijf maanden voor ze een actieplan voorstelde) stelt vast dat het aantal gevallen, het aantal doden inbegrepen, vanaf half maart exponentieel is toegenomen. Ze vreest dat er de volgende maanden meer dan 20.000 doden kunnen vallen als er niet snel afdoende quarantainemaatregelen komen. Maar de WHO gaat er ook van uit dat het een jaar kan duren voor de epidemie ingedijkt is. De 400 miljoen euro die ze voor een efficiënte aanpak van dit probleem nodig heeft, is nog niet beschikbaar, wat de ontplooiing van mensen en middelen ter plekke vertraagt. De kans dat er tijdig efficiënte medicatie tegen het virus ontwikkeld wordt, is klein. De ziekte is te zeldzaam om het onderzoek naar een middel winstgevend te maken, en ze woekert vooral in Afrika, waar de meeste mensen niet de financiële slagkracht hebben om westerse medicijnen te kunnen betalen. Er zitten vier geneesmiddelen in de pijplijn, maar er is er voorlopig slechts één dat op mensen kan worden getest, hoewel de Amerikaanse overheid de start van klinische tests in afwachting van meer gegevens on hold heeft gezet. Het middel interfereert rechtstreeks met de voortplantingscapaciteiten van het virus. Het wordt ontwikkeld met geld van het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat in ebola een potentieel gevaarlijk biologisch wapen ziet. Een ander middel is gebaseerd op een cocktail van drie antilichamen die samen verhinderen dat het virus nieuwe cellen besmet. Het werkt goed bij apen, maar is nog niet bij mensen getest. Omdat hier uitzonderlijke omstandigheden heersen, is het al wel experimenteel toegediend aan enkele (westerse) hulpverleners. Twee van hen overleefden, maar het is niet zeker of dat dankzij het middel was. Twee andere personen stierven, ondanks het middel, maar in hun geval werd het mogelijk te laat toegediend, in een te ver gevorderde fase van de ziekte. De experimentele behandelingen lokten een intens debat uit in de medische wereld over de vraag in welke mate de klassieke principes van klinische tests overruled kunnen worden als de nood hoog is. Zeker omdat, zoals een Amerikaanse epidemioloog in Science opmerkte, hij al veel middelen tegen ebola zag die werkten in celculturen, maar niet in ratten, of in ratten maar niet in apen, wat impliceert dat iets wat in apen werkt niet per definitie efficiënt voor mensen hoeft te zijn. Er is ook de ethische kwestie dat alleen bemiddelde patiënten of mensen met goede contacten kunnen genieten van zulke experimentele middelen, en niet de arme Afrikaanse hulpverleners die de grootste risico's moeten nemen. Een andere optie is een vaccin. Er wordt gewerkt aan een middel dat gebaseerd is op een verkoudheidsvirus waarin twee ebola-eiwitten ingebouwd zijn, zodat een lichaam er alert voor kan worden gemaakt. Maar het zou ten vroegste midden 2015 beschikbaar zijn, en dat in een hoeveelheid waarvan nu al gevreesd wordt dat ze ontoereikend zal zijn om de getroffen regio te bestrijken. Vaccins zouden natuurlijk wel ingezet kunnen worden om hulpverleners te beschermen, zodat zij minder kans lopen op een besmetting tijdens hun werk, wat een efficiënte aanpak van de epidemie moet bevorderen. Wetenschappers moeten wel hopen dat het virus zich genetisch niet zo wijzigt dat het ontsnapt aan de bescherming van de vaccins. Nuchtere analisten wijzen erop dat in het geval van ebola eenvoudige maatregelen mogelijk meer effect hebben dan investeringen in vaccins en geneesmiddelen. De strijd tegen armoede, het stimuleren van efficiënte lokale gezondheidszorg, en het bannen van de handel in wild vlees zouden stappen in de goede richting zijn - al gaat het natuurlijk om drastische maatschappelijke ingrepen. Guinea heeft ondertussen al het eten van vleermuizen verboden. Pessimisten houden er rekening mee dat het virus zich zo aanpast dat het veel besmettelijker wordt voor mensen, waardoor het een bloedige pandemie zou kunnen veroorzaken. Alleen: dat groeit uit tot een klassiek argument bij elke uitbraak van een dodelijk virus in de wereld, zoals de virussen die sars of de vogel- en varkensgriep uitlokken. Angstpsychoses rond virale slachtpartijen? Door dramatiserende media zijn ze deel geworden van ons dagelijkse bestaan. DOOR DIRK DRAULANSPessimisten houden er rekening mee dat het virus zich genetisch zo wijzigt dat het veel besmettelijker wordt voor mensen.