'Hij kan het niet.' Het is al 22 jaar geleden dat voormalig hofmaarschalk Herman Liebaers in De Morgen die beknopte en daarom zo dodelijke beoordeling gaf van prins Filip. Maar sinds dat beruchte interview uit 1991 geldt die kwalificatie wel als common knowledge, zowel in de Wetstraat als bij de man in de straat. Helemaal onterecht is die vrees niet: België is nu eenmaal een complexer land dan Nederland, een land ook waar de staatvorm zelf - en dus ook het betrokken staatshoofd - ter discussie staat. Het Belgische koningschap was nooit gemakkelijk, maar het is zeker de laatste decennia geëvolueerd naar een hogere vorm van koorddansen. Vier manieren hoe Filip zichzelf in de problemen kan brengen.
...

'Hij kan het niet.' Het is al 22 jaar geleden dat voormalig hofmaarschalk Herman Liebaers in De Morgen die beknopte en daarom zo dodelijke beoordeling gaf van prins Filip. Maar sinds dat beruchte interview uit 1991 geldt die kwalificatie wel als common knowledge, zowel in de Wetstraat als bij de man in de straat. Helemaal onterecht is die vrees niet: België is nu eenmaal een complexer land dan Nederland, een land ook waar de staatvorm zelf - en dus ook het betrokken staatshoofd - ter discussie staat. Het Belgische koningschap was nooit gemakkelijk, maar het is zeker de laatste decennia geëvolueerd naar een hogere vorm van koorddansen. Vier manieren hoe Filip zichzelf in de problemen kan brengen. Als Filip op 21 juli plechtig de eed zal afleggen, zweert hij in de eerste plaats trouw aan de grondwet. Artikel één daarvan luidt: 'België is een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten.' Of hoe alles in dit land communautair is geworden, tot zelfs de allereerste zin in de grondwet toe. Filip moet zich geen begoochelingen maken: vanaf dag één zal de Vlaamse publieke opinie hem op de vingers kijken, en hem de geringste communautaire fout (of wat zo te interpreteren valt) zwaar aanrekenen. Het is een dilemma voor hem - dat overigens niet uit te leggen valt aan buitenlandse staatshoofden: dat een koning van België vooral niet belgicistisch mag zijn. Boudewijn kon zich nog veroorloven om Luc Van den Brande naar het paleis te sommeren toen die meteen na de goedkeuring het Sint-Michielsakkoord in een interview liet uitschijnen dat Vlaanderen al vol ongeduld wachtte op een nieuwe staatshervorming. Volgens Boudewijn was dat een deloyale attitude. Als straks een Vlaams minister-president zegt dat er weer een nieuwe staatshervorming nodig is, moet Filip er niet eens aan denken hem te willen berispen. Wat hij doet, wat hij zegt: elk detail van Filips optreden is communautair geladen. Het begint al bij zichzelf: bij zijn uitspraak en zijn beheersing van de Nederlandse taal. Filips Nederlands is behoorlijk. Zijn accent is een tikje hoorbaarder dan het keurige Nederlands van Albert, maar minder nadrukkelijk dan dat van Boudewijn. In zijn tijd werd Boudewijn daar nooit op aangesproken, al was 'oewaarde landgenoten' een instant dijenkletser op alle Bonte Avonden ten noorden van de taalgrens. Een subtieler probleem is Filips taalbeheersing. Het gaat om kleine details met grotere gevolgen. Filip heeft het al meegemaakt. Door in de emotie bij de geboorte van zijn eerste kind, Elisabeth, te zeggen: 'Het is een vrouwtje', in plaats van 'een meisje' of 'een dochtertje'. Door naar zijn smaak te kritische journalisten voor de voeten te werpen dat hij 'een missie' heeft. Waarbij hij zich niet realiseerde dat de letterlijke vertaling van 'une mission' in het Nederlands te verheven en zelfs te dramatisch klinkt, en dat 'taak', 'opdracht', of misschien zelfs 'verantwoordelijkheid' bescheidener klinkt en dus beter was geweest. En de Vlaamse publieke opinie is bijzonder ongenadig, zelfs nijdig als het om haar taal gaat. Toen Filip in 2006 schriftelijk antwoordde op vragen van lezers van De Standaard, maakte die krant ophef omdat daarin een dt-fout stond. Nu hoort het in elk geschreven medium tot de vaste taken van een eindredactie om taalfouten te corrigeren, en dat gebeurt ook in ingezonden stukken van 'derden', zoals lezersbrieven en vrije