1. BETER NETWERKEN

Aleks Krotoski (Pools-Amerikaanse internetonderzoekster en auteur van Untangling the Web):'Ik betwijfel of de impact van Facebook op hoe we vandaag communiceren even ingrijpend is geweest als de uitvinding van de telefoon. Maar dat de sociaalnetwerksite bij haar tiende verjaardag meer dan 1,2 miljard gebruikers heeft, zegt veel. Van alle soortgelijke initiatieven zoals Friendster, SixDegrees en Myspace is Facebook veruit het populairst gebleken. De verklaring: Facebook was het eerste sociale netwerk waarop je je echte naam moest gebruiken, zoals opgegeven op je identiteitskaart. Geen pseudoniemen meer, geen verschillende online-identiteiten, geen anonieme chatroomontmoetingen. Dat was een keerpunt. LinkedIn, dat een jaar voor Facebook online ging, stelde dezelfde eis, maar LinkedIn was alleen een professioneel medium. Dat je op Facebook vrienden kon herkennen aan hun naam, net zoals je aan de telefoon zeker weet dat je je moeder aan de lijn hebt, zorgde ervoor dat veel mensen zich eindelijk genoeg op hun gemak voelden om in de virtuele wereld te stappen.
...

Aleks Krotoski (Pools-Amerikaanse internetonderzoekster en auteur van Untangling the Web):'Ik betwijfel of de impact van Facebook op hoe we vandaag communiceren even ingrijpend is geweest als de uitvinding van de telefoon. Maar dat de sociaalnetwerksite bij haar tiende verjaardag meer dan 1,2 miljard gebruikers heeft, zegt veel. Van alle soortgelijke initiatieven zoals Friendster, SixDegrees en Myspace is Facebook veruit het populairst gebleken. De verklaring: Facebook was het eerste sociale netwerk waarop je je echte naam moest gebruiken, zoals opgegeven op je identiteitskaart. Geen pseudoniemen meer, geen verschillende online-identiteiten, geen anonieme chatroomontmoetingen. Dat was een keerpunt. LinkedIn, dat een jaar voor Facebook online ging, stelde dezelfde eis, maar LinkedIn was alleen een professioneel medium. Dat je op Facebook vrienden kon herkennen aan hun naam, net zoals je aan de telefoon zeker weet dat je je moeder aan de lijn hebt, zorgde ervoor dat veel mensen zich eindelijk genoeg op hun gemak voelden om in de virtuele wereld te stappen. Een Facebookgebruiker heeft vandaag gemiddeld driehonderd vrienden. Onlinevriendschap en virtuele groepen werden lang niet als waardevolle gemeenschappen beschouwd. Ondertussen hebben alle studies aangetoond dat onlinevrienden, net als offlinevrienden, ons gelukkiger en minder eenzaam maken. Maar 700 Facebookvrienden kunnen toch nooit echte vrienden zijn, roepen niet-Facebookers vaak. En al die lullige status-updates over het weer en wat je aan het doen bent, daar draait vriendschap toch niet om? Niemand heeft vriendschap zo uitvoerig bestudeerd als de Britse antropoloog Robin Dunbar. Volgens hem kan iemand maximaal 148 vrienden hebben, meer kunnen onze hersenen niet aan. Vrienden, zegt Dunbar, zijn mensen die tot je intieme kring behoren en die je regelmatig ziet. Maar op Facebook geldt een bredere definitie. Familie, collega's, oude klasgenoten, de barman om de hoek: iedereen die je te vriend wilt, kun je een verzoek sturen. Zo loopt de vriendenteller snel op Maar dat is niet negatief. Pas wanneer de verhalen van 300 vrienden door je News Feed (de middelste kolom, nvdr.) beginnen te rollen, als flarden uit een cafégesprek, wordt duidelijk dat de sterkte van Facebook niet zozeer het onderhouden van vriendschap is - echte vrienden zie je immers ook offline. Nee, de meerwaarde van Facebook zijn de weak ties of zwakke relaties in je netwerk. Mensen van wie je weet dat ze bestaan, maar met wie je niet afspreekt. De mensen die je vroeger misschien één keer per jaar een kerstkaartje stuurde. Sociologen hebben aangetoond dat weak ties soms beter zijn dan vrienden om problemen op te lossen. Zoek je bijvoorbeeld een huis, of vakantietips, dan heb je weinig aan je maten. Zij pikken meestal dezelfde informatie op als jij. Anders is het met je kennissen, die hun blik elders op de wereld richten, maar die toch dicht genoeg bij jou staan om je te willen helpen. 