De kredietcrisis ontstaat in de VS: de banken verstrekken er massaal leningen aan mensen zonder inkomen of voldoende bezittingen ( 1). Vervolgens worden deze leningen verknipt,herverpakt tot een nieuw financieel producten verkocht aan andere banken en financiële instellingen over de wereld ( 2). Al vlug kunnen mensen hun lening niet terugbetalen. Banken met 'rommelkredieten' in hun bezit moeten hun verlies hierop toegeven. Twee gevolgen. Eén: de banken vertrouwen elkaar niet langer en ze weigeren nog geld aan elkaar te lenen ( 3). Als banken elkaar geen geld lenen, dreigen ze soms wat weinig geld in kas te hebben en sputtert het systeem. Twee: banken moeten verliescijfers op rommelkredieten bekendmaken en dat schokt beleggers. Gevolg: de koersen ...

De kredietcrisis ontstaat in de VS: de banken verstrekken er massaal leningen aan mensen zonder inkomen of voldoende bezittingen ( 1). Vervolgens worden deze leningen verknipt,herverpakt tot een nieuw financieel producten verkocht aan andere banken en financiële instellingen over de wereld ( 2). Al vlug kunnen mensen hun lening niet terugbetalen. Banken met 'rommelkredieten' in hun bezit moeten hun verlies hierop toegeven. Twee gevolgen. Eén: de banken vertrouwen elkaar niet langer en ze weigeren nog geld aan elkaar te lenen ( 3). Als banken elkaar geen geld lenen, dreigen ze soms wat weinig geld in kas te hebben en sputtert het systeem. Twee: banken moeten verliescijfers op rommelkredieten bekendmaken en dat schokt beleggers. Gevolg: de koersen van de bankaandelen dalen. Niet alleen slecht nieuws voor beleggers, maar voor iedereen die indirect, bijvoorbeeld via een pensioenfonds, zo'n aandelen bezit ( 4). De grote verliescijfers van sommige banken, maken spaarders wantrouwig: zit hun geld wel veilig bij de bank? Moeten ze het elders plaatsen? ( 5) Zo komen de banken in moeilijkheden, eerst in de VS, later in Europa en in de rest van de wereld. Omdat de centrale banken en overheden vrezen dat het faillissement van een bank vele andere zal meeslepen, snellen ze ter hulp ( 6). De rente wordt bijvoorbeeld verlaagd, zodat lenen goedkoper wordt, wat de economie ten goede moet komen. Of de centrale banken geven een kortetermijnlening aan de bank, zodat die vers geld in kas heeft. De overheid kan een fonds opzetten dat alle rommelkredieten opkoopt, zodat de banken verlost zijn van deze misère. Ze kan zich ook garant stellen voor alle spaardeposito's, zodat de particulieren gerust zijn, of voor de leningen die banken onderling aangaan. En ze kan een bank in problemen nationaliseren. Al deze maatregelen werden toegepast. Omdat de banken kampen met geldgebrek, verstrekken ze niet meer zo gemakkelijk leningen. Of in elk geval tegen een hoger tarief, zowel voor leningen aan particulieren (7) als aan bedrijven ( 8). De particulieren lenen minder en stellen de aankoop van een woning, keuken of auto uit. Slecht nieuws voor de bedrijven ( 9). Omdat er minder vraag is en omdat ze moeilijker leningen krijgen, komen bedrijven in de problemen. Investeringen worden uitgesteld, van loonsverhogingen is geen sprake, herstructureringen worden eventueel doorgevoerd en mensen afgedankt ( 10). Bedrijven met minder goede vooruitzichten doen de aandelenkoersen dalen ( 11). Opnieuw slecht nieuws voor alle beleggers, maar ook voor iedereen die indirect aandelen bezit, bijvoorbeeld via een pensioenfonds. Gevolg van het groeiende wantrouwen tegenover de banken, de dalende aandelenkoersen, bedrijfsherstructureringen enzovoort is dat het consumentenvertrouwen daalt: mensen houden de vinger op de knip. Ze doen minder inkopen, wat de bedrijven natuurlijk voelen ( 12). Er ontstaat een negatieve spiraal en opnieuw worden werknemers de laan uit gestuurd (terug naar stap 10). Een ander belangrijk gevolg zijn de lagere inkomsten van de overheid. De btw-inkomsten dalen omdat mensen minder kopen. En omdat banken en bedrijven minder winst maken, betalen ze ook minder belastingen ( 13). De overheid heeft een probleem. Ze kan besparen, door bijvoorbeeld het ambtenarenbestand of de uitgaven te kortwieken. Ze kan proberen meer inkomsten te halen bij personen en ondernemingen, door de belastingente verhogen. Dat versnelt uiteraard de eerder genoemde negatieve spiraal: mensen en bedrijven houden minder geld over, consumeren en investeren nog minder, met alle bekende gevolgen. Of de overheid bezorgt de mensen (of categorieën, zoals gepensioneerden) juist meer middelen, zodat die meer geld uitgeven en de economie stimuleren ( 14). De overheid kan de economie ook weer op gang proberen te trekken door zelf investeringen te doen, bijvoorbeeld in wegen en gebouwen, goed voor die bedrijven ( 15). Vraag blijft met welk geld de overheid dat zou doen, vooral als er in het verleden geen spaarpot werd opgebouwd. Ewald Pironet