tribunes. Alleen: in plaats van de tekst van Filip (die bovendien was nagelezen door het kabinet van toenmalig premier Guy Verhofstadt) te verzorgen als elke andere bijdrage, werd de prins ostentatief vernederd. Want ook dit is België, of zeker Vlaanderen: met Laken lachen, loont. Als Filip koning wordt, zal dat niet veranderen. Echt problematisch wordt het als die communautaire gevoeligheden Filip storen in wat hij ongetwijfeld als de gewone, goede uitvoering van zijn mandaat ziet. Bijvoorbeeld: de strijd tegen racisme en xenofobie. Behoort dat niet in elk beschaafd land tot de fundamentele taken van het staatshoofd? In België ligt dat nochtans gevoelig, want het VB en bij onzorgvuldige formulering ook de N-VA voelen zich snel aangesproken. Zelfs een historische verwijzing naar 'de jaren dertig' in Alberts laatste nieuwjaarsboodschap werd hem kwalijk genomen. Want ook al hoefde dat niet eens te slaan op de Vlaams-nationalistische collaboratie (die zich natuurlijk pas in de jaren veertig situeert), het kon eventueel wel zo begrepen worden. Dus werd het zo begrepen. En dus had Albert een fout gemaakt. Kortom: de vraag lijkt niet of de Vlaamse Beweging met Filip zal clashen, maar wanneer. Ooit waren Belgische koningen protestants, vrijdenker of berucht om hun libertaire levenswandel. Maar sinds Boudewijn staat Laken bekend als belijdend rooms-katholiek. Twintig jaar na diens dood is dat nog altijd zo: Fabio-la, Albert en Paola, Filip en Mathilde, en Astrid en haar Habsburgse echtgenoot Lorenz maken geen geheim van hun geloof. Alleen Laurent heeft de reputatie eerder vrijzinnig te zijn. Zijn huwelijk met Claire werd ingezegend door père Gilbert, een sociaal geïnspireerde Franse priester met enig rock-'n-rollgehalte. Ook kabinetschef Jacques van Ypersele is een diepgelovig man. Het particuliere geloof van een staatshoofd hoeft geen probleem te zijn, maar in België ligt ook dat problematisch. Dat is helemaal de schuld van de vijfde koning der Belgen. Boudewijn zette de kwestie van 'het geloof van de koning' op scherp toen hij in 1990 de zogenaamde abortuswet weigerde te ondertekenen. Tijdens de eerste jaren van de regeerperiode van Albert heeft Jean-Luc Dehaene daarom gewerkt aan een regeling die het staatshoofd toestond om bepaalde, ethisch gevoelige wetten niet te ondertekenen, maar die plannen zijn nooit verder geraakt dan de voorbereidende fase. En Albert heeft nadien alle wetten die voor een katholiek gevoelig kunnen liggen, zoals de euthanasiewetgeving of die over het homohuwelijk, netjes ondertekend. Van Filip wordt verwacht dat hij het voorbeeld van zijn vader volgt, en zeker niet van zijn door hem zo bewonderde oom. Als het parlement een wet goedkeurt, zet de koning zijn handtekening. Als Filip dat niet begrijpt, moet hij zelfs niet aan zijn regeerperiode beginnen. Steun voor een koning die herhaalt wat Boudewijn deed, is er niet. Ook niet in Wallonië. Want hoewel de PS is geëvolu-eerd van een semirepublikeinse partij naar een taaie verdediger van de federale staat, inclusief de constitutionele monarchie, liggen ethische thema's ook bij Franstalige socialisten erg gevoelig. Tijdens de abortuscrisis voerde de jonge Laurette Onkelinx als fractieleider namens haar partij het woord in de Kamer: voor die tijd was haar kritiek op Boudewijn ongewoon hard en fel. Evenmin ontging het waarnemers niet dat Elio Di Rupo voor het eerst écht scherp was over de koninklijke familie toen het bestaan van Fabiola's 'Fons Pereos' uitlekte. Dat fonds is een financiële constructie om haar erfenis veilig te stellen. De statuten ervan bevatten een paar hatelijke bepalingen, bijvoorbeeld dat enkel familieleden die geboren zijn uit 'een eerste religieus katholiek huwelijk' kunnen erven. Filip moet zijn grenzen kennen: als persoon mag de koning een praktiserend katholiek zijn, als instelling is hij strikt neutraal. Het ethische debat laat hij het best aan anderen over. Net omdat een dynastie per definitie een 'erfelijke' instelling is, en 'de koninklijke familie' bijgevolg een politiek relevant begrip is, is ook de scheidingslijn tussen 