700 Facebookvrienden betekent eigenlijk: vijf echte vrienden, een actief sociaal netwerk en veel contacten die ooit van pas kunnen komen.' Koen Damhuis (Nederlandse socioloog en auteur van De virtuele spiegel): 'Tien jaar Facebook en het lijkt alsof iedereen tien geweldige jaren achter de rug heeft. Ik ken alvast niemand op Facebook die toont dat hij of zij maar een middelmatig leven leidt. Het is zelfs onmogelijk geworden om te ontsnappen aan de digitale survival of the hippest. Iedereen op Facebook laat zich louter van zijn beste kant zien. Niemand heeft een lelijke profielfoto. Iedereen deelt foto's van dat glamoureuze feest, niet van de kater die daarop volgt. Uiteraard lieten mensen zich al graag van hun beste kant zien vóór Facebook bestond. Alleen was de groep aan wie we ons toonden kleiner. In plaats van alleen met familie en vrienden uit het dorp, vergelijken we onszelf vandaag met de hele wereld. Onze identiteitsstrijd is groter dan ooit. Wat mij als socioloog fascineert, is hoe Facebook ons zelfbeeld beïnvloedt en een hele kijk- en vergelijkcultuur voedt. Doordat we voortdurend op de hoogte worden gehouden van de interessante reizen, carrièrewissels en aankopen van onze 547 vrienden kunnen we niet anders dan ons leven vergelijken met dat van hen. Een gevolg daarvan is dat middelmatige levens steeds meer verborgen blijven op Facebook. Alleen de uitzonderlijke, bijzondere en de succesvolle kanten van ons bestaan lijken nog waardevol genoeg om te delen. Dat kan positieve gevolgen hebben: het kan mensen aanmoedigen om iets met hun leven te doen. Jezelf met anderen vergelijken is ook nodig om je plaats in de samenleving te bepalen. Maar het kan ook erg confronterend zijn: welke bijzondere dingen doe ik eigenlijk met mijn leven? Stel ik wel iets voor? Facebook is na tien jaar een soort permanente schoolreünie geworden waar iedereen alleen de grappigste, slimste en mooiste versie van zichzelf laat zien. We maken onszelf ongelukkig door niet in te zien dat de fantastische foto's die ons nieuwsoverzicht vullen maar halve waarheden zijn. Een zorgvuldig samengestelde maar flauwe afspiegeling van wat er in een écht mensenleven gebeurt.' Geert Stadeus (hoofdredacteur van Snoecks): 'Mark Zuckerberg heeft in één decennium onze taal weten te kleuren. De naam Facebook alleen al duikt dagelijks in conversaties op. Wie geen Facebookprofiel heeft, voelt zich vaak buitengesloten. 'Net iets interessants gelezen op Facebook.' 'Zeg, die foto gezien op Facebook?' 'Tot op Facebook!' Facebook heeft woorden een nieuwe betekenis gegeven en vond nieuwe woorden uit. Kwam je vroeger met iemand niet langer overeen, dan verdween die persoon uit je leven. Vandaag ontvrienden we. Status verwijst niet langer naar iemands maatschappelijke stand, maar is een online-update over hoe we ons voelen. Een wall is geen opeenstapeling van bakstenen meer, maar het virtuele prikbord waarop we ons leven te grabbel gooien. Iets leuk vinden is verkleuterd tot een virtueel opgestoken duim. En geen hond die weet wat Zuckerberg precies met poke bedoelt - een zwaai, een duwtje, een mep? - maar we vinden het allemaal grappig om die ene kameraad te