Hoe belangrijk August Borms ook was in de Vlaamse beweging, ernstige wetenschappelijke aandacht heeft hij tot nu toe nauwelijks gekregen. Er bestaat nochtans veel literatuur over hem, maar die is vrijwel zonder uitzondering propagandistisch en hagiografisch van aard, geschreven ten behoeve van wat waarlijk een eredienst is geworden. Die verering wordt dezer dagen nog voornamelijk in extreem rechtse hoek verdergezet.
...

Hoe belangrijk August Borms ook was in de Vlaamse beweging, ernstige wetenschappelijke aandacht heeft hij tot nu toe nauwelijks gekregen. Er bestaat nochtans veel literatuur over hem, maar die is vrijwel zonder uitzondering propagandistisch en hagiografisch van aard, geschreven ten behoeve van wat waarlijk een eredienst is geworden. Die verering wordt dezer dagen nog voornamelijk in extreem rechtse hoek verdergezet. Zo vervult Borms nog altijd de rol die hij bij leven speelde, als symbool. In die symboliek verschijnt hij vooral als martelaar, meer bepaald als slachtoffer van een ongenadige, Vlaamsvijandige Belgische repressie. Het maakt hem ook tot lichtend voorbeeld voor de hedendaagse rancune. Die situeert zich in de meest radicale, rechtse fractie van de Vlaamse beweging, waarin het antibelgicisme past in een ruimer, antidemocratisch eisenpakket. In meer verlichte flamingantische kringen wordt Borms wel eens vergeleken met de huidige president Nelson Mandela, die eveneens tijdens een langdurige gevangenschap symboolwaarde kreeg, maar ook daar ligt die vergelijking wat ongemakkelijk. Typerend voor de mythische proporties die de Bormsverering heeft gekregen, is bijvoorbeeld dat stelselmatig wordt verdonkeremaand dat de vader van Borms als arbeider tot de kleine burgerij kon opstijgen dankzij zijn huwelijk met de dochter van een tabaksfabrikant. Nee, de mythe wil hardnekkig dat vader Lodewijk, als goed Vlaming, alleen door hard werken "vooruit kwam" in het leven. Heeft de opbloei van de wetenschappelijke geschiedenisbeoefening over het interbellum van de jongste jaren nog altijd geen Bormsbiografie opgeleverd, toch krijgt de figuur van Borms daarin een meer genuanceerd profiel. Belangrijk daarin is het werk van historici als Luc Vandeweyer, terwijl Björn Rzoska een synthetische biografische nota over Borms schreef voor een volgende maand bij het Masereelfonds te verschijnen bundel studies rond Borms' jongere tijdgenoot Jef van Exterghem. Opvallend is dat Rzoska daarbij aantekent dat, ondanks alles wat over Borms is gepubliceerd, nauwelijks iemand al de moeite heeft genomen om diens correspondentie te raadplegen. Zou de "echte" werkelijkheid dan hinderlijk zijn voor de mythografie? De bedienaars van de Borms-eredienst zullen het nieuwe wetenschappelijke onderzoek ongetwijfeld als ontluisterend ervaren en als nestbevuiling verketteren, omdat de aandacht daarin verschuift van de idealistische ideologie naar de historische feitelijkheid. En het kan niet anders dat helden, martelaren en symbolen daarbij uiteindelijk ook maar mensen zullen blijken te zijn.M.R.