'openbaar' en 'privé' veel dunner dan bij politici. En zijn de daden van alle leden van de koninklijke familie politiek relevant. Dat geldt zeker in België, waar alle kinderen en kleinkinderen van koning Albert nog altijd wettelijk in aanmerking komen voor de troonsopvolging, en waar sinds de dood van Boudewijn ook de koninklijke dotaties fors zijn opgetrokken. Achteraf gezien was dat een politieke blunder, maar destijds klaagde de koninklijke familie niet over het vele extra geld dat ineens binnenkwam. In die zin hebben Albert en zijn entourage (en de politieke meerderheden die dat hebben goedgekeurd) de jongere royals aan een vergiftigd geschenk geholpen. Maar tegelijk hoeft een moderne monarchie ook niet te vrezen voor een correcte en transparante financiering. Filip zal er ook mee moeten leren leven dat schandalen en affaires een inherente factor zijn van koninklijke of keizerlijke families. Dat is al honderden jaren zo. Al in de negentiende eeuw werd koning Leopold II uitgekreten voor 'Saligaud II' ('Smeerlap II'). Maar na de Koningskwestie gaf Laken weinig aanleiding tot pikant nieuws. Aan Boudewijn en Fabiola had de boulevardpers al helemaal niets, en zelfs de huwelijksproblemen van toen nog prins Albert en prinses Paola werden grotendeels buiten de media gehouden. Het bestaan van Delphine Boël raakte bij het grote publiek pas bekend in 1999 - de jongedame was toen al 31 jaar oud. De onthulling van haar bestaan viel ook ongeveer samen met de demasqué van prins Laurent. Tot dan had de jongste zoon van Albert en Paola een relatief goede en zeker sympathieke naam bij de media. In hogervermeld interview had hofmaarschalk Liebaers hem een verborgen talent genoemd, een fijne jongen die door Boudewijn en Fabiola werd miskend omdat hij niet volgens strikt katholieke patronen dacht en leefde. Dat positieve beeld bestaat niet meer. Laurent is vandaag een haast even grote bedreiging voor de monarchie als de verzamelde republikeinen van dit land. Zijn reputatie is gewoon vernietigd. Vraag de man in de straat naar Laurent, en hij zal afwisselend gezien worden als een stuk onbenul, een ongeleid projectiel, een schuinsmarcheerder, een nukkig kind, een blaaskaak, een man met een gat in zijn hand, een kerel die nooit hoefde te werken voor zijn geld, en vandaar kan pronken met dure auto's en verre reizen in slecht of alleszins verdacht gezelschap. De slechte reputatie van Laurent sloeg bovendien over op de hele koninklijke familie. In een land met een hoge belastingvoet kan iemand met een voorbeeldfunctie zich niet onttrekken aan alle vormen van fiscaliteit die alle burgers treffen. Dat de koninklijke familie dat toch bleek te doen, werd gezien als een vorm van inciviek gedrag. Mettertijd zag Albert het gevaar, en er werden en worden nieuwe afspraken gemaakt. Maar zelfs voor hem was het niet evident om Laurents optreden binnen de perken te houden. Als Albert zijn recalcitrante zoon al niet in de pas kan doen lopen, hoe zal Filip dat kunnen doen met een broer die zichzelf zo miskend voelt? Is een koning automatisch een familiehoofd? Goed, een vorige regering heeft afspraken voor Laurent op papier gezet, en bij een zware overtreding riskeert prins Plezier zijn dotatie te verliezen - dat helpt. Maar zal het ook volstaan? Weet Filip zich een houding te geven ten opzichte van Delphine Boël? De koninklijke familie kan een welkome steun zijn voor Filip (over een paar jaar is kroonprinses Elisabeth misschien een factor van charme en vertedering), maar ze blijft in de praktijk vooral een factor van reputatieschade. Dat was en is in het Verenigd Koninkrijk en Nederland ook zo, maar dat maakt de rekening van Laken niet. Als Laurent weer eens een hoge verkeersboete krijgt, betaalt ook Filip daarvoor een prijs. In een constitutionele monarchie is het optreden van de koning bepaald door de regering. Een koning staat maar 'sterk' als hij een goede relatie heeft met de belangrijke politici - natuurlijk met de sterke figuren in de regering, maar het best ook met de oppositie. Op het moment dat de koning zelf voorwerp wordt van politiek debat, heeft