hebben die met zijn sporadische gepor eigenlijk zegt: ik denk aan je.Mark Zuckerberg heeft ons een nieuwe taal aangereikt, en sinds kort zijn 'Geert drinkt koffie' of 'Geert voelt zich droevig' uitdrukkingen die ik niet eens nog zelf hoef te typen. Met één muisklik kan ik nu de status aanvinken die het best aansluit bij hoe ik me voel. Zuckerberg wil mij doen geloven dat die voorgeschreven uitdrukkingen bedacht zijn opdat ik mij nóg beter kan uitdrukken. Maar mijn leven samengevat zien in voorgekauwde emoties is net een stap te ver. Het lijkt eerder een listig trucje waarmee Facebook nog meer data kan verzamelen om door te spelen aan adverteerders. En dát vind ik niet leuk.' Luc Balcer (communicatieadviseur en auteur van Vind mij leuk): 'Barack Obama zou in 2008 president van de Verenigde Staten zijn geworden dankzij een indrukwekkende campagnevoering op Facebook. Tenminste, dat beweren de media die graag nieuwe woorden bedenken zoals Facebookverkiezing of Twitterrevolutie. Obama gebruikte sociale media om geld in te zamelen voor zijn campagne, maar zijn uiteindelijke overwinning had hij vooral te danken aan zijn visie en ongezien teamwerk. Ook in de Belgische politiek is de invloed van Facebook en Twitter op verkiezingsuitslagen nog niet aangetoond. Sociale media kunnen een middel zijn waarmee politici tonen dat ze gevat zijn en goed communiceren. Maar een politieke partij zal geen zetels winnen omdat ze op Facebook zit. Belgische politici hebben doorgaans koudwatervrees als het over sociale media gaat. Kiezers kunnen via die kanalen namelijk ook hun ongenoegen uiten. Als een hele woonwijk plots via Facebook of Twitter klaagt over nachtlawaai of omgewaaide bomen moet je communicatieteam daar snel en goed op reageren. Er zijn nochtans mooie buitenlandse voorbeelden die tonen hoe politici door sociale media een hechte community creëren. Alex Torpey, burgemeester van Orange South in New Jersey, doet met Twitter, YouTube en Facebook vernieuwende dingen, op een heel spontane manier. Hij combineert zijn politieke visie met technologie en interactiviteit. Die creativiteit mis ik in de Belgische politiek.' Dave Sinardet (politicoloog aan de VUB): 'Bart De Wever (N-VA) en Maggie De Block (Open VLD) zijn momenteel de populairste politici in Vlaanderen. Geen van beiden zit op Facebook of Twitter. Sociale media spelen een kleine rol in de Belgische politiek. Ze zijn een manier om contact te houden met je achterban, maar dienen niet om nieuwe kiezers te ronselen. Traditionele televisiedebatten en entertainmentprogramma's hebben een grotere invloed op het imago van een politicus en bereiken ook meer mensen. Elio De Rupo (PS) gebruikt Facebook niet slecht. Hij heeft zo'n 75.000 volgers, ongeveer één kiesgerechtigde Belg op de honderd. Als premier is het belangrijk om te laten zien waar je mee bezig bent en te tonen dat je regelmatig andere wereldleiders ontmoet. Facebook is daar een handig middel voor. Soms plaatst een politicus iets op Facebook dat daarna opgepikt wordt in het nieuws, zoals Steven Vanackere (CD&V) die aankondigde dat hij in mei 2014 allicht uit de politiek zou stappen omdat hij niet op de tweede, verkiesbare plaats op de Europese CD&V-lijst stond. Maar dat is eerder een uitzondering. Als politici al sociale media gebruiken als persagentschap, dan communiceren ze eerder via Twitter.' Daniel Miller (Brits antropoloog aan University of Cambridge): 'Natuurlijk zijn er mensen die op Facebook zitten terwijl ze eigenlijk moeten werken. Door Facebook toe te laten op de werkvloer is de grens tussen werk en privé vervaagd. Vijf minuten facebooken worden er al snel twintig. Toch wil ik niet beweren dat sociale media tijdverspilling zijn. Vooral niet als blijkt dat veel van onze Facebooktijd vroeger besteed werd aan tv-kijken. Werd van de televisie niet gezegd dat ze van ons passieve en geïsoleerde burgers maakte? Door voortdurend online te zijn weten jongeren wel niet meer wat verveling is. Hun kneedbare hersenen worden voortdurend gestimuleerd, terwijl verveling ons vroeger in de richting van nieuwe hobby's, boeken of de natuur dreef. Komt de jeugd te weinig buiten, of tonen wetenschappers straks aan dat hyperstimulatie onze jongeren intelligenter maakt? In mijn onderzoek naar de impact van Facebook vraag ik mensen altijd hoeveel tijd ze aan het medium besteden. Dat blijkt vaak op te lopen tot vier à zes uur per dag. Eerst kon ik me niet voorstellen wat iemand zo lang op Facebook ging zoeken. Kilo's pompoenen oogsten op (het spelletje) Farmville en passief door andermans foto's bladeren? Pas toen ik een paar jaar geleden over de schouders van facebookers begon mee te kijken, leerde ik dat het eindeloos chatten met buitenlandse vrienden, het gamen met familie, het flirten met een potentieel nieuw lief, het delen van nieuws en het versturen van uitnodigingen voor een verjaardagsfeest voor veel mensen geen tijdverspilling is. Velen beschouwen het als een beter alternatief voor tv-kijken, een middel om hun identiteit te vormen en contact te houden met mensen die ze graag zien. Ik heb onzekere jongens, zowel uit Londen als uit Trinidad, sociale vaardigheden zien ontwikkelen op Facebook die ze nadien wisten toe te passen in het echte leven. Ik zag Turkse vrouwen op Facebook met humor over het echte leven communiceren, over dingen die ze in de gesloten gemeenschap van hun dorp niet kwijt konden. Ik heb zo veel mensen een echter leven weten leiden door Facebook dat ik veel kan zeggen over het medium, maar niet dat het een tijdvreter is.' Michal Kosinski (waarnemend directeur aan het Psychometrics Center in Cambridge): 'Met een team van onderzoekers analyseerde ik vorig jaar, in samenwerking met Microsoft, negen miljoen Facebooklikes van 58.000 Facebookers. Wat bleek? Wie gekrulde frieten, Mozart en onweersbuien liket, is naar alle waarschijnlijkheid heel intelligent. Wie aangeeft de iPod leuk te vinden, blijkt een ongelukkig leven te leiden. En wie vaak emotionele reacties liket, zoals 'ik hou van je', groeide allicht op in een gebroken gezin. Sommige likes zijn duidelijk gelinkt aan je persoonlijkheid. Iemand die een make-upmerk leuk vindt, is allicht een vrouw. Maar de beangstigende conclusie van het onderzoek was dat Facebook door onze likes ook persoonlijke info te weten kan komen, zoals je seksuele voorkeur. Zelfs als je die details niet opgeeft in je profiel. Onze computers konden met 88 procent zekerheid voorspellen of iemand homo was, louter gebaseerd op het liken van Lady Gaga. Hoe meer dingen je leuk vindt, hoe meer Facebook door middel van clusteranalyses over jou te weten kan komen. Dat is gouden informatie voor adverteerders en mag een inbreuk lijken op onze privacy. Maar het kan ook positieve gevolgen hebben. Stel je voor dat je geen irritante webreclame meer te zien krijgt over auto's die je niet interesseren, maar wel luierpromoties wanneer je net vader bent geworden, vacatures op het moment dat je aan een carrièreswitch denkt, of advertenties voor zonnecrème wanneer je net een verre reis geboekt hebt. Als Facebook en adverteerders deze data ethisch gebruiken, biedt het interessante vooruitzichten voor de onlinereclamewereld.' Leen d'Haenens (hoogleraar aan het Centrum voor