hij een probleem. In de loop der jaren is de koninklijke actieradius tegelijk bijzonder beperkt én veel belangrijker geworden. Die dualiteit - de koninklijke interventies mogen niet opvallen, maar sinds 2007 werd het staatshoofd steeds vaker verplicht steeds actiever tussenbeide te komen - vereist een perfecte beheersing van het politieke spel. In de tijd van Boudewijn was dat veel minder het geval. Die kon zich bijzonder brutale, of op z'n minst eigengereide interventies veroorloven. In 1981 riep Boudewijn bij de zoveelste regeringscrisis ineens de belangrijkste politici en sociale partners bij zich, sprak hen aan met 'de machtshebbers in feite en in rechte', en beet hen toe: 'Zij horen op hun verantwoordelijkheid te worden gewezen.' In zijn memoires schrijft Leo Tindemans, die erbij was als CVP-voorzitter: 'Wie dat hoorde, kwamen spontaan de woorden "pays réel, pays légal" (van Léon Degrelle, nvdr.) onzaliger gedachtenis in de mond. Had iemand de doodsklok van een parlementaire democratie willen luiden? Wie had de soeverein ertoe gebracht zulke taal te spreken?' Filip moet er zelfs niet aan dénken om zich hautain te distantiëren van de verzamelde politici, zoals zijn oom dat deed. Een volgehouden oorlog met de politieke klasse van zijn tijd was Leopold III in de jaren veertig trouwens al fataal geworden. Filip moet ook niet denken om een brief te schrijven om de regering tot deze of gene militaire operatie te dwingen, zoals Boudewijn dat deed met een persoonlijk verzoek tot hulp van zijn vriend, de Rwandese president Juvénal Habyarimana. Filip zal als koning vooral vertrouwen moeten winnen van de politieke klasse, voor hij zal kunnen beginnen met voorzichtig sturend op te treden. Want dat doet een koning nog altijd in dit land, zeker tijdens een regeringsvorming. Sinds 2007 moest Albert vaak tussenbeide komen, meer dan hem lief was. Altijd weer moest hij faciliterend optreden wanneer de politieke onderhandelingen weer eens in een impasse waren geraakt. De meest onwaarschijnlijke zet was het terughalen van Wilfried Martens, letterlijk uit Eurodisney, toen Yves Leterme zich in de nasleep van de Fortis-redding onmogelijk had gemaakt als premier. De regeringscrisis leek onoplosbaar, tot Martens ervoor zorgde dat Herman Van Rompuy eerste minister werd. Het paleis had dus zijn werk gedaan. Tijdens de eindeloze regeringsvorming van 2010-2011 moest Albert ook herhaaldelijk aan het werk, zij het dat hij uiteindelijk bijzonder scherp op de korrel werd genomen door de N-VA, die vond dat Laken te nadrukkelijk gekozen had voor de door de PS geprefereerde oplossing van de problemen. Het rechtstreekse gevolg daarvan treft ook Filip: N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft laten weten dat hij geen regeringsvorming meer wil volgens de geijkte patronen. Ook SP.A'er Johan Vande Lanotte vond trouwens dat Laken De Wever geen faire kans heeft gegeven. Als in 2014 de politieke kaarten opnieuw aartsmoeilijk zouden liggen - en die kans is reëel -, dan zit Filip dus niet alleen met zijn eerste formatie, maar staat ook nog eens zijn eigen rol expliciet ter discussie. Althans: in Vlaanderen. Zelfs zonder fouten te maken riskeert hij het dus al fout te doen. En als hij bovendien een échte beginnersfout zou maken (en is dat niet eigen aan beginners?), dan wacht hem en de monarchie pas zwaar weer. Tenzij Filip er zelf van overtuigd is dat de monarchie op termijn meer gediend is met een 'Scandinavische rol' (geen politiek maar een representatief koningschap) dan met het oude Belgische model. Maar daar ziet het niet naar uit. Ongeacht wat hij zal doen, Filip blijft dus een politiek probleem, vooral voor zichzelf. Het is in dit land namelijk inherent aan wat oud-kabinetschef André Molitor omschreef als 'la fonction royale'.DOOR WALTER PAULIEen koning van België mag vooral niet belgicistisch zijn. Als het parlement een wet goedkeurt, zet de koning zijn handtekening. Punt. De slechte reputatie van Laurent straalt af op de hele koninklijke familie. De nieuwe koning moet er niet aan dénken om zich hautain te distantiëren van de politici.