Mediacultuur en Communicatietechnologie van de KU Leuven): 'Nu ouders massaal de weg hebben gevonden naar Facebook, wijst Amerikaans onderzoek uit dat de sociaalnetwerksite haar sexappeal verliest bij tieners. Die zouden ondertussen te vinden zijn op coolere media, zoals SnapChat, WhatsApp en Instagram. In België zitten jongeren nog op Facebook, maar ze gebruiken ook andere kanalen. WhatsApp dient om te chatten, Instagram is leuker voor foto's, maar Facebook biedt hen een soort tussenruimte die voordien alleen op MSN of Myspace werd gecreëerd. Een grijze zone tussen het klaslokaal en thuis waar jongeren zich moeten profileren en relaties leren opbouwen. Kinderen tussen negen en elf jaar hebben nog moeite met het onderscheid tussen wat echt of vals is op Facebook. Twaalfjarigen timmeren al volop aan hun profiel met foto's. En voor vijftienjaren is het vooral belangrijk dat het over coole dingen gaat, niet over kapsels en schoolwerk, want dan haken ze af. Facebook helpt jongeren om hun persoonlijkheid te vormen. Door te reageren op elkaars foto's ontdekken ze hoe anderen naar hen kijken. Ze experimenteren met stoer of grappig taalgebruik, ze leren zichzelf promoten, ze roddelen en maken ruzie. Door negatieve ervaringen leren ze zichzelf ook te beschermen. Ze ontdekken waar privacy-instellingen voor dienen en uit onderzoek weten we dat de meeste Vlaamse kinderen bij iemand terechtkunnen als ze bijvoorbeeld gepest worden. Er zal altijd een medium zijn dat jongeren die parallelle wereld biedt waar ze kunnen oefenen om te worden wie ze zijn. Als dat straks niet langer Facebook is, dan wellicht iets wat nóg cooler is.' Sebastien de Halleux (Belgische ondernemer in Silicon Valley en medeoprichter van Playfish, ontwikkelaar van onlinegames): 'De lancering van het Facebook Platform in 2007 bracht een aardbeving teweeg in de gamewereld. App-ontwikkelaars konden plots hun games aanbieden aan een groot publiek, spelletjes die niet door Facebook zelf bedacht waren maar die je wel met je Facebookvrienden kon spelen. Gamen evolueerde zo razendsnel van een eenzame bezigheid naar een uitdagende groepsactiviteit. Bij Playfish wisten we meteen dat social gamen een revolutie zou betekenen voor de game-industrie. Nieuwe spelletjes trokken al snel honderden miljoenen spelers aan die het sociale aspect van de game belangrijker vonden dan de inhoud. In minder dan twee jaar trok Playfish vijftig miljoen actieve spelers per maand aan. Onze populairste games waren PetSociety en Restaurant City, die vandaag al niet meer op de markt zijn. Een marketingbudget om die spellen te promoten hadden we niet, maar in een sociaal netwerk kan nieuws zich als een lopend vuurtje verspreiden en op die golf surften we mee. Geld verdienden we door spelers micro-items te verkopen die hun game-ervaring naar een hoger niveau brachten. Voor 5, 10 of 20 euro kon je meubels kopen voor Pet Society, of ingrediënten voor Restaurant City. Voor de buitenwereld lijkt het vaak absurd: hoe kunnen zeven volwassenen nu urenlang restaurantje zitten spelen achter hun computer? Het sociale aspect is de enige verklaring voor het succes van games, net zoals bij traditionele gezelschapsspellen. Hoe meer vrienden meespelen, hoe leuker het spel wordt. In Restaurant City besliste jij bijvoorbeeld wie van je vrienden de chef, de kelner of de vuilnisman was, welke uniformen iedereen moest dragen en welke klusjes ze moesten opknappen. Het succes van Farmville was natuurlijk ongezien, maar de industrie van social games is nog lang niet uitgespeeld. Sinds Facebook leeft ze helemaal op.' Pieter Baert (marketing- en communicatieadviseur): 'Facebook werkt anders dan in zijn beginjaren. Toen het medium nieuw was, werden de berichten in je News Feed vooral geschreven door je vrienden. Vandaag leveren vooral merken en media de inhoud. De helft van de Belgische jongeren, jonger dan 25, zou de actualiteit volgen via sociaalnetwerksites. Terwijl je vroeger een half uur de krant doornam, volgen vandaag steeds meer mensen het nieuws via Twitter en Facebook. Maar wat je vrienden delen, is maar een selectie van wat er in de wereld gebeurt. Zelfs als je op Facebook ook kranten, radio- en televisiezenders volgt, krijg je gefilterd nieuws te zien. Het zijn niet de reportages over Syrië die internethits worden. Wel de grappige lijstjes, gesponsorde verhalen, de laatste roddels over Justin Bieber. Onlineartikels worden geschreven om zo veel mogelijk clicks te halen. Facebook toont je alleen het nieuws met de meeste likes, zo werkt het algoritme. Zo ontstaat een kloof tussen de inhoud van een papieren kwaliteitskrant en haar onlineberichtgeving. Is een krant degelijk in print, dan toont ze zich online vooral populariserend. Het Amerikaanse Buzzfeed heeft zelfs zijn hele inkomstenmodel gebaseerd op absurde artikels die zo veel mogelijk aangeklikt moeten worden, niet op baanbrekende journalistiek. Veel mensen checken Facebook in bed, net voor ze gaan slapen en net voordat ze opstaan. Wie het medium vandaag gebruikt als enige nieuwsbron, krijgt vooralsnog een vertekend wereldbeeld. Facebook zit op dat vlak, net als traditionele media, nog in een tussenfase. Maar als het zich weet om te vormen tot een sterk en genuanceerd nieuwskanaal, en als het meekan met de mobiele revolutie waarin we steeds meer op onze smartphones lezen, dan is het einde van Facebook nog niet in zicht.' Katrien Depecker (freelance-journaliste en oprichtster van de Facebookpagina Red Ed): 'Ik had Facebook nog nooit gebruikt om een uitnodiging te versturen, behalve voor wat feestjes hier en daar. Maar toen mijn lief dodelijk ziek werd en alleen een stamceltransplantatie hem zou kunnen redden, heb ik de Facebookpagina Red Ed aangemaakt. Ik heb 390 Facebookvrienden, niet veel, maar allemaal kregen ze mijn oproep toegestuurd om stamcellen te donoren. Veel mensen weten niet dat dit via bloedafname kan, het hoeft geen beenmergdonatie te zijn. Ed heeft 1 kans op 50.000 om een geschikte donor te vinden. Ik verwachtte dat mijn goede vrienden zouden helpen, misschien enkele collega's. Ik hoopte dat veel mensen het bericht zouden liken, misschien zelfs delen. Maar dat het Rode Kruis twee weken later al 7000 mensen over de vloer had gekregen, meer dan over heel 2013, dat kon ik niet geloven. Mijn wanhoopskreet werd massaal gedeeld op Facebook en werd opgepikt door de radio, televisie en kranten. Dat ik als freelancejournaliste voor Humo schrijf, heeft het bericht zeker een boost gegeven. Meer dan 155.000 mensen waren al fan van Humo's Facebookpagina toen ook daar mijn bericht gedeeld werd. Het is nu wachten en hopen op een mirakel. Als journaliste weet ik hoe het werkt: volgende week is de heisa voorbij, is Ed uit het nieuws en circuleert er een nieuwe Facebookpost. Maar de steun en warmte die ik via Facebook ontvang, van mensen die ik van haar noch pluim ken, is ongelooflijk hartverwarmend. Ik hoop echt dat we Eds leven kunnen redden. En in het ergste geval hoop ik dat iemand anders geholpen kan worden. Nooit gedacht dat een Facebookbericht zo'n effect zou kunnen hebben in de echte wereld. Dat ook wetenschap en gezondheidszorg baat kunnen hebben bij het medium.' DOOR ELKE LAHOUSSE, ILLUSTRATIES SARAH